← België

Y.

Obsah (4)Art. 7Art. 37terArt. 37qArt. 37o

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 17 maart 2026 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2026

Art. 7

, § 3 - 01 ELI link Pub nr 1867060850

Art. 37ter

- 01 ELI link Pub nr 1867060850

Art. 37q

uinquies - 01 ELI link Pub nr 1867060850

Art. 37o

cties - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: STRAF - VRIJHEIDSSTRAFFEN Wettelijke bepalingen:

Art. 7

, § 3 - 01 ELI link Pub nr 1867060850

Art. 37ter

- 01 ELI link Pub nr 1867060850

Art. 37q

uinquies - 01 ELI link Pub nr 1867060850

Art. 37o

cties - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Wettelijke bepalingen:

Art. 7

, § 3 - 01 ELI link Pub nr 1867060850

Art. 37ter

- 01 ELI link Pub nr 1867060850

Art. 37q

uinquies - 01 ELI link Pub nr 1867060850

Art. 37octies - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Tekst van de beslissing Nr.

P.26.0057.N S. Y., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Alexandre De Fabribeckers, advocaat bij de balie Luik. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Leuven van 18 december

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
  2. Het bestreden vonnis verklaart eisers hoger beroep ontvankelijk. In zoverre ook gericht tegen die beslissing, is zijn cassatieberoep bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Ambtshalve middel Geschonden wettelijke bepaling - artikel 7, § 3, eerste lid, Strafwetboek
  3. Artikel 7, § 3, eerste lid, Strafwetboek bepaalt dat voor feiten strafbaar met een maximale gevangenisstraf van zes maanden en indien de rechter overweegt om een effectieve gevangenisstraf op te leggen, hij een straf onder elektronisch toezicht, een werkstraf of een autonome probatiestraf oplegt, indien is voldaan aan de in de artikelen 37ter, 37quinquies en 37octies Strafwetboek bepaalde voorwaarden.
  4. Het bestreden vonnis legt door bevestiging van het beroepen vonnis voor de feiten omschreven onder de telastleggingen A (inbreuk op de artikelen 2, § 1, en 22, § 1, eerste lid, WAM, strafbaar met een gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden en of een geldboete van 100,00 tot 1.000,00 euro), B (inbreuk op artikel 2, § 1, KB Inschrijving Voertuigen en artikel 29, § 1, derde lid, Wegverkeerswet, strafbaar met een geldboete van 20,00 tot 250,00 euro) en C (inbreuk op de artikelen 24, § 1, 26 en 81 KB Technische Eisen Voertuigen en artikel 4 Wet Technische Eisen Voertuigen, strafbaar met een gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en of een geldboete van 10,00 tot 10.000,00 euro) samen onder meer een effectieve hoofdgevangenisstraf op van zes maanden.
  5. Uit artikel 7, § 3, eerste lid, Strafwetboek volgt dat voor feiten waarop een maximale hoofdgevangenisstraf van zes maanden staat, de rechter slechts een effectieve gevangenisstraf kan opleggen indien hij vaststelt dat aan de in de artikelen 37ter, 37quinquies en 37octies Strafwetboek bepaalde voorwaarden voor het opleggen van een werkstraf, een straf onder elektronisch toezicht of een autonome probatiestraf niet is voldaan.
  6. Het bestreden vonnis oordeelt weliswaar op gemotiveerde wijze waarom niet kan worden ingegaan op het verzoek van de eiser om hem te veroordelen tot een werkstraf, maar het stelt niet vast dat een werkstraf niet kan worden opgelegd omwille van de in artikel 37quinquies Strafwetboek bepaalde voorwaarden. Het onderzoekt evenmin of voldaan is aan de in de artikelen 37ter en 37octies Strafwetboek bepaalde voorwaarden voor het opleggen van een straf onder elektronisch toezicht of een autonome probatiestraf.
  7. Door het opleggen van de vermelde hoofdgevangenisstraf voor de feiten omschreven onder de telastleggingen A, B en C samen schendt het bestreden vonnis artikel 7, § 3, eerste lid, Strafwetboek. Middelen
  8. Het eerste middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en artikel 37quinquies, § 3, tweede lid, Strafwetboek: het bestreden vonnis verwerpt eisers verzoek om een werkstraf met een algemene en abstracte formule, zonder concrete verduidelijking waarom een werkstraf hier niet aangewezen is, zonder in te gaan op het door de eiser aangevoerde individualiserend element betreffende zijn tewerkstelling en zonder aan te geven op grond van welke feitelijke gegevens de rechtbank oordeelt dat een werkstraf niet de vereiste gedragswijziging zal teweegbrengen; die motivering is niet toereikend. Het tweede middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en de artikelen 195 en 211 Wetboek van Strafvordering: de motivering van de straf blijft beperkt tot algemeenheden; er wordt geen concrete en geïndividualiseerde afweging gemaakt; er wordt niet gepreciseerd welke concrete elementen eigen aan de eiser of aan de omstandigheden van de zaak de keuze voor een vrijheidsstraf en de maatregelen noodzakelijk of aangewezen maken noch waarom minder ingrijpende of alternatieve sancties ongeschikt zouden zijn; een loutere verwijzing naar een ongunstig strafblad, recidive of het herhaald karakter kan de keuze voor een straf en de maat ervan niet verantwoorden; er wordt niet ingegaan op het door de eiser aangevoerde individualiserend element betreffende zijn tewerkstelling en de impact op zijn professionele en sociale toestand.
  9. Gelet op de hierna uit te spreken vernietiging van de voor de feiten omschreven onder de telastleggingen A, B en C samen opgelegde bestraffing, behoeven de middelen geen antwoord in zoverre ze op die beslissing betrekking hebben.
  10. Uit artikel 37quinquies, § 3, tweede lid, Strafwetboek volgt dat de rechter die weigert een door de beklaagde gevraagde werkstraf uit te spreken, die beslissing met redenen moet omkleden. De afwijzing van een dergelijk verzoek vereist evenwel niet noodzakelijk een op zichzelf staande motivering. De rechter kan die afwijzing ook motiveren of mede motiveren door de opgave van redenen ter verantwoording voor het opleggen van een andere straf.
  11. Indien de beklaagde het in een regelmatig ingediende conclusie ingediend verzoek om een werkstraf met concrete gegevens heeft gestaafd, volgt uit artikel 149 Grondwet dat uit de beslissing moet blijken dat de rechter dat verzoek in overweging heeft genomen en dat hij daarop antwoordt, zonder dat evenwel vereist is dat hij ingaat op elk feitelijk gegeven dat door de beklaagde tot staving van zijn verzoek wordt aangevoerd.
  12. In zoverre de middelen uitgaan van andere rechtsopvattingen, falen ze naar recht.
  13. Het bestreden vonnis legt voor de feiten omschreven onder de telastlegging D een effectieve geldboete en een vervallenverklaring op, waarbij het herstel wordt afhankelijk gemaakt van het slagen in de vier examens en onderzoeken.
  14. Het bestreden vonnis oordeelt als volgt: - het stelt vast dat de eiser om een mildere straf vraagt, alsook om een werkstraf, dat hij werkt als chauffeur en dat hij voor het uitvoeren van zijn werk over een rijbewijs moet kunnen beschikken; - bij het bepalen van de straf wordt rekening gehouden met de wettelijke strafmaat, de ernst van de feiten, de persoonlijkheid van de eiser en met zijn strafrechtelijk verleden; - de door de eiser gepleegde feiten zijn ernstig en getuigen van een gebrek aan normbesef en verantwoordelijkheidszin; - de eiser bevindt zich voor het feit omschreven onder de telastlegging D in een toestand van verzwaring als bedoeld door artikel 38, § 6, eerste lid, Wegverkeerswet; - de eiser heeft een ongunstig strafblad: hij werd reeds acht keer veroordeeld voor verkeersinbreuken, onder meer meermaals wegens niet-verzekering, niet-inschrijving en niet-keuring; - de door de eerste rechter opgelegde straf en maatregel zijn geenszins overdreven en de hoogte ervan staat in een redelijke verhouding tot de ernst van de feiten en de persoonlijkheid en het strafrechtelijk verleden van de eiser; - een werkstraf zou in het licht daarvan een onvoldoende krachtig signaal vormen voor de eiser en niet de vereiste gedragswijziging teweegbrengen.
  15. Daaruit blijkt dat de appelrechters het verzoek van de eiser om een werkstraf en de door hem tot staving daarvan aangevoerde gegevens in aanmerking hebben genomen. Met die redenen, die geenszins abstract of algemeen zijn maar integendeel concreet en specifiek gericht op eisers toestand, beantwoorden en verwerpen ze dit verzoek op een wijze die hem toelaat te weten waarom tegen hem voor de feiten omschreven onder de telastlegging D geen werkstraf kan worden uitgesproken. In zoverre kunnen de middelen niet worden aangenomen.
  16. Uit de samenlezing van het vijfde en het tiende lid van artikel 195 Wetboek van Strafvordering volgt dat de verplichting voor de strafrechter om de keuze voor een straf of een maatregel en de maat ervan, die wet aan de vrije beoordeling van die rechter overlaat, nauwkeurig te motiveren, voor de correctionele rechtbank die uitspraak doet in hoger beroep enkel geldt voor de bijkomende straf van het verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig en dus niet voor de geldboete. In zoverre het tweede middel aanvoert dat de appelrechters het opleggen van de geldboete nauwkeurig hadden moeten motiveren, kan het niet worden aangenomen.
  17. De appelrechters zijn op grond van artikel 38, § 6, eerste lid, Wegverkeerswet verplicht om voor de feiten omschreven onder de telastlegging D tegen de eiser een verval van het recht tot sturen uit te spreken voor een periode van minstens drie maanden en het herstel in het recht tot sturen afhankelijk te maken van het slagen in de vier examens en onderzoeken. Gelet op die wettelijke verplichting dienden zij die beslissing niet nader te motiveren. In zoverre kan het tweede middel niet worden aangenomen.
  18. Met de hierboven vermelde redenen, die geenszins abstract of algemeen zijn maar integendeel concreet en specifiek gericht op eisers toestand, motiveren de appelrechters op nauwkeurige wijze de duur van het aan de eiser opgelegde verval voor de feiten omschreven onder de telastlegging D. In zoverre kan het tweede middel niet worden aangenomen. Omvang van de cassatie
  19. De vernietiging van de aan de eiser opgelegde hoofdgevangenisstraf voor de feiten omschreven onder de telastleggingen A, B en C samen leidt tot de vernietiging van de overige aan de eiser voor die feiten opgelegde straffen en maatregelen, gelet op het nauw verband tussen die beslissingen, alsook tot de vernietiging van de veroordeling van de eiser tot betaling van één bijdrage aan het Slachtofferfonds. Het laat de overige beslissingen van het bestreden vonnis onaangetast. Ambtshalve onderzoek voor het overige
  20. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het de eiser veroordeelt tot straf voor de feiten omschreven onder de telastleggingen A, B en C samen en tot betaling van één bijdrage aan het Slachtofferfonds. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Veroordeelt de eiser tot de helft van de kosten. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de correctionele rechtbank Limburg, rechtszitting houdend in hoger beroep. Bepaalt de kosten op 147,57 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke, Bruno Lietaert en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 17 maart 2026 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260317.2N.16 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.