← België

O. contra H.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 17 maart 2026 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2026

Art. 4

, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Voorafgaande titel van het Wetboek

Art. 26

- 01 ELI link Pub nr 1878041750 Thesaurus CAS: BURGERLIJKE RECHTSVORDERING Wettelijke bepalingen: Voorafgaande titel van het Wetboek

Art. 4

, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Voorafgaande titel van het Wetboek

Art. 26

- 01 ELI link Pub nr 1878041750 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Wettelijke bepalingen: Voorafgaande titel van het Wetboek

Art. 4

, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Voorafgaande titel van het Wetboek

Art. 26

- 01 ELI link Pub nr 1878041750 Thesaurus CAS: VONNISSEN EN ARRESTEN - STRAFZAKEN - Burgerlijke rechtsvordering Wettelijke bepalingen: Voorafgaande titel van het Wetboek

Art. 4

, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Voorafgaande titel van het Wetboek

Art. 26- 01 ELI link Pub nr 1878041750 Tekst van de beslissing Nr.

P.25.0912.N I M. O., burgerlijke partij, eiser, met als raadsman mr. Pieter Helsen, advocaat bij de balie Limburg, tegen 1. S. H., beklaagde, verweerder, 2. KIROLA SPORT bv, met zetel te 3590 Diepenbeek, Sint-Servatiusstraat 22, ON 0668.677.121, beklaagde, verweerster. II 1. S. H., reeds vermeld, beklaagde, eiser, 2. KIROLA SPORT bv, reeds vermeld, beklaagde, eiseres, beiden met als raadslieden mr. Renaud Vercaemst, advocaat bij de balie Brussel, en mr. Benjamin Gillard, advocaat bij de balie Leuven, tegen M. O., reeds vermeld, burgerlijke partij, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 22 mei 2025. De eiser I voert geen middel aan. De eisers II voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Bruno Lietaert heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep I 1. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat de eiser I zijn cassatieberoep heeft laten betekenen aan de verweerders I, zoals nochtans is vereist door artikel 427 Wetboek van Strafvordering. Het cassatieberoep I is niet ontvankelijk. Ontvankelijkheid van het cassatieberoep II 2. Het arrest stelt de vrijspraak van de eisers II vast voor de feiten omschreven onder de telastleggingen A.1.a), A.2.a), A.2.b), A.3.

  1. a)en A.3.b). Het arrest stelt de verjaring van de strafvordering vast voor de feiten van de telastleggingen A.1.b), A.1.c), A.1.d), A.1.e), A.1.f), A.1.g), A.1.h), A.1.i), A.2.c), A.2.d), A.3.c), A.3.d), A.3.
  2. e)en A.3.f). Het arrest verklaart de burgerlijke vordering van de verweerder II in zoverre gesteund op de onder de telastleggingen A.1.a), A.1.b), A.1.c), A.2.a), A.3.
  3. a)en A.3.
  4. b)als misdrijf omschreven feiten ongegrond. In zoverre ook gericht tegen die beslissingen, is het cassatieberoep van de eisers II bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Middelen van de eisers II Eerste middel 3. Het middel voert schending aan van de artikelen 4, eerste lid en 26 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering: hoewel het arrest vaststelt dat de verjaring van de strafvordering intrad op 6 december 2022 en de feiten pas op 16 maart 2023 aanhangig werden gemaakt bij het vonnisgerecht, verklaart het de burgerlijke vordering van de verweerder II voor de feiten omschreven onder de telastleggingen A.1.d), A.1.e), A.1.f), A.1.g), A.1.h), A.1.i), A.2.b), A.2.c), A.2.d), A.3.c), A.3.d), A.3.
  5. e)en A.3.
  6. f)bewezen en veroordeelt het de eisers II tot een vergoeding voor morele schade en tot de corresponderende rechtsplegingsvergoeding. 4. Artikel 4, eerste lid, eerste zin, Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering bepaalt dat de burgerlijke vordering terzelfdertijd en voor dezelfde rechters kan worden vervolgd als de strafvordering. 5. Artikel 26 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering bepaalt dat de burgerlijke vordering volgend uit een misdrijf verjaart volgens de regels van het Burgerlijk Wetboek of van bijzondere wetten die van toepassing zijn op de rechtsvordering tot vergoeding van de schade, maar dat zij niet kan verjaren voor de strafvordering. 6. Uit die bepalingen volgt dat: - de burgerlijke vordering slechts samen met een ontvankelijke strafvordering bij de strafrechter aanhangig mag worden gemaakt; - wanneer het vonnisgerecht oordeelt dat de strafvordering op het ogenblik van de verwijzing naar het vonnisgerecht door het onderzoeksgerecht reeds vervallen was door verjaring, het geen rechtsmacht meer heeft om te oordelen over de burgerlijke vordering, ook al dateert de burgerlijkepartijstelling van voor het verval van de strafvordering. 7. Het arrest (p. 14, randnr. 11) stelt vast dat voor de feiten van de telastleggingen A.1.b), A.1.c), A.1.d), A.1.e), A.1.f), A.1.g), A.1.h), A.1.i), A.2.b), A.2.c), A.2.d), A.3.c), A.3.d), A.3.
  7. e)en A.3.
  8. f)de verjaring van de strafvordering is ingetreden op 6 december 2022, dit is voor de datum van aanhangigmaking van de zaak voor het vonnisgerecht. Het arrest kan dan ook niet oordelen dat gelet op de tijdige stelling als burgerlijke partij de appelrechters zullen onderzoeken of de als misdrijf omschreven feiten bewezen zijn en aanleiding hebben gegeven tot schade en tot dit onderzoek overgaan. 8. De beslissing over de door de eisers II aan de verweerder II toegekende morele schadevergoeding is mede gegrond op de vaststelling dat de eisers II de feiten omschreven als de telastleggingen A.1.d), A.1.e), A.1.f), A.1.g), A.1.h), A.1.i), A.2.
  9. b)A.2.c), A.2.d), A.3.c), A.3.d), A.3.
  10. e)en A.3.
  11. f)hebben gepleegd. Die beslissing is niet naar recht verantwoord. Het middel is gegrond. Tweede middel 9. Het middel dat niet kan leiden tot ruimere cassatie of cassatie zonder verwijzing behoeft geen antwoord. Omvang van de cassatie 10. De onwettigheid van de voormelde beslissing leidt tot de vernietiging van de veroordeling van de eisers II om aan de verweerder II een morele schadevergoeding te betalen in de mate dat die is gegrond op de feiten omschreven onder de telastleggingen A.1.d), A.1.e), A.1.f), A.1.g), A.1.h), A.1.i), A.2.b), A.2.c), A.2.d), A.3.c), A.3.d), A.3.
  12. e)en A.3.
  13. f)en tot betaling door de eisers II van een rechtsplegingsvergoeding aan de verweerder II, die er een gevolg van is. Ambtshalve onderzoek 11. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissingen zijn overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het de eisers II veroordeelt om aan de verweerder II een morele schadevergoeding te betalen in de mate dat die gegrond is op de feiten omschreven onder de telastleggingen A.1.d), A.1.e), A.1.f), A.1.g), A.1.h), A.1.i), A.2.b), A.2.c), A.2.d), A.3.c), A.3.d), A.3.
  14. e)en A.3.
  15. f)en tot betaling door de eisers II van een rechtsplegingsvergoeding aan de verweerder II. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Verwerpt de cassatieberoepen voor het overige. Veroordeelt de eiser I tot de kosten van het cassatieberoep I. Veroordeelt de eisers II tot een derde van de kosten van de cassatieberoepen II. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, anders samengesteld. Bepaalt de kosten op 759,67 euro, waarvan op het cassatieberoep I 83,90 euro is verschuldigd en op het cassatieberoep II 272,23 euro is verschuldigd. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke, Bruno Lietaert en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 17 maart 2026 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260317.2N.6 Gerelateerde publicatie(
  16. s)precedenten: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210413.2N.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.