id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 19 maart 2026 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260319.1N.8 Rolnummer: F.25.0019.N Zaak: KUWAIT PETROLEUM Belgium contra GEMEENTE JETTE Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2026-04-09 Raadplegingen: 383 - laatst gezien 2026-06-18 16:26 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiche Uit de samenhang van het artikel 1 van het belastingreglement van 27 november 2013 en de artikelen 1 en 9 van het belastingreglement van 17 december 2014 blijkt dat het belastingreglement van 27 november 2013 enkel voor de aanslagjaren 2015 tot 2019 wordt vervangen door het belastingreglement van 17 december 2014 en dat het reglement van 27 november 2013 van toepassing blijft voor aanslagjaar
- Thesaurus CAS: GEMEENTE-, PROVINCIE- EN PLAATSELIJKE BELASTINGEN - GEMEENTEBELASTINGEN Tekst van de beslissing Nr. F.25.0019.N KUWAIT PETROLEUM (BELGIUM) nv, met zetel te 2018 Antwerpen, Desguinlaan 100 bus 8, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0404.584.525, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Beatrix Vanlerberghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen GEMEENTE JETTE, vertegenwoordigd door haar college van burgemeester en schepenen, met kantoor te 1090 Jette, Wemmelse Steenweg 100, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0207.366.895, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 25 juni
- Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft op 23 januari 2026 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Myriam Ghyselen heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling (…) Tweede onderdeel
- Krachtens artikel 1 van het op 27 november 2013 goedgekeurde belastingreglement wordt ten gunste van de verweerster een belasting gevestigd van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2019 op de brandstofverdeelapparaten, bestemd voor gemotoriseerde voertuigen die voor iedereen toegankelijk zijn en geplaatst zijn op de openbare weg of op een privéterrein langs de openbare weg. Krachtens artikel 1 van het op 17 december 2014 goedgekeurde belastingreglement wordt er vanaf 1 januari 2015 tot en met 31 december 2019 ten gunste van de verweerster een belasting gevestigd op de brandstofverdeelapparaten, bestemd voor gemotoriseerde voertuigen die voor iedereen toegankelijk zijn en geplaatst zijn op de openbare weg of op een privéterrein langs de openbare weg. Artikel 9 van het op 17 december 2014 goedgekeurde belastingreglement luidt als volgt: “Het huidige reglement treedt in werking op 1 januari
- Vanaf zijn inwerkingtreding zal het huidige reglement het reglement vervangen betreffende de brandstofverdeelapparaten, goedgekeurd door de gemeenteraad op 27 november 2013 met de referentie (…)”.
- Uit de samenhang van deze bepalingen blijkt dat het belastingreglement van 27 november 2013 enkel voor de aanslagjaren 2015 tot 2019 wordt vervangen door het belastingreglement van 17 december 2014 en dat het reglement van 27 november 2013 van toepassing blijft voor aanslagjaar
- Het onderdeel dat ervan uitgaat dat het belastingreglement van 27 november 2013 retroactief werd ingetrokken door artikel 9 van het belastingreglement van 17 december 2014 en dus niet meer kon worden toegepast voor aanslagjaar 2014 faalt naar recht. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 414,61 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Bart Wylleman, als voorzitter, en de raadsheren Ilse Couwenberg, Myriam Ghyselen, Ann De Wolf en Eva Van Hoorde, en in openbare rechtszitting van 19 maart 2026 uitgesproken door sectievoorzitter Bart Wylleman, in aanwezigheid van advocaat-generaal Johan Van der Fraenen, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260319.1N.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.