← België

Procureur des Konings te Leuven contra B.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 24 maart 2026 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260324.2N.3 Rolnummer: P.26.0155.N Zaak: Procureur des Konings te Leuven contra B. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2026-03-30 Raadplegingen: 548 - laatst gezien 2026-06-18 23:33 Versie(s): Vertaling samenvatting(

  1. en)FR nog niet beschikbaar Fiche Samenvatting(
  2. en)nog niet beschikbaar Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 62 Tekst van de beslissing Nr. P.26.0155.N PROCUREUR DES KONINGS BIJ DE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG LEUVEN, eiser, tegen T. B., beklaagde, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Leuven van 27 november 2025. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Isabelle De Tandt heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel 1. Het middel voert schending aan van de artikelen 37bis, 62 en 62ter Wegverkeerswet: het bestreden vonnis kon wat betreft het feit omschreven onder de telastlegging B de vaststellingen van de politie en de resultaten van de uitgevoerde speekseltest en de speekselanalyse niet naast zich neerleggen op basis van de bijgebrachte urinetest; na een positieve checklist, gebaseerd op materiële vaststellingen door de politieambtenaren die bijzondere bewijswaarde hebben, werd een speekseltest afgenomen; die was positief voor cocaïne en crack; uit de analyse door het NICC bleek een hoeveelheid cocaïne ruim boven de wettelijke grenswaarde; de volledige procedure verliep overeenkomstig de wet; er wordt aan het resultaat van de analyse van het speekselstaal door het door de Koning erkend laboratorium geen bijzondere bewijswaarde toegekend; de rechter beoordeelt vrij die bewijswaarde; het bestreden vonnis oordeelt dat de bijzondere bewijswaarde van de materiële vaststellingen wordt teniet gedaan door de bijgebrachte resultaten van de analyse van het onder toezicht van de huisarts een uur na het speekselstaal afgestane urinestaal en waarin geen cocaïne werd aangetroffen; aan de analyse van het urinestaal kan in de gegeven omstandigheden geen bewijswaarde worden toegekend, die twijfel kan doen ontstaan over het resultaat van de analyse van het speekselstaal na een correct uitgevoerde procedure; de analyse van een speekselstaal en van een urinestaal kunnen niet met elkaar worden vergeleken omwille van het verschil in aard van de biologische matrix, de gebruikte grenswaarden, de omstandigheden waarin ze worden afgenomen en de gebruikte analysetechnieken; het resultaat van de urinetest vermeldt niet welke grenswaarde werd gehanteerd om het resultaat als negatief aan te nemen, zodat er geen zekerheid is dat het staal geen cocaïne bevatte; aan de verweerder kon bij wijze van tegenexpertise geen bloedproef worden opgelegd; hij heeft geen gebruik gemaakt van zijn recht op een tegenexpertise van het speekselstaal. 2. In zoverre het middel verplicht tot de kennisname van feitelijke gegevens die niet blijken uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, is het niet ontvankelijk. 3. Artikel 37bis, § 1, eerste lid, Wegverkeerswet bestraft hij die op een openbare plaats een voertuig bestuurt, wanneer een speekselanalyse bedoeld in artikel 62ter, § 1, van die wet de aanwezigheid in het organisme aantoont van minstens een van de in die bepaling vermelde stoffen die de rijvaardigheid beïnvloeden en waarvan het gehalte gelijk is aan of hoger dan het in artikel 62ter, § 1, vermelde gehalte. 4. Artikel 62ter Wegverkeerswet bevat een regeling voor de analyse van het speekselstaal. Die werd door de Koning nader uitgewerkt met het koninklijk besluit van 27 november 2015 tot uitvoering van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd op 16 maart 1968, wat betreft de speekselanalyse en de bloedproef bij het sturen onder invloed van bepaalde psychotrope stoffen en de erkenning van de laboratoria. 5. De Wegverkeerswet kent geen bijzondere bewijswaarde toe aan het resultaat van een analyse van het speekselstaal uitgevoerd in overeenstemming met deze bepalingen. 6. De rechter beoordeelt vrij en derhalve onaantastbaar de bewijswaarde van het resultaat van de speekselanalyse. Hij kan op basis van andere hem overgelegde gegevens het resultaat van de speekselanalyse ter zijde schuiven. 7. De omstandigheid dat een beklaagde geen gebruik heeft gemaakt van het in artikel 62ter, § 4, tweede lid, Wegverkeerswet bepaalde recht om een tweede speekselanalyse te laten verrichten, doet daaraan geen afbreuk. 8. Het Hof gaat wel na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die op grond daarvan onmogelijk kunnen worden verantwoord. 9. Het bestreden vonnis oordeelt als volgt: - de verweerder houdt ook in hoger beroep vol geen drugs te hebben genomen voor de controle; - hij onderging op de datum van de feiten om 19.02 u een speekseltest; - hij bood zich om 19.45 u aan bij zijn huisarts waar hij onder toezicht een urinetest aflegde; - dit urinestaal leverde een negatief resultaat op; - op de rechtszitting in hoger beroep verklaarde de verweerder formeel dat hij in de zes maanden voor de feiten geen drugs meer had gebruikt, alsook dat hij op het ogenblik van de feiten tegenover de politie had aangegeven een bloedproef te willen ondergaan; - de rechtbank heeft geen reden om te twijfelen aan de waarachtigheid van de urinetest; - er zijn geen wettelijke bepalingen in verband met de gegevens die moeten worden vermeld bij een urinetest. Op grond van die redenen kan het bestreden vonnis wettig oordelen dat kan worden voorbijgaan aan de resultaten van de analyse van het speekselstaal en dat de verweerder wegens twijfel moet worden vrijgesproken. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. 10. In zoverre het middel het oordeel van het bestreden vonnis betreffende de bijzondere bewijswaarde van de materiële vaststellingen bekritiseert, is het gericht tegen een overtollige reden, kan het niet tot cassatie leiden en is het bijgevolg niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek 11. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Laat de kosten ten laste van de Staat. Bepaalt de kosten op 18,00 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, raadsheer Peter Hoet, sectievoorzitter Erwin Francis, de raadsheren Eric Van Dooren en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 24 maart 2026 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Isabelle De Tandt, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260324.2N.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.