← België

L.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 24 maart 2026 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260324.2N.7 Rolnummer: P.25.1691.N Zaak: L. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2026-03-30 Raadplegingen: 540 - laatst gezien 2026-06-18 15:34 Versie(s): Vertaling samenvatting(

  1. en)FR nog niet beschikbaar Fiche Samenvatting(
  2. en)nog niet beschikbaar Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 62 Tekst van de beslissing Nr. P.25.1691.N H. L., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Nicolaas Vinckier, advocaat bij de balie West-Vlaanderen, met kantoor te 8800 Roeselare, Hoogleedsesteenweg 7, waar de eiser woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank West-Vlaanderen, afdeling Brugge, van 21 november 2025. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Peter Hoet heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Isabelle De Tandt heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel 1. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en artikel 62, eerste, tweede, derde en vierde lid, Wegverkeerswet: een onbemand automatisch werkend toestel, dit is zonder een operator, kan een bewijs opleveren met bewijswaarde tot het tegendeel is bewezen; voor een bemand automatisch werkend toestel is de aanwezigheid van een operator vereist die voldoet aan de in artikel 19 van het koninklijk besluit van 12 oktober 2010 betreffende de goedkeuring, de ijking en de installatie van de meettoestellen om toezicht te houden op de naleving van de wet betreffende de politie over het wegverkeer en haar uitvoeringsbesluiten (hierna KB Meettoestellen) bepaalde regels; zonder zijn aanwezigheid is er geen bemand automatisch werkend toestel als bedoeld door artikel 62, tweede lid, Wegverkeerswet en kunnen de vaststellingen geen bewijswaarde tot het tegendeel hebben; uit artikel 62, vierde lid, Wegverkeerswet volgt dat ook het toestel en het gebruik ervan in overeenstemming moeten zijn met de bepalingen van het KB Meettoestellen; het oordeel dat een bemand automatisch werkend toestel is gebruikt en dat de vaststellingen ervan bijzondere bewijswaarde hebben, kan niet worden gegrond op de bewijsmiddelen die het toestel zelf oplevert, wat het bestreden vonnis nochtans aanneemt; de eiser heeft betwist dat het toestel waarmee hij werd geflitst, werd bemand door een daartoe opgeleide operator en dat het werd geïnstalleerd en bediend volgens de wettelijke bepalingen; de verbalisante, die niet de operator van het toestel is, gaf zelf aan dat zij niet aanwezig was bij de verkeerscontrole zodat de vermeldingen in haar proces-verbaal niet het resultaat zijn van eigen zintuiglijke vaststellingen over de installatie en bediening van het vermeende bemand automatisch werkend toestel; bijgevolg kan aan de vaststellingen van het toestel waarmee de eiser werd geflitst geen bewijswaarde worden gehecht. 2. Artikel 62, tweede lid, Wegverkeerswet bepaalt dat de vaststellingen gesteund op materiële bewijsmiddelen die door een bemand automatisch werkend toestel worden opgeleverd, bewijswaarde hebben zolang het tegendeel niet is bewezen. 3. Deze bepaling noch enig andere bepaling verzet zich ertegen dat van de met een bemand automatisch werkend toestel verrichte vaststellingen een proces-verbaal wordt opgesteld door een bevoegd politieambtenaar die niet de politieambtenaar is die het automatisch werkend toestel heeft bemand. Dat enkele feit heeft niet tot gevolg dat de vaststellingen, dit wil zeggen de vastgestelde overtreding van de Wegverkeerswet of de uitvoeringsbesluiten ervan, niet de in artikel 62, tweede lid, Wegverkeerswet bepaalde bijzondere bewijswaarde hebben. 4. Indien een beklaagde betwist dat de vaststellingen op grond waarvoor hij wordt vervolgd voor een overtreding van de Wegverkeerswet of de uitvoeringsbesluiten ervan, werden verricht met een bemand automatisch werkend toestel in overeenstemming met de bepalingen van het KB Meettoestellen, dient de rechter die betwisting, in de mate dat die op enigszins geloofwaardige wijze wordt aangevoerd, te onderzoeken. 5. De rechter kan bij die beoordeling steunen op alle aan tegenspraak onderworpen gegevens met inbegrip van de vermeldingen die zijn opgenomen in het proces-verbaal dat werd opgesteld naar aanleiding van die vaststellingen. Het is niet noodzakelijk dat deze gegevens zelf een bijzondere bewijswaarde hebben. 6. In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht. 7. Het bestreden vonnis oordeelt als volgt: - het aanvankelijk proces-verbaal werd opgesteld door assistent C. van de federale wegpolitie, personeelslid als bedoeld door artikel 3.1°/1, Wegverkeersreglement betreffende vaststellingen verricht door inspecteur L., radaroperator; - in het aanvankelijk proces-verbaal worden alle nuttige technische gegevens betreffende het gebruikte radartoestel en andere gegevens betreffende de meting vermeld; - in het aanvankelijk proces-verbaal worden de dienstige gegevens vermeld betreffende de operator van de bemande snelheidsmeter, inspecteur L., radar-operator van de betrokken politiezone; - ook de plaats en het tijdstip van de controle worden vermeld en er wordt geattesteerd dat het meettoestel werd geïnstalleerd en gebruikt volgens de wettelijke bepalingen en zoals voorgeschreven in de handleiding; - het gebruikte apparaat wordt nauwkeurig omschreven alsook de gegevens over de ijking en de geldigheidsdatum daarvan; - bij het proces-verbaal is een foto gevoegd en worden alle relevante technische informatie over de captatie verschaft; - uit het proces-verbaal blijkt duidelijk wie is opgetreden als operator van de snelheidsmeter en worden alle dienstige technische gegevens van de registratie van de inbreuk vermeld. Op grond van die gegevens kan de rechter wettig oordelen dat de aan de eiser verweten overtreding is gebeurd met een bemand automatisch werkend toestel dat werd gebruikt in overeenstemming met het KB Meettoestellen. Dat oordeel wordt niet afgeleid uit het door dit toestel opgeleverde bewijsmiddel, zijnde de vastgestelde snelheidsovertreding. Het bestreden vonnis kan dan ook wettig oordelen dat de door middel van het bemand automatisch werkend toestel verrichte vaststelling van de snelheidsovertreding bijzondere bewijswaarde heeft. Met de voormelde redenen beantwoordt en verwerpt het bestreden vonnis bovendien eisers verweer. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek 8. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 67,71 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, raadsheer Peter Hoet, sectievoorzitter Erwin Francis, de raadsheren Eric Van Dooren en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 24 maart 2026 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Isabelle De Tandt, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260324.2N.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.