← België

C&A BELGIË bv contra S. nv

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 26 maart 2026 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260326.1N.2 Rolnummer: C.24.0481.N Zaak: C&A BELGIË bv contra S. nv Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2026-04-14 Raadplegingen: 535 - laatst gezien 2026-06-18 06:09 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 De termijn voor de huurder om afstand te doen van de huurhernieuwing in artikel 20 Handelshuurwet is een uiterste termijn; zo kan de huurder op elk ogenblik afstand doen van zijn huurhernieuwingsaanvraag tot het ogenblik dat de verhuurder de huurhernieuwingsaanvraag van de huurder zonder voorbehoud en ondubbelzinnig aanvaardt, het vonnis over de huurhernieuwing in eerste aanleg kracht van gewijsde heeft gekregen, dan wel uiterlijk 15 dagen na de betekening van het in hoger beroep gewezen vonnis; een huurder die vóór de voormelde tijdstippen afstand doet van zijn huurhernieuwingsaanvraag begaat geen contractuele wanprestatie die aanleiding geeft tot contractuele aansprakelijkheid, behoudens in geval van rechtsmisbruik. Thesaurus CAS: HUUR VAN GOEDEREN - HANDELSHUUR - Einde (Opzegging. Huurhernieuwing. Enz) Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 1142 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Wet van 30 april 1951 BURGERLIJK WETBOEK. - BOEK III - TITEL VIII - HOOFDSTUK II, Afdeling 2bis : Regels betreffende de handelshuur in het bijzonder - 30-04-1951 - Art. 20 - 30 ELI link Pub nr 1951043003 Tekst van de beslissing Nr. C.24.0481.N C&A BELGIE bv, met zetel te 2850 Boom, Industrieweg 1/A, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0402.128.346, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen S. nv, (…) verweerster, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel van 24 juni

  1. Raadsheer Ilse Couwenberg heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Frederic Vroman heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling (…) Tweede middel (…) Gegrondheid
  2. Artikel 1142 Oud Burgerlijk Wetboek bepaalt dat iedere verbintenis om iets te doen of niet te doen wordt opgelost in schadevergoeding, in geval de schuldenaar de verbintenis niet nakomt.
  3. Krachtens artikel 20 Handelshuurwet wordt de huur hernieuwd tegen de prijs en de voorwaarden door de rechter vastgesteld indien geen beroep is ingesteld tegen het in eerste aanleg gewezen vonnis of indien de huurder, binnen vijftien dagen na de betekening van het in hoger beroep gewezen vonnis, van zijn vraag tot hernieuwing geen afstand heeft gedaan. De termijn voor de huurder om afstand te doen van de huurhernieuwing in artikel 20 Handelshuurwet is een uiterste termijn. Zo kan de huurder op elk ogenblik afstand doen van zijn huurhernieuwingsaanvraag tot het ogenblik dat de verhuurder de huurhernieuwingsaanvraag van de huurder zonder voorbehoud en ondubbelzinnig aanvaardt, het vonnis over de huurhernieuwing in eerste aanleg kracht van gewijsde heeft gekregen, dan wel uiterlijk 15 dagen na de betekening van het in hoger beroep gewezen vonnis. Aldus begaat een huurder die vóór de voormelde tijdstippen afstand doet van zijn huurhernieuwingsaanvraag geen contractuele wanprestatie die aanleiding geeft tot contractuele aansprakelijkheid, behoudens in geval van rechtsmisbruik.
  4. De appelrechter stelt vast en oordeelt dat: - de eiseres een handelspand huurt van de verweerster; - de rechtsvoorgangster van de eiseres en de rechtsvoorgangster van de verweerster deze verhuurovereenkomst sloten op 30 mei 1994; - de eiseres op 23 september 2021 de verweerster verzocht om een derde handelshuurhernieuwing met een verlaging van de huurprijs naar 100.000 euro per jaar in plaats van de toen geldende huurprijs van 208.662,63 euro per jaar; - de verweerster op 5 oktober 2021 haar voorwaarden voor een derde huurhernieuwing mededeelde aan de eiseres; - de eiseres de verweerster op 20 oktober 2021 in verzoening heeft laten oproepen omdat zij meende dat de houding van de verhuurster met betrekking tot de huurhernieuwing dubbelzinnig en onduidelijk was; - op de verzoeningszitting van 27 oktober 2021 een niet-verzoening werd geacteerd; - de verweerster in de pers vernam dat de eiseres haar winkel op 26 november 2022 zou sluiten; - de eiseres de verweerster op 23 november 2022 op officiële wijze op de hoogte bracht dat zij afstand deed van haar aanvraag tot derde huurhernieuwing en meldde dat de huurovereenkomst op 31 december 2022 een einde zal nemen; - het laattijdig op de hoogte brengen van de verweerster als fout aan de zijde van de eiseres wordt beschouwd; - het pand zes maanden na het einde van de huurovereenkomst nog steeds leegstond; - de verweerster recht heeft op een schadevergoeding naar analogie met een wederverhuringsvergoeding, gelijk aan zes maanden huur, zoals bepaald in artikel 17 van de huurovereenkomst.
  5. De appelrechter die op grond van deze redenen oordeelt dat de verweerster foutief handelde door afstand te doen van haar huurhernieuwingsaanvraag zonder hierbij na te gaan of de uiterste termijnen zoals vooropgesteld in artikel 20 Handelshuurwet waren verstreken, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het oordeelt over de vordering van de verweerster tot het betalen van een vergoeding wegens het foutief handelen bij de afstand van de aanvraag tot een derde huurhernieuwing en uitspraak doet over de kosten. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de rechtbank van eerste aanleg Leuven, rechtszitting houdend in hoger beroep. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, sectievoorzitter Bart Wylleman, en de raadsheren Ilse Couwenberg, Myriam Ghyselen en Eva Van Hoorde, en in openbare rechtszitting van 26 maart 2026 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Frederic Vroman, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260326.1N.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.