← België

LADEVAN nv contra GEMEENTE KUURNE

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 26 maart 2026 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260326.1N.5 Rolnummer: C.25.0002.N Zaak: LADEVAN nv contra GEMEENTE KUURNE Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2026-04-14 Raadplegingen: 630 - laatst gezien 2026-06-18 17:11 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260326.1N.5 Fiche Het bouw-of verkavelingsverbod dat voortvloeit uit een in werking getreden ruimtelijk uitvoeringsplan kan leiden tot het toekennen van planschadevergoeding indien het perceel voorafgaand aan dit nieuwe ruimtelijk uitvoeringsplan wel voor bebouwing of voor verkaveling in aanmerking kwam; om aanspraak te maken op planschadevergoeding is niet vereist dat het bestemmingsgebied waarin het perceel ligt door het in werking getreden ruimtelijk uitvoeringsplan wordt gewijzigd; zowel een definitief als een tijdelijk woon-of verkavelingsverbod kan aanleiding geven tot planschade

(1).
(1)Zie concl. OM.
(2)VCRO, art. 2.6.1, § 2, zoals van toepassing vóór de wijziging bij Decreet van 26 mei
  1. Thesaurus CAS: STEDENBOUW - RUIMTELIJKE ORDENING. PLAN VAN AANLEG Wettelijke bepalingen: Besluit van de Vlaamse Regering 15 mei 2009 houdende coördinatie van de decreetgeving op de ruimtelijke ordening - 15-05-2009 - Art. 2.6.1, § 2 - 36 ELI link Pub nr 2009A35738 Tekst van de beslissing Nr. C.25.0002.N LADEVAN nv, met zetel te 1160 Oudergem, Gustave Demeylaan 100, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0420.030.586, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Beatrix Vanlerberghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen GEMEENTE KUURNE, vertegenwoordigd door haar college van burgemeester en schepenen, met zetel te 8520 Kuurne, Marktplein 9, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0207.430.342, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 20 september
  2. Advocaat-generaal Frederic Vroman heeft op 20 februari 2026 een schriftelijke conclusie neergelegd. Sectievoorzitter Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Frederic Vroman heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  3. Krachtens artikel 2.6.1, § 2, VCRO, zoals van toepassing, wordt planschadevergoeding toegekend, wanneer op basis van een in werking getreden ruimtelijk uitvoeringsplan, een perceel niet meer in aanmerking komt voor een vergunning om te bouwen, vermeld in artikel 4.2.1, 1° of te verkavelen, terwijl het de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van het definitieve plan wel in aanmerking kwam voor een vergunning om te bouwen of voor het verkavelen van gronden. Hieruit volgt dat het bouw-of verkavelingsverbod dat voortvloeit uit een in werking getreden ruimtelijk uitvoeringsplan kan leiden tot het toekennen van planschadevergoeding indien het perceel voorafgaand aan dit nieuwe ruimtelijk uitvoeringsplan wel voor bebouwing of voor verkaveling in aanmerking kwam. Om aanspraak te maken op planschadevergoeding is niet vereist dat het bestemmingsgebied waarin het perceel ligt door het in werking getreden ruimtelijk uitvoeringsplan wordt gewijzigd. Zowel een definitief als een tijdelijk woon-of verkavelingsverbod kan aanleiding geven tot planschade.
  4. De appelrechters stellen vast dat: - het kwestieuze perceel zowel de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van het definitieve gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan, hierna GRUP, WUG Sint-Pieter, als de dag waarop dit GRUP in werking is getreden, gelegen is en blijft in woonuitbreidingsgebied; - met het GRUP enkel een tijdelijk bouwverbod, weze het voor een periode van 20 jaar wordt ingevoerd.
  5. De appelrechters die oordelen dat dit tijdelijk bouwverbod geen recht op planschadevergoeding doet ontstaan, schenden artikel 2.6.1, § 2, VCRO. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Antwerpen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, sectievoorzitter Bart Wylleman, en de raadsheren Ilse Couwenberg, Myriam Ghyselen en Eva Van Hoorde, en in openbare rechtszitting van 26 maart 2026 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Frederic Vroman, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260326.1N.5 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260326.1N.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.