id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 26 maart 2026 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2026
Art. 1
- 30 ELI link Pub nr 1804032150 Thesaurus CAS: OVEREENKOMST - ALGEMENE BEGRIPPEN Wettelijke bepalingen: oud
Art. 1
- 30 ELI link Pub nr 1804032150 Fiches 3 - 4 Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat artikel 15, § 1, eerste lid, 1°, KB 22 mei 2014, zoals ingevoerd bij besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2018, een dwingende bepaling is ter bescherming van de belangen van de schuldeisers van een transportonderneming waardoor de borgtocht, gesteld vóór de inwerkingtreding van deze bepaling op dwingende wijze wordt uitgebreid tot waarborg voor de brandstofschulden
(1)
(2).
(1)Zie concl. OM.
(2)Koninklijk Besluit van 22 mei 2014, art. 15, § 1, eerste lid, 1°, zoals van toepassing voor en na de wijziging bij Besluit van 20 juli 2018. Thesaurus CAS: VERVOER - GOEDERENVERVOER - Landvervoer. Wegvervoer Wettelijke bepalingen: Verordening (EG) nr. 1071/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels betreffende de voorwaarden waaraan moet zijn voldaan om het beroep van wegvervoerondernemer uit te oefenen en tot ... - 21-10-2009 - Art. 7.2 Wet 15 juli 2013 betreffende het goederenvervoer over de weg en houdende uitvoering van de Verordening (EG) nr. 1071/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels betreffende de ... - 15-07-2013 - Art. 14 - 22 ELI link Pub nr 2013014763 Wet 15 juli 2013 betreffende het goederenvervoer over de weg en houdende uitvoering van de Verordening (EG) nr. 1071/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels betreffende de ... - 15-07-2013 - Art. 15, 3° - 22 ELI link Pub nr 2013014763 KB 22 mei 2014 betreffende het goederenvervoer over de weg - 22-05-2014 - Art. 15, § 1, eerste lid, en § 2 - 36 ELI link Pub nr 2014014302 oud
Art. 1
- 30 ELI link Pub nr 1804032150 Thesaurus CAS: BORGTOCHT Wettelijke bepalingen: Verordening (EG) nr. 1071/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels betreffende de voorwaarden waaraan moet zijn voldaan om het beroep van wegvervoerondernemer uit te oefenen en tot ... - 21-10-2009 - Art. 7.2 Wet 15 juli 2013 betreffende het goederenvervoer over de weg en houdende uitvoering van de Verordening (EG) nr. 1071/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels betreffende de ... - 15-07-2013 - Art. 14 - 22 ELI link Pub nr 2013014763 Wet 15 juli 2013 betreffende het goederenvervoer over de weg en houdende uitvoering van de Verordening (EG) nr. 1071/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels betreffende de ... - 15-07-2013 - Art. 15, 3° - 22 ELI link Pub nr 2013014763 KB 22 mei 2014 betreffende het goederenvervoer over de weg - 22-05-2014 - Art. 15, § 1, eerste lid, en § 2 - 36 ELI link Pub nr 2014014302 oud
Art. 1- 30 ELI link Pub nr 1804032150 Tekst van de beslissing Nr.
C.25.0077.N 1. V. R. DISTRIBUTIE nv, (…) 2. V. R. CHEMICALS nv, (…) eiseressen, vertegenwoordigd door mr. Martin Lebbe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1060 Brussel, Jourdanstraat 31, waar de eiseressen woonplaats kiezen, tegen BNP PARISBAS FORTIS nv, met zetel te 1000 Brussel, Warandeberg 3, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0403.199.702, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 18 oktober 2024. Advocaat-generaal Frederic Vroman heeft op 20 februari 2026 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Ilse Couwenberg heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Frederic Vroman heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseressen voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling (…) Gegrondheid Tweede onderdeel 3. Krachtens artikel 7.2 Verordening (EG) nr. 1071/2009 van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels betreffende de voorwaarden waaraan moet zijn voldaan om het beroep van wegvervoerondernemer uit te oefenen en tot intrekking van Richtlijn 96/26/EG van de Raad, kan de bevoegde instantie toestaan of vereisen dat een transportonderneming haar financiële draagkracht aantoont door middel van een attest, zoals een bankgarantie of een verzekering van één of meerdere banken of andere financiële instellingen, waaronder verzekeringsmaatschappijen, die zich borg stellen en hoofdelijk verbinden voor de in de eerste alinea van lid 1 vastgestelde bedragen. 4. Krachtens artikel 14 van de uitvoeringswet van 15 juli 2013 betreffende het goederenvervoer over de weg voldoet een transportonderneming aan de voorwaarde van financiële draagkracht wanneer zij aantoont, in functie van het aantal motorvoertuigen waarvoor gewaarmerkte afschriften van een nationale of communautaire vergunning werden aangevraagd of afgegeven, een hoofdelijke borgtocht te hebben gesteld zoals bepaald in artikel 7 van de Verordening (EG) nr. 1071/2009. 5. Krachtens artikel 15, 3°, van de uitvoeringswet van 15 juli 2013 betreffende het goederenvervoer over de weg bepaalt de Koning de bestemming van de borgtocht. 6. In uitvoering van voormelde bepaling bepaalt artikel 15, § 1, eerste lid, KB 22 mei 2014 de schulden waarvoor de schuldeisers van een transportonderneming een beroep kunnen doen op de borgtocht. Artikel 15, § 1, eerste lid, KB 22 mei 2014 bepaalde in zijn oorspronkelijke versie dat “de borgtocht in zijn geheel dient om de schulden van de onderneming te waarborgen voor zover zij opeisbaar werden tijdens de periodes bedoeld in paragraaf 2 en voor zover zij voortvloeien uit: 1° de levering aan de onderneming van de volgende materiële goederen en diensten, voor zover zij dienen voor de uitvoering van de in artikel 2, 1° en 2°, van de wet bedoelde werkzaamheden:
- a)de banden, alsook de andere onderdelen en de verplichte toebehoren van de voertuigen;
- b)de herstelling en het onderhoud van de voertuigen;
- c)de prestaties van het rijdend personeel; 2° de vervoersovereenkomsten, zowel de hoofdovereenkomsten als de overeenkomsten van onderaanneming, gesloten door de onderneming; 3° de niet-betaling van de retributies door de onderneming verschuldigd op grond van artikel 23 van de wet.” 7. Krachtens artikel 15, § 2, van voormeld koninklijk besluit kan op de borgtocht slechts aanspraak worden gemaakt voor zover de schulden opeisbaar werden in de periode van 365 dagen die aan de datum van aanspraak op de borgtocht voorafgaat. 8. Bij arrest nr. 235.400 van 11 juli 2016 heeft de Raad van State artikel 15, § 1, eerste lid, 1°, KB 22 mei 2014 met terugwerkende kracht vernietigd, omdat de leveranciers van brandstoffen ten onrechte van deze waarborgregeling werden uitgesloten. 9. Bij besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2018 tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 mei 2014 betreffende het goederenvervoer over de weg tot het bepalen van de begunstigden van de borgtocht werd een nieuw punt 1° ingevoegd in artikel 15, § 1, eerste lid, KB 22 mei 2014 dat luidt als volgt “1° de levering aan de onderneming van de volgende materiële goederen en diensten, op voorwaarde dat ze dienen voor de uitvoering van de werkzaamheden, vermeld in artikel 2, eerste lid, 1° en 2°, van de wet:
- a)de banden, alsook de andere onderdelen en de verplichte toebehoren van de voertuigen;
- b)de herstelling en het onderhoud van de voertuigen;
- c)de prestaties van het rijdend personeel;
- d)de brandstoffen”. 10. Krachtens artikel 1 Oud Burgerlijk Wetboek beschikt de wet alleen voor het toekomende en heeft zij geen terugwerkende kracht. Een nieuwe wet is in beginsel niet alleen van toepassing op toestanden die na haar inwerkingtreding ontstaan, maar ook op de toekomstige gevolgen van onder de vroegere wet ontstane toestanden die zich voordoen of zich voortzetten onder vigeur van de nieuwe wet, voor zover daardoor geen afbreuk wordt gedaan aan reeds onherroepelijk vastgestelde rechten. Inzake overeenkomsten blijft evenwel de oude wet van toepassing, ook op de toekomstige gevolgen, tenzij de nieuwe wet van openbare orde of van dwingend recht is of uitdrukkelijk de toepassing bepaalt op de lopende overeenkomsten. 11. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat artikel 15, § 1, eerste lid, 1°, KB 22 mei 2014, zoals ingevoerd bij voormeld besluit van 20 juli 2018, een dwingende bepaling is ter bescherming van de belangen van de schuldeisers van een transportonderneming waardoor de borgtocht, gesteld vóór de inwerkintreding van deze bepaling op dwingende wijze wordt uitgebreid tot waarborg voor de brandstofschulden. 12. De appelrechter die oordeelt dat het nieuwe artikel 15, § 1, eerste lid, 1°, KB 22 mei 2014 niet van toepassing is op de borgtocht die de verweerster vóór de inwerkingtreding van het nieuwe artikel 15, § 1, eerste lid, 1°, van voormeld koninklijk besluit voor de transportonderneming Krt International bv heeft aangegaan, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. (…) Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Antwerpen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, sectievoorzitter Bart Wylleman, en de raadsheren Ilse Couwenberg, Myriam Ghyselen en Eva Van Hoorde, en in openbare rechtszitting van 26 maart 2026 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Frederic Vroman, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260326.1N.7 Gerelateerde publicatie(
- s)Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260326.1N.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div