id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 02 april 2026 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260402.1N.2 Rolnummer: F.23.0087.N Zaak: T. contra BELGISCHE STAAT, FINANCIEN Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht - Constitutioneel recht - Strafrecht Invoerdatum: 2026-04-27 Raadplegingen: 668 - laatst gezien 2026-06-18 18:05 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260402.1N.2 Fiche 1 De inbreuken die tot een belastingverhoging aanleiding kunnen geven, zijn voltrokken zodra de voor de aangifte bepaalde termijn verstreken is en er dus sprake is van niet-aangifte in de zin van voormeld artikel 444, zowel in geval van niet-overlegging van het aangifteformulier aan de bevoegde dienst als in geval van laattijdige overlegging van die aangifte
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - AANSLAGPROCEDURE - Sancties. Verhogingen. Administratieve boeten. Straffen Wettelijke bepalingen: Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Art. 305 Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Art. 444 Fiche 2 Artikel 6 van de wet van 30 juni 2017 houdende maatregelen in de strijd tegen de fiscale fraude breidt de toepassing van artikel 444 niet uit tot een inbreuk die hierin niet zou worden vermeld, maar maakt voortaan uitdrukkelijk melding, om elk misverstand te voorkomen, van het geval van een laattijdige overlegging van de aangifte en bevestigt aldus de uitlegging van het begrip niet-aangifte zoals het van meet af aan uit de voormelde bepalingen voortvloeide
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: WETTEN. DECRETEN. ORDONNANTIES. BESLUITEN - UITLEGGING Fiche 3 Een interpretatieve wet kan niet worden geacht een retroactieve strafbaarstelling in te houden van een inbreuk die door de interpretatieve wet, in overeenstemming met de draagwijdte en de betekenis van de geïnterpreteerde wet, uitdrukkelijk strafbaar wordt gesteld
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: WETTEN. DECRETEN. ORDONNANTIES. BESLUITEN - UITLEGGING Fiches 4 - 5 De legaliteit van een fiscale wetsbepaling met strafrechtelijk karakter vereist dat de wetsbepaling voldoende toegankelijk is en als dusdanig of in samenhang met andere bepalingen gelezen, op voldoende precieze wijze de als strafbaar gestelde gedraging omschrijft, zodat de draagwijdte ervan redelijkerwijs voorzienbaar is. Aan de vereiste van de redelijke voorzienbaarheid is voldaan als het voor de persoon op wie de wetsbepaling van toepassing is, mogelijk is op grond van de bepaling en, zo nodig, met behulp van de uitlegging ervan gegeven door de fiscale administratie en de rechtspraak, de handelingen en verzuimen te kennen die zijn strafrechtelijke verantwoordelijkheid kunnen meebrengen; het legaliteitsbeginsel verzet zich niet ertegen dat een interpretatieve wet de draagwijdte van een wetsbepaling verduidelijkt. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - AANSLAGPROCEDURE - Sancties. Verhogingen. Administratieve boeten. Straffen STRAF - ALGEMEEN. STRAF EN MAATREGEL. WETTIGHEID Tekst van de beslissing Nr. F.23.0087.N K. T., eiseres, met als raadslieden mr. Michel Maus, advocaat bij de balie West-Vlaanderen, met kantoor te 8340 Sijsele, Holleweg 2, en mr. Pieterjan Smeyers, advocaat bij de balie te Brussel, met kantoor te 1050 Elsene, Marsveldplein 5/5, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen BELGISCHE STAAT, Federale Overheidsdienst Financiën, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0308.357.159, voor wie optreedt de adviseur-generaal, directeur Centrum Particulieren Brugge, met kantoor te 8200 Brugge, Koning Albert I-laan 1-5 bus 3, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Geoffroy de Foestraets en mr. Stefan De Vleeschouwer, beiden advocaat bij het Hof van Cassatie, beiden met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 18 april
- De eerste voorzitter heeft bij beschikking van 26 januari 2026 beslist dat de zaak wordt behandeld in voltallige zitting. Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft op 12 februari 2026 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Myriam Ghyselen heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Krachtens artikel 444, eerste lid, WIB92, zoals van toepassing, worden, bij niet-aangifte of in geval van onvolledige of onjuiste aangifte, de op het niet-aangegeven inkomstengedeelte verschuldigde belastingen vermeerderd met een belastingverhoging die wordt bepaald naargelang de aard en de ernst van de overtreding, volgens een schaal waarvan de trappen door de Koning worden vastgesteld en gaande van 10 tot 200 pct. van de op het niet-aangegeven inkomstengedeelte verschuldigde belastingen. Krachtens artikel 305 van dat wetboek zijn de aan een van de daarin bedoelde inkomstenbelastingen onderworpen belastingplichtigen gehouden ieder jaar aan de administratie een aangifte over te leggen in de vormen en binnen de termijnen omschreven in de artikelen 307 tot
- Artikel 307, § 1, eerste lid, WIB92 bepaalt dat de aangifte wordt gedaan op een formulier waarvan het model door de Koning wordt vastgesteld. Paragraaf 2, eerste lid, van dit artikel bepaalt dat het formulier wordt ingevuld overeenkomstig de daarin voorkomende aanduidingen, gewaarmerkt, gedagtekend en ondertekend. Krachtens artikel 308, § 1, WIB92 moeten de in artikel 305 beoogde belastingplichtigen hun aangifte aan de dienst die op het formulier is vermeld doen toekomen binnen de op het formulier aangegeven termijn, die niet korter mag zijn dan één maand te rekenen vanaf de verzending ervan. Krachtens artikel 346 WIB92 kan de belastingadministratie de inkomsten en andere gegevens die de belastingplichtige heeft vermeld in een aangifte die voldoet aan de vorm- en termijnvereisten van de artikelen 307 tot 311, dan wel schriftelijk heeft erkend, onder de daarin bepaalde voorwaarden wijzigen. Krachtens artikel 351, eerste lid, WIB92 kan de administratie de aanslag ambtshalve vestigen op het bedrag van de belastbare inkomsten die ze kan vermoeden op grond van de gegevens waarover ze beschikt, ingeval de belastingplichtige heeft nagelaten aangifte te doen binnen de termijnen bedoeld in de artikelen 307 tot
- Uit de samenhang van deze bepalingen volgt dat de inbreuken die tot een belastingverhoging aanleiding kunnen geven, zijn voltrokken zodra de voor de aangifte bepaalde termijn verstreken is en er dus sprake is van niet-aangifte in de zin van voormeld artikel 444, zowel in geval van niet-overlegging van het aangifteformulier aan de bevoegde dienst als in geval van laattijdige overlegging van die aangifte.
- Artikel 6 van de wet van 30 juni 2017 houdende maatregelen in de strijd tegen de fiscale fraude breidt de toepassing van artikel 444 niet uit tot een inbreuk die hierin niet zou worden vermeld, maar maakt voortaan uitdrukkelijk melding, om elk misverstand te voorkomen, van het geval van een laattijdige overlegging van de aangifte en bevestigt aldus de uitlegging van het begrip niet-aangifte zoals het van meet af aan uit de voormelde bepalingen voortvloeide. Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Tweede middel
- Een interpretatieve wet is een wet die betreffende een punt waar de rechtsregel onzeker of betwist is, een oplossing geeft die door de rechtspraak had kunnen worden aangenomen. Een interpretatieve wet wijzigt de geïnterpreteerde wet dus niet, noch vult een interpretatieve wet de geïnterpreteerde wet aan. Een interpretatieve wet maakt integraal deel uit van de geïnterpreteerde wet. De geïnterpreteerde wet wordt geacht van meet af aan de betekenis te hebben als door de interpretatieve wet verduidelijkt. Een interpretatieve wet werkt terug tot op de datum van inwerkingtreding van de wet die zij interpreteert. Een interpretatieve wet kan bijgevolg niet worden geacht een retroactieve strafbaarstelling in te houden van een inbreuk die door de interpretatieve wet, in overeenstemming met de draagwijdte en de betekenis van de geïnterpreteerde wet, uitdrukkelijk strafbaar wordt gesteld. Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Derde middel
- De legaliteit van een fiscale wetsbepaling met strafrechtelijk karakter vereist dat de wetsbepaling voldoende toegankelijk is en als dusdanig of in samenhang met andere bepalingen gelezen, op voldoende precieze wijze de als strafbaar gestelde gedraging omschrijft, zodat de draagwijdte ervan redelijkerwijs voorzienbaar is. Aan de vereiste van de redelijke voorzienbaarheid is voldaan als het voor de persoon op wie de wetsbepaling van toepassing is, mogelijk is op grond van de bepaling en, zo nodig, met behulp van de uitlegging ervan gegeven door de fiscale administratie en de rechtspraak, de handelingen en verzuimen te kennen die zijn strafrechtelijke verantwoordelijkheid kunnen meebrengen.
- Het legaliteitsbeginsel verzet zich niet ertegen dat een interpretatieve wet de draagwijdte van een wetsbepaling verduidelijkt. Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 289,63 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer in voltallige zitting, samengesteld uit eerste voorzitter Eric de Formanoir, als voorzitter, sectievoorzitters Geert Jocqué, Bart Wylleman en Marie-Claire Ernotte, en de raadsheren Ilse Couwenberg, Marielle Moris, Sven Mosselmans, Simon Claisse en Myriam Ghyselen, en in openbare terechtzitting van 2 april 2026 uitgesproken door eerste voorzitter Eric de Formanoir, in aanwezigheid van advocaat-generaal Stijn Ravyse, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260402.1N.2 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260402.1N.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div