id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 02 april 2026 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260402.1N.7 Rolnummer: C.24.0233.N Zaak: HET ZIEKENHUISNETWERK ANTWERPEN vzw c. Dr. O. bv Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2026-04-27 Raadplegingen: 573 - laatst gezien 2026-06-18 09:39 Versie(s): Vertaling samenvatting(
- en)FR nog niet beschikbaar Fiche De centraal geïnde honoraria worden aangewend voor de dekking van de kosten van het ziekenhuis die zijn veroorzaakt door de medische prestaties in zoverre deze kosten niet effectief door het budget van financiële middelen worden vergoed. Thesaurus CAS: GENEESKUNDE - ALGEMEEN Wettelijke bepalingen: Gecoördineerde Wet 10 juli 2008 op de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen - 10-07-2008 - Art. 154 - 90 ELI link Pub nr 2008A24327 Gecoördineerde Wet 10 juli 2008 op de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen - 10-07-2008 - Art. 155 - 90 ELI link Pub nr 2008A24327 Tekst van de beslissing Nr. C.24.0233.N HET ZIEKENHUISNETWERK ANTWERPEN vzw, met zetel te 2000 Antwerpen, Leopoldstraat 26, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0862.382.656, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen 1. DR. O.. bv, 2. M.B., 3. DR. M. B., 4. S. B., 5. P. S.-V., in zijn hoedanigheid van erfgenaam van M. S.-V., 6. R. S.-V., in zijn hoedanigheid van erfgenaam van M. S.-V., 7. R. V.U., in haar hoedanigheid van erfgenaam van M. S.-V., 8. DR. W. D.W. bv, 9. DOKTER M. D. bv, 10. B. bv, 11. DR. S. C. bv, 12. DR. J. D. bv, 13. D. V., 14. DR. V. D. ANESTHESIE – DR. V. D. PLASTISCHE CHIRURGIE bv, 15. DR. E. bv, 16. S. E., 17. I. F., 18. DR. I. F. bv, 19. S. V. H., 20. DR. V. H. S. bv, 21. DOKTER S.K.C. G. bv, 22. DOKTER M. V. R. bv, 23. DR. E. R. bv, 24. DOKTER T. M. bv, 25. ANEVASC bv, 26. DR. M. S. bv, 27. B. bv, verweerders, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de verweerders woonplaats kiezen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 11 maart 2024. Sectievoorzitter Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling (…) Gegrondheid 6. Artikel 154 Ziekenhuiswet 2008 bepaalt dat, onverminderd artikel 155, de honoraria, centraal geïnd of niet, alle kosten dekken die direct of indirect verbonden zijn aan de uitvoering van medische prestaties, zoals onder meer kosten van medisch, verpleegkundig, paramedisch, verzorgend, technisch, administratief, onderhouds- en ander hulppersoneel, kosten verbonden aan gebruik van lokalen, kosten van aanschaffing, vernieuwing, grote herstellingen en onderhoud van de benodigde uitrusting, kosten van materiaal en geneeskundige verbruiksgoederen en kosten van goederen en door derden geleverde diensten met betrekking tot de gemeenschappelijke diensten, die niet door het budget van financiële middelen worden vergoed. Artikel 155, § 1, 3°, Ziekenhuiswet 2008 bepaalt dat de centraal geïnde honoraria worden aangewend voor de dekking van de kosten veroorzaakt door medische prestaties die niet door het budget worden vergoed. Artikel 155, § 3, eerste lid, Ziekenhuiswet 2008 bepaalt dat de inningsdienst daarenboven op de geïnde bedragen, ter dekking van alle kosten van het ziekenhuis veroorzaakt door de medische prestaties die niet door het budget worden vergoed, inhoudingen toepast die in percenten kunnen worden uitgedrukt en worden vastgesteld op grond van tarieven bepaald in onderlinge overeenstemming tussen de beheerder en de medische raad. 7. Uit deze wetsbepalingen en hun wetsgeschiedenis blijkt dat de centraal geïnde honoraria worden aangewend voor de dekking van de kosten van het ziekenhuis die zijn veroorzaakt door de medische prestaties in zoverre deze kosten niet effectief door het budget van financiële middelen worden vergoed. 8. De appelrechters die met de redenen vermeld in r.o. 4 oordelen dat de artikelen 4.4.3.1. van de Financiële Regeling, deel I Raamovereenkomst, 1.3.1.1. van het Uitvoeringsbesluit 2012 van de Financiële Regeling, 1.3.1.1. van het Uitvoeringsbesluit 2015-2016 van de Financiële Regeling en artikel 1.3.1.1. van het Uitvoeringsbesluit 2017-2018 van de Financiële Regeling, wat betreft de wijze van aanrekening van de kosten van perfusie in strijd zijn met artikel 154 Ziekenhuiswet zodat deze bepalingen buiten toepassing dienen verklaard te worden in de relatie tussen de partijen, verantwoorden hun beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Gent. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, en de raadsheren Sven Mosselmans, Myriam Ghyselen, Michael Traest en Ann De Wolf, en in openbare rechtszitting van 2 april 2026 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Stijn Ravyse, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. Gerelateerde publicatie(
- s)citeert: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251205.1F.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.