id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 14 april 2026 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2026
Art. 27- 01 ELI link Pub nr 1878041750 Thesaurus CAS: STRAF - ALGEMEEN.
STRAF EN MAATREGEL. WETTIGHEID Wettelijke bepalingen: Voorafgaande titel van het Wetboek
Art. 27
- 01 ELI link Pub nr 1878041750 Thesaurus CAS: VEROORDELING MET UITSTEL EN OPSCHORTING VAN DE VEROORDELING - GEWOON UITSTEL Wettelijke bepalingen: Voorafgaande titel van het Wetboek
Art. 27- 01 ELI link Pub nr 1878041750 Tekst van de beslissing Nr.
P.26.0105.N L. J., beklaagde, eiseres, met als raadsman mr. Kristof Windey, advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, van 22 december
- De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 27 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering: het bestreden vonnis dat een overschrijding van de redelijke termijn vaststelt, verleent voor een gedeelte van de uitgesproken geldboeten uitstel van tenuitvoerlegging; daarmee vermindert het bestreden vonnis echter niet de opgelegde straf wegens overschrijding van de redelijke termijn aangezien het uitstel enkel betrekking heeft op de uitvoering van de straf en niet op de straf zelf.
- Uit artikel 27 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering en de wetsgeschiedenis ervan volgt dat de rechter die een overschrijding van de redelijke termijn vaststelt, die hij niet als zeer zwaarwichtig beoordeelt, kan remediëren door het uitspreken van de veroordeling bij eenvoudige schuldigverklaring, door het opleggen van een straf onder het wettelijk minimum of door het opleggen van een straf die reëel en meetbaar lager is dan de straf die hij zou hebben opgelegd zonder overschrijding van de redelijke termijn.
- Het opleggen van een straf die reëel en meetbaar lager is dan de straf die de rechter zou hebben opgelegd zonder overschrijding van de redelijke termijn als remediëring voor de vastgestelde overschrijding van die termijn, kan bestaan in het verlenen van uitstel van tenuitvoerlegging voor het geheel of een deel van de opgelegde straf of straffen, voor zover de wet het verlenen van uitstel toelaat. Door uitstel van tenuitvoerlegging toe te staan in plaats van het opleggen van een effectieve straf verleent de rechter een daadwerkelijk rechtsherstel. De omstandigheid dat de remediëring betrekking heeft op de tenuitvoerlegging van de straf en niet op de straf zelf, laat niet toe anders te oordelen. Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten op 74,31 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, sectievoorzitter Erwin Francis, de raadsheren Eric Van Dooren, Bruno Lietaert en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 14 april 2026 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260414.2N.4 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20131009.2 ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191016.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div