← België

Inve Technologies nv c. BELGISCHE STAAT fod Financiën

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 16 april 2026 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2026

Art. 19

, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - Deel IV: BURGERLIJKE RECHTSPLEGING. (art. 664 tot 1385octiesdecies) -

Art. 1050

, tweede lid - 04 ELI link Pub nr 1967101055 Thesaurus CAS: VONNISSEN EN ARRESTEN - BELASTINGZAKEN Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - Eerste deel: ALGEMENE BEGINSELEN. (art. 1 tot 57) -

Art. 19

, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - Deel IV: BURGERLIJKE RECHTSPLEGING. (art. 664 tot 1385octiesdecies) -

Art. 1050

, tweede lid - 04 ELI link Pub nr 1967101055 Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN (HANDELSZAKEN EN SOCIALE ZAKEN INBEGREPEN) - Beslissingen en partijen Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - Eerste deel: ALGEMENE BEGINSELEN. (art. 1 tot 57) -

Art. 19

, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - Deel IV: BURGERLIJKE RECHTSPLEGING. (art. 664 tot 1385octiesdecies) -

Art. 1050

, tweede lid - 04 ELI link Pub nr 1967101055 Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - BELASTINGZAKEN - Inkomstenbelastingen Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - Eerste deel: ALGEMENE BEGINSELEN. (art. 1 tot 57) -

Art. 19

, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - Deel IV: BURGERLIJKE RECHTSPLEGING. (art. 664 tot 1385octiesdecies) -

Art. 1050, tweede lid - 04 ELI link Pub nr 1967101055 Tekst van de beslissing Nr.

C.24.0505.N 1. INVE TECHNOLOGIES nv, met zetel te 9200 Dendermonde, Hoogveld 93, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0459.884.423, 2. INVE AQUACULTURE nv, met zetel te 9200 Dendermonde, Hoogveld 93, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0424.468.634, eiseressen, vertegenwoordigd door mr. Daniel Garabedian, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Goedheidsstraat 5, waar de eiseressen woonplaats kiezen, tegen BELGISCHE STAAT, Federale Overheidsdienst Financiën, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kantoor te 1000 Brussel, Wetstraat 12, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0308.357.159, voor wie optreedt de Algemene Administratie van de Bijzondere Belastinginspectie, met correspondentieadres te 9050 Ledeberg, Gaston Crommenlaan 6 bus 822, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Stefan De Vleeschouwer, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1853 Strombeek-Bever, Temselaan 100A, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 24 september 2024. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft op 5 maart 2026 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Sven Mosselmans heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseressen voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling 1. Artikel 19, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat het vonnis een eindvonnis is voor zover daarmee de rechtsmacht van de rechter over een geschilpunt is uitgeput, behoudens de bij wet bepaalde rechtsmiddelen. Artikel 19, derde lid, Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat de rechter, alvorens recht te spreken, in elke stand van de rechtspleging, een voorafgaande maatregel kan bevelen om de vordering te onderzoeken of een tussengeschil te regelen dat betrekking heeft op een dergelijke maatregel, dan wel de toestand van de partijen voorlopig te regelen. 2. Artikel 1050, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat tegen een beslissing inzake bevoegdheid of, tenzij de rechter ambtshalve of op verzoek van een van de partijen anders bepaalt, een beslissing alvorens recht te spreken slechts hoger beroep kan worden ingesteld samen met het hoger beroep tegen het eindvonnis. 3. Met ‘eindvonnis’ in de zin van artikel 19, eerste lid, en artikel 1050, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek doelt de wetgever op een eindbeslissing waarmee de rechter een geschilpunt definitief beslecht, zodat hij zijn rechtsmacht over dat punt uitput. 4. Uit de stukken waarop het Hof kan acht slaan, blijkt dat de verweerder “bij wijze van voorafgaande maatregelen op grond van de bepalingen van artikel 19, derde lid, Gerechtelijk Wetboek” voor de eerste rechter vorderde om de toestand van de partijen voorlopig te regelen zodat alle digitale data op de volledige ICT-infrastructuur van beide eiseressen wordt bevroren, door te bevelen dat binnen een week na de betekening van het tussen te komen tussenvonnis een kopie van alle data aanwezig op de volledige ICT-infrastructuur (lokale harde schijven, server, cloud-omgeving, …) van beide eiseressen wordt gemaakt door of namens de eiseressen op externe drager(

  1. s)van de eiseressen en dit in aanwezigheid van de verweerder, waarna deze externe gegevensdrager(
  2. s)onmiddellijk zouden worden verzegeld in aanwezigheid van de partijen en tot bewaring worden neergelegd op de burgerlijke griffie van de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, om later uitspraak te kunnen horen doen over deze kopie(ën), waarbij aan niemand inzage of kopiename zal worden verleend, behoudens andersluidend bevel van de rechtbank of eventueel de bevoegde beroepsinstantie, en dit in afwachting van de beslechting van de betwisting ten gronde middels een in kracht van gewijsde gegane rechterlijke uitspraak. 5. In een tussenvonnis van 20 februari 2023 stelt de eerste rechter vast en oordeelt hij dat: - het voorliggende geschil een pre-taxatiegeschil betreft waarbij de rechtbank dient na te gaan in welke mate de fiscale administratie toegang krijgt, “bij wijze van voorafgaande maatregelen”, tot “alle digitale data aanwezig op de volledige ICT-infrastructuur van beide eiseressen” en deze te laten kopiëren op externe gegevensdragers en vervolgens deze onmiddellijk verzegeld op de griffie van de rechtbank neer te leggen; - het past enkele principes in herinnering te brengen inzake de fiscale onderzoeksbevoegdheden zonder een uitspraak ten gronde te doen over het voorliggende geschil vermits het hier enkel een pre-taxatiegeschil betreft; - deze principes uiteraard een leidraad zijn om het pre-taxatiegeschil te beslechten; - de fiscale administratie “bij wijze van voorafgaande maatregelen” een kopie van alle data aanwezig op de volledige ICT-infrastructuur (lokale harde schijven, server, cloud-omgeving,…) van beide eiseressen vraagt; - de eiseressen zich tegen een volledige kopie van alle data en de volledige ICT-infrastructuur verzetten terwijl de fiscale administratie tracht inzage te krijgen van alle data om onrechtmatig verkregen gegevens aan te wenden voor taxatiedoeleinden; - een kopie van alle data en de volledige ICT-infrastructuur zonder de uitdrukkelijke toestemming van de eiseressen niet kan worden overgemaakt overeenkomstig artikel 61, § 1, vierde lid, Btw-wetboek; - daarbij ook fiscaal irrelevante gegevens alsook gegevens die zich waarschijnlijk in de privésfeer situeren, zouden zijn begrepen; - het immers niet ondenkbaar is dat anno 2022 werknemers privégegevens en privécorrespondentie ook op hun bedrijfscomputer raadplegen; - dus ook gegevens van derden zonder hun toestemming zouden worden overgedragen aan de fiscale administratie; - het beroepsgeheim van de beëdigde fiscale ambtenaren van de BBI geen afdoende garantie biedt dat de vertrouwelijkheid van de documenten wordt gewaarborgd; - bij een kopiename van alle data en de volledige ICT-infrastructuur, vertrouwelijke informatie rechtstreeks of onrechtstreeks kan worden gebruikt om nieuwe informatie of nieuwe bewijsmiddelen te verkrijgen; - bovendien de schade die de geviseerde belastingplichtige lijdt doordat door de vertrouwelijkheid beschermde informatie bij derden bekend wordt, niet kan worden hersteld; - het fiscaal onderzoek, in het kader waarvan de fiscale administratie een kopie vraagt van alle gegevens, bovendien een verdoken fishing expedition betreft die niet verenigbaar is met de wettelijk toegekende fiscale onderzoeksbevoegdheden; - dergelijke voorafgaande maatregelen volstrekt disproportioneel zijn in het kader van een fiscaal onderzoek; - een fiscaal onderzoek immers niet dezelfde waarborgen biedt als een fiscaal strafonderzoek. 6. Uit deze redenen blijkt dat de eerste rechter de van hem gevorderde voorafgaande maatregel begreep als een kopiename van alle data op de volledige ICT-infrastructuur van de eiseressen, overgedragen aan de verweerder, zodat die toegang ertoe en inzage erin krijgt. Aldus beoordeelde de eerste rechter met deze redenen niet de werkelijk van hem gevorderde maatregel. 7. De appelrechter stelt vast en oordeelt dat: - de eiseressen stellen dat het hoger beroep tegen het vonnis van 20 februari 2023 onontvankelijk zou zijn aangezien dit tussenvonnis een beslissing alvorens recht te spreken zou inhouden; - de verweerder dit betwist en stelt dat de eerste rechter reeds uitspraak zou hebben gedaan over de grond van de zaak; - hoewel de eerste rechter in het beroepen vonnis stelt enkel uitspraak te doen over de door de verweerder gevorderde maatregelen, wat ook blijkt uit het procedureverloop, de vraag rijst of de eerste rechter zich in dit tussenvonnis werkelijk heeft beperkt tot een beoordeling van de vordering tot het verkrijgen van voorlopige maatregelen dan wel reeds deels uitspraak heeft gedaan over de betwiste rechten van de partijen; - uit de redenen van de eerste rechter blijkt dat hij zich niet heeft gehouden aan een beoordeling van de gevorderde voorlopige maatregelen, met name de bevriezing van alle digitale data op de volledige ICT-infrastructuur van de eiseressen, een kopie hiervan te maken op een externe drager en deze externe drager te verzegelen en tot bewaring neer te leggen op de griffie van de rechtbank; - de eerste rechter duidelijk verder is gegaan en reeds deels uitspraak heeft gedaan over de grond van het geschil; - door de voorlopige maatregelen af te wijzen de eerste rechter op definitieve wijze heeft geoordeeld over bepaalde betwiste rechten van de partijen, omdat hij de fiscale administratie in de onmogelijkheid heeft gesteld om haar onderzoek, zoals de administratie stelt dat zij het mag voeren, verder te zetten; - de eerste rechter bovendien reeds heeft geoordeeld over onder meer de mogelijkheid tot kopiename op grond van artikel 61, § 1, vierde lid, Btw-wetboek, de overmaking van gegevens aan de fiscale administratie en over de vraag of het onderzoek van de fiscale administratie een fishing expedition uitmaakt; - dit uitspraken over de grond van de zaak zijn en geenszins uitspraken die de toestand van de partijen voorlopig regelen; - de eerste rechter de grenzen van de beoordeling van de door de verweerder gevorderde voorlopige maatregelen ver te buiten gaat. 8. Met deze redenen en zonder de bewijskracht van het tussenvonnis van 20 februari 2023 te miskennen, verantwoordt de appelrechter naar recht zijn beslissing dat dit vonnis niet onder de beperking opgenomen in artikel 1050, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek valt en hiertegen onmiddellijk hoger beroep kan worden ingesteld. Het middel kan niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseressen tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseressen op 403,17 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit raadsheer Sven Mosselmans, als waarnemend voorzitter, en de raadsheren Myriam Ghyselen, Michael Traest, Ann De Wolf en Eva Van Hoorde, en in openbare rechtszitting van 16 april 2026 uitgesproken door waarnemend voorzitter Sven Mosselmans, in aanwezigheid van advocaat-generaal Johan Van der Fraenen, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260416.1N.1 Gerelateerde publicatie(
  3. s)Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260416.1N.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.