id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 16 april 2026 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260416.1N.5 Rolnummer: F.25.0009.N Zaak: Gemeente Maasmechelen contra ORANGE BELGIUM nv Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2026-05-07 Raadplegingen: 448 - laatst gezien 2026-06-18 15:24 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260416.1N.5 Fiches 1 - 2 Behoudens bewijs van het tegendeel kan worden aangenomen dat, indien het bestuur het aanslagbiljet op het juiste adres van de belastingplichtige heeft verzonden met opgave van de verzendingsdatum, de belastingplichtige dat aanslagbiljet daadwerkelijk heeft ontvangen
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: GEMEENTE-, PROVINCIE- EN PLAATSELIJKE BELASTINGEN - GEMEENTEBELASTINGEN Wettelijke bepalingen: Decr. Vl. 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen - 30-05-2008 - Art. 9 - 34 ELI link Pub nr 2008202393 Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - AANSLAGPROCEDURE - Bezwaar Wettelijke bepalingen: Decr. Vl. 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen - 30-05-2008 - Art. 9 - 34 ELI link Pub nr 2008202393 Fiches 3 - 4 De loutere bewering door de belastingplichtige dat een aanslagbiljet niet is verzonden of niet is ontvangen, heeft niet tot gevolg dat het bestuur, dat aanvoert dat het aanslagbiljet op het juiste adres van de belastingplichtige is verzonden met opgave van de verzendingsdatum, het bewijs moet leveren van daadwerkelijke verzending aan of ontvangst door de belastingplichtige; die bewijslast geldt wel indien de belastingplichtige op aannemelijke wijze aanvoert dat het aanslagbiljet niet behoorlijk is verzonden of niet is ontvangen
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: GEMEENTE-, PROVINCIE- EN PLAATSELIJKE BELASTINGEN - GEMEENTEBELASTINGEN Wettelijke bepalingen: Decr. Vl. 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen - 30-05-2008 - Art. 9 - 34 ELI link Pub nr 2008202393 Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - AANSLAGPROCEDURE - Bezwaar Wettelijke bepalingen: Decr. Vl. 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen - 30-05-2008 - Art. 9 - 34 ELI link Pub nr 2008202393 Tekst van de beslissing Nr. F.25.0009.N GEMEENTE MAASMECHELEN, vertegenwoordigd door het college van burgemeester en schepenen, met kantoor te 3630 Maasmechelen, Heirstraat 239, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0207.691.351, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen ORANGE BELGIUM nv, met zetel te 1140 Evere, Bourgetlaan 3, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0456.810.810, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen 1, Amerikalei 187/302, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 10 september
- Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft op 5 maart 2026 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Michael Traest heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- Krachtens artikel 1385undecies Gerechtelijk Wetboek wordt de vordering tegen de belastingadministratie inzake de geschillen bedoeld in artikel 569, eerste lid, 32°, slechts toegelaten indien de eiser voorafgaandelijk het door of krachtens de wet georganiseerde administratief beroep heeft ingesteld. Krachtens artikel 9, § 1, Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zoals van toepassing, kan de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger tegen een aanslag, een belastingverhoging of een administratieve geldboete, een bezwaarschrift indienen bij de bevoegde overheid, die handelt als administratieve overheid. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contante inning. Krachtens artikel 14 van de beslissing van 20 december 2016 van de gemeenteraad van de gemeente Maasmechelen houdende “Belastingreglement – gemeentebelasting op masten, pylonen en andere draagconstructies – Goedkeuring” kan de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger tegen zijn aanslag en de eventuele belastingverhoging een bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen binnen drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.
- Behoudens bewijs van het tegendeel kan worden aangenomen dat, indien het bestuur het aanslagbiljet op het juiste adres van de belastingplichtige heeft verzonden met opgave van de verzendingsdatum, de belastingplichtige dat aanslagbiljet daadwerkelijk heeft ontvangen. De loutere bewering door de belastingplichtige dat een aanslagbiljet niet is verzonden of niet is ontvangen, heeft niet tot gevolg dat het bestuur, dat aanvoert dat het aanslagbiljet op het juiste adres van de belastingplichtige is verzonden met opgave van de verzendingsdatum, het bewijs moet leveren van daadwerkelijke verzending aan of ontvangst door de belastingplichtige. Die bewijslast geldt wel indien de belastingplichtige op aannemelijke wijze aanvoert dat het aanslagbiljet niet behoorlijk is verzonden of niet is ontvangen.
- De appelrechter stelt vast dat: - de verweerster in haar bezwaarschrift uitdrukkelijk heeft vermeld de aanslagbiljetten nooit ontvangen te hebben en zij wel stelt een aanmaning tot betaling op grond van de betwiste aanslagen ontvangen te hebben met verzendingsdatum 9 maart 2020; - het loutere gegeven dat op de aanslagbiljetten de datum van verzending en het juiste adres is vermeld en dat andere correspondentie op dat adres wel is toegekomen, onvoldoende is als bewijs van regelmatig en daadwerkelijke verzending van de aanslagbiljetten in de gegeven omstandigheden van de zaak; - de belastingplichtige steeds vanaf het begin gesteld heeft de aanslagbiljetten nooit ontvangen te hebben en de belastingplichtige niet de gewoonte heeft haar fiscale verplichtingen niet tijdig na te leven; - het bovendien geen bekend feit is dat niet-bestelde post in ieder geval wordt teruggestuurd naar de verzender en dit geen automatisme is; - geen bewijs van aangetekende zending kan worden voorgelegd.
- De appelrechter die zodoende oordeelt dat de verweerster niet louter beweert maar op aannemelijke wijze aanvoert dat zij de aanslagbiljetten niet heeft ontvangen, verantwoordt naar recht zijn beslissing dat de verweerster haar bezwaar tijdig heeft ingesteld en de vordering in rechte toelaatbaar is. In zoverre het middel schending aanvoert van de artikelen 9 van het Decreet van 30 mei 2008, 14 van het belastingreglement van de gemeente Maasmechelen en 569, eerste lid, 32°, en 1385undecies Gerechtelijk Wetboek kan het niet worden aangenomen.
- In zoverre het middel schending aanvoert van de regels inzake de bewijslast en de artikelen 8.4, eerste en tweede lid, Burgerlijk Wetboek en artikel 870 Gerechtelijk Wetboek is het afgeleid uit de vergeefs aangevoerde schending van de overige in het middel aangewezen wetsbepalingen. Het middel is in zoverre niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 424,09 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit raadsheer Sven Mosselmans, als waarnemend voorzitter, en de raadsheren Myriam Ghyselen, Michael Traest, Ann De Wolf en Eva Van Hoorde, en in openbare rechtszitting van 16 april 2026 uitgesproken door waarnemend voorzitter Sven Mosselmans, in aanwezigheid van advocaat-generaal Johan Van der Fraenen, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260416.1N.5 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260416.1N.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div