← België

P. contra H.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 21 april 2026 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260421.2N.3 Rolnummer: P.26.0324.N Zaak: P. contra H. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Handelsrecht - Overige Invoerdatum: 2026-04-23 Raadplegingen: 449 - laatst gezien 2026-06-18 10:57 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 3 Uit de samenlezing van de artikelen 22 en 24, 1°, WAM en artikel 38, § 5, Wegverkeerswet volgt dat artikel 38, § 5, Wegverkeerswet van toepassing is indien de rechter veroordeelt wegens het door artikel 22, § 1, WAM bedoelde misdrijf en de schuldige sinds minder dan twee jaar houder is van het rijbewijs B

(1).
(1)Zie concl. en vordering OM. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 38 Wettelijke bepalingen: Wet 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen - 21-11-1989 - Art. 22 - 30 ELI link Pub nr 1989011371 Wet 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen - 21-11-1989 - Art. 24, 1° - 30 ELI link Pub nr 1989011371 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 38, § 5 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: VERZEKERING - W.A.M.-VERZEKERING Wettelijke bepalingen: Wet 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen - 21-11-1989 - Art. 22 - 30 ELI link Pub nr 1989011371 Wet 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen - 21-11-1989 - Art. 24, 1° - 30 ELI link Pub nr 1989011371 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 38, § 5 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: MISDRIJF - VERZWARENDE OMSTANDIGHEDEN Wettelijke bepalingen: Wet 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen - 21-11-1989 - Art. 22 - 30 ELI link Pub nr 1989011371 Wet 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen - 21-11-1989 - Art. 24, 1° - 30 ELI link Pub nr 1989011371 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 38, § 5 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Fiche 4 Overeenkomstig artikel 442 Wetboek van Strafvordering kan de procureur-generaal bij het Hof ambtshalve, wanneer het middel van de eiser, vervolgende partij, niet ontvankelijk is, aan het Hof kennis geven van een beslissing die in laatste aanleg werd gewezen
(1).
(1)Zie concl. en vordering OM. Thesaurus CAS: CASSATIE - VORDERINGEN TOT VERNIETIGING. CASSATIEBEROEP IN HET BELANG VAN DE WET Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel III (Art. 407 tot en met 447bis) - 10-12-1808 - Art. 442 - 30 ELI link Pub nr 1808121050 Tekst van de beslissing Nr. P.26.0324.N I PROCUREUR DES KONINGS BIJ DE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG ANTWERPEN, afdeling Antwerpen, eiser, tegen C. H., beklaagde, verweerder, met als raadsman mr. Loïc Cerulus, advocaat bij de balie Antwerpen. II PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN CASSATIE, verzoeker tot nietigverklaring op grond van artikel 442 Wetboek van Strafvordering, inzake C. H., reeds vermeld, beklaagde. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep I is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Antwerpen, afdeling Antwerpen, van 6 februari
  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft op 15 april 2026 ter griffie van het Hof een schriftelijke conclusie ingediend. Met hetzelfde geschrift heeft deze advocaat-generaal tevens bij toepassing van artikel 442 Wetboek van Strafvordering cassatieberoep ingesteld in het belang van de wet betreffende het voormelde vonnis van 6 februari 2026 en dit in de volgende bewoordingen: “ (…)
  2. (…) Overeenkomstig artikel 442 Wetboek van Strafvordering kan de procureur-generaal bij het Hof van Cassatie ook ambtshalve, en niettegenstaande het verstrijken van de termijn, aan het Hof kennis geven van een beslissing die in laatste aanleg werd gewezen en waartegen geen van de partijen binnen de gestelde termijn is opgekomen. Het Hof heeft geoordeeld dat de procureur-generaal deze voorziening ook kan aanwenden als de gewone voorziening onontvankelijk werd verklaard of verworpen werd, of na gedeeltelijke cassatie, of met de eenvoudige vaststelling dat de eiser, civielrechtelijk aansprakelijke partij, geen middelen voorstelde, of omdat, op de voorziening van de beklaagde het Hof geen middel ambtshalve kon aanvoeren betreffende een nietigheid die de eiser kon benadelen of nog als er afstand van voorziening was . Voortgaand op deze rechtspraak meen ik dat deze voorziening ook kan worden aangewend wanneer het middel van de eiser, vervolgende partij, niet ontvankelijk is. Ik heb de eer bij het Hof, in het belang van de wet en overeenkomstig artikel 442 Wetboek van Strafvordering, aangifte te doen van voormeld vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Antwerpen, afdeling Antwerpen, van 6 februari
  3. Indien het Hof ingaat op de vordering gesteund op artikel 442 Wetboek van Strafvordering heeft de vernietiging een louter dogmatisch karakter, in die zin dat de partijen daaruit geen rechten kunnen putten, en gaat het om een vernietiging zonder verwijzing.
  4. Op grond van artikel 22, § 1, en 24, 1°, eerste lid, WAM, kan de eigenaar of de houder van het motorrijtuig die het in het verkeer brengt of toelaat dat het in het verkeer wordt gebracht op een van de in artikel 2, § 1, van deze wet bedoelde plaatsen zonder dat de burgerrechtelijke aansprakelijkheid waartoe het aanleiding kan geven, gedekt is overeenkomstig deze wet, voorgoed of voor een duur van ten minste acht dagen en van ten hoogste vijf jaar, gestraft worden met een verval van het recht tot sturen. Artikel 24, 1°, tweede lid, WAM bepaalt dat de bepalingen betreffende vervallenverklaring van het recht tot sturen, vervat in de wetgeving op de politie van het wegverkeer, van toepassing zijn op deze straf. Artikel 38, § 5, eerste lid, Wegverkeerswet bepaalt dat de rechter het verval van het recht tot sturen moet uitspreken en het herstel van het recht tot sturen minstens afhankelijk moet maken van het slagen voor het theoretisch of praktisch examen indien hij veroordeelt wegens een overtreding begaan met een motorvoertuig die tot een verval van het recht tot sturen kan leiden en de schuldige sinds minder dan twee jaar houder is van het rijbewijs B.
  5. Er is rechtspraak die stelt dat de verplichte sanctie voorzien in artikel 38, § 5, Wegverkeerswet niet van toepassing is bij een veroordeling wegens niet verzekerd voeren. Zo oordeelde de politierechter te Mechelen dat het misdrijf van rijden zonder verzekering moet aanzien worden als een economisch misdrijf en dat de overtreding door de bestuurder als zodanig niet werd “begaan met het voertuig, t.t.z. de regels inzake de kunst van het besturen van het voertuig werden niet geschonden.” De correctionele rechtbank Brussel (Nl.) oordeelde dat er zonder twijfel kan van uitgegaan worden dat de wetgever wel degelijk de “houding en het rijgedrag” van de bestuurders wenste te viseren met name of ze een veilig rijgedrag aannemen op de openbare weg, hetgeen niet overeenkomt met de doelstellingen van de wet op de verplichte verzekering. Het vonnis verwijst naar de parlementaire voorbereidingen waarin de wetgever een lijst opsomt van misdrijven dewelke in aanmerking komen voor de sanctionering voorzien in artikel 38, § 5, Wegverkeerswet, doch waarin de inbreuken inzake verzekering niet zijn opgenomen. Het vonnis verwijst verder naar de rechtspraak van het Grondwettelijk Hof dat zich meerdere keren heeft moeten buigen over artikel 38, § 5, Wegverkeerswet en stelt bovendien vast dat artikel 38, § 5, Wegverkeerswet twee uitzonderingen voorziet op het verplicht opleggen van examens die telkens duidelijk betrekking hebben op het rijgedrag (ongeval met enkel licht gewonden en lichte overtredingen van de wegcode). Deze rechtspraak lijkt aldus te oordelen dat de verplichte sanctie van artikel 38, § 5, Wegverkeerswet slechts van toepassing is wanneer het gaat om een misdrijf dat verband houdt met de rijvaardigheid van de betrokkene.
  6. Deze rechtspraak overtuigt mij niet en wordt ook betwist. Noch uit de wetsbepalingen zelf, noch uit de wetsgeschiedenis van artikel 38, § 5, Wegverkeerswet kan mijns inziens worden afgeleid dat artikel 38, § 5, Wegverkeerswet niet van toepassing zou zijn bij een veroordeling wegens het door artikel 22, § 1, WAM bedoelde misdrijf.
  7. Artikel 38, § 5, Wegverkeerswet werd ingevoerd door de wet van 21 april 2007 tot wijziging van de gecoördineerde wetten van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer. De wetgever was van oordeel dat kennis en vaardigheid op het rijexamen kunnen worden getest maar niet de attitude en het gedrag (eigen onderlijning) van de bestuurder. Daarom wordt de proefperiode van 2 jaar beschouwd als een periode waarbinnen de praktijk moet uitwijzen of de nieuwe, meestal jonge bestuurder een veilige rijstijl heeft ontwikkeld. De wetswijziging voorziet dat beginnende bestuurders die tijdens de eerste twee jaar van hun rijbewijs B een overtreding begaan die volgens de wet in aanmerking komt voor een veroordeling tot verval van het recht tot sturen ook effectief veroordeeld worden tot een verval van het recht tot sturen en dat het herstel van het recht tot sturen afhankelijk wordt gesteld van het opnieuw slagen voor minstens het theoretisch en/of praktisch rijexamen. Deze verplichting geldt niet voor overtredingen van de tweede graad en voor de overtreding bedoeld in artikel 38, § 1, 2°, Wegverkeerswet met enkel lichtgewonden. Het Grondwettelijk Hof heeft meermaals vastgesteld dat artikel 38, § 5, Wegverkeerswet geen ongrondwettigheid in zich draagt en oordeelde telkens : “De maatregel van het verval van het recht tot besturen van een motorvoertuig wordt verantwoord door de bekommernis verkeersongevallen te verminderen en op die manier de verkeersveiligheid te bevorderen. De in het geding zijnde maatregel strekt ertoe bestuurders met een geringe ervaring in het wegverkeer aan een strenger toezicht te onderwerpen dan andere bestuurders. Door de eerstgenoemde bestuurders te verplichten, wanneer zij wegens bepaalde overtredingen zijn veroordeeld, hun theoretische kennis of praktische vaardigheden opnieuw te bewijzen, draagt de maatregel bij tot een verbetering van de veiligheid van de andere weggebruikers en van de verkeersveiligheid in het algemeen. De maatregel is bovendien beperkt tot bestuurders die bepaalde ernstige verkeersovertredingen hebben begaan.” Hoewel hieruit zou kunnen afgeleid worden dat het de bedoeling is van de wetgever om de rijvaardigheid van beginnende bestuurders strenger op te volgen, blijkt mijns inziens dat de ratio legis van deze verzwaring van de straf voor beginnende bestuurder verder gaat en erin bestaat om niet alleen het rijgedrag maar ook de attitude van de beginnende bestuurder gedurende een zekere periode strenger op te volgen en op die manier de verkeersveiligheid te bevorderen. Attitude en rijgedrag zijn niet beperkt tot de stuurmanskunsten maar wijst op de houding van de betrokkene ten aanzien van het correct naleven van alle regels in het verkeer. Het als eigenaar in het verkeer brengen van een motorvoertuig zonder dat het motorvoertuig is verzekerd is een ernstig misdrijf, strafbaar met gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden en/of met geldboete van 100 euro tot 1000 euro en met de mogelijkheid om een verval van het recht tot sturen als straf uit te spreken voorgoed of voor een periode van 8 dagen tot 5 jaar. Het niet-naleven van de regels inzake de verplichte aansprakelijkheidsverzekering wijst er op dat de juiste attitude en gedrag ontbreekt. De memorie van toelichting bevat weliswaar een lijst van inbreuken die in aanmerking komen voor een verval van het recht tot sturen, maar deze opsomming lijkt mij, mede door het gebruik van “onder meer” louter illustratief.
  8. De bepalingen van artikelen 22, § 1, en 24, 1°, WAM en artikel 38, § 5, Wegverkeerswet zijn mijns inziens duidelijk. Artikel 22, § 1, WAM stelt onder meer strafbaar de eigenaar of de houder van het motorrijtuig die het in het verkeer brengt of toelaat dat het in het verkeer wordt gebracht op een van de in artikel 2, § 1, van deze wet bedoelde plaatsen zonder dat de burgerrechtelijke aansprakelijkheid waartoe het aanleiding kan geven, gedekt is overeenkomstig deze wet. Artikel 24, 1°, WAM voorziet, in de gevallen bedoeld in artikel 22 WAM, in de mogelijkheid tot het opleggen van een verval van het recht tot sturen en bepaalt uitdrukkelijk dat de bepalingen betreffende vervallenverklaring van het recht tot sturen die in de Wegverkeerswet zijn vervat, van toepassing zijn. Voor de toepassing van artikel 38, § 5, Wegverkeerswet is vereist dat: - de overtreding is gepleegd met een motorvoertuig; - de schuldige wordt veroordeeld wegens een overtreding die tot het verval van het recht tot sturen kan leiden. - de veroordeelde sinds minder dan twee jaar houder is van het rijbewijs B. De term overtreding is hierbij een generiek woordgebruik en slaat op alle inbreuken die tot het verval van het recht tot sturen kan leiden. De toepassing van artikel 38, § 5, Wegverkeerswet is niet beperkt tot overtredingen in de zin van artikelen 1, lid 3, 7, § 1, 28 en 38, eerste lid, Strafwetboek. Uit de parlementaire voorbereidingen blijkt tevens dat de verzwarende omstandigheid van beginnende bestuurders niet enkel van toepassing is op inbreuken die voorzien in een facultatief verval van het recht tot sturen maar ook bij inbreuken die voorzien in een verplicht verval van het recht tot sturen. Artikel 38, § 5, tweede en derde lid, Wegverkeerswet voorziet slechts twee uitzonderingen, met name wanneer - het in het geval van artikel 38, § 1, eerste lid, 2°, Wegverkeerswet gaat om een verkeersongeval met enkel lichtgewonden - het gaat om een overtreding van de tweede graad in de zin van artikel 29, § 1, derde lid, Wegverkeerswet. Artikel 38, § 5, Wegverkeerswet houdt geen uitzondering in voor diegene die wordt veroordeeld voor een inbreuk op artikel 22, § 1, WAM. Uit samenlezing van de bepalingen van artikelen 22, en 24, 1°, WAM en artikel 38, § 5, Wegverkeerswet volgt mijns inziens dat artikel 38, § 5, Wegverkeerswet wel van toepassing kan zijn wanneer de rechter het door artikel 22, § 1, WAM bedoelde misdrijf bewezen acht. Wanneer de rechter het door artikel 22, § 1, WAM bedoelde misdrijf bewezen acht, zal hij de schuldige moeten veroordelen tot een verval van het recht tot sturen en het herstel van dat recht moeten afhankelijk maken van het slagen voor een theoretisch of praktisch examen indien de schuldige nog geen twee jaar houder is van het rijbewijs B. De rechtspraak van het Hof lijkt dit ook te bevestigen. Uit het arrest van 27 november 2013 kan worden afgeleid dat het Hof oordeelt dat de rechter die heeft vastgesteld dat de beklaagde een voertuig had bestuurd zonder burgerlijke aansprakelijkheidsverzekering en hij nog geen twee jaar houder was van een rijbewijs B, de vervallenverklaring van het recht tot sturen dient uit te spreken, maar de mogelijkheid behoudt de duur ervan te bepalen overeenkomstig artikel 24, 1°, WAM.
  9. Het bestreden vonnis schendt de artikelen 24, 1°, WAM wet en artikel 38, § 5, Wegverkeerswet in zoverre het oordeelt dat de verzwaring op grond van artikel 38, § 5, Wegverkeerswet niet van toepassing is bij een veroordeling wegens niet – verzekerd voeren en de feiten van de telastlegging A heromschrijft zonder aanneming van de verzwarende omstandigheid dat betrokkene sinds minder dan twee jaar houder was van het rijbewijs B. Om deze redenen vordert de ondergetekende procureur-generaal dat het aan Hof moge behage het vonnis te vernietigen, zonder verwijzing, in zoverre het oordeelt dat de verzwaring op grond van artikel 38, § 5, Wegverkeerswet niet van toepassing is bij een veroordeling wegens niet – verzekerd voeren en de feiten van de telastlegging A heromschrijft zonder aanneming van de verzwarende omstandigheid dat betrokkene sinds minder dan twee jaar houder was van het rijbewijs B, doch alleen in het belang van de wet, en te bevelen dat van het te wijzen arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde vonnis. Brussel, 14 april 2026 Voor de procureur-generaal, w.g.) D. SCHOETERS Op de rechtszitting van 21 april 2026 heeft voorzitter Filip Van Volsem verslag uitgebracht en heeft de voornoemde advocaat-generaal geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  10. Het middel voert schending aan van artikel 24, 1°, WAM en artikel 38, § 5, Wegverkeerswet: het bestreden vonnis oordeelt ten onrechte dat artikel 38, § 5, Wegverkeerswet niet van toepassing is op het door artikel 22, § 1, WAM bedoelde misdrijf; artikel 24, 1°, WAM bepaalt nochtans uitdrukkelijk dat de bepalingen betreffende de vervallenverklaring van het recht tot sturen vervat in de wetgeving op de politie van het wegverkeer van toepassing zijn op het door artikel 22, § 1, WAM bedoelde misdrijf.
  11. Artikel 38, § 5, eerste lid, Wegverkeerswet bepaalt dat de rechter het verval van het recht tot sturen moet uitspreken en het herstel van het recht tot sturen minstens afhankelijk moet maken van het slagen voor het theoretisch of praktisch examen indien hij veroordeelt wegens een overtreding begaan met een motorvoertuig die tot een verval van het recht tot sturen kan leiden en de schuldige minder dan twee jaar houder is van het rijbewijs B.
  12. Het bestreden vonnis spreekt tegen de verweerder geen veroordeling uit, maar gelast de gewone opschorting van de uitspraak van veroordeling voor de bewezenverklaarde feiten. Uit dit oordeel, dat door het middel niet wordt bekritiseerd, volgt dat tegen de verweerder geen vervallenverklaring van het recht tot sturen kan worden uitgesproken desgevallend gekoppeld aan een examen. Het middel, al was het gegrond, kan niet tot cassatie leiden en is bijgevolg niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek
  13. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Het door de procureur-generaal bij het Hof bij toepassing van artikel 442 Wetboek van Strafvordering ingestelde cassatieberoep
  14. Het door de procureur-generaal bij toepassing van artikel 442 Wetboek van Strafvordering ingestelde cassatieberoep is om de in de voormelde vordering opgenomen redenen gegrond. Uit de samenlezing van de artikelen 22 en 24, 1°, WAM en artikel 38, § 5, Wegverkeerswet volgt dat artikel 38, § 5, Wegverkeerswet van toepassing is indien de rechter veroordeelt wegens het door artikel 22, § 1, WAM bedoelde misdrijf en de schuldige sinds minder dan twee jaar houder is van het rijbewijs B. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep I. Laat de kosten van het cassatieberoep I ten laste van de Staat. Vernietigt, maar enkel in het belang van de wet, het aangegeven vonnis van de correctionele rechtbank Antwerpen, afdeling Antwerpen, van 6 februari 2026, in zoverre dit oordeelt dat de verzwaring op grond van artikel 38, § 5, Wegverkeerswet niet van toepassing is bij een veroordeling wegens niet-verzekerd voeren en het de feiten onder de telastlegging A heromschrijft door weglating van de verzwarende omstandigheid dat de beklaagde sinds minder dan twee jaar houder was van het rijbewijs. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Zegt dat er geen grond is tot verwijzing. Bepaalt de kosten in het geheel op 29,70 euro, waarvan op het cassatieberoep I 29,70 euro is verschuldigd en op het cassatieberoep II 0 euro is verschuldigd. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, raadsheer Peter Hoet, sectievoorzitter Erwin Francis, de raadsheren Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 21 april 2026 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260421.2N.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.