id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 23 april 2026 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260423.1N.2 Rolnummer: C.25.0056.N Zaak: SAS TWIN PROMOTION contra DR S. A. bv Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Internationaal privaatrecht - Unierecht - Overige Invoerdatum: 2026-05-11 Raadplegingen: 554 - laatst gezien 2026-06-18 18:56 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 4 Uit artikel 30 Brussel Ibis-Verordening volgt dat de Europese regels inzake samenhang, die toelaten vorderingen die aanhangig zijn voor de gerechten van verschillende lidstaten samen te laten behandelen door het gerecht waar de zaak het eerst is aangebracht, van toepassing zijn indien dit gerecht bevoegd is om van elk van deze vorderingen kennis te nemen
(1).
(1)Zie Cass. 14 november 2002, AR C.00.0452.F, AC 2002, nr. 604, ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20021114.
- Thesaurus CAS: BEVOEGDHEID EN AANLEG - INTERNATIONALE BEVOEGDHEID Wettelijke bepalingen: Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken - 12-12-2012 - Art. 30 Thesaurus CAS: EUROPESE UNIE - VERDRAGSBEPALINGEN - Algemeen Wettelijke bepalingen: Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken - 12-12-2012 - Art. 30 Thesaurus CAS: SAMENHANG Wettelijke bepalingen: Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken - 12-12-2012 - Art. 30 Thesaurus CAS: AANHANGIG GEDING Wettelijke bepalingen: Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken - 12-12-2012 - Art. 30 Tekst van de beslissing Nr. C.25.0056.N
- SAS TWIN PROMOTION, vennootschap naar buitenlands recht, met zetel te 75008 Parijs (Frankrijk), avenue Franklin D. Roosevelt 6,
- SCCV VENCE RESORT, vennootschap naar buitenlands recht, met zetel te 75008 Parijs (Frankrijk), avenue Franklin D. Roosevelt 6, eiseressen, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 3000 Leuven, Koning Leopold I-straat 3, waar de eiseressen woonplaats kiezen, tegen
- DR. S. A. bv,
- L. S.,
- A. S., verweersters. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 26 februari
- Raadsheer Ilse Couwenberg heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Frederic Vroman heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseressen voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
- Artikel 30 van de Verordening (EU) nr. 1215/2012 van 12 december 2012 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, hierna Brussel Ibis-Vo, bepaalt: “
- Wanneer samenhangende vorderingen aanhangig zijn voor gerechten van verschillende lidstaten, kan het gerecht waarbij de zaak het laatst is aangebracht, zijn uitspraak aanhouden.
- Indien de vordering bij het gerecht waarbij de zaak het eerst is aangebracht in eerste aanleg aanhangig is, kan elk ander gerecht, op verzoek van een der partijen, ook tot verwijzing overgaan mits het gerecht waarbij de zaak het eerst is aangebracht bevoegd is van de betreffende vorderingen kennis te nemen en zijn wetgeving de voeging ervan toestaat.
- Samenhangend in de zin van dit artikel zijn vorderingen waartussen een zo nauwe band bestaat dat een goede rechtsbedeling vraagt om hun gelijktijdige behandeling en berechting, teneinde te vermijden dat bij afzonderlijke berechting van de zaken onverenigbare beslissingen worden gegeven.” Uit deze bepaling volgt dat de Europese regels inzake samenhang, die toelaten vorderingen die aanhangig zijn voor de gerechten van verschillende lidstaten samen te laten behandelen door het gerecht waar de zaak het eerst is aangebracht, van toepassing zijn indien dit gerecht bevoegd is om van elk van deze vorderingen kennis te nemen.
- Uit de stukken waarop het Hof acht kan slaan, blijkt dat: - zowel de tweede als de derde verweerster met de eiseressen een reservatie- en erfpachtovereenkomst sloten met betrekking tot een appartement in de residentie in oprichting L. J. d’A.; - de eerste verweerster het vruchtgebruik van het appartement, voorwerp van de door de derde verweerster aangegane overeenkomst, zou aankopen waarvoor zij een krediet aanging; - de overeenkomsten werden geannuleerd en de voorschotten terugbetaald; - de verweersters bij dagvaarding voor de Belgische rechter aanspraak maken op een vergoeding van de schade veroorzaakt door het, wegens de contractuele tekortkoming van de eiseressen, wegvallen van de overeenkomsten, alsook voor de schade veroorzaakt door het aangegane krediet; - de eerste rechter vaststelt dat: - de voormelde reservatie- en erfpachtovereenkomsten een forumbeding ten gunste van de Franse rechter bevatten; - de tweede en derde verweersters, die hun vordering op een contractuele grondslag steunen, als consument de eiseressen evenwel op grond van artikel 18 Brussel Ibis-Vo kunnen dagvaarden voor de Belgische rechtbank, zijnde het gerecht van de lidstaat van hun woonplaats; - hoewel de eerste verweerster een onderneming is en geen consument, haar vordering samenhangt met de vordering van de derde verweerster wat volstaat om de prorogatie van bevoegdheid aan te nemen.
- De appelrechter stelt vast en oordeelt dat: - de eiseressen in hoger beroep enkel de rechtsmacht van de Belgische rechter over de vordering van de eerste verweerster betwisten; - deze vordering, net als de vorderingen van de tweede en derde verweerster een contractuele grondslag heeft aangezien uit de stukken blijkt dat deze partij is toegetreden tot de door de derde verweerster getekende overeenkomst; - sprake is van samenhang in de zin van artikel 30.3 Brussel Ibis-Vo tussen de vorderingen tot schadeloosstelling van de eerste verweerster en de derde verweerster, waaraan het bevoegdheidsbeding opgenomen in de reservatie- en erfpachtovereenkomst geen afbreuk doet.
- De appelrechter die aldus oordeelt dat de Belgische rechter op grond van de samenhangregels van artikel 30 Brussel Ibis-Vo rechtsmacht heeft om kennis te nemen van een vordering waarvoor een andere rechter krachtens een forumbeding rechtsmacht heeft, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. (…) Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre dit oordeelt dat het rechtsmacht heeft om de vordering van de eerste verweerster te beoordelen. Beveelt dat van dit arrest melding wordt gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Brussel. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, en de raadsheren Ilse Couwenberg, Michael Traest, Ann De Wolf en Eva Van Hoorde, en in openbare rechtszitting van 23 april 2026 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Frederic Vroman, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260423.1N.2 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20021114.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div