) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 Samenvatting(
) nog niet beschikbaar Thesaurus CAS: STRAFVORDERING BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE Tekst van de beslissing Nr. P.25.0080.N C. C., beklaagde, eiser, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 3000 Leuven, Koning Leopold I-straat 3, waar de eiser woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 20 november
wederwoord
het recht op wapengelijkheid: de appelrechters weigeren aan de eiser het uitstel van de behandeling van de zaak toe te staan dat hij op de rechtszitting van 12 september 2024 had gevraagd; zij nemen kennis van stukken, namelijk van de originele facturen
de bijhorende consultaties van het VIES (“VAT Information Exchange System”, vrij vertaald “btw informatie-uitwisselingsysteem”), die de eiser niet kon inzien
onderzoeken, terwijl zij nochtans, zoals door de eiser gevraagd in de brief van zijn raadsman van 23 mei 2024, met het tussenarrest van 26 juni 2024 het debat hadden heropend teneinde de eiser de kans te geven om aan de hand van de facturatie van A. bv
de bijhorende VIES-consultaties aan te tonen dat hij vóór elke intracommunautaire levering
facturatie de VIES-bestanden betreffende de koper had geraadpleegd. 2. In de brief van zijn raadsman van 23 mei 2024 aan het hof van beroep heeft de eiser niet gevraagd om te kunnen aantonen dat er vóór elke levering of facturatie een VIES-consultatie was geweest, maar heeft hij
kel voorgesteld om een stuk waarnaar in conclusie werd verwezen
dat niet in de neergelegde stukken kon worden teruggevonden, op te sporen
aan de appelrechters te bezorgen.
de valies werd hem, zoals gevraagd, ondertussen teruggegeven.” Aldus heropenen de appelrechters met dat tussenarrest het debat niet met het oog op de inzage
het onderzoek van de bewuste facturatie van A. bv
de bijhorende VIES-consultaties. 4. In zoverre berust het middel op een onjuiste lezing van de brief van de advocaat van de eiser van 23 mei 2024
van het tussenarrest van 26 juni 2024
mist het bijgevolg feitelijke grondslag. 5. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat de eiser op de rechtszitting van 12 september 2024 om een uitstel van de behandeling van de zaak heeft verzocht om de in het middel vermelde reden. In zoverre berust het middel op een onjuiste lezing van die stukken
mist het feitelijke grondslag. 6. Met de hierna vermelde redenen stelt het arrest vast dat de eiser wel degelijk inzage had van de in het middel vermelde stukken: “a. Ter zitting van het hof (van beroep) d.d. 8 mei 2024 heeft de raadsman van [de eiser] bijkomend een valies/reiskoffer neergelegd met daarin vervat een
orme hoeveelheid stukken. Het hof (van beroep) heeft toen gemeld dat de neerlegging van de op dat ogenblik niet onmiddellijk te verifiëren inhoud onder voorbehoud van controle werd aanvaard. De raadsman vroeg daarbij ook dat deze (persoonlijke) reiskoffer hem nadien zou worden terugbezorgd. Hangende het beraad werden de stukken die zich bevonden in de reiskoffer door de griffier van het hof (van beroep) ondergebracht in een kartonnen doos. De reiskoffer werd daarna (op 22 mei 2024) terug overhandigd aan de raadsman. b. Na heropening van de debatten heeft de raadsman van [de eiser] opmerkingen geformuleerd omtrent de inhoud van een blauwe map. Het hof (van beroep) verwijst thans desbetreffend naar de inhoud van het proces-verbaal nr. 506363/2020. Dit proces-verbaal heeft zich steeds in het strafdossier bevonden
was al die tijd ter kennis
ter beschikking van [de eiser]
zijn raadsman. Uit dit proces-verbaal blijkt dat de bewuste inhoud van de blauwe map d.d. 20.02.2020 (dus reeds tijdens het vooronderzoek) werd gevoegd bij het strafdossier. Alle stukken berusten aldus sinds die datum in het strafdossier, dat kon worden geraadpleegd door [de eiser] (kaft 11 stuk 162). Ondertussen werden ook de overtuigingsstukken naar de griffie van het hof van beroep te Gent overgebracht, zodat ook deze stukken steeds ter beschikking waren van [de eiser]
zijn raadsman. De opmerkingen na tussenarrest van het hof (van beroep) zoals geformuleerd door de raadsman van [de eiser] zijn irrelevant. Uit huidig arrest blijkt dat de inhoud van het proces-verbaal nr. 506363/2020
de inhoud van de blauwe map in aanmerking worden genomen bij de actuele beoordeling van het hof (van beroep). [De eiser]
zijn raadsman waren sinds datum voeging van de stukken uit de blauwe map bij het strafdossier volledig in de mogelijkheid terzake standpunt in te nemen. Hun rechten van verdediging zijn geenszins geschonden.” In zoverre berust het middel op een onjuiste lezing van het arrest
mist het feitelijke grondslag. Tweede middel 7. Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM, artikel 149 Grondwet
de artikelen 39bis, 1°, 53, § 1, eerste lid, 2°
3°
, tweede lid, 53octies, § 1, eerste lid, 73, tweede lid,
73sexies Btw-wetboek, alsook miskenning van het algemeen rechtsbeginsel non bis in idem, het algemeen rechtsbeginsel van het vermoeden van onschuld
het algemeen rechtsbeginsel houdende het recht van verdediging: de appelrechters gaan niet in op de vraag van de eiser om de behandeling van de strafzaak uit te stellen, stellen vast dat de eiser strafrechtelijk aansprakelijk is voor de door de administratie nagevorderde btw
veroordelen hem tot het betalen van de bij A. bv nagevorderde btw op de feiten van de telastleggingen B (btw-valsheid)
D (btw-fraude), terwijl de burgerlijke procedure betreffende de verschuldigdheid van deze btw na een vernietigingsbeslissing van het Hof nog hangende is voor de fiscale verwijzingsrechter
hierover nog geen definitieve beslissing bestaat; aldus loopt het arrest vooruit op de uiteindelijke beslissing over het al dan niet verschuldigd zijn van de nagevorderde btw. 8. Het arrest veroordeelt de eiser niet tot het betalen van de bij A. bv nagevorderde btw op de feiten van de telastleggingen B
D. In zoverre berust het middel op een onjuiste lezing van het arrest
mist het feitelijke grondslag. 9. Krachtens het algemeen rechtsbeginsel non bis in idem
krachtens artikel 14.7 IVBPR mag niemand voor een tweede keer worden berecht of gestraft voor een strafbaar feit waarvoor hij reeds overeenkomstig de wet
het procesrecht van het land bij einduitspraak is veroordeeld of waarvan hij is vrijgesproken. Dit verbod van een tweede berechting of bestraffing veronderstelt dat de beide berechtingen of bestraffingen betrekking hebben op eenzelfde persoon
dat de eerste berechting of bestraffing op het ogenblik van de tweede berechting of bestraffing is afgesloten met een uitspraak die overeenkomstig de wet
het procesrecht van het land definitief is. 10. Artikel 6 EVRM noch
ige wetsbepaling schrijft voor dat de strafrechter de behandeling van de strafvordering moet uitstellen totdat in een andere, niet strafrechtelijke procedure, zoals een burgerlijke geschilprocedure over een fiscale navordering, definitief is beslist. De strafrechter beoordeelt zelfstandig of de telastleggingen bewezen zijn. 11. In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht. 12. Het arrest (p. 304) oordeelt als volgt: “27. Huidige zaak betreft een strafzaak lastens een natuurlijk persoon
geenszins een louter burgerlijk-fiscale zaak tegen een rechtspersoon die als belastingplichtige moet worden aangezien. 28. De burgerlijk-fiscale zaak (waarnaar [de eiser] dikwijls verwijst) valt geenszins gelijk te stellen met de huidige strafzaak, die een ander voorwerp heeft
een ander subject betreft. Daarom bestaat er geen
kele reden of aanleiding om de huidige strafprocedure op te schorten, in afwachting van de beslissing in de burgerlijk-fiscale zaak, zoals gevraagd (zie verder: verweer ?.3.). 29. Het hof (van beroep) houdt geenszins rekening met hetgeen in het arrest van de vijfde kamer van het hof van beroep d.d. 17 november 2020 werd beslist, nu dit arrest ondertussen verbroken werd door het Hof van Cassatie
voor verdere beoordeling naar het hof van beroep te Antwerpen werd verwezen. Het hof (van beroep) acht zich al evenmin gebonden door eventuele beslissingen van fiscaal-burgerlijke aard (bv. zoals vervat in het vonnis van de REA Brugge d.d. 1 juni 2016; deze beslissing was immers het voorwerp van het hoger beroep bij de vijfde kamer hof van beroep Gent
is thans nog steeds hangende, na cassatie, bij het hof van beroep te Antwerpen). 30. Het zijn integendeel de navolgende vaststellingen, verzameld tijdens het opsporingsonderzoek
gevoerd door de federale gerechtelijke politie West-Vlaanderen, alsmede de vaststellingen van de BBI, die de grondslag vormen bij de huidige beoordeling van de strafvordering door het hof (van beroep).” 13. Met die redenen is de beslissing om de strafzaak ten aanzien van de eiser niet uit te stellen in afwachting van de beslissing in de burgerlijk-fiscale zaak ten aanzien van de rechtspersoon waarvan de eiser zaakvoerder is, regelmatig met redenen omkleed
naar recht verantwoord. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Derde middel 14. Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM
de artikelen 39bis, 1°, 53, § 1, eerste lid, 2°
3°,
, tweede lid, 53octies, § 1, eerste lid, 73, tweede lid,
73sexies Btw-wetboek, alsook miskenning van de algemene rechtsbeginselen van behoorlijk bestuur, waaronder het rechtszekerheidsbeginsel, het vertrouwensbeginsel
het zorgvuldigheidsbeginsel: het arrest oordeelt dat de eiser strafrechtelijk aansprakelijk is voor btw-inbreuken terwijl het op geen
kele wijze, ook niet bij de beoordeling van de schuld of de straf, in rekening brengt dat de Belgische Staat, meer bepaald de btw administratie, de eiser gedurende jaren heeft misleid
bedrogen, doordat (
(iii) de administratie de eiser bleef bevestigen dat A. bv mocht blijven factureren met vrijstelling van btw ten aanzien van die kopers. 15. Het arrest (p. 317-321) oordeelt onder meer dat: - de eiser stelt dat de Belgische btw-administratie
controlediensten hem zouden hebben belogen
bedrogen, waardoor er in zijn visie geen sprake kan zijn van
ige strafrechtelijke schuld of strafwaardigheid; - in zoverre de eiser gewag maakt van leugens
bedrog, gepleegd door de Belgische btw-administratie
controlediensten, hij dit onvoldoende aannemelijk maakt nu duidelijk is dat hij gedurende een lange volgehouden periode telkenmale handelde met elkaar opvolgende Griekse, Bulgaarse
Hongaarse vennootschappen, waarbij de eiser niet onwetend kon zijn geweest van de onderlinge connectie tussen de elkaar opvolgende vennootschappen, doordat hij op dezelfde wijze handel dreef met dezelfde tussenpersonen
dezelfde goederen verkocht; - de eiser gedurende opeenvolgende jaren aan de administratieve controlediensten, namelijk de btw-controleurs te Diksmuide, facturen
andere stavende boekhoudkundige stukken voorlegde, die bij een eerste nazicht door deze administratieve diensten niet onmiddellijk als vals of onjuist konden worden bestempeld; - de desbetreffende btw-nummers van de vreemde vennootschappen slechts door de interne belastingdiensten van Griekenland, Hongarije
Bulgarije, eventueel na het inwinnen van inlichtingen
samenwerking met bevoegde belastingdiensten in andere lidstaten, konden worden ingetrokken of geannuleerd door de aldaar bevoegde interne belastingdiensten, dit nadat fraude wordt vastgesteld,
de VIES-bestanden pas op dat ogenblik worden aangepast, waardoor de gegevens die via het VIES-systeem worden gegenereerd desgevallend kunnen achterlopen op de werkelijkheid; - er dan ook tussen het moment van Belgische interne jaarlijkse controleverrichtingen
daadwerkelijke annulering van de btw-nummers een tijdsverloop inzake het fraudeonderzoek kan liggen, zeker wanneer eventuele misbruiken slechts door middel van samenwerking tussen de lidstaten kunnen worden vastgesteld; - het fraudeonderzoek, dat moet worden onderscheiden van de interne jaarlijkse controlewerkzaamheden van de administratieve btw-diensten,
ige tijd in beslag kan nemen, waardoor er een tijdsverloop besloten kan liggen tussen deze administratieve jaarlijkse controles
het daadwerkelijk tijdstip van intrekking of annulering van het btw-nummer; - in casu klaarblijkelijk, pas nadat een internationaal grondiger
gedetailleerd onderzoek werd gevoerd, gegevens werden ontdekt waaruit kwam vast te staan dat er sprake was van een internationaal georganiseerde communautaire fraude, waarbij de eiser, handelend als zaakvoerder van een intern btw-plichtige, beslissende
schuldige medewerking had verleend; - het de Belgische fiscale diensten, gelet op deze vaststellingen, niet kan worden verweten dat zij, namelijk de btw-controleurs te Diksmuide, te onderscheiden van de diensten van de BBI, deze fraude niet onmiddellijk bij hun eerste jaarlijkse controle van de facturen
nazicht van de VIES-verrichtingen of VIES-vermeldingen gedurende de betreffende inkomstenjaren
aanslagjaren hebben vastgesteld: zij konden dit simpelweg niet omdat de eiser toen de nodige documenten voorlegde
pas naderhand zou blijken dat er in overleg met derden handelingen waren gesteld die ertoe strekten te ontsnappen aan de communautaire verplichtingen; - de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie volgens dewelke het rechtszekerheidsbeginsel eraan in de weg staat dat een lidstaat die aanvankelijk de documenten heeft aanvaard die de verkoper heeft verstrekt ten bewijze van het recht op vrijstelling van een levering, deze verkoper naderhand kan verplichten om over deze levering btw te betalen wegens fraude van de koper waarvan de verkoper geen kennis had
ook niet kon hebben, beperkt is tot het geval waarin de belastingplichtige te goeder trouw heeft gehandeld
, binnen de grenzen van wat redelijkerwijs van hem kon worden verlangd, alles in het werk heeft gesteld om elke betrokkenheid bij belastingfraude te voorkomen; - gelet op deze vaststellingen, er bij de Belgische belastingcontroleurs te Diksmuide geen sprake is van het beliegen, in de val lokken of bedriegen van de eiser. 16. Het middel dat geheel ervan uitgaat dat het arrest geen rekening houdt met de bewering van de eiser dat de btw-administratie hem heeft misleid
bedrogen, terwijl het arrest op gemotiveerde wijze vaststelt dat daarvan geen sprake is, berust op een onvolledige lezing van het arrest
mist bijgevolg feitelijke grondslag. Vierde middel 17. Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM, de artikelen 22, 23, 27
27.4 van Verordening (EG) nr. 1798/2003 van de Raad van 7 oktober 2003 betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belasting over de toegevoegde waarde
tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 218/92 (hierna Verordening 1798/2003), de artikelen 19, 20, 21, 22, 23
31 van Verordening (EU) nr. 904/2010 van de Raad van 7 oktober 2010 betreffende de administratieve samenwerking
de bestrijding van fraude op het gebied van de belasting over de toegevoegde waarde (herschikking) (hierna Verordening 904/2010)
van de artikelen 39bis, 1°, 53, § 1, eerste lid, 2°
3°,
, tweede lid, 53octies, § 1, eerste lid, 73, tweede lid
73sexies Btw-wetboek: het arrest oordeelt dat de VIES bestanden geen
kele zekerheid bieden over de btw toestand van de kopers van de eiser
het herleidt deze bestanden tot een loutere “zoekmachine”; de VIES bestanden vormen krachtens de toepasselijke EU verordeningen echter een bindend
betrouwbaar instrument dat de belastingplichtige een geautomatiseerde bevestiging moet verstrekken van de geldigheid van het btw identificatienummer van de koper; een positieve bevestiging verleent aan de belastingplichtige het recht op btw-vrijstelling voor intracommunautaire leveringen mits voldaan is aan de drie grondvoorwaarden van artikel 39bis, eerste lid, Btw-wetboek; waar de Europese Commissie elke verantwoordelijkheid voor de juistheid van de gegevens afwijst, is dit niet het geval voor de nationale btw administraties, die gehouden zijn correcte
geactualiseerde VIES gegevens te verstrekken; aldus mocht de eiser vertrouwen op de VIES-consultaties voor wat betreft de btw-toestand van zijn kopers.
die aldaar ertoe gehouden zijn hun intracommunautaire verwervingen van goederen aan de belasting te onderwerpen; 3° de goederen door de afnemer of voor hun rekening worden verzonden of vervoerd buiten België maar binnen de Unie; 4° de levering niet onderworpen is aan de bijzondere regeling van belastingheffing over de winstmarge ingesteld bij artikel 58, § 4. Krachtens de artikelen 1 tot 3 van het koninklijk besluit nr. 52 van 29 december 1992 met betrekking tot de vrijstellingen betreffende de intracommunautaire leveringen van goederen
de ermee gelijkgestelde handelingen, alsook betreffende intracommunautaire verwervingen van goederen, op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde was de vrijstelling in artikel 39bis, 1°, Btw-wetboek afhankelijk van het bewijs van de verzending of het vervoer naar een andere lidstaat, van het bewijs dat de afnemer voor btw doeleinden is geïdentificeerd in een andere lidstaat
van het bezit door de verkoper van alle stukken waaruit de echtheid van de verzending of het vervoer blijkt. 21. Krachtens de artikelen 22 tot 27 Verordening nr. 1798/2003
de artikelen 17 tot 24
31 Verordening nr. 904/2010 zijn de lidstaten gehouden hun elektronische databanken inzake btw identificatie actueel, volledig
accuraat te houden
moeten zij aan belastingplichtigen een geautomatiseerde bevestiging kunnen verstrekken van de geldigheid van het btw identificatienummer van de koper. 22. Uit de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie blijkt dat de rechter het recht op btw-vrijstelling moet weigeren wanneer hij tot de conclusie komt dat de betrokken belastingplichtige fraude pleegde of niet te goeder trouw heeft gehandeld
aldus wist of had moeten weten dat de door hem verrichte handeling deel uitmaakte van fraude door de afnemer
hij niet alle hem ter beschikking staande redelijke maatregelen heeft genomen om deze fraude te voorkomen. 23. Uit wat voorafgaat, volgt dat de vrijstelling afhankelijk is van onder meer het bewijs dat de goederen verzonden of vervoerd zijn buiten België, maar binnen de Unie, van het bezit van de stukken waaruit de echtheid van die verzending of dat vervoer blijkt, van het bewijs dat de verkrijger optreedt als belastingplichtige
als zodanig handelt
van de voorwaarde dat de verkoper geen fraude pleegde of minstens te goeder trouw handelde, waarbij hij alle ter beschikking staande redelijke maatregelen heeft getroffen om
ige fraude te voorkomen. De verificatie van het opgegeven btw-identificatienummer via de VIES-website is geen autonome noch voldoende voorwaarde om de betrokken levering rechtmatig vrij te stellen
uit te sluiten dat de verkoper geen fraude pleegde of geen weet had van
ige fraude door de afnemer,
voegt zich
kel bij het geheel van de bewijsmiddelen. De bevestiging van een geldig btw nummer, zelfs wanneer die via de VIES-website werd verkregen, kan slechts gelden als een aanwijzing maar verleent op zichzelf geen bewijs van afwezigheid van fraude of van goede trouw bij de verkoper, verleent op zichzelf geen recht op btw-vrijstelling
laat de verplichting van de verkoper om na te gaan of aan de materiële voorwaarden van artikel 39bis, 1°, Btw-wetboek is voldaan, onverlet. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht. 24. Het arrest (p. 382-397) oordeelt onder meer dat: - de eiser als
ige zaakvoerder van de vennootschap als mededader wordt beticht; - er vanwege deze vennootschap sprake is van intracommunautaire verrichtingen waarbij een beroep werd gedaan op btw-vrijstelling op grond van artikel 39bis, 1°, Btw-wetboek, maar dat de btw bedrieglijk werd ontdoken; - de eiser
kel formele controles uitvoerde met betrekking tot de documenten (zo deed hij een VIES-controle
vroeg hij een kopie van de statuten, de volmachten, de ontvangstbewijzen van de intracommunautaire levering
een kopie van de paspoorten), waarbij deze formaliteiten slechts schijn bleken te zijn
de eiser louter een pro forma administratie voerde om te camoufleren dat niet was voldaan aan de voorwaarden van artikel 39bis, 1°, Btw-wetboek; - er verschillende verdachte elementen voorhanden waren, namelijk dat: (
uit e-mails bleek dat hij zijn inloggegevens van deze sites aan derden doorstuurde; (
hetzelfde bestemmingsadres te Berlijn; - de eiser niet alles in het werk heeft gesteld om de werkelijke inhoud van de handelstransacties te achterhalen, zo bleek dat hij: (
voortging op Duitse vertalingen die veelal niet geheel overeenstemden met het origineel, zeker voor wat betreft de maatschappelijke activiteiten in de statuten; (iii) aan de volmachthouders
de opdrachtgevers onvoldoende waarborgen vroeg alvorens zaken met hen te doen; - de eiser deze verdachte elementen of anomalieën had moeten opmerken; - er aldus bij de eiser sprake was van een crimineel karakter wegens zijn passief handelen aangezien hij opzettelijk naliet meer verduidelijkingen te vragen over de realiteit
waarheidsgetrouwheid van de transacties, waardoor er sprake was van een stilzwijgend crimineel overleg. 25. Het arrest dat op grond van deze redenen oordeelt dat de eiser zijn verplichting om na te gaan of is voldaan aan de materiële voorwaarden van artikel 39bis, 1°, Btw-wetboek onvoldoende is nagekomen
aldus niet te goeder trouw
zelfs frauduleus heeft gehandeld wanneer hij de VIES-bestanden raadpleegde
voorlegde
dat de intracommunautaire vrijstelling niet van toepassing was wegens btw-fraude, verantwoordt deze beslissing naar recht. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek 26. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen
de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 1.400,91euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Erwin Francis, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke
Jos Decoker,
in openbare rechtszitting van 28 april 2026 uitgesproken door sectievoorzitter Erwin Francis, in aanwezigheid van advocaat-generaal Isabelle De Tandt, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260428.2N.10 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.