← België

B. contra Baloise Belgium

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 30 april 2026 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260430.1N.10 Rolnummer: C.24.0496.N Zaak: B. contra Baloise Belgium Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2026-05-19 Raadplegingen: 471 - laatst gezien 2026-06-18 20:21 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiche Wanneer een of meer eisers bij eenzelfde akte onderscheiden vorderingen op eenzelfde grondslag instellen tegen een of meer verweerders, zonder dat de afsplitsing van de zaken wordt gevorderd en gelast, dient de rechter, vooraleer meerdere rechtsplegingsvergoedingen toe te kennen en ook al doet iedere vordering in beginsel een afzonderlijke procesverhouding ontstaan, na te gaan of de samengevoegde zaken, gelet op de concrete elementen ervan, in hun geheel beschouwd niet eenzelfde geschil uitmaken, maar wel afzonderlijke geschillen. Thesaurus CAS: RECHTSPLEGINGSVERGOEDING Tekst van de beslissing Nr. C.24.0496.N V. B., eiser, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de eiser woonplaats kiest, tegen

  1. BALOISE BELGIUM nv, met zetel te 2600 Antwerpen (Berchem), Posthofbrug 16, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0400.048.883,
  2. Z. V.,
  3. ZOL CONSTRUCT bv, met zetel te 2060 Antwerpen, Olijftakstraat 38 bus 2, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0699.763.542, verweerders. mede inzake BALOISE BELGIUM nv, met zetel te 2600 Antwerpen (Berchem), Posthofbrug 16, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0400.048.883, tot gemeen- en bindendverklaring opgeroepen partij, I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen van 16 oktober
  4. Raadsheer Ann de Wolf heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling (…) Tweede middel Eerste onderdeel
  5. Artikel 1017, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat, tenzij bijzondere wetten anders bepalen, ieder eindvonnis, zelfs ambtshalve, de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwijst, onverminderd de overeenkomst tussen partijen, die het eventueel bekrachtigt. Volgens artikel 1022, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek is de rechtsplegingsvergoeding een forfaitaire tegemoetkoming in de kosten en erelonen van de advocaat van de in het gelijk gestelde partij. Artikel 1, tweede lid, Tarief Rechtsplegingsvergoeding koppelt de rechtsplegingsvergoeding aan een procesverhouding, waarbij de in het gelijk gestelde partij wordt bijgestaan door een advocaat.
  6. Wanneer een of meer eisers bij eenzelfde akte onderscheiden vorderingen op eenzelfde grondslag instellen tegen een of meer verweerders, zonder dat de afsplitsing van de zaken wordt gevorderd en gelast, dient de rechter, vooraleer meerdere rechtsplegingsvergoedingen toe te kennen en ook al doet iedere vordering in beginsel een afzonderlijke procesverhouding ontstaan, na te gaan of de samengevoegde zaken, gelet op de concrete elementen ervan, in hun geheel beschouwd niet eenzelfde geschil uitmaken, maar wel afzonderlijke geschillen.
  7. De appelrechter die de eiser telkens, per aanleg, veroordeelt tot betaling van een afzonderlijke rechtsplegingsvergoeding aan elk van de drie verweerders, zonder na te gaan of de verschillende procesverhoudingen tussen de eiser en elk van de drie verweerders eenzelfde geschil dan wel afzonderlijke geschillen uitmaken, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. (…) Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het uitspraak doet over de toekenning van de rechtsplegingsvergoedingen. Verklaart het arrest bindend aan de tot gemeen- en bindendverklaring opgeroepen partij. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar de rechtbank van eerste aanleg Limburg, zetelend in hoger beroep. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, en de raadsheren Sven Mosselmans, Myriam Ghyselen, Ann De Wolf en Eva Van Hoorde, en in openbare rechtszitting van 30 april 2026 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Stijn Ravyse, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260430.1N.10 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.