← België

TVM VERZEKERINGEN nv contra Baloise Insurance nv

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 30 april 2026 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260430.1N.11 Rolnummer: C.24.0501.N Zaak: TVM VERZEKERINGEN nv contra Baloise Insurance nv Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Handelsrecht Invoerdatum: 2026-05-19 Raadplegingen: 412 - laatst gezien 2026-06-18 06:50 Versie(s): Vertaling samenvatting(

  1. en)FR nog niet beschikbaar Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260430.1N.11 Fiche 1 Een motorrijtuig is betrokken bij een verkeersongeval wanneer het enige rol heeft gespeeld, dit is wanneer het zonder hiervoor een noodzakelijk element te zijn geweest, een invloed heeft gehad op het verkeersongeval. Hierbij is niet vereist dat er een oorzakelijk verband bestaat tussen de aanwezigheid van het motorrijtuig en het ontstaan van het ongeval. Thesaurus CAS: VERZEKERING - W.A.M.-VERZEKERING Wettelijke bepalingen: Wet 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen - 21-11-1989 - Art. 29bis, § 1 - 30 ELI link Pub nr 1989011371 Fiche 2 De last van het aandeel van de vergoeding waarvoor het slachtoffer naar gemeen recht aansprakelijk is, moet in gelijke delen worden gedragen door de WAM-verzekeraars van alle in het ongeval betrokken motorrijtuigen. Thesaurus CAS: VERZEKERING - W.A.M.-VERZEKERING Wettelijke bepalingen: Wet 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen - 21-11-1989 - Art. 29bis, §§ 1 en 4 - 30 ELI link Pub nr 1989011371 oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 1251, 3° - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Tekst van de beslissing Nr. C.24.0501.N TVM VERZEKERINGEN nv, vennootschap naar buitelands recht, met zetel te 7901 AW Hoogeveen (Nederland), Van Limburg Stirumstraat 250, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen 1. BALOISE BELGIUM nv, met zetel te 2600 Antwerpen, Posthofbrug 16, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0400.048.883, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Driekoningenstraat 3, waar de verweerster woonplaats kiest, 2. AXA BELGIUM nv, met zetel te 1000 Brussel, Troonplein 1, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0404.483.367, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 3000 Leuven, Koning Leopold I-straat 3, waar de verweerster woonplaats kiest. II Nr. C.25.0132.N BALOISE BELGIUM nv, met zetel te 2600 Antwerpen, Posthofbrug 16, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0400.048.883, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Driekoningenstraat 3, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen AXA BELGIUM nv, met zetel te 1000 Brussel, Troonplein 1, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0404.483.367 verweerster, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 3000 Leuven, Koning Leopold I-straat 3, waar de verweerster woonplaats kiest. mede inzake TVM VERZEKERINGEN nv, vennootschap naar buitenlands recht, met zetel te 7901 AW Hoogeveen (Nederland), Van Limburg Stirumstraat 250, tot bindendverklaring opgeroepen partij. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen, van 4 maart 2024. Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft op 31 maart 2026 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Ann De Wolf heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN In de zaak C.24.0501.N voert de eiseres in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. In de zaak C.25.0132.N voert de eiseres in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling A. Voeging 1. De cassatieberoepen in de zaken gekend onder algemeen rolnummer C.24.0501.N en C.25.0132.N zijn gericht tegen hetzelfde vonnis. Zij moeten worden gevoegd. B. Zaak C.24.0501.N Eerste middel Derde onderdeel 2. Krachtens artikel 29bis, § 1, eerste lid, WAM, zoals van toepassing, wordt, bij een verkeersongeval waarbij een of meer motorrijtuigen betrokken zijn, op de plaatsen bedoeld in artikel 2, § 1, met uitzondering van de stoffelijke schade en de schade geleden door de bestuurder van elk van de betrokken motorrijtuigen, alle schade geleden door de slachtoffers en hun rechthebbenden en voortvloeiend uit lichamelijke letsels of het overlijden, met inbegrip van de kledijschade, hoofdelijk vergoed door de verzekeraars die de aansprakelijkheid van de eigenaar, de bestuurder of de houder van de motorrijtuigen overeenkomstig deze wet dekken. 3. Een motorrijtuig is betrokken bij een verkeersongeval wanneer het enige rol heeft gespeeld, dit is wanneer het zonder hiervoor een noodzakelijk element te zijn geweest, een invloed heeft gehad op het verkeersongeval. Hierbij is niet vereist dat er een oorzakelijk verband bestaat tussen de aanwezigheid van het motorrijtuig en het ontstaan van het ongeval. 4. De appelrechter stelt vast en oordeelt dat: - W. B. de door hem bestuurde tankwagen achterwaarts in één van de wasstraten had binnengereden en aanvankelijk in de cabine van die tankwagen was blijven zitten. Wanneer de tankwagen in de wasstraat naast hem terug werd uitgereden, is hij uitgestapt en is hij vanuit die belendende wasstraat gaan kijken hoe de door hem bestuurde tankwagen werd gereinigd door A. S., een aangestelde van Cleaning T. nv; - uit de verklaring van A. S. en uit de samengevatte verklaring van W. B. blijkt dat deze laatste de door hem bestuurde tankwagen heeft verlaten omdat hij wilde zien hoe die werd gereinigd en hij daar dan ook zijn aandacht op had gefocust; - die vrachtwagen in die omstandigheden wel degelijk een rol heeft gespeeld in het schadegeval. Mocht immers W. B. zijn aandacht niet op de reiniging van de door hem bestuurde vrachtwagen hebben willen richten dan zou het ongeval zich nooit hebben kunnen voordoen. 5. De appelrechter die op deze gronden oordeelt dat de bij de eiseres verzekerde vrachtwagen bij het verkeersongeval betrokken was, verantwoordt zijn beslissing naar recht. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. (…) Eerste onderdeel Ontvankelijkheid 9. De tweede verweerster werpt een grond van niet-ontvankelijkheid op: het onderdeel is ten aanzien van haar onontvankelijk, omdat het niet haar rechtsrelatie met de eiseres, maar wel die met de eerste verweerster betreft. 10. Gelet op het antwoord op het tweede onderdeel van dit middel kan de gegrondheid van het onderdeel invloed hebben op de rechtsrelatie tussen de eiseres en de tweede verweerster. De grond van niet-ontvankelijkheid moet worden verworpen. Gegrondheid 11. Uit artikel 29bis, § 1 iuncto § 4, WAM volgt dat, wanneer het slachtoffer door zijn schuld tot zijn schade heeft bijgedragen, de verzekeraar die het slachtoffer op grond van artikel 29bis, § 1, WAM heeft vergoed, de door hem betaalde vergoeding slechts op grond van artikel 29bis, § 4, WAM van een aansprakelijke derde of zijn verzekeraar kan terugvorderen ten belope van het bedrag waarop het slachtoffer zelf naar gemeen recht aanspraak had kunnen maken, rekening houdend met de verdeling van de aansprakelijkheid. 12. Overeenkomstig artikel 1251, 3°, Oud Burgerlijk Wetboek geschiedt indeplaatsstelling ten voordele van hem die, met anderen of voor anderen tot betaling van een schuld gehouden zijnde, er belang bij had deze te voldoen. 13. Uit de samenhang tussen artikel 29bis, § 1 en § 4, WAM en artikel 1251, 3°, Oud Burgerlijk Wetboek volgt dat de last van het aandeel van de vergoeding waarvoor het slachtoffer naar gemeen recht aansprakelijk is, op grond van artikel 1251, 3°, Oud Burgerlijk Wetboek, in gelijke delen moet worden gedragen door de WAM-verzekeraars van alle in het ongeval betrokken motorrijtuigen. 14. De appelrechter stelt vast en oordeelt dat: - W. B. slachtoffer was bij een verkeerongeval waarbij twee motorrijtuigen betrokken waren, met name enerzijds de door hemzelf bestuurde tankwagen en anderzijds de tankwagen van Cleaning T. nv, bestuurd door L. D.C.; - de tankwagen bestuurd door W. B. in WAM verzekerd was bij de eiseres; - de tankwagen bestuurd door L. D.C., als aangestelde van Cleaning T. nv, in WAM verzekerd was bij de eerste verweerster; - W. B. zelf zeer zeker een fout heeft begaan en die fout al evenzeer in oorzakelijk verband staat met het ongeval en zijn schadelijke gevolgen; - L. D.C. van zijn kant helemaal niet in de fout is gegaan; - Cleaning T. nv dan weer wel een duidelijke fout heeft begaan, met name door de algemene laksheid waarmee zij met de veiligheid van de chauffeurs op haar bedrijfsterrein is omgegaan: geen info in het bureel waar deze zich moesten aanbieden; geen borden en/of markeringen op het terrein zelf, tenminste geen die voor zichzelf spraken; geen enkele controle; - ook de fouten van Cleaning T. nv in oorzakelijk verband staan met het ongeval en zijn schadelijke gevolgen; - de aansprakelijkheid tussen W. B. en Cleaning T. nv wordt verdeeld en dit bij helften; - de eerste verweerster W. B. en zijn zorgverzekeraars is beginnen vergoeden in het kader van artikel 29bis, § 1, eerste lid, WAM. 15. De appelrechter die op deze gronden oordeelt dat de eerste verweerster de helft van de reeds door haar betaalde bedragen van de eiseres kan terugvorderen en de eiseres daarenboven veroordeelt om de eerste verweerster te vrijwaren, ten bedrage van 50 pct., voor de uitgaven die zij in het kader van dit schadegeval vanaf 28 december 2022 nog heeft gedaan en in de toekomst nog zou moeten doen, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. (…) C. Zaak C.25.0132.N (…) Dictum Het Hof, Voegt de zaken C.24.0501.N en C.25.0132.N. Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het: - oordeelt over de vorderingen van Baloise Belgium nv en van TVM Verzekeringen nv tegen Axa Belgium nv; - TVM Verzekeringen nv veroordeelt tot betaling aan Baloise Belgium nv van de provisie van 223.203,48 euro en tot vrijwaring, ten bedrage van 50 pct., voor de uitgaven die zij vanaf 28 december 2022 nog heeft gedaan en in de toekomst nog zou moeten doen; - uitspraak doet over de kosten. Verklaart het arrest bindend voor de tot bindendverklaring opgeroepen partij. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, zetelend in hoger beroep. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, en de raadsheren Sven Mosselmans, Myriam Ghyselen, Ann De Wolf en Eva Van Hoorde, en in openbare rechtszitting van 30 april 2026 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Stijn Ravyse, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260430.1N.11 Gerelateerde publicatie(
  2. s)Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260430.1N.11 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.