id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 30 april 2026 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260430.1N.9 Rolnummer: C.24.0482.N Zaak: H. contra H. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige - Burgerlijk recht Invoerdatum: 2026-05-19 Raadplegingen: 429 - laatst gezien 2026-06-18 20:20 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiche 1 Artikel 440, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek stelt een weerlegbaar vermoeden van mandaat in ten voordele van de advocaat voor al zijn handelingen in het kader van een procedure met uitzondering van die handelingen die overeenkomstig de wet een bijzonder mandaat vereisen. Thesaurus CAS: ADVOCAAT Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - Deel II: RECHTERLIJKE ORGANISATIE. (art. 58 tot 555/16) - 10-10-1967 - Art. 440, tweede lid - 02 ELI link Pub nr 1967101053 Fiche 2 Een gerechtelijke bekentenis is een proceshandeling in de zin van artikel 440, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek waarvoor de advocaat over een bijzondere lastgeving moet beschikken. Thesaurus CAS: BEKENTENIS Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - Deel II: RECHTERLIJKE ORGANISATIE. (art. 58 tot 555/16) - 10-10-1967 - Art. 440, tweede lid - 02 ELI link Pub nr 1967101053 Fiche 3 De rechter moet alleen dan onderzoeken of de advocaat die een gerechtelijke bekentenis aflegt, over een bijzondere lastgeving beschikt, wanneer omtrent de regelmatigheid van die lastgeving voor hem een betwisting wordt opgeworpen. Thesaurus CAS: ADVOCAAT Tekst van de beslissing Nr. C.24.0482.N D. H., eiser, vertegenwoordigd door mr. Beatrix Vanlerberghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiser woonplaats kiest, tegen B. H., verweerster, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 3000 Leuven, Koning Leopold I-straat 3, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, van 24 juni
- Raadsheer Ann De Wolf heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Tweede onderdeel
- De appelrechter stelt vast dat de advocaat van de eiser op de zitting voor de eerste rechter uitdrukkelijk bevestigde dat hij de verkoopprijs van 1.300.000 euro voor de aandelen heeft ontvangen. In zoverre het onderdeel ervan uitgaat dat de eerste rechter ten onrechte oordeelde dat de advocaat van de eiser op de zitting bevestigde dat de eiser de verkoopprijs van 1.300.000 euro ontving, verplicht dit het Hof tot een onderzoek van feiten waarvoor het niet bevoegd is en is het bijgevolg niet ontvankelijk.
- Krachtens artikel 440, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek verschijnt de advocaat als gevolmachtigde van de partij zonder dat hij van enige volmacht moet doen blijken, behalve indien de wet een bijzondere lastgeving eist. Deze wetsbepaling stelt een weerlegbaar vermoeden van mandaat in ten voordele van de advocaat voor al zijn handelingen in het kader van een procedure met uitzondering van die handelingen die overeenkomstig de wet een bijzonder mandaat vereisen.
- Een gerechtelijke bekentenis is een proceshandeling in de zin van artikel 440, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek waarvoor de advocaat over een bijzondere lastgeving moet beschikken. De rechter moet alleen dan onderzoeken of de advocaat die een gerechtelijke bekentenis aflegt, over een bijzondere lastgeving beschikt, wanneer omtrent de regelmatigheid van die lastgeving voor hem een betwisting wordt opgeworpen.
- Uit de stukken waarop het Hof acht kan slaan, blijkt dat voor de appelrechter alleen werd aangevoerd dat de eerste rechter onterecht oordeelde dat de advocaat van de eiser op de zitting uitdrukkelijk bevestigde dat de eiser de verkoopprijs van 1.300.000 euro voor de aandelen ontving, en er geen wil was om een bekentenis in die zin af te leggen, maar hooguit verwarring of dwaling omtrent de feiten. De appelrechter die bij ontstentenis van enige aangevoerde onregelmatigheid in de lastgeving van de advocaat, de eiser veroordeelt tot teruggave aan de verweerster van 645.000 euro onder verwijzing naar de niet van valsheid betichte voormelde bevestiging, verantwoordt zijn beslissing naar recht. In zoverre kan het onderdeel niet worden aangenomen. (…) Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiser op 957,30 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, en de raadsheren Sven Mosselmans, Myriam Ghyselen, Ann De Wolf en Eva Van Hoorde, en in openbare rechtszitting van 30 april 2026 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Stijn Ravyse, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260430.1N.9 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div