← België

I. contra R.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 05 mei 2026 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2026:A

Art. 41

, eerste lid - 40 ELI link Pub nr 1999000028 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) - 19-11-1808 - Art. 195, vijfde lid - 30 ELI link Pub nr 1808111901 Thesaurus CAS: STRAF - ANDERE STRAFFEN - Allerlei Wettelijke bepalingen: Wet 21 dec. 1998 betreffende de veiligheid bij

Art. 41

, eerste lid - 40 ELI link Pub nr 1999000028 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) - 17-11-1808 - Art. 195, vijfde lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Wettelijke bepalingen: Wet 21 dec. 1998 betreffende de veiligheid bij

Art. 41

, eerste lid - 40 ELI link Pub nr 1999000028 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) - 19-11-1808 - Art. 195, vijfde lid - 30 ELI link Pub nr 1808111901 Tekst van de beslissing Nr. P.26.0169.N I G. I., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Jan Keulen, advocaat bij de balie Limburg, II M. N., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Fouad Marchouh, advocaat bij de balie Limburg, beiden tegen B. R., burgerlijke partij, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 14 januari

  1. De eiser I voert geen middel aan. De eiser II voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van de cassatieberoepen I en II
  2. Het arrest spreekt de eiser II vrij voor de feiten omschreven onder de telastlegging D. Het arrest bevestigt het beroepen vonnis waar het de vordering van de verweerder tegen de eisers I en II ongegrond verklaart. In zoverre ook gericht tegen deze beslissingen, zijn de cassatieberoepen I en II bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Middel van de eiser II
  3. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en de artikelen 195, vijfde lid en 211 Wetboek van Strafvordering: het arrest legt aan de eiser II de facultatieve straf van een stadion- en perimeterverbod op gedurende een termijn van vier jaar, maar het stelt niet vast dat aan de wettelijke voorwaarden voor die straf is voldaan en evenmin waarom het opleggen van die straf met die duur noodzakelijk is.
  4. Volgens artikel 41, eerste lid, van de wet van 21 december 1998 betreffende de veiligheid bij voetbalwedstrijden (hierna Voetbalwet) kan in geval van een veroordeling voor een misdrijf, begaan omwille van en ter gelegenheid van de organisatie van een voetbalwedstrijd, door de rechter een gerechtelijk stadionverbod worden uitgesproken voor de duur van drie maanden tot tien jaar. Volgens het tweede lid van die bepaling kan een dergelijk gerechtelijk stadionverbod ook een perimeterverbod impliceren op de wijze die door de rechter wordt bepaald.
  5. Uit artikel 195, vijfde lid, Wetboek van Strafvordering, dat volgens artikel 211 Wetboek van Strafvordering ook van toepassing is op de hoven van beroep, moet de rechter de keuze voor een straf of maatregel en de maat ervan, die de wet aan zijn vrije beoordeling overlaat, nauwkeurig motiveren, zij het dat die motivering beknopt mag zijn.
  6. Het arrest (p. 27), dat de aard en de ernst van de lastens de eiser II bewezenverklaarde feiten beschrijft, verwijst voor het opleggen van de bijkomende straf van het gerechtelijk stadionverbod met een perimeterverbod als bedoeld door artikel 41 Voetbalwet onder meer naar het beroepen vonnis. Gelet op die overname van de redenen van het beroepen vonnis (p. 158) oordeelt het arrest (p. 30) als volgt: - de lastens de eiser II bewezenverklaarde feiten werden door hem omwille van en ter gelegenheid van de organisatie van een voetbalwedstrijd gepleegd; - gelet op de aard en de ernst van de bewezenverklaarde feiten en de maatschappelijke laakbaarheid ervan wordt aan de eiser II bij toepassing van artikel 41 Voetbalwet als bijkomende straf een gerechtelijk stadionverbod met perimeterverbod opgelegd voor een duur van vier jaar zoals nader bepaald. Aldus stelt het arrest vast dat aan de wettelijke voorwaarden voor het uitspreken van die bijkomende straf is voldaan en vermeldt het tevens op nauwkeurige wijze de redenen voor de keuze voor die bijkomende straf en de maat ervan overeenkomstig artikel 195, vijfde lid, Wetboek van Strafvordering. Het middel dat berust op een onjuiste lezing van het arrest, mist feitelijke grondslag. Ambtshalve onderzoek
  7. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissingen zijn overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers tot de kosten van hun cassatieberoepen. Bepaalt de kosten in het geheel op 225,01 euro, waarvan op het cassatieberoep I 112,50 euro is verschuldigd en op het cassatieberoep II 112,51 euro is verschuldigd. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Steven Van Overbeke, Bruno Lietaert en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 5 mei 2026 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260505.2N.10 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241119.2N.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.