← België

C.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 05 mei 2026 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2026:A

Art. 3

- 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 5

.1.e - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 13

- 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 5 - Artikel 5.1 Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 3

- 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 5

.1.e - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 13

- 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 13 Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 3

- 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 5

.1.e - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 13

- 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: BESCHERMING VAN DE MAATSCHAPPIJ - KAMER VOOR BESCHERMING VAN DE MAATSCHAPPIJ Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 3

- 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 5

.1.e - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 13

- 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: GEESTESZIEKE Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 3

- 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 5

.1.e - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 13

- 30 Link Justel databank 19501104-30 Fiches 6 - 10 Het enkele feit dat bij een geïnterneerde er geen of weinig vooruitgang is op therapeutisch vlak en dat er op het vlak van reclassering evenmin enig vooruitzicht is, kan in het licht van de uit de artikelen 3 en 5.1.e EVRM, zoals uitgelegd door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, voortvloeiende verplichting om een geïnterneerde te plaatsen in een hospitaal, kliniek of aangepaste instelling, niet verantwoorden dat er een einde wordt gemaakt aan de plaatsing van die geïnterneerde in een forensisch psychiatrisch centrum en om zijn overplaatsing te bevelen naar een penitentiair milieu, waarmee de kamer voor de bescherming van de maatschappij te kennen geeft dat dit geen aan de toestand van de eiser aangepaste instelling is waar hij de nodige zorg zal ontvangen

(1).
(1)Zie gelijkluidende concl. OM. Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 3 Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 3

- 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 5

.1.e - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 13

- 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 5 - Artikel 5.1 Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 3

- 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 5

.1.e - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 13

- 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 13 Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 3

- 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 5

.1.e - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 13

- 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: BESCHERMING VAN DE MAATSCHAPPIJ - KAMER VOOR BESCHERMING VAN DE MAATSCHAPPIJ Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 3

- 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 5

.1.e - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 13

- 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: GEESTESZIEKE Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 3

- 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 5

.1.e - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 13- 30 Link Justel databank 19501104-30 Tekst van de beslissing Nr.

P.26.0521.N J. C., geïnterneerde, eiser, met als raadsman mr. Peter Verpoorten, advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de strafuitvoeringsrechtbank Gent, kamer voor de bescherming van de maatschappij, van 2 april

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft op 24 april 2026 ter griffie van het Hof een schriftelijke conclusie ingediend. Op de rechtszitting van 5 mei 2026 heeft voorzitter Filip Van Volsem verslag uitgebracht en heeft de voornoemde advocaat-generaal geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  2. Het middel voert schending aan van de artikelen 3 en 5.1.e EVRM en artikel 2 Interneringswet: het vonnis dat beslist tot opsluiting in een gevangenis van de eiser, die volgens de vaststellingen van het vonnis een hoge behandel- en beveiligingsnood heeft, schendt zo de vermelde bepalingen; de opsluiting van een geesteszieke is slechts rechtmatig in de zin van artikel 5.1.e EVRM indien zij geschiedt in een hospitaal, kliniek of aangepaste instelling; het verwijderen van een zwaar geesteszieke patiënt uit een forensisch psychiatrisch centrum (hierna FPC), waar hij al zeven jaar verblijft, tegen het advies van zijn behandelaars in, enkel en alleen omdat de Belgische Staat in een ontoereikend zorgaanbod voorziet, is juridisch noch menselijk te verantwoorden; een wederopsluiting van de eiser, die geen recht op verblijf heeft in België, in de gevangenis betekent terug naar af, namelijk naar een onaangepaste instelling en het stopzetten van de behandeling; het vonnis gaat voorbij aan de zware geestesziekte waar de eiser mee kampt.
  3. De artikelen 3, 5.1.e en 13 EVRM verzetten zich niet ertegen dat de kamer voor de bescherming van de maatschappij (hierna de kamer) die vaststelt dat de opname in een aan de toestand van een geïnterneerde aangepaste instelling, zoals een forensisch psychiatrisch centrum, niet langer een behandeldoel dient onder meer gelet op de weigering van de geïnterneerde om mee te werken aan de behandeling, een einde stelt aan die opname met het oog op de plaatsing van de geïnterneerde in een instelling waar niet langer de nadruk wordt gelegd op behandeling, maar wel op het bieden van externe controle, dagstructuur en levenskwaliteit. Uit die verdragsbepalingen kan geen verplichting worden afgeleid voor de overheid om een behandeling te verstrekken die onmogelijk het beoogde doel kan realiseren.
  4. Het vonnis stelt vast dat de eiser niettegenstaande een jarenlang verblijf in het FPC op therapeutisch vlak geen enkele progressie heeft gemaakt, zijn psychotisch toestandsbeeld spijts de toegediende medicatie op de voorgrond blijft, hij niet deelneemt aan arbeidsblokken of therapie, hij groepsgesprekken links laat liggen, hij gestopt is met het volgen van Nederlandse les, hij geen netwerk heeft waarop hij kan terugvallen en het voor de behandelaars zo goed als onmogelijk is om met de betrokkene inhoudelijke gesprekken te voeren. Het oordeelt verder dat wat de reclassering van de eiser betreft het dossier muurvast zit aangezien er geen enkel vooruitzicht is op de uitwerking van een vervolgtraject. Het vonnis treedt ten slotte het openbaar ministerie bij in de vraag naar de zinvolheid van een verder verblijf in het FPC en of een behoud van die situatie nog wel te verantwoorden is, om op grond daarvan de overplaatsing te bevelen van de eiser naar de ABM Merksplas, die door de kamer wordt omschreven als de terugkeer naar een penitentiair milieu in afwachting van een terugkeer naar zijn land van herkomst. Aan de directeur wordt gevraagd ten laatste op 2 april 2027 advies uit te brengen.
  5. Het enkele feit dat bij een geïnterneerde er geen of weinig vooruitgang is op therapeutisch vlak en dat er op het vlak van reclassering evenmin enig vooruitzicht is, kan in het licht van de uit de artikelen 3 en 5.1.e EVRM, zoals uitgelegd door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, voortvloeiende verplichting om een geïnterneerde te plaatsen in een hospitaal, kliniek of aangepaste instelling, niet verantwoorden dat er een einde wordt gemaakt aan de plaatsing van die geïnterneerde in een forensisch psychiatrisch centrum en om zijn overplaatsing te bevelen naar een penitentiair milieu, waarmee de kamer te kennen geeft dat dit geen aan de toestand van de eiser aangepaste instelling is waar hij de nodige zorg zal ontvangen. Het middel is in zoverre gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde vonnis. Verwijst de zaak naar de strafuitvoeringsrechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, kamer voor de bescherming van de maatschappij, anders samengesteld. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Steven Van Overbeke, Bruno Lietaert en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 5 mei 2026 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260505.2N.12 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260505.2N.12 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.