← België

VAN OVERSTRAETEN REAL ESTATE nv c. STADSONTWIKKELING GE

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 07 mei 2026 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260507.1N.7 Rolnummer: C.23.0451.N-C.24.0282.N Zaak: VAN OVERSTRAETEN REAL ESTATE nv c. STADSONTWIKKELING GE Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Bestuursrecht - Belastingrecht Invoerdatum: 2026-05-21 Raadplegingen: 382 - laatst gezien 2026-06-18 15:22 Versie(s): Vertaling samenvatting(

  1. en)FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 Samenvatting(
  2. en)nog niet beschikbaar Thesaurus CAS: ONTEIGENING TEN ALGEMENEN NUTTE BELASTING Tekst van de beslissing Nr. C.23.0451.N 1. V.O. REAL ESTATE nv, 2. V.O. SPORT nv, 3. V.O. PATRIMONIUM nv, 4. V.O. SPORT nv, in haar hoedanigheid van rechtsopvolger van SIPPELBERG nv, eiseressen, vertegenwoordigd door mr. Martin Lebbe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1060 Brussel, Jourdanstraat 31, waar de eiseressen woonplaats kiezen, tegen STADSONTWIKKELING GENT, autonoom gemeentebedrijf, afgekort SOGENT, met zetel te 9000 Gent, Voldersstraat 1, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0367.300.594, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de verweerster woonplaats kiest. II Nr. C.24.0282.N STADSONTWIKKELING GENT, autonoom gemeentebedrijf, afgekort SOGENT, met zetel te 9000 Gent, Voldersstraat 1, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0367.300.594, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen 1. V.O. REAL ESTATE nv, 2. V.O. SPORT nv, 3. V.O. PATRIMONIUM nv, 4. V.O. SPORT nv, in haar hoedanigheid van als rechtsopvolger van SIPPELBERG nv, verweersters, vertegenwoordigd door mr. Martin Lebbe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1060 Brussel, Jourdanstraat 31, waar de verweersters woonplaats kiezen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 18 september 2023, op verwijzing na het arrest van het Hof van 29 maart 2019. Advocaat-generaal Frederic Vroman heeft op 3 april 2026 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Ilse Couwenberg heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Frederic Vroman heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN In de zaak C.23.0451.N voeren de eiseressen in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. In de zaak C.24.0282.N voert de eiseres in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling A. Voeging 1. De cassatieberoepen zijn gericht tegen hetzelfde arrest. Zij dienen te worden gevoegd. B. Zaak C.23.0451.N Eerste middel (…) Tweede onderdeel 4. Artikel 16 Grondwet bepaalt dat iemand slechts tegen een billijke en voorafgaande schadeloosstelling ten algemenen nutte van zijn eigendom kan worden ontzet. Die schadeloosstelling moet alle schadeposten omvatten die de onteigende heeft geleden en die met de onteigening in oorzakelijk verband staan. 5. De appelrechters stellen vast en oordelen dat inzake het huurverlies geen belastingschade kan worden toegekend, aangezien de aan de rechtsvoorganger van de eerste, tweede en derde eiseres, hierna VOP, toegekende en uitbetaalde schadevergoeding een vergoeding voor gederfde huurgelden betreft en op die huurgelden, in geval van afwezigheid van onteigening, door VOP belastingen dienen te worden betaald. 6. Met die redenen sluiten de appelrechters op wettige wijze het oorzakelijk verband tussen de onteigening en de belasting op de vergoeding voor gederfde huurgelden uit en oordelen zij naar recht dat die belasting geen bestanddeel is van de billijke schadeloosstelling. In zoverre het onderdeel aanvoert dat de appelrechters ten onrechte oordelen dat de belasting op de schadevergoeding wegens huurverlies niet in oorzakelijk verband staat met de onteigening, kan het niet worden aangenomen. 7. In zoverre het onderdeel opkomt tegen de reden dat de vergoeding wegens huurschade geen onteigeningsvergoeding is in de eigenlijke zin van het woord omdat zij niet dient om de onteigende in de mogelijkheid te stellen een onroerend goed van dezelfde waarde als het onteigende onroerend goed aan te kopen, komt het op tegen een overtollige reden en is het niet ontvankelijk. (…) Tweede middel Eerste onderdeel 9. Schadeposten die strekken tot vergoeding van kosten die de onteigende geacht wordt te moeten maken ten gevolge van een onteigening en die als fiscale kost voor hem aftrekbaar zijn, kunnen geen aanleiding geven tot bijkomende belastingschade. 10. De appelrechters die oordelen dat de door de vierde eiseres gevorderde belastingschade slechts kan worden toegekend op de vergoedingen die niet strekken tot de terugbetaling van kosten, verantwoorden hun beslissing naar recht. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. (…) C. Zaak C.24.0282.N Eerste middel (…) Vierde onderdeel 17. Geen grondwettelijke of wettelijke bepaling verplicht de onteigende om de onteigeningsvergoeding te herbeleggen in een onroerend goed. Aangezien de onteigende in de regel volledig vrij over zijn onteigeningsvergoeding beschikt, dient de rechter die moet oordelen over eventuele belastingschade op de in deze vergoeding toegekende wederbeleggingsvergoeding noch na te gaan of er voor de onteigende een mogelijkheid tot herbelegging bestaat, noch te onderzoeken of een herbelegging eventueel tot minder belastingschade leidt. Het onderdeel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. (…) Dictum Het Hof, Voegt de zaken met de rolnummers C.23.0451.N en C.24.0282.N. In zaak C.23.0451.N Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseressen tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseressen op 618,35 euro. In zaak C.24.0282.N Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 320,68 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, sectievoorzitter Bart Wylleman, en de raadsheren Ilse Couwenberg, Myriam Ghyselen en Ann De Wolf, en in openbare rechtszitting van 7 mei 2026 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Frederic Vroman, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260507.1N.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.