← België

A.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 12 mei 2026 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260512.2N.15 Rolnummer: P.26.0629.N Zaak: A. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2026-06-02 Raadplegingen: 202 - laatst gezien 2026-06-18 17:15 Versie(s): Vertaling samenvatting(

  1. en)FR nog niet beschikbaar Fiche Samenvatting(
  2. en)nog niet beschikbaar Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - CASSATIEBEROEP Tekst van de beslissing Nr. P.26.0629.N A. A., inverdenkinggestelde, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Anthony Demol, advocaat bij de balie West-Vlaanderen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, van 23 april 2026. De eiser voert geen middel aan. Raadsheer Steven Van Overbeke heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep 1. Volgens artikel 31, § 2, Voorlopige Hechteniswet kan tegen de arresten en vonnissen waardoor de voorlopige hechtenis wordt gehandhaafd, cassatieberoep worden ingesteld binnen een termijn van vierentwintig uren, die begint te lopen vanaf de dag waarop de beslissing aan de verdachte wordt betekend. 2. De eiser kan bijgevolg cassatieberoep instellen tot en met de dag die volgt op die van de betekening. Indien die dag een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag is, wordt de termijn verlengd bij toepassing van artikel 644, eerste lid, Wetboek van Strafvordering tot de eerstvolgende werkdag. 3. De omstandigheid dat de betekening geschiedt buiten de openingsuren van de griffie heeft niet tot gevolg dat de in artikel 31, § 2, Voorlopige Hechteniswet bedoelde termijn moet worden gerekend van het zoveelste uur van de dag van de betekening tot het zoveelste uur van de daarop volgende dag. Ook in dat geval eindigt de termijn de daarop volgende dag, waarbij de eiser in cassatie rekening moet houden met de openingsuren van de griffie. 4. Het arrest werd op donderdag 23 april 2026 om 17.15 uur aan de eiser betekend door de directeur van de gevangenis te Ieper. Derhalve kon de eiser cassatieberoep instellen tot en met vrijdag 24 april 2026, zowel ter griffie van de gevangenis als ter griffie van het appelgerecht, telkens binnen de openingsuren van deze griffies. 5. Het cassatieberoep dat werd ingesteld ter griffie van het hof van beroep op maandag 27 april 2026 is bijgevolg laattijdig en niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 84,21 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke, Bruno Lietaert en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 12 mei 2026 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Sofie Cammaert. PDF document ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260512.2N.15 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.