← België

G. contra L.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 12 mei 2026 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260512.2N.5 Rolnummer: P.25.1020.N Zaak: G. contra L. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2026-06-02 Raadplegingen: 265 - laatst gezien 2026-06-18 17:17 Versie(s): Vertaling samenvatting(

  1. en)FR nog niet beschikbaar Fiche Samenvatting(
  2. en)nog niet beschikbaar Thesaurus CAS: DWANGSOM Tekst van de beslissing Nr. P.25.1020.N GEWESTELIJK STEDENBOUWKUNDIG INSPECTEUR VAN DE AFDELING HANDHAVING, met kantoor te 3000 Leuven, Diestsepoort 6 bus 93, ON 0316.380.841, eiser tot herstel, eiser, met als raadsman mr. Dennis Muñiz Espinoza, advocaat bij de balie Leuven, met kantoor te 3210 Lubbeek, Koetsiersweg 45, waar de eiser woonplaats kiest, tegen P. L., beklaagde, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Beatrix Vanlerberghe en mr. Johan Verbist, advocaten bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, correctionele kamer, van 19 juni 2025. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Steven Van Overbeke heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel 1. Het middel voert schending aan van de artikelen 1385bis en 1385quinquies Gerechtelijk Wetboek en artikel 6.3.1, § 4, Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening: met het oordeel dat de dwangsom geen effectief drukkingsmiddel is gebleken omdat de verweerder gedurende ongeveer vijftien jaar meer dan 650.000,00 euro aan dwangsommen heeft betaald, dat redelijkerwijze valt aan te nemen dat de verweerder ook een hoger bedrag aan dwangsommen zal blijven betalen zonder uitvoering te geven aan de hoofdveroordeling en dat de eiser ook ambtshalve tot de uitvoering van de herstelmaatregel kan overgaan, verantwoorden de appelrechters niet naar recht dat eisers vordering tot verhoging van de dwangsom ongegrond is; een verhoging van de dwangsom kan bij toepassing van artikel 1385quinquies, derde lid, Gerechtelijk Wetboek worden gevraagd wanneer de veroordeelde aanhoudend in gebreke blijft uitvoering te geven aan de hoofdveroordeling; het staat vast dat de verweerder aanhoudend in gebreke blijft om te voldoen aan de hem door het arrest van het hof van beroep van 24 november 2008 opgelegde veroordeling tot herstel van de plaats in de vorige staat door het afbreken van de woning, garage en bergplaats onder verbeurte van een dwangsom van 123,95 euro per dag vertraging; de appelrechters voegen hieraan ten onrechte een voorwaarde toe door te vereisen dat de opgelegde dwangsom nog een effectief drukkingsmiddel moet zijn, aangezien ze eisers vordering tot verhoging van de dwangsom tot 500,00 euro per dag vertraging afwijzen omdat de verweerder in het verleden de verbeurde dwangsommen heeft betaald en deze ook zal blijven betalen; het arrest stelt helemaal niet vast dat het voor de verweerder onmogelijk zou zijn om aan de hoofdveroordeling te voldoen, maar oordeelt louter dat de dwangsom klaarblijkelijk niet van aard is om de houding van de verweerder te wijzigen; ook de omstandigheid dat de eiser ambtshalve in de uitvoering van de herstelmaatregel kan voorzien, wat geen verplichting voor de eiser inhoudt, doet geen afbreuk aan eisers recht om een verhoging van de dwangsom te vragen teneinde de verweerder tot uitvoering van de hem opgelegde herstelmaatregel te dwingen. 2. Bij toepassing van artikel 1385quinquies, derde lid, Gerechtelijk Wetboek kan de partij op wier verzoek reeds een dwangsom werd opgelegd, aan de rechter vragen om een bijkomende dwangsom op te leggen of om de opgelegde dwangsom te verhogen wanneer de veroordeelde aanhoudend in gebreke blijft uitvoering te geven aan de hoofdveroordeling. 3. De rechter kan een verzoek tot verhoging van een bij een eerdere hoofdveroordeling opgelegde dwangsom niet afwijzen omdat de veroordeelde de op grond van die hoofdveroordeling verbeurde dwangsommen heeft betaald en onwillig blijft om uitvoering te geven aan de hoofdveroordeling. De dwangsom strekt immers ertoe om de uitvoering van de rechterlijke uitspraak te doen naleven en aldus het gezag van gewijsde ervan te doen eerbiedigen. 4. Bij de bepaling van de hoogte van de dwangsom of bij de beoordeling van een verzoek tot verhoging ervan bij toepassing van artikel 1385quinquies, derde lid, Gerechtelijk Wetboek, dient de rechter, gelet op de financiële draagkracht van de veroordeelde, rekening te houden met de verwachte weerstand tegen de uitvoering van de veroordeling en dient hij ernaar te streven dat die weerstand door het opleggen van de dwangsom wordt gebroken. 5. Wanneer de rechter overeenkomstig artikel 6.3.1, § 4, Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening op vordering van een bevoegde overheid aan de herstelmaatregel een dwangsom koppelt voor het geval de veroordeelde die maatregel niet of niet tijdig uitvoert, kan die overheid bij toepassing van artikel 1385quinquies, derde lid, Gerechtelijk Wetboek die rechter verzoeken om een hogere dwangsom op te leggen wanneer de veroordeelde aanhoudend in gebreke blijft uitvoering te geven aan het bevolen herstel. De loutere omstandigheid dat de stedenbouwkundige inspecteur als bevoegde overheid bij toepassing van artikel 6.3.4, § 1, Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening ambtshalve in de uitvoering van de bevolen herstelmaatregel kan voorzien op kosten van de veroordeelde als die laatste niet binnen de gestelde termijn overgaat tot het bevolen herstel, doet hieraan geen afbreuk. 6. Het arrest oordeelt niet, zoals voorgehouden door de verweerder, dat eisers vordering blijk geeft van rechtsmisbruik maar wijst die vordering louter af op grond van het oordeel dat de verweerder de ingevolge de niet-uitgevoerde hoofdveroordeling verbeurde dwangsommen heeft betaald, dat redelijkerwijze valt aan te nemen dat hij ook een hoger bedrag aan dwangsommen zal blijven betalen zonder uitvoering te geven aan de hoofdveroordeling en dat de eiser ook ambtshalve tot de uitvoering van de herstelmaatregel kan overgaan. Op grond van die redenen verantwoorden de appelrechters de beslissing dat eisers vordering ongegrond moet worden verklaard, niet naar recht. Het middel is gegrond. Overige grieven 7. De grieven kunnen niet leiden tot ruimere cassatie en behoeven bijgevolg geen antwoord. Dictum Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de beslissing over de kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Brussel, correctionele kamer, anders samengesteld. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke, Bruno Lietaert en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 12 mei 2026 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Sofie Cammaert. PDF document ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260512.2N.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.