← België

A.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 19 mei 2026 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260519.2N.11 Rolnummer: P.26.0663.N Zaak: A. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2026-06-03 Raadplegingen: 193 - laatst gezien 2026-06-18 17:38 Versie(s): Vertaling samenvatting(

  1. en)FR nog niet beschikbaar Fiche Samenvatting(
  2. en)nog niet beschikbaar Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Tekst van de beslissing Nr. P.26.0663.N B. A., veroordeelde tot vrijheidsstraf, gedetineerd, eiser, met als raadsman mr. Boris Reynaerts, advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de strafuitvoeringsrechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, van 27 april 2026 (nr. 2149/26). De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Isabelle De Tandt heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel 1. Het middel voert schending aan van de artikelen 24, 25/1, 25/2, 31, 36, 37, 47 § 1, 48, 50, 51, 52, 53, 54, 57 en 58 Wet Strafuitvoering: het vonnis wijst het verzoek om de strafuitvoeringsmodaliteit van de voorwaardelijke invrijheidstelling af omdat minstens de tegenaanwijzing van het risico op het plegen van nieuwe ernstige strafbare feiten voorhanden is, maar het grondt dat oordeel uitsluitend op het feit dat het elektronisch toezicht niet goed zou zijn doorlopen en werd herroepen; de eiser heeft evenwel de wettigheid betwist van deze herroeping; het vonnis betrekt op geen enkel ogenblik het verslag van de justitieassistent van 16 april 2026, waarin wordt gesteld dat een strikte opvolging, gecombineerd met de nodige begeleiding aangewezen is; door louter te verwijzen naar de herroeping van het elektronisch toezicht en zonder het verslag van de justitieassistent bij de beoordeling te betrekken, is het vonnis niet naar recht verantwoord. 2. Artikel 25/2 Wet Strafuitvoering, zoals ingevoegd met artikel 153 van de wet van 5 februari 2016 tot wijziging van het strafrecht en de strafvordering en houdende diverse bepalingen inzake justitie, werd vernietigd met het arrest nr. 148/2017 van het Grondwettelijk Hof van 21 december 2017. 3. Artikel 37 Wet Strafuitvoering is vreemd aan de aangevoerde grief. 4. In zoverre het middel schending aanvoert van die bepalingen, faalt het naar recht. 5. Geen enkele bepaling verzet zich ertegen dat de strafuitvoeringsrechtbank bij de beoordeling van het voorhanden zijn van de in artikel 47, § 1, 2°, Wet Strafuitvoering bedoelde tegenaanwijzing van het risico op het plegen van nieuwe ernstige strafbare feiten het gegeven betrekt dat een eerder toegekende strafuitvoeringsmodaliteit van het elektronisch toezicht is herroepen wegens een gebrek aan transparantie. De omstandigheid dat de veroordeelde een rechtsmiddel kan aanwenden tegen die herroeping laat niet toe anders te oordelen. 6. Geen enkele bepaling verplicht de strafuitvoeringsrechtbank bij de beoordeling van de toekenning of afwijzing van een strafuitvoeringsmodaliteit melding te maken van gegevens opgenomen in het verslag van een justitieassistent, behoudens bij daartoe strekkende conclusie. 7. Uit de enkele omstandigheid dat de strafuitvoeringsrechtbank geen melding maakt van de gegevens opgenomen in het verslag van de justitieassistent volgt niet noodzakelijk dat de rechtbank deze gegevens niet bij haar beoordeling heeft betrokken. 8. In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht. Ambtshalve onderzoek 9. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 6,11 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, sectievoorzitter Erwin Francis, de raadsheren Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 19 mei 2026 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Isabelle De Tandt, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260519.2N.11 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.