id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 19 mei 2026 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260519.2N.14 Rolnummer: P.26.0392.N Zaak: A. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2026-06-03 Raadplegingen: 282 - laatst gezien 2026-06-18 18:04 Versie(s): Vertaling samenvatting(
- en)FR nog niet beschikbaar Fiche Samenvatting(
- en)nog niet beschikbaar Thesaurus CAS: VERZET Tekst van de beslissing Nr. P.26.0392.N A. A. A. M., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Robbe Verschoren, advocaat bij de balie Leuven, met kantoor te 3130 Begijnendijk, Hoekje 3a, waar de eiser woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Leuven van 19 februari 2026. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Isabelle De Tandt heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep 1. Het bestreden vonnis verklaart eisers hoger beroep ontvankelijk. In zoverre ook gericht tegen die beslissing, is eisers cassatieberoep niet ontvankelijk bij gebrek aan belang. Middel 2. Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM en artikel 187 Wetboek van Strafvordering: het bestreden vonnis kan onmogelijk oordelen dat de eiser kennis had van de betekening van het verstekvonnis; het verstekvonnis werd niet aan de eiser zelf maar het openbaar ministerie betekend; het openbaar ministerie moet de kennisname van de betekening door de eiser bewijzen; uit het feit dat de raadsman van de eiser een verzoekschrift tot kosteloze rechtsbijstand heeft ingediend, kan niet worden afgeleid dat hij kennis had van de betekening; het bestreden vonnis leidt daaruit ook af dat er overleg is geweest over de in te stellen rechtsmiddelen en verwijst daarvoor naar de loyaliteit van de raadsman, zonder te verduidelijken wat daarmee wordt bedoeld; voor zover al zou blijken dat de raadsman van de eiser kennis had van de betekening, blijkt niet dat de betekening is gebeurd in overeenstemming met de wet, zodat minstens twijfel bestaat over het gegeven of de buitengewone termijn van verzet is beginnen lopen. 3. Volgens artikel 187, § 1, tweede lid, Wetboek van Strafvordering kan hij die bij verstek is veroordeeld, indien de betekening van het verstekvonnis niet aan hem in persoon is gedaan, wat de veroordeling tot straf betreft, in verzet komen binnen een termijn van vijftien dagen na de dag waarop hij van de betekening kennis heeft gekregen. 4. De rechter oordeelt onaantastbaar over het tijdstip waarop de beklaagde die verzet doet, kennis heeft gekregen van de betekening van het bij verstek gewezen vonnis. 5. Het Hof gaat wel na of de rechter uit zijn vaststellingen geen onmogelijk te verantwoorden gevolgen afleidt. 6. Het verstekvonnis van 26 oktober 2023 werd op 28 november 2023 overeenkomstig artikel 40, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek betekend aan de procureur des Konings. Tegen dit vonnis heeft de eiser op 19 november 2024 verzet aangetekend. 7. Het bestreden vonnis oordeelt dat uit het gegeven dat de raadsman van de eiser op 22 juli 2024 een verzoek om kosteloze rechtsbijstand heeft ingediend om tegen het verstekvonnis van 26 oktober 2023 verzet te kunnen aantekenen, alsook uit de omstandigheid dat mag worden aangenomen dat de raadsman voorafgaand daaraan overleg heeft gepleegd met de eiser over de aan te wenden rechtsmiddelen, volgt dat de eiser op 22 juli 2024 kennis had van de betekening van het verstekvonnis, zodat zijn op 19 november 2024 ingestelde verzet laattijdig is. 8. Het bestreden vonnis kan op grond van het enkele feit dat een verzoek om rechtsbijstand werd ingediend om verzet te kunnen aantekenen tegen een bij verstek gewezen vonnis en van de aanname dat de raadsman en de eiser overleg hebben gepleegd over tegen dat verstekvonnis aan te wenden rechtsmiddelen, niet afleiden dat de eiser noodzakelijk kennis had van de betekening van het verstekvonnis. Het middel is in zoverre gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis behoudens waar dit eisers hoger beroep ontvankelijk verklaart. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Veroordeelt de eiser tot een tiende van de kosten. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de Nederlandstalige correctionele rechtbank Brussel, rechtszitting houdend in hoger beroep. Bepaalt de kosten op 119,35 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, sectievoorzitter Erwin Francis, de raadsheren Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 19 mei 2026 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Isabelle De Tandt, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260519.2N.14 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.