← België

M.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 26 mei 2026 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260526.2N.8 Rolnummer: P.26.0327.N Zaak: M. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2026-06-03 Raadplegingen: 282 - laatst gezien 2026-06-18 15:52 Versie(s): Vertaling samenvatting(

  1. en)FR nog niet beschikbaar Fiche Samenvatting(
  2. en)nog niet beschikbaar Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 62 Tekst van de beslissing Nr. P.26.0327.N K. M., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Gilles Rousseau, advocaat bij de balie Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de Nederlandstalige correctionele rechtbank Brussel van 11 december 2025. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Peter Hoet heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep 1. Het bestreden vonnis verklaart eisers hoger beroep ontvankelijk, spreekt de eiser vrij voor de telastlegging B en verklaart de staat van herhaling voor de telastlegging C niet bewezen. In zoverre ook tegen die beslissingen gericht, is het cassatieberoep bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Middel Eerste onderdeel 2. Het onderdeel voert schending aan van artikel 6 EVRM en de artikelen 62 en 67bis Wegverkeerswet, alsmede miskenning van de algemene rechtsbeginselen van het vermoeden van onschuld en de bewijskracht van akten: het door het bestreden vonnis overeenkomstig artikel 67bis Wegverkeerswet aangenomen vermoeden van schuld kan niet tegen de eiser worden ingeroepen omdat het proces-verbaal van de overtreding niet tijdig aan zijn woonplaats werd toegezonden; de eiser is immers ambtshalve geschrapt en anders dan het bestreden vonnis oordeelt, kan die schrapping niet worden gelijkgesteld met een systematische nalatigheid met betrekking tot de inschrijving in het bevolkingsregister, maar vormt het overmacht voor de eiser. 3. Artikel 67bis Wegverkeerswet bepaalt dat wanneer een overtreding van de Wegverkeerswet of de uitvoeringsbesluiten ervan werd begaan met een motorvoertuig ingeschreven op naam van een natuurlijke persoon en de bestuurder bij de vaststelling van de overtreding niet werd geïdentificeerd, wordt vermoed dat die overtreding werd begaan door de titularis van de nummerplaat van het voertuig, met dien verstande dat dit vermoeden van toerekening kan worden weerlegd met elk middel. 4. Artikel 62, tweede lid, Wegverkeerswet bepaalt dat de vaststellingen gesteund op materiële bewijsmiddelen die door bemande automatisch werkende toestellen worden opgeleverd, gelden tot bewijs van het tegendeel. Volgens artikel 62, achtste lid, Wegverkeerswet moet een afschrift van het proces-verbaal binnen een termijn van veertien dagen, te rekenen vanaf de datum van de vaststelling van de misdrijven, aan de overtreder worden toegezonden. Bij afwezigheid van toezending of tijdige toezending van het proces-verbaal van overtreding aan de overtreder verliest dit proces-verbaal zijn bijzondere bewijswaarde. 5. De erin vervatte vaststellingen blijven evenwel gelden als eenvoudige inlichtingen, waarvan de rechter de bewijswaarde onaantastbaar beoordeelt. De verplichting het proces-verbaal van overtreding tijdig toe te zenden aan de overtreder heeft immers tot doel deze in staat te stellen het tegenbewijs te leveren van de vaststellingen die een bijzondere bewijswaarde hebben. 6. Uit het voorgaande volgt dat het door artikel 67bis Wegverkeerswet ingevoerde vermoeden van toerekening niet kan worden ingeroepen tegen een overtreder aan wie het proces-verbaal van overtreding niet werd toegezonden. 7. Aan een mogelijke overtreder die ambtshalve werd geschrapt, kan het proces-verbaal van vaststelling niet worden toegezonden, zodat het door artikel 67bis Wegverkeerswet ingestelde weerlegbaar vermoeden van toerekening van de overtreding aan de titularis van de nummerplaat van het voertuig niet tegen hem kan worden ingeroepen. De redenen of oorzaken van die ambtshalve schrapping zijn daarbij zonder belang. 8. Het bestreden vonnis stelt vast dat het aanvankelijk proces-verbaal niet werd toegezonden aan de eiser omdat hij sinds 14 september 2021 ambtshalve werd geschrapt. Het oordeelt verder dat uit het strafdossier blijkt dat de eiser ook reeds in 2013, 2015, 2016 en 2019 ambtshalve werd geschrapt en het leidt hieruit af dat het gebrek aan toezending van het proces-verbaal dan ook het rechtstreekse gevolg is van de systematische nalatigheid van de eiser met betrekking tot zijn inschrijving in het bevolkingsregister, zodat de bijzondere bewijswaarde van het proces-verbaal en het vermoeden van toerekening onverkort geldt. Het verklaart de eiser schuldig aan de telastleggingen A en C omdat de eiser op geen enkele wijze aannemelijk maakt, laat staan aantoont, dat hij niet zelf de bestuurder was op het ogenblik van de vaststelling en het wettelijk vermoeden door de eiser niet wordt weerlegd. Die beslissing is niet naar recht verantwoord. Het onderdeel is in zoverre gegrond. Tweede onderdeel 9. Het onderdeel dat niet kan leiden tot ruimere cassatie of cassatie zonder verwijzing, behoeft geen antwoord. Ambtshalve onderzoek voor het overige 10. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis, behoudens de beslissingen waartegen het cassatieberoep niet ontvankelijk is. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Veroordeelt de eiser tot een tiende van de kosten van zijn cassatieberoep. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de correctionele rechtbank Leuven, rechtszitting houdend in hoger beroep. Bepaalt de kosten op 160,77 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Erwin Francis, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Steven Van Overbeke, Bruno Lietaert en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 26 mei 2026 uitgesproken door sectievoorzitter Erwin Francis, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260526.2N.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.