← België

CREATIVE CONSTRUCTION and RENOVATION nv c. BELGISCHE S

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 28 mei 2026 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260528.1N.4 Rolnummer: F.24.0099.N Zaak: CREATIVE CONSTRUCTION and RENOVATION nv c. BELGISCHE S Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2026-06-10 Raadplegingen: 454 - laatst gezien 2026-06-18 19:34 Versie(s): Vertaling samenvatting(

  1. en)FR nog niet beschikbaar Fiche Samenvatting(
  2. en)nog niet beschikbaar Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - AANSLAGPROCEDURE - Bewijsvoering - Algemeen Tekst van de beslissing Nr. F.24.0099.N CREATIVE CONSTRUCTION AND RENOVATION nv, met zetel te 9070 Destelbergen, Molenweidestraat 24, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0417.751.185, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor 3000 Leuven, Koning Leopold I-straat 3, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen BELGISCHE STAAT, Federale Overheidsdienst Financiën, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kantoor te 1000 Brussel, Wetstraat 12, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0308.357.159, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Stefan De Vleeschouwer, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1853 Strombeek-Bever, Temselaan 100A, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het tussenarrest van 14 november 2023 en eindarrest van 18 juni 2024 van het hof van beroep te Gent. Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft op 29 april 2026 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Myriam Ghyselen heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling (…) Tweede onderdeel 3. De appelrechter stelt enerzijds vast dat er “verzet” was in hoofde van de eiseres omdat zij “zich in het algemeen verzet heeft tegen het betreffende onderzoek” en elke medewerking aan welk onderzoek dan ook geweigerd heeft. Hij verwijst naar het feit dat het proces-verbaal niet vermeldt hoe, door wie en waar die ‘klasseermappen’ werden aangetroffen en evenmin of over die raadpleging en retentie met de eiseres enige conversatie is gevoerd zodat moet worden geoordeeld dat daarvoor geen toestemming bestond en zelfs dat de eiseres haar toestemming voor de raadpleging en retentie geweigerd heeft. Anderzijds stelt hij vast dat het meenemen van de ‘klasseermappen’ eenvoudig zonder toestemming is gebeurd maar “zonder expliciet verzet” en dus niet met gebruik van enige dwang of geweld. Deze redenen zijn niet tegenstrijdig. In zoverre het onderdeel schending aanvoert van artikel 149 Grondwet, mist het feitelijke grondslag. 4. De fiscale wetgeving bevat geen algemene bepaling die het gebruik verbiedt van onrechtmatig verkregen bewijs voor het vaststellen van een belastingschuld en, zo daartoe gronden aanwezig zijn, voor het opleggen van een verhoging of een boete. 5. Het gebruik van onrechtmatig verkregen bewijs in fiscale zaken kan slechts worden geweerd hetzij wanneer de naleving van bepaalde vormvoorwaarden voorgeschreven wordt op straffe van nietigheid, wanneer de begane onrechtmatigheid de betrouwbaarheid van het bewijs heeft aangetast of wanneer het gebruik van het bewijs in strijd is met het recht op een eerlijk proces. De rechter houdt bij die afweging onder meer rekening met het zuiver formeel karakter van de onregelmatigheid, de weerslag ervan op het recht of de vrijheid die door de overschreden norm worden beschermd, het al dan niet opzettelijk karakter van de door de overheid begane onrechtmatigheid en de omstandigheid dat de ernst van de inbreuk de begane onrechtmatigheid overstijgt. 6. Het middel dat ervan uitgaat dat het gebruik van onrechtmatig verkregen bewijs in fiscale zaken noodzakelijk moet worden geweerd wanneer de administratie zich opzettelijk niet houdt aan het door de belastingplichtige opgeworpen en door de administratie vastgestelde verzet tegen de onrechtmatig verrichte handeling, faalt in zoverre naar recht. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 398,71 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, sectievoorzitter Bart Wylleman, en de raadsheren Myriam Ghyselen, Ann De Wolf en Eva Van Hoorde, en in openbare rechtszitting van 28 mei 2026 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Stijn Ravyse, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260528.1N.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.