id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 09 juni 2026 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260609.2N.5 Rolnummer: P.26.0287.N Zaak: R. contra B. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2026-06-12 Raadplegingen: 205 - laatst gezien 2026-06-18 14:04 Versie(s): Vertaling samenvatting(
- en)FR nog niet beschikbaar Fiche Samenvatting(
- en)nog niet beschikbaar Thesaurus CAS: BURGERLIJKE RECHTSVORDERING Tekst van de beslissing Nr. P.26.0287.N H. R., burgerlijke partij, eiser, met als raadsman mr. Joachim Meese, advocaat bij de balie Gent, tegen 1. H. B.A., inverdenkinggestelde, verweerder, 2. M. H., inverdenkinggestelde, verweerder, met als raadsman mr. Frédéric Delbar, advocaat bij de balie Oudenaarde, met kantoor te 9660 Brakel (Opbrakel), Hutte 26, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, van 12 februari 2026. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Isabelle De Tandt heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel Eerste onderdeel 1. Het onderdeel voert schending aan van artikel 6.1 EVRM, alsook miskenning van het algemeen rechtsbeginsel van het recht op een eerlijk proces: door ambtshalve en zonder de eiser in de mogelijkheid te stellen daarover standpunt in te nemen eisers hoger beroep niet ontvankelijk te verklaren wegens het niet langer beschikken over een actueel belang, miskent het arrest eisers recht op een eerlijk proces; de eiser werd in zijn redelijke verwachtingen verschalkt; de eiser hoefde als burgerlijke partij die hoger beroep aantekent tegen een beslissing van buitenvervolgingstelling zich niet eraan te verwachten dat het appelgerecht ambtshalve het nog voorhanden zijn van het belang, dat bestond op het ogenblik van het instellen van het rechtsmiddel, in vraag zou stellen; die vereiste heeft bovendien geen louter vormelijk karakter, maar veronderstelt een beoordeling van feiten; bovendien beschikt de eiser wel degelijk over een actueel belang; hij heeft immers als slachtoffer van een misdrijf minstens een moreel belang dat het bewezen karakter van dit misdrijf wordt vastgesteld. 2. De kamer van inbeschuldigingstelling die moet beslissen over de regeling van de rechtspleging betreffende een gerechtelijk onderzoek dat is opgestart door een klacht met burgerlijkepartijstelling en zonder dat het openbaar ministerie enige vordering heeft genomen tot het instellen van een gerechtelijk onderzoek of tot verwijzing naar het vonnisgerecht, oordeelt onaantastbaar of de burgerlijke partij voldoet aan de vereiste van een belang en of dat belang nog voorhanden is op het ogenblik dat de kamer van inbeschuldigingstelling moet beslissen over de regeling van de rechtspleging. 3. Het Hof gaat wel na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die op grond daarvan onmogelijk kunnen worden verantwoord. 4. Hij die klacht doet met burgerlijkepartijstelling wegens valsheid in geschriften en gebruik ervan waarvan hij het slachtoffer zou zijn, kan een moreel belang erbij hebben dat het bewezen karakter van dit misdrijf wordt vastgesteld door de rechter. Uit de enkele omstandigheid dat de valsheid en het gebruik ervan geen relevantie hebben gehad voor de tegen de klager ingestelde strafvordering, kan niet worden afgeleid, zoals het arrest doet, dat de eiser geen belang meer heeft bij de klacht met burgerlijkepartijstelling. Het eerste onderdeel is in zoverre gegrond. Overige grieven 5. De grieven behoeven geen antwoord. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de beslissing over de kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, anders samengesteld. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, sectievoorzitter Erwin Francis, de raadsheren Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 9 juni 2026 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Isabelle De Tandt, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260609.2N.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.