← België

GEGEVENSBESCHERMINGSAUTORITEIT GBA contra N.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 15 januari 2026 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260115.1N.3 Rolnummer: C.24.0098.N Zaak: GEGEVENSBESCHERMINGSAUTORITEIT GBA contra N. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht - Overige - Strafrecht Invoerdatum: 2026-03-16 Raadplegingen: 406 - laatst gezien 2026-06-18 23:20 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260115.1N.3 Fiches 1 - 3 Het Marktenhof oordeelt in het kader van een beroep tegen een beslissing van de Geschillenkamer van de Gegevensbeschermingsautoriteit met volle rechtsmacht; dit impliceert dat het Marktenhof, binnen de grenzen van de devolutieve werking van het beroep, uitspraak doet over alle rechts- en feitelijke vragen zoals zij door de Geschillenkamer van de Gegevensbeschermingsautoriteit werden onderzocht. Thesaurus CAS: PRIVELEVEN (BESCHERMING VAN) Wettelijke bepalingen: Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot ... - 27-04-2016 - Art. 78.1 Wet 3 december 2017 tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit - 03-12-2017 - Art. 100, § 1, 13° - 11 ELI link Pub nr 2017031916 Wet 3 december 2017 tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit - 03-12-2017 - Art. 108, § 1 - 11 ELI link Pub nr 2017031916 Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - ALLERLEI Wettelijke bepalingen: Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot ... - 27-04-2016 - Art. 78.1 Wet 3 december 2017 tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit - 03-12-2017 - Art. 100, § 1, 13° - 11 ELI link Pub nr 2017031916 Wet 3 december 2017 tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit - 03-12-2017 - Art. 108, § 1 - 11 ELI link Pub nr 2017031916 Thesaurus CAS: RECHTBANKEN - ALLERLEI Wettelijke bepalingen: Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot ... - 27-04-2016 - Art. 78.1 Wet 3 december 2017 tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit - 03-12-2017 - Art. 100, § 1, 13° - 11 ELI link Pub nr 2017031916 Wet 3 december 2017 tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit - 03-12-2017 - Art. 108, § 1 - 11 ELI link Pub nr 2017031916 Fiches 4 - 5 In de mate waarin de Geschillenkamer een administratieve geldboete heeft opgelegd, kan het Marktenhof nagaan of deze niet onevenredig is met de inbreuk zodat het aan het Marktenhof staat te onderzoeken of de Geschillenkamer naar redelijkheid kon overgaan tot het opleggen van een administratieve geldboete van zodanige omvang en het de administratieve geldboete ook mag aanpassen door zijn beslissing in de plaats te stellen van deze van de Geschillenkamer. Thesaurus CAS: RECHTBANKEN - ALLERLEI BEVOEGDHEID EN AANLEG - BURGERLIJKE ZAKEN - Bevoegdheid - Volstrekte bevoegdheid (Materiële. Persoonlijke) Fiche 6 Het is niet uitgesloten dat de toezichthoudende autoriteit een administratieve geldboete van één euro oplegt; het enkele feit dat deze geldboete ‘symbolisch' wordt genoemd betekent niet dat deze niet doeltreffend, evenredig en afschrikkend kan zijn. Thesaurus CAS: STRAF - GELDBOETE EN OPDECIEMEN Wettelijke bepalingen: Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot ... - 27-04-2016 - Art. 83.1 Tekst van de conclusie C.24.0098.N Conclusie van advocaat-generaal S. RAVYSE: 1 Situering 1. Uit de stukken waarop het Hof acht mag slaan blijkt dat de geschillenkamer van de eiseres (hierna “GBA”) op 4 mei 2022 aan de verweerster een administratieve gelboete heeft opgelegd van 10.000 euro wegens inbreuken op de Algemene Verordening Gegevensbescherming (hierna “AVG”)

(1).
  1. De inbreuken betroffen de afwezigheid van een rechtsgrond voor de verwerking van de persoonsgegevens, alsook de afwezigheid van het faciliteren van het recht op bezwaar bij de verzending van een mail (die als direct marketing werd aangemerkt) aan de aanvragers van een gratis 12-rittenkaart (‘Hello Belgium Railpass’).
  2. Het Marktenhof verklaarde in het bestreden arrest het verhaal van de verweerster tegen deze boete gegrond voor wat betreft de hoogte van de opgelegde boete en verlaagde die naar 1 euro.
  3. In het cassatieberoep tegen dit arrest voert de eiseres één middel aan met twee onderdelen. 2 Bespreking.
  4. In het eerste onderdeel voert de eiseres aan dat uit artikel 100 van de GBA-Wet
(2)volgt dat het Marktenhof zich kan uitspreken over de wettigheid van een door de geschillenkamer opgelegde administratieve geldboete, maar het niet, nadat het een administratieve geldboete onwettig heeft verklaard, vervolgens zelf de administratieve geldboete kan aanpassen. Volgens de GBA kan het Marktenhof enkel de beslissing op dit punt vernietigen, waarna het aan de geschillenkamer staat om een nieuwe beslissing te nemen, met inachtneming van de met gezag van gewijsde beklede beslissing van het Marktenhof.
  1. De rechtsvraag betreft de omvang van de rechtsmacht van het Marktenhof bij de beoordeling van een beroep tegen een beslissing van de GBA. Of deze bevoegdheid van het Marktenhof al dan niet een beoordeling met volle rechtsmacht omvat, blijkt niet als zodanig uit de GBA-wet.
  2. Het Grondwettelijk Hof stelde vast dat uit de parlementaire voorbereiding van de GBA-Wet blijkt dat de wetgever ervoor heeft gekozen het Marktenhof aan te wijzen als het rechtscollege dat exclusief bevoegd is om in het kader van een objectief contentieux en met volle rechtsmacht te oordelen over de geschillen inzake de beslissingen (van de Geschillenkamer) van de GBA
(3). De GBA-Wet werd beschouwd als het sluitstuk van de AVG. Artikel 78, lid 1, AVG, voorziet dat iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon het recht heeft om tegen een hem betreffend juridisch bindend besluit van een toezichthoudende autoriteit een doeltreffende voorziening in rechte in te stellen. Uit de rechtspraak van het Hof van Justitie blijkt dat deze bepaling inhoudt dat de rechterlijke instanties waarbij een beroep is ingesteld tegen een besluit van een toezichthoudende autoriteit, volledige rechtsmacht dienen uit te oefenen, waaronder de rechtsmacht om alle feitelijke en juridische vraagstukken in verband met het bij hen aanhangige geding te onderzoeken
(4). In het arrest van 10 januari 2025 oordeelde het Hof dat de volle rechtsmacht impliceert, binnen de grenzen van de devolutieve werking van het beroep, dat het Marktenhof uitspraak doet over alle rechts- en feitelijke vragen zoals zij door de GBA werden onderzocht
(5). Het Marktenhof kan zijn beslissing in de plaats stellen van deze van de GBA. 8. Volle rechtsmacht uitoefenen over een opgelegde sanctie houdt volgens de rechtspraak van het Hof in dat de rechter over een toetsing beschikt die alle waarborgen van artikel 6 EVRM biedt
(6), in het bijzonder de evenredigheidstoets, en of die sanctie verzoenbaar is met de dwingende eisen van internationale verdragen en van het interne recht, met inbegrip van de algemene rechtsbeginselen. Van belang is wel na te gaan in welke mate de administratie zelf gebonden was bij het bepalen van de omvang van de sanctie
(7), en de rechter de administratieve boete met repressief karakter niet kan verminderen onder het wettelijk minimum
(8). Het Marktenhof beschikt aldus over dezelfde bevoegdheid als de GBA
(9). 9. Het hier toepasselijke artikel 101 van de GBA-Wet
(10)voorziet dat de geschillenkamer kan beslissen om een administratieve boete op te leggen aan de vervolgde partijen volgens de algemene voorwaarden bepaald in artikel 83 AVG. Artikel 83.2 bepaalt uitdrukkelijk dat onder meer met verzwaren en verzachtende omstandigheden rekening kan worden gehouden. 10. Ook in de rechtsleer wordt aangenomen dat het Marktenhof specifiek voor administratieve sanctieprocedures de omvang van de opgelegde geldboete kan aanpassen, ook wanneer er sprake is van een appreciatiemarge, en ook zonder dat eerst tot de nietigheid van de beslissing moet worden besloten
(11). DE BOT onderstreept dat de volle rechtsmacht waarover het Marktenhof beschikt, specifiek wat betreft de beoordeling van de geldboetes, impliceert dat men de opgelegde boete kan verminderen
(12). De rechter kan met alle omstandigheden (aard, omvang, impact, ...) eigen aan de zaak én de (rechts)persoon rekening houden, maar niet op basis van externe factoren en eigen opportuniteitsoverweging een beleidsbeslissing maken bij het bepalen van de boeten.
  1. Het eerste onderdeel dat ervan uitgaat dat het Marktenhof die volle rechtsmacht niet toekomt, faalt naar recht.
  2. In het tweede onderdeel voert de eiseres aan dat een boete van één euro niet voldoet niet aan de voorwaarden inzake doeltreffendheid en afschrikking, zoals voorgeschreven door artikel 83 AVG. In zoverre het onderdeel het Hof uitnodigt op basis van de concrete feitelijke omstandigheden na te gaan of een boete van één euro al dan niet voldoende afschrikwekkend is, komt het onderdeel niet ontvankelijk voor. Een marginale toets leidt overigens mijns inziens tot de conclusie dat het Marktenhof tot die beslissing kon komen en zijn beslissing naar recht heeft verantwoord. In zoverre het onderdeel ervan uitgaat dat een boete van één euro per definitie uitsluit dat deze doeltreffend, evenredig en afschrikkend kan zijn in de zin van artikel 83, lid 1, AVG, faalt het naar recht. Conclusie: verwerping. _________________________________________________________________
(1)Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG, , Pb.L. 4 mei 2016, afl. 119, 1, err. Pb.L. 23 mei 2018, afl. 127, 2; destijds Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, Pb.L. 23 november 1995, L. 281; weergegeven als algemene verordening gegevensbescherming (‘AVG’).
(2)Wet van 3 december 2017 tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit.
(3)Gwh. 12 januari 2023, nr. 5/2023, ECLI:BE:GHCC:2023:ARR.005. Parl. St., Kamer, 2017-2018, DOC 54-2648/006, p. 5.
(4)HvJ 12 januari 2023, nr. C-132/21, inzake BE t./ Nemzeti Adatvédelmi, ECLI:EU:C:2023:2 r.o. 41; HvJ 7 december 2023, nr. C-634/21, QQ t Land Hessen, ECLI:EU:C:2023:957, r.o. 34; HvJ 7 december 2023, nrs. C-26/22 en C-64/22, UF en AB t Land Hessen, r.o. 52.
(5)Cass. 10 januari 2025, AR C.20.0220.N, ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250110.1N.2, met concl OM over de “volle rechtsmacht”, ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250110.1N.2.
(6)Cass. 9 november 2018, AR C.17.0220.N-C.17.0318.N, AC 2018, nr. 620, ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181109.4.
(7)Cass. 24 maart 2023, AR F.21.0056.N, ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230324.1N.3; Cass. 15 oktober 2010, AR F.09.0081.N, AC 2010, nr. 606, ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101015.5; Cass. 12 november 2010, AR F.09.0146.N, AC 2010, nr. 673, ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101112.7.
(8)Cass. (voltallig) 25 april 2025, AR F.22.0162.N-F.22.0166.N, ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250425.1N.1.
(9)Vergelijk Cass. 3 maart 2009, AR P.08.1451.N, AC 2009, nr. 166, ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090303.9; zie ook L. DE DEYNE, “Markttoezicht in de energiesector”, Antwerpen, Intersentia 2017, 470, nr. 673.
(10)Voor de wijziging bij artikel 52 van de Wet van 25 december 2023.
(11)P. VAN DE WEYER, “De rechtspraak van het Marktenhof in het licht van het recht op een effectieve rechtsbescherming”, TRNI 2018, 165; P. VAN DER WEYER, “De rechterlijke toetsing van bestuurshandelingen”, Antwerpen, Intersentia 2021, 404, nr. 791.
(12)D. DE BOT, De toepassing van de Algemene Verordening Gegevensbescherming in de Belgische context. Commentaar op de AVG, de Gegevensbeschermingswet en de Wet Gegevensbeschermingsautoriteit, Mechelen, Kluwer 2020, 1129, nr. 2913. PDF document ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260115.1N.3 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260115.1N.3 citeert: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090303.9 ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101015.5 ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101112.7 ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181109.4 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230324.1N.3 ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250110.1N.2 ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250425.1N.1 ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250110.1N.2 ECLI:BE:GHCC:2023:ARR.005 ECLI:EU:C:2023:2 ECLI:EU:C:2023:957 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.