← België

Dr. S. c. BELGISCHE STAAT FINANCIËN

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 22 januari 2026 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260122.1N.3 Rolnummer: F.24.0016.N Zaak: Dr. S. c. BELGISCHE STAAT FINANCIËN Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2026-02-25 Raadplegingen: 377 - laatst gezien 2026-06-18 13:38 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260122.1N.3 Fiche De motivering van een bezwaarschrift vereist dat daarin minstens één nauwkeurig omschreven grief wordt ingeroepen, met de betrokken aanslag als direct voorwerp, zodat de gewestelijk directeur het bezwaar kan onderzoeken; een aanvullend bezwaarschrift is slechts ontvankelijk als het initiële bezwaarschrift tijdig en gemotiveerd is

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - AANSLAGPROCEDURE - Bezwaar Wettelijke bepalingen: Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Art. 371 Tekst van de conclusie F.24.0016.N Conclusie van advocaat-generaal J. VAN DER FRAENEN: (…)
  1. Bespreking van het enig middel. 2.
  2. Eiseres voert aan dat tegen de ambtshalve aanslag een welomschreven grief werd aangevoerd in het administratieve bezwaar, m.n. dat de ambtshalve aanslag was aangetast door willekeur, aangezien hij werd opgemaakt op basis van niet-correcte, willekeurige en onvolledige gegevens, en dat het oordeel van de appelrechter dat het bezwaarschrift niet of onvoldoende is gemotiveerd dan ook de artikelen 366 tot 375, inzonderheid 371, WIB92 schendt. 2.
  3. Het middel kan m.i. niet worden aangenomen. 2.2.
  4. Krachtens artikel 366 WIB92 kan de belastingschuldige, alsmede zijn echtgenoot op wiens goederen de aanslag wordt ingevorderd, tegen het bedrag van de gevestigde aanslag, opcentiemen, verhogingen en boeten inbegrepen, schriftelijk bezwaar indienen bij de directeur der belastingen in wiens ambtsgebied de aanslag, de verhoging en de boete zijn gevestigd. Krachtens artikel 371 WIB92 moeten de bezwaarschriften worden gemotiveerd en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van zes maanden te rekenen van de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet waarop de bezwaartermijn vermeld staat, en die voorkomt op voormeld aanslagbiljet, dan wel de datum van de kennisgeving van de aanslag of van de inning van de belastingen op een andere wijze dan per kohier. Krachtens artikel 1385undecies Gerechtelijk Wetboek wordt de vordering inzake de geschillen, bedoeld in artikel 569, eerste lid, 32°, tegen de belastingadministratie slechts toegelaten indien de eiser voorafgaandelijk het door of krachtens de wet georganiseerde administratieve beroep heeft ingesteld. 2.2.
  5. Het Hof oordeelde reeds dat een niet-gemotiveerd bezwaarschrift niet ontvankelijk is
(1). Eiseres gaat er van uit dat het noodzakelijk maar voldoende is dat minstens één grief in feite of in rechte wordt geformuleerd tegen de aanslag. Er moet echter worden opgemerkt dat, eerder dan naar de letterlijke bewoordingen van het bezwaarschrift te kijken, dient te worden nagegaan wat de belastingplichtige met het indienen van zijn bezwaar precies wil en in hoeverre een precieze grief tegen een welbepaalde taxatie werd aangevoerd. Wanneer de grief luidt dat sprake is van een willekeurige aanslag, kan die aanvoering op zich niet volstaan, maar moet deze dermate worden geformuleerd of onderbouwd zodat een effectieve controle ervan mogelijk is. 2.2.3. De rechter die vaststelt dat een bezwaarschrift niet is gemotiveerd, kan wettig beslissen dat dit bezwaar onontvankelijk is, m.a.w. dat er geen bezwaarschrift werd ingediend
(2). 2.2.
  1. Het lijkt mij dat de appelrechter, die met de redenen vermeld op p. 7 en 8, eerste alinea, oordeelt dat de gewestelijke directeur terecht tot de niet-toelaatbaarheid van het bezwaar heeft besloten en dat de vordering in rechte in toepassing van artikel 1385undecies Gerechtelijk Wetboek niet toelaatbaar is, zijn beslissing naar recht verantwoordt. Deze redenen waarop de appelrechters zich baseren, miskennen de bewijskracht van het bezwaarschrift niet en verantwoorden naar recht de gemaakte gevolgtrekkingen, alsook het oordeel dat het bezwaar niet is gemotiveerd en bijgevolg niet ontvankelijk is. Ook de beslissing dat aan de ontvankelijkheidsvoorwaarde vervat in artikel 1385undecies Gerechtelijk Wetboek niet is voldaan, is bijgevolg naar recht verantwoord.
  2. Besluit: Verwerping. _________________________________________________________________________
(1)Cass. 15 oktober 2010, AR F.09.0092.N, AC 2010, nr. 607, ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101015.7.
(2)Concl. van advocaat-generaal D. THIJS vóór Cass. 15 oktober 2010, AR F.09.0092.N, AC 2010, nr. 607, ECLI:BE:CASS:2010:CONC.20101015.7, met verwijzing naar Cass. 4 januari 2002, AR F.00.0058.F, AC 2002, nr. 7, ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020104.2. PDF document ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260122.1N.3 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260122.1N.3 citeert: ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020104.2 ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101015.7 ECLI:BE:CASS:2010:CONC.20101015.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.