← België

STANDAARD BOEKHANDEL nv contra O.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 02 februari 2026 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260202.3N.5 Rolnummer: S.24.0018.N Zaak: STANDAARD BOEKHANDEL nv contra O. Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Arbeidsrecht Invoerdatum: 2026-03-05 Raadplegingen: 271 - laatst gezien 2026-06-18 06:29 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260202.3N.5 Fiche 1 Een afdeling van een onderneming in de zin van de Wet Ontslagregeling Personeelsafgevaardigden is een onderdeel van de onderneming dat een zekere samenhang vertoont en zich onderscheidt van de rest van de onderneming door een eigen technische onafhankelijkheid en door een onderscheiden duurzame activiteit of bedrijvigheid en personeelsgroep

(1)
(2).
(1)Zie concl. OM.
(2)Cass. 4 februari 2002, AR S.00.0179.N ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020204.4, AC 2002, nr. 80. Thesaurus CAS: ONDERNEMINGSRAAD EN VEILIGHEIDSCOMITE - BESCHERMDE WERKNEMERS Wettelijke bepalingen: Wet 19 maart 1991 houdende bijzondere ontslagregeling voor de personeelsafgevaardigden in de ondernemingsraden en in de comités voor veiligheid, gezondheid en verfraaiing van de werkplaatsen alsmede voor de kandidaat-personeelsafgevaardigden - 19-03-1991 - Art. 1, § 2, 5° en 6° - 32 ELI link Pub nr 1991012215 Wet 19 maart 1991 houdende bijzondere ontslagregeling voor de personeelsafgevaardigden in de ondernemingsraden en in de comités voor veiligheid, gezondheid en verfraaiing van de werkplaatsen alsmede voor de kandidaat-personeelsafgevaardigden - 19-03-1991 - Art. 3, § 1 - 32 ELI link Pub nr 1991012215 Fiche 2 Voor de toepassing van de Wet Ontslagregeling Personeelsafgevaardigden is er een sluiting van een afdeling van een onderneming wanneer de hoofdactiviteit van een afdeling van een technische bedrijfseenheid definitief wordt stopgezet; er is geen stopzetting van de hoofdactiviteit van een afdeling van de onderneming wanneer de werkgever de uitbating van de betreffende afdeling stopzet, maar een andere werkgever haar voortzet
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: ONDERNEMINGSRAAD EN VEILIGHEIDSCOMITE - BESCHERMDE WERKNEMERS Wettelijke bepalingen: Wet 19 maart 1991 houdende bijzondere ontslagregeling voor de personeelsafgevaardigden in de ondernemingsraden en in de comités voor veiligheid, gezondheid en verfraaiing van de werkplaatsen alsmede voor de kandidaat-personeelsafgevaardigden - 19-03-1991 - Art. 1, § 2, 5° en 6° - 32 ELI link Pub nr 1991012215 Wet 19 maart 1991 houdende bijzondere ontslagregeling voor de personeelsafgevaardigden in de ondernemingsraden en in de comités voor veiligheid, gezondheid en verfraaiing van de werkplaatsen alsmede voor de kandidaat-personeelsafgevaardigden - 19-03-1991 - Art. 3, § 1 - 32 ELI link Pub nr 1991012215 Fiche 3 De vergoedingen van de artikelen 16 en 17 Wet Ontslagregeling Personeelsafgevaardigden worden berekend op grond van het lopende loon, dit is het loon, inclusief alle krachtens de overeenkomst verworven voordelen, waarop de werknemer op het ogenblik van het ontslag recht heeft; daarin is ook het veranderlijke loon begrepen, op voorwaarde dat vaststaat dat de werknemer het in de relevante periode voorafgaand aan zijn ontslag ook werkelijk genoot; het staat aan de feitenrechter dit in feite te beoordelen
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: ONDERNEMINGSRAAD EN VEILIGHEIDSCOMITE - BESCHERMDE WERKNEMERS Wettelijke bepalingen: Wet 19 maart 1991 houdende bijzondere ontslagregeling voor de personeelsafgevaardigden in de ondernemingsraden en in de comités voor veiligheid, gezondheid en verfraaiing van de werkplaatsen alsmede voor de kandidaat-personeelsafgevaardigden - 19-03-1991 - Art. 16 - 32 ELI link Pub nr 1991012215 Wet 19 maart 1991 houdende bijzondere ontslagregeling voor de personeelsafgevaardigden in de ondernemingsraden en in de comités voor veiligheid, gezondheid en verfraaiing van de werkplaatsen alsmede voor de kandidaat-personeelsafgevaardigden - 19-03-1991 - Art. 17 - 32 ELI link Pub nr 1991012215 Tekst van de conclusie S.24.0018.N Conclusie van advocaat-generaal VANDERLINDEN:
  1. Eiseres tot cassatie komt op tegen een arrest van het Arbeidshof te Antwerpen, afdeling Antwerpen, gewezen op 9 oktober
  2. Door eiseres wordt er één middel aangevoerd.
  3. Het middel. A. In hoofdorde. a. Probleemstelling. Tussen eiseres en de representatieve vakorganisaties werd op 4 april 2016 een collectieve arbeidsovereenkomst gesloten waarbij, gelet op de stopzetting van de sociale verkiezingen in 2016, het sociaal overleg voor de periode 2016-2020 werd geregeld. Hierin werd voorzien in de toekenning van mandaten voor de werknemersorganisaties en werd gestipuleerd dat de werknemersafgevaardigden een ontslagbescherming genoten naar analogie van de Wet Ontslagregeling Personeelsafgevaardigden. De beoordeling van het geschil kadert dan ook geheel in de bepalingen van deze laatste wet. Ter discussie staat de toepassing van artikel 3 van deze wet wanneer de werkgever tot het ontslag van een beschermde werknemer wil overgaan omwille van technische of economische redenen. Indien de technische of economische redenen niet worden erkend door het paritair comité of de arbeidsrechtbank dan mag de werkgever enkel tot ontslag overgaan zo het de sluiting van een onderneming of de sluiting van een afdeling betreft. Het twistpunt dat aan Uw Hof wordt voorgelegd, betreft de vraag of er sprake is van de sluiting van een afdeling. b. Beoordeling. In de Wet Ontslagregeling Personeelsafgevaardigden wordt het begrip “afdeling” niet gedefinieerd. Uw Hof oordeelde in het arrest van 4 februari 2002 dat een afdeling van een onderneming een onderdeel is van de onderneming dat een zekere samenhang vertoont en zich onderscheidt van de rest van de onderneming door een eigen technische onafhankelijkheid en door een onderscheiden duurzame activiteit of bedrijvigheid en personeelsgroep
(1)
(2). Het gaat dus om een deel van de onderneming dat op technisch vlak een activiteit heeft die zich onderscheidt ten opzichte van de hele onderneming, maar er is evenwel geen sprake van een sociale en economische autonomie die eigen is aan een technische bedrijfseenheid. Het onderscheidt zich dus van de onderneming door haar activiteit meer nog dan door het eigen personeel of machinepark
(3). Tussen partijen staat niet ter discussie dat de winkel in Tielt-Winge, waar verweerster was tewerkgesteld, inderdaad een afdeling is in de zin van de Wet Ontslagregeling Personeelsafgevaardigden. De vraag, waar partijen het niet eens over zijn, is of er inderdaad sprake is van een sluiting van die afdeling. Voor de invulling van het begrip “sluiting” voorziet de voormelde wet wel in een definitie. Ingevolge artikel 1, § 2, 6° is er sprake van een sluiting indien definitieve stopzetting van de hoofdactiviteit van de onderneming of van een afdeling ervan. Wat betreft de onderneming moet in herinnering worden gebracht dat het begrip “onderneming” voor de Wet Ontslagregeling Personeelsafgevaardigden dezelfde invulling kent als deze inzake de regels tot de oprichting van een ondernemingsraad
(4)of comité voor preventie en bescherming op het werk
(5). Het betreft dus de technische bedrijfseenheid die wordt bepaald op grond van economische en sociale criteria waarbij de sociale criteria primeren in geval van twijfel
(6). De technische bedrijfseenheid valt dus niet noodzakelijk samen met de juridische entiteit. Derhalve kan een juridische entiteit meerdere technische bedrijfseenheden omvatten, en is het tevens zo dat diverse juridische entiteiten één technische bedrijfseenheid kunnen vormen. Een afdeling kan echter, in tegenstelling tot een technische bedrijfseenheid, geen zelfstandig bestaan hebben in een juridische entiteit. Immers een afdeling wordt niet gekenmerkt door een economische en sociale autonomie die eigen is aan een technische bedrijfseenheid. Een afdeling maakt dus altijd deel uit van een technische bedrijfseenheid. Dit blijkt uit artikel 3, § 1, van de Wet Ontslagregeling Personeelsafgevaardigden. In het derde lid van het voormelde artikel kan men lezen: “sluiting van de onderneming of van een afdeling van de onderneming” en in het vierde lid: “sluiting van de onderneming of van een afdeling hiervan”. Wat de afdeling een eigenheid geeft binnen de onderneming is, zoals hoger aangehaald, de activiteit die ze uitoefent meer nog dan het personeel dat deze activiteit uitoefent. Er moet natuurlijk sprake zijn van personeel want net zo min als men kan spreken van een technische bedrijfseenheid wanneer de juridische entiteit geen personeel tewerkstelt
(7)kan er geen sprake zijn van een afdeling zonder personeel. Maar de kern van de afdeling is wel de activiteit die ze verricht. Derhalve zal zolang deze activiteit in de onderneming wordt uitgeoefend door personeel er sprake zijn van een afdeling. Dit ligt in het verlengde van het arrest van Uw Hof van 3 december 2012
(8). Uit de vaststellingen van de toenmalig bestreden beslissing bleek dat de activiteiten, die kenmerkend waren voor de afdeling, werden uitbesteed aan een reeks gespecialiseerde aannemers al naargelang hun aard en specificiteit. Het standpunt van de appelrechters, op grond van deze vaststellingen, was toen dat de activiteit die werd uitgeoefend door de afdeling opgehouden heeft te bestaan. Uw Hof oordeelde dat de appelrechters naar recht hun beslissing verantwoordden dat er sprake was van de sluiting van een afdeling. In de zaak van 2012 was het duidelijk dat de activiteit van de afdeling definitief werd stopgezet. Ze werd immers uitbesteed aan meerdere aannemers. De activiteit van de afdeling verdween zodoende uit de onderneming zodat er inderdaad sprake was van de sluiting van de afdeling. Zoals blijkt uit de niet-betwiste vaststellingen van de appelrechters in huidige zaak is er thans sprake van een geheel andere feitenconstellatie dan deze die aanleiding gaf tot Uw arrest van 2012. Dit blijkt duidelijk indien men de vaststellingen die de appelrechters doen overloopt
(9). Hieruit blijkt dat eiseres met een derde een overeenkomst heeft gesloten voor de zelfstandige uitbating van de winkel in Tielt-Winge. De appelrechters stellen vast dat, onder andere, het volgende is overeengekomen tussen partijen: - de zelfstandige uitbater verkoopt de handelsvoorraden van eiseres in naam en voor rekening van eiseres; - het assortiment wordt uitsluitend bepaald door de eiseres met het uitdrukkelijk verbod voor de zelfstandige uitbater om zelf goederen aan te kopen en voor eigen rekening te verkopen; - de eiseres blijft eigenares van de winkel, de materialen tot uitbating, de handelsvoorraden, het handelsfonds inclusief cliënteel; - de eiseres neemt de beheerskosten van de winkel ten laste waaronder de huur, verwarming, verlichting, in de mate dat deze niet significant afwijken van een vergelijkbare winkel binnen eiseres; - de verkoopopbrengsten zijn van rechtswege eigendom van de eiseres; - uitsluitend eiseres bepaalt de verkoopprijzen; - de openingstijden worden door de eiseres opgelegd; - de mogelijkheid wordt voorzien dat de centrale boekhouding van de eiseres adviserend en ondersteunend optreedt bij de administratie van zijn beheer. Op grond van deze feitelijke gegevens verantwoorden de appelrechters dan ook naar recht dat er geen sluiting van een afdeling is in de zin van de Wet Ontslagbescherming Personeelsafgevaardigden. Uit de vaststellingen van de appelrechters blijkt duidelijk dat er geen sprake is van de stopzetting van de activiteit van de afdeling. Deze wordt immers, met personeel, voortgezet in quasi ongewijzigde vorm
(10). Het feit dat er sprake is van een zelfstandige uitbating doet hieraan geen afbreuk. In zoverre het middel aanvoert dat zo een filiaal van een onderneming niet langer met eigen personeel van die onderneming wordt uitgebaat, maar de uitbating van dat filiaal wordt overgelaten aan een andere, zelfstandige uitbater, er sprake is van een sluiting van een afdeling in de zin van artikel 1, § 2, 6°, van de Wet Ontslagregeling Personeelsafgevaardigden faalt het naar recht daar het uitgaat van een onjuiste rechtsopvatting. In zoverre het middel de schending van de bewijskracht van de akte houdende de overeenkomst tot zelfstandige uitbating van 20 juni 2016 aanvoert mist het feitelijke grondslag daar het uitgaat van een onjuiste lezing van de bestreden beslissing. De appelrechters oordelen niet dat geen sprake is van een verzelfstandiging van het verkooppunt te Tielt-Winge waarbij de uitbating werd overgedragen aan een zelfstandige onderneming. In zoverre het middel schending aanvoert van de artikelen 5.64, 5.69, 5.70, 5.71 en 5.103 Burgerlijk Wetboek terwijl deze bepalingen slechts inwerking zijn getreden op 1 januari 2023, is het niet ontvankelijk. De overige grieven zijn afgeleid en in zoverre is het middel niet-ontvankelijk. B. In ondergeschikte orde. In zoverre de schending van de artikelen 16 en 17 van de Wet Ontslagregeling Personeelsafgevaardigden wordt aangevoerd kan het middel niet worden aangenomen. Inzake de vergoedingen die bepaald worden in deze artikelen is het zo dat zij berekend worden op grond van het lopend loon. Dus met inbegrip van de voordelen die de werknemer krachtens zijn overeenkomst verworven heeft
(11). Eén en ander op voorwaarde dat de werknemer inderdaad deze voordelen effectief genoot op het ogenblik van het ontslag
(12). Of dit laatste inderdaad het geval is, wordt in feite door de rechter vastgesteld. De appelrechters stellen vast dat: - verweerster op 25 september 2014 in dienst is getreden en werkzaam was in het verkooppunt Tielt-Winge en dit met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd
(13); - de personeelsleden van dit verkooppunt in kennis gesteld werden dat van hun verwacht werd dat zij prestaties zouden leveren op zondag
(14); - in de ondernemings-cao van 6 maart 2016 werd voorzien dat er voor bijprestaties op zon- en feestdagen in verkooppunten die zich bevinden buiten de erkende toeristische zones, een zondagstoeslag zou worden betaald van 100 %, ook voor die uren die vallen binnen het uurrooster
(15); - eiseres de activiteit in Tielt-Winge stopte op 16 augustus 2016 en verweerster werd vanaf die datum tijdelijk tewerkgesteld in het filiaal te Brussel
(16); - bij schrijven van 23 september 2016 de arbeidsovereenkomst met verweerster werd verbroken
(17). Vervolgens oordelen zij dat de zondagstoeslagen geen “uitzonderlijke en eenmalige toeslag” betreffen daar verweerster drie zondagen per maand tewerkgesteld werd in het filiaal te Tielt-Winge
(18). Met deze overwegingen verantwoorden de appelrechters naar recht hun oordeel dat deze toeslagen dienen opgenomen te worden in de berekeningsbasis van de beschermingsvergoeding. In zoverre de schending wordt aangevoerd van de bewijskracht en de bindende kracht van artikel 4, § 6 van de ondernemings-cao van 6 maart 2016 kan het niet tot cassatie leiden en in zoverre is het middel niet-ontvankelijk. Conclusie: Verwerping. ____________________________________________________________________
(1)Cass. 4 februari 2002, AR S.00.0179.N ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020204.4, AC 2002, nr. 80.
(2)Dit oordeel kaderde in de wet van 28 juni 1966. Dit is thans de wet van 26 juni 2002 betreffende de sluiting van de ondernemingen. Het standpunt dat werd ingenomen door Uw Hof kan evenwel weerhouden worden. Het begrip ondernemingen in deze beide wetten gaat terug op de bepalingen van de Bedrijfsorganisatiewet.
(3)L. ELIAERTS en I. VAN HIEL, “Beschermde werknemers – Ondernemingsraad en comité voor preventie en bescherming op het werk”, Brussel, Larcier 2013, p. 185.
(4)Zoals bepaald in de Bedrijfsorganisatiewet.
(5)Zoals bepaald in de Wet Welzijn Werknemers.
(6)L. ELIAERTS en I. VAN HIEL, o.c., p. 5 en artikel 1, § 2, 5° Wet Ontslagregeling Personeelsafgevaardigden.
(7)L. ELIAERTS en I. VAN HIEL, o.c., p. 5 en Cass. 30 november 1987, AR 5821, AC 1987-88, nr. 195, met concl. van toenmalig advocaat-generaal H. LENAERTS.
(8)Cass. 3 december 2012, AR S.11.0114.F ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20121203.3-S.11.0115.F ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20121203.3, AC 2012, nr. 658.
(9)Bestreden beslissing pagina’s 21 en 22.
(10)De appelrechters oordelen, op pagina 22, dat eiseres de facto eigenlijk weinig meer dan de tewerkstelling van het personeel heeft uitbesteed.
(11)Cass 16 april 1987, AR 5563, AC 1986-87, nr. 482, met gelijkluidende concl. van toenmalig advocaat-generaal LENAERTS en L. ELIAERTS, “Beschermde werknemers – Ondernemingsraad en comité voor preventie en bescherming op het werk”, Brussel, Larcier 2013, p. 305 en T. BALTHAZAR, “Nieuwe wet op de ontslagbescherming van personeelsafgevaardigden”, Leuven, Garant Uitgevers 1991, p. 62.
(12)Cass. 24 januari 1994, AR S.93.0077.N ECLI:BE:CASS:1994:ARR.19940124.9, AC 1993-94, nr. 44.
(13)Bestreden beslissing pagina 8.
(14)Bestreden beslissing pagina 9.
(15)Bestreden beslissing pagina 10.
(16)Bestreden beslissing pagina’s 14 en 16.
(17)Bestreden beslissing pagina 15.
(18)Bestreden beslissing pagina 24. PDF document ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260202.3N.5 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260202.3N.5 citeert: ECLI:BE:CASS:1994:ARR.19940124.9 ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020204.4 ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20121203.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.