← België

MUCC nv contra F.N.A.C. BELGIUM nv

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 16 februari 2026 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260216.3N.10 Rolnummer: C.25.0185.N Zaak: MUCC nv contra F.N.A.C. BELGIUM nv Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2026-03-20 Raadplegingen: 341 - laatst gezien 2026-06-18 12:05 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260216.3N.10 Fiche Aangezien, bij gebrek aan regelmatig antwoord van de verhuurder, de huurhernieuwing plaatsvindt onder de door de huurder vastgestelde voorwaarden, moeten die voorwaarden in overeenstemming met de wet zijn en kunnen zij enkel betrekking hebben op de nieuwe huurovereenkomst en niet op de lopende huurovereenkomst

(1).
(1)Zie concl. “in hoofdzaak” OM. Thesaurus CAS: HUUR VAN GOEDEREN - HANDELSHUUR - Einde (Opzegging. Huurhernieuwing. Enz) Wettelijke bepalingen: Wet van 30 april 1951 BURGERLIJK WETBOEK. - BOEK III - TITEL VIII - HOOFDSTUK II, Afdeling 2bis : Regels betreffende de handelshuur in het bijzonder - 30-04-1951 - Art. 14, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1951043003 Tekst van de conclusie C.25.0185.N Advocaat-generaal Henri VANDERLINDEN heeft in hoofdzaak gezegd: Het middel is gegrond. De handelshuurhernieuwing is geregeld in artikel 14 van de Handelshuurwet. De kennisgeving die de huurder desbetreffend verstuurt dient op straffe van nietigheid de voorwaarden op te geven waaronder de huurder zelf bereid is om de nieuwe huur aan te gaan. De problematiek in huidige zaak betreft de vraag of in de voorwaarden die de huurder vooropstelt tevens elementen kunnen weerhouden worden die betrekking hebben op de lopende huurovereenkomst, zoals een aanpassing van de huurprijs voor de lopende huur, dan wel of deze voorwaarden enkel betrekking kunnen hebben op de nieuwe huurovereenkomst. De appelrechters oordelen dat de voorwaarden tevens betrekking mogen hebben op de lopende huur. Ik deel het standpunt van de appelrechters niet. Eén en ander vloeit voort uit het doel van deze bepaling, het formalisme dat verbonden is aan de vraag tot huurhernieuwing als ook de gevolgen in hoofde van de verhuurder bij het niet reageren op de vraag tot huurhernieuwing. Het formalisme opgelegd in artikel 14 Handelshuurwet is van dwingend recht, waarbij uitsluitend het belang van de verhuurder wordt beschermd zoals Uw Hof oordeelde in de arresten van 16 februari 2018
(1)en 21 maart 2003
(2). Het recht op hernieuwing vormt immers, ten opzichte van het gemeen recht, een substantiële beperking van de contractuele vrijheid van de verhuurder – zowel wat betreft de gevolgen van zijn stilzwijgen als inzake de redenen die hij kan aanvoeren om het bod te weigeren. Gelet hierop is het duidelijk dat de voorwaarden die voorgesteld worden door de huurder enkel betrekking kunnen hebben op de nieuwe en niet op de lopende huurovereenkomst. Het betreft immers een nieuwe overeenkomst die verschilt van de vorige en die, aldus Uw Hof op 17 september 2015
(3)geen verderzetting is van de oude. De vraag tot hernieuwing van artikel 14 betreft dan ook een voorstel tot het sluiten van een nieuwe overeenkomst met vastlegging van de voorwaarden waaronder de huurder de nieuwe overeenkomst wenst aan te gaan. Deze voorwaarden kunnen bijgevolg geen uitstaans hebben met de oude overeenkomst. Dit standpunt wordt nog verder ondersteund door het gegeven dat de verhuurder, zo hij zou nalaten om binnen de 3 maanden te reageren, geacht wordt in te stemmen met de voorwaarden. Indien men de visie van de appelrechters zou volgen zou dit inhouden dat ook de voorwaarden van de lopende overeenkomst wijzigen, zoals in casu de huurprijs, wat in strijd is met de dwingende bepalingen van de Handelshuurwet, inzonderheid artikel 6, dat bepaalt wanneer, onder welke voorwaarden en door wie er een aanpassing van de huurprijs kan plaats vinden. In het kader van dit artikel 6 zou ik willen verwijzen naar een arrest van Uw Hof van 25 april 2003
(4). Uw Hof oordeelde toen dat die bepaling van dwingend recht is ter bescherming van zowel de huurder als de verhuurder, en geldt niettegenstaande daarmee strijdige bedingen in de huurovereenkomst. Verder oordeelde Uw Hof dat de verhuurder aldus de bescherming van artikel 6 rechtstreeks uit de wet put en niet uit een conventioneel beding in de huurovereenkomst zodat hij om de toepassing van dit recht te eisen niet verplicht is eerst de nietigverklaring te vorderen van de met dit recht strijdige bedingen in de huurovereenkomst. Dus een met artikel 6 strijdige wijziging kan niet weerhouden worden zo dit door de huurder als voorwaarde zou opgenomen worden in de voorwaarden voor huurhernieuwing. Met de bestreden overwegingen verantwoorden de appelrechters dan ook niet naar recht hun beslissing. Conclusie: cassatie. _______________________________________________________________________
(1)Cass. 16 februari 2018, AR C.17.0254.F ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180216.2, AC 2018, nr. 102.
(2)Cass. 21 maart 2003, AR C.00.0569.N ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030321.12, AC 2003, nr. 187.
(3)Cass. 17 september 2015, AR C.14.0343.N ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150917.17, AC 2015, nr. 529.
(4)Cass. 25 april 2003, AR C.01.0374.N ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030425.4, AC 2003, nr. 264. PDF document ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260216.3N.10 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260216.3N.10 citeert: ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030321.12 ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030425.4 ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150917.17 ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180216.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.