← België

Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling e contra D.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 16 februari 2026 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260216.3N.8 Rolnummer: S.25.0017.N Zaak: Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling e contra D. Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Sociale-zekerheidsrecht Invoerdatum: 2026-03-25 Raadplegingen: 236 - laatst gezien 2026-06-18 06:10 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260216.3N.8 Fiche 1 Het verlies van het recht op werkloosheidsuitkering in de zin van artikel 52bis, § 2, tweede lid, Werkloosheidsbesluit is niet gegrond op de loutere herhaling van de gebeurtenis, maar op de herhaling van de gebeurtenis na een vroegere gebeurtenis die aanleiding heeft gegeven tot een beslissing waarbij artikel 52bis, § 1, werd toegepast

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: WERKLOOSHEID - RECHT OP UITKERING Wettelijke bepalingen: KB 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering - 25-11-1991 - Art. 44 - 50 ELI link Pub nr 1991013192 KB 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering - 25-11-1991 - Art. 51, § 1, eerste en tweede lid - 50 ELI link Pub nr 1991013192 KB 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering - 25-11-1991 - Art. 52bis, §§ 1 en 2, tweede lid - 50 ELI link Pub nr 1991013192 Fiche 2 Het verlies van de aanspraak op werkloosheidsuitkering in de zin van artikel 52bis, § 2, tweede lid, Werkloosheidsbesluit kan niet worden gegrond op een vroegere gebeurtenis waarover op het ogenblik van de tweede te nemen beslissing nog geen in kracht van gewijsde gegane beslissing is gewezen en aldus voor de werknemer niet definitief is geworden
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: WERKLOOSHEID - RECHT OP UITKERING Wettelijke bepalingen: KB 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering - 25-11-1991 - Art. 44 - 50 ELI link Pub nr 1991013192 KB 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering - 25-11-1991 - Art. 51, § 1, eerste en tweede lid - 50 ELI link Pub nr 1991013192 KB 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering - 25-11-1991 - Art. 52bis, §§ 1 en 2, tweede lid - 50 ELI link Pub nr 1991013192 Tekst van de conclusie S.25.0017.N Conclusie van advocaat-generaal VANDERLINDEN:
  1. Eiser tot cassatie komt op tegen een arrest van het Arbeidshof te Gent, afdeling Gent, gewezen op 2 december
  2. Door eiser wordt één middel aangevoerd.
  3. Het middel. a. Probleemstelling. De procedure die thans voor Uw Hof wordt gebracht betreft de toepassing van artikel 52bis, § 2, tweede lid Werkloosheidsbesluit. In bijzonder betreft het de problematiek van de “herhaling” die hierin aan bod komt. Deze bepaling luidt als volgt: “De werknemer verliest het recht op uitkeringen wanneer hij opnieuw werkloos wordt in de zin van § 1 binnen het jaar na de gebeurtenis die aanleiding heeft gegeven tot een beslissing in toepassing van § 1, genomen voor de datum van de nieuwe gebeurtenis”. De appelrechters oordelen dat er slechts sprake is van herhaling in zoverre de beslissing betreffende de gebeurtenis die de basis vormt voor de “herhaling” definitief is. Eiser tot cassatie voert als grief aan dat de appelrechters zodoende een voorwaarde toevoegen aan deze bepaling daar de voormelde bepaling niet vereist deze beslissing definitief kracht van gewijsde heeft. b. Beoordeling. Ik deel in deze de opvatting van de appelrechters. Vooreerst wil ik erop wijzen dat de termijn van één jaar berekend wordt van gebeurtenis tot gebeurtenis. Dus de datum van de beslissing betreffende de eerste gebeurtenis of de datum van inwerkingtreding van deze beslissing is niet relevant.
(1)De tweede gebeurtenis dient zich evenwel te situeren nadat de beslissing met betrekking tot het gebeurtenis werd genomen
(2). In tegenstelling tot het standpunt ingenomen door eiser is weldegelijk vereist dat de eerste beslissing definitief is
(3). Desbetreffend kan ik verwijzen naar de rechtspraak van Uw Hof, inzonderheid betreft dit het arrest van 2 juni 1976
(4)
(5). Uw Hof oordeelde dat het verlies van aanspraak op de werkloosheidsuitkeringen op grond van artikel 136 van het Werkloosheidbesluit 1963 en de regels van de bewijslast niet kan worden gegrond op een vroeger feit waarover nog geen in kracht van gewijsde gegane beslissing is gewezen en dat bijgevolg nog niet definitief ten laste van de werknemer is bewezen. De in dit arrest gewezen principes zijn tevens van toepassing op wat verwoord wordt in artikel 52bis, § 2, tweede lid Werkloosheidsbesluit. Immers artikel 136 Werkloosheidsbesluit 1963, stond net als artikel 52bis, § 2, tweede lid Werkloosheidsbesluit thans, opgenomen onder de rubriek toekenningsvoorwaarden. De visie van Uw Hof dient onderschreven te worden. Immers opdat een feit de grondslag kan vormen van een latere maatregel in het kader van een systeem van “herhaling” dient dit feit onbetwistbaar vast te staan. De latere maatregel ontleent zijn bestaansrecht en legitimiteit immers enkel en alleen aan het bestaan van de eerdere tekortkoming. Deze moet dus definitief zijn vastgesteld. Dit kan zijn doordat de administratieve beslissing niet binnen de in de reglementering bepaalde beroepstermijn werd aangevochten dan wel dat dit beroep door de arbeidsgerechten werd verworpen. In zoverre faalt het middel naar recht. In zoverre het middel schending van artikel 149 Grondwet aanvoert wegens tegenstrijdigheid van motieven mist het feitelijke grondslag. Op grond van het hoger gestelde is het inderdaad niet tegenstrijdig om enerzijds te oordelen dat de uitsluiting van het recht op werkloosheidsuitkeringen omwille van het werkloos worden wegens omstandigheden afhankelijk van zijn wil geen sanctie is omwille van inbreuken op de werkloosheidsreglementering maar een uitsluiting in het kader van de toekenningsvoorwaarden en anderzijds te oordelen dat voor de toepassing van artikel 52bis, § 2, tweede lid Werkloosheidsbesluit vereist is dat de beslissing genomen in toepassing van § 1 in kracht van gewijsde is getreden. Conclusie: verwerping. _____________________________________________________________________
(1)L. MARKEY, “Le chomage: conditions d’admission, conditions d’octroi et indemnisation”, Wolters Kluwer, Luik, 2024, p. 394 en A. THIENPONT, Werkloosheid, in Praktijkboek Sociale Zekerheid voor de onderneming en de sociale adviseur, Wolters Kluwer Belgium, Mechelen 2025, p. 456.
(2)A. THIENPONT, o.c., p. 457.
(3)L. MARKEY, o.c., p. 394
(4)Cass. 2 juni 1976, AC 1976, 1094.
(5)Dit arrest werd gewezen onder de gelding van het Werkloosheidsbesluit 1963 doch de principes die het verwoordt gelden ook voor het Werkloosheidsbesluit. PDF document ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260216.3N.8 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260216.3N.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.