← België

WOONINSPECTEUR VAN HET VLAAMSE GEWEST contra V.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 19 februari 2026

Art. 793

, eerste lid - 04 ELI link Pub nr 1967101055 Fiches 2 - 3 Het instellen van vordering tot uitlegging van een vonnis als bedoeld in artikel 793 Gerechtelijk Wetboek heeft niet tot gevolg dat de uitvoerbare kracht van de uit te leggen beslissing wordt geschorst; dit is evenmin het geval voor de tenuitvoerlegging van de aan de uit te leggen beslissing verbonden dwangsom

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: VONNISSEN EN ARRESTEN - BURGERLIJKE ZAKEN - Algemeen Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - Deel IV: BURGERLIJKE RECHTSPLEGING. (art. 664 tot 1385octiesdecies) -

Art. 793

, eerste lid - 04 ELI link Pub nr 1967101055 Thesaurus CAS: DWANGSOM Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - Deel IV: BURGERLIJKE RECHTSPLEGING. (art. 664 tot 1385octiesdecies) -

Art. 793

, eerste lid - 04 ELI link Pub nr 1967101055 Tekst van de conclusie C.25.0093.N Conclusie van advocaat-generaal Frederic VROMAN: Eiser komt op tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, gewezen op 1 oktober 2024. Door de eiser wordt er één middel aangevoerd. I. Situering. De problematiek die aan het Hof wordt voorgelegd betreft de vraag of een verbeterend vonnis van de dwangsomtitel een invloed heeft op de verbeuring van de dwangsommen ingevolge die dwangsomtitel. II. Het middel. In het middel verwijt eiser de appelrechter artikel 149 Grondwet en de artikelen 780, 3° en 793 Gerechtelijk Wetboek te hebben geschonden door: - niet te antwoorden op zijn verweer ontwikkeld in de syntheseconclusie op pagina 6 en 7 dat de stelling van verweerders dat zij het vonnis waarin het herstel werd bevolen hebben uitgevoerd door het aanvragen van een sloopvergunning, louter hypothetisch is omdat de verweerders nooit een sloopvergunning hebben aangevraagd (eerste onderdeel - schending van artikel 149 Grondwet en artikel 780, 3° Gerechtelijk Wetboek); - te oordelen dat geen dwangsommen konden verbeuren voor inbreuken op de veroordeling die onduidelijk was, doch slechts vanaf de betekening van het uitleggend vonnis, terwijl een vordering tot uitlegging de uitvoerbaarheid van de rechterlijke uitspraak niet schorst en de uitlegging terugwerkt tot op het ogenblik van de uitspraak van het uitgelegde vonnis (tweede onderdeel – schending van artikel 793 Gerechtelijk Wetboek). III. Het tweede onderdeel. Artikel 793 Gerechtelijk Wetboek luidt als volgt: “De rechter die een onduidelijke of dubbelzinnige beslissing heeft gewezen, kan die uitleggen, zonder evenwel de daarin bevestigde rechten uit te breiden, te beperken of te wijzigen. De beslagrechter kan een onduidelijke of dubbelzinnige beslissing uitleggen, zonder evenwel de daarin bevestigde rechten uit te breiden, te beperken of te wijzigen”. In deze zaak is enkel het eerste lid van belang. De dwangsomrechter legde immers het veroordelend verstekvonnis van 19 juni 2017 uit in het vonnis van 26 oktober 2020 (bevestigd in het arrest van 18 november 2022). Advocaat-generaal DUBRULLE schreef terecht in zijn conclusie: “Daarenboven wordt de interpretatie die het uitleggend of verbeterend vonnis geeft, geacht terug te werken tot op het ogenblik van uitspraak van het uitgelegde of verbeterde vonnis. Nu dit uitgelegde of verbeterde vonnis wordt geacht van in den beginne de uitwerking te hebben gehad die het uitleggend of verbeterend vonnis eraan geeft, is het moeilijk te vatten dat deze procedure enige schorsende werking zou hebben”

(1). In twee arresten besliste het Hof reeds dat: “Enerzijds heeft het instellen van een vordering tot verbetering van een vonnis niet de schorsing van de uitvoerbare kracht van de te verbeteren beslissing tot gevolg. Dat is evenmin het geval voor de tenuitvoerlegging van de dwangsom die door de te verbeteren beslissing werd uitgesproken. Anderzijds beslist de rechter die een verbeterend vonnis wijst dat de verbeterde beslissing uitspraak doet zoals dat in het verbeterend vonnis wordt vermeld en bijgevolg vormt het verbeterend vonnis één geheel met het verbeterde vonnis. Bovendien kan, volgens de bewoordingen van artikel 1385quinquies Gerechtelijk Wetboek, de rechter die een dwangsom heeft opgelegd deze dwangsom opheffen, de looptijd ervan opschorten gedurende de door hem te bepalen termijn of de dwangsom verminderen, op vordering van de veroordeelde, in geval van blijvende of tijdelijke, gehele of gedeeltelijke onmogelijkheid voor de veroordeelde om aan de hoofdveroordeling te voldoen. Hieruit volgt dat het verschuldigd karakter van een dwangsom niet afhangt van de voorwaarde dat de beslissing die deze dwangsom vaststelt, die na de betekening ervan werd verbeterd, opnieuw samen met het verbeterend vonnis wordt betekend en dat, tenzij het verbeterend vonnis hierover anders beschikt, de dwangsom is verschuldigd vanaf de betekening van de verbeterde beslissing
(2)”. De appelrechter oordeelt onder randnummer 3.6 van het bestreden arrest dat de uitvoerbare kracht van het verstekvonnis van 19 juni 2017 werd geschorst omdat de precieze draagwijdte van de veroordeling in het vonnis nog niet duidelijk was vastgesteld en het in het vonnis opgelegd herstel met de daaraan verbonden dwangsommen slechts uitvoerbaar was vanaf de betekening van het uitleggend vonnis. Het tweede onderdeel is dan ook gegrond. De overige grieven kunnen niet tot een ruimere cassatie leiden. Conclusie: Cassatie. ______________________________________________________________
(1)Cass. 5 december 2008, AC 2008, nr. 700, met concl. van advocaat-generaal M. DUBRULLE, ECLI:BE:CASS:2008:CONC.20081205.6.
(2)Cass. 26 oktober 2020, AR C.18.0349.F, AC 2020, nr. 656, ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201026.3F.5; Cass. 5 december 2008, AR C.07.0057.N, AC 2008, nr. 700; ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081205.6, met concl. van advocaat-generaal M. DUBRULLE, ECLI:BE:CASS:2008:CONC.20081205.6; Zie ook VAN SEVEREN C., “Uitlegging van de rechterlijke beslissing (commentaar bij artikel 793 Ger.W.)” in X., Gerechtelijk recht. Artikelsgewijze commentaar met overzicht van rechtspraak en rechtsleer, Kluwer 2024,
  1. nr.
  2. PDF document ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260219.1N.15 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260219.1N.15 citeert: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081205.6 ECLI:BE:CASS:2008:CONC.20081205.6 ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201026.3F.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.