← België

P. contra Z.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 19 februari 2026 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260219.1N.9 Rolnummer: C.24.0489.N Zaak: P. contra Z. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Intellectuele eigendom - Burgerlijk recht Invoerdatum: 2026-03-26 Raadplegingen: 301 - laatst gezien 2026-06-18 14:25 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260219.1N.9 Fiches 1 - 2 Bij overdracht van vermogensrechten betreffende werken gemaakt in opdracht onder de voorwaarden, bepaald in artikel XI.167, § 3, tweede lid, WER, moet in de overeenkomst tot overdracht van de vermogensrechten, in afwijking van artikel XI.167, § 1, vierde lid, WER, niet uitdrukkelijk worden bepaald op welke vergoeding de auteur aanspraak kan maken voor die overdracht, noch wat de reikwijdte en de duur is van die overdracht

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: AUTEURSRECHT Wettelijke bepalingen: Wetboek van economisch recht - 28-02-2013 - Art. XI.167, § 1, eerste en vierde lid - 19 ELI link Pub nr 2013A11134 Wetboek van economisch recht - 28-02-2013 - Art. XI.167, § 3, tweede en derde lid - 19 ELI link Pub nr 2013A11134 Thesaurus CAS: OVEREENKOMST - ALLERLEI Wettelijke bepalingen: Wetboek van economisch recht - 28-02-2013 - Art. XI.167, § 1, eerste en vierde lid - 19 ELI link Pub nr 2013A11134 Wetboek van economisch recht - 28-02-2013 - Art. XI.167, § 3, tweede en derde lid - 19 ELI link Pub nr 2013A11134 Tekst van de conclusie C.24.0489.N Conclusie van advocaat-generaal F. VROMAN: Het cassatieberoep van eiseres is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, gewezen op 13 mei
  1. Door de eiseres wordt er één middel aangevoerd. I. Situering. De problematiek die aan het Hof wordt voorgelegd betreft de vraag welke regels bedoeld in artikel XI.167, § 1, WER van toepassing zijn op een overeenkomst betreffende een auteurswerk dat tot stand is gekomen op bestelling. Volgende feitelijke situatie ligt aan de basis van het geschil: In 2022 startte eiseres een project op waarbij zij een boek wenste uit te brengen en een kalender over 12 Poolse vrouwen die in België een succesvolle carrière als zelfstandig onderneemster hadden uitgebouwd. De zelfstandige onderneemsters zouden hiervoor zelf een tekst opstellen van hun succesverhaal en in ruil voor een deelnameprijs van 1.560 euro, zou elk van hen 100 exemplaren van het te publiceren boek ontvangen en 50 exemplaren van de te drukken kalender, wat schriftelijk werd vastgelegd in een overeenkomst gesloten op 22 december
  2. Toen er na de fotosessie in maart 2022 wrevel en onenigheid ontstond tussen partijen, ging verweerster (één van de 12 Poolse vrouwen) eenzijdig over tot de beëindiging van voormelde overeenkomst. Na verweerster in gebreke te hebben gesteld op 25 april 2022 en na de instelling van een stakingsvordering voor de Voorzitter van de ondernemingsrechtbank te Antwerpen, welke vordering bij vonnis van 1 maart 2023 als ongegrond werd afgewezen, eiste eiseres, bij dagvaarding van 26 oktober 2022, de veroordeling van de verweerster tot betaling van een schadevergoeding, waaronder een bedrag van 5.000 euro uit hoofde van een conventioneel schadebeding. Bij vonnis van 1 juni 2023 van de ondernemingsrechtbank Antwerpen, afdeling Antwerpen, werd de vordering van eiseres ongegrond verklaard. Eiseres tekende hoger beroep aan tegen dit vonnis. Het bestreden arrest van 13 mei 2024 van het hof van beroep te Antwerpen verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt het beroepen vonnis. II. Enig middel. Eiseres verwijt de appelrechter artikel XI.167, § 1, vierde lid, § 3, tweede en derde lid, WER, zoals van toepassing voor de wijziging ervan bij Wet van 19 juni 2022
(1), en artikel 1.3, derde lid, Burgerlijk Wetboek te hebben geschonden door vast te stellen dat er sprake is van werken in opdracht in de zin van artikel XI.167, § 3, tweede lid, WER en vervolgens te oordelen dat de overeenkomst tot overdracht van de vermogensrechten nietig te verklaren op grond dat
  1. er in de overeenkomst niets was voorzien betreffende de vergoeding van verweerster, dat uit niets blijkt dat verweerster ooit afstand zou hebben gedaan van enige financiële vergoeding voor haar werk uitgevoerd in opdracht van eiseres, noch dat zij geen vergoeding zou hebben gewenst;
  2. ook omtrent de duur van de overdracht niets was bepaald in de overeenkomst terwijl de overeenkomst gelet op het bepaalde in artikel XI.167, § 3, derde lid, WER niet aan alle verplichtingen van artikel XI.167, § 1, WER is onderworpen. III. Bespreking. Auteursrecht doet vermogensrechten en morele rechten ontstaan in hoofde van de maker van het auteurswerk
(2). In dit dossier zijn enkel de vermogensrechten van belang. Deze vermogensrechten kunnen worden overgedragen. Dit gebeurt dan via een contract. De wetgever heeft een aantal dwingende regels bepaald die de contractsvrijheid van de partijen beperkt ten einde de economische zwakkere partij, nl. de auteur, te beschermen
(3). De auteur die zijn werk wenst te exploiteren doet meestal beroep op een andere partij, zoals bijvoorbeeld een uitgeverij, om de exploitatie te faciliteren en het werk een bredere verspreiding te geven. Artikel XI.167, § 1, WER bevat de opsomming van de algemene regels waaraan overeenkomsten tussen de auteur en zijn contractspartij moeten voldoen nl. - ten aanzien van de auteur moet een contract schriftelijk worden bewezen (lid 2); - bedingen met betrekking tot het auteursrecht en de exploitatie ervan moeten restrictief worden geïnterpreteerd en de overdracht van het voorwerp dat een werk omvat, leidt niet tot het recht om het werk te exploiteren en met het oog op de uitoefening van zijn vermogensrechten moet de auteur op een redelijke manier toegang tot zijn werk behouden (lid 3); - voor elke exploitatiewijze moeten de vergoeding voor de auteur, de reikwijdte en de duur van de overdracht of de licentie uitdrukkelijk worden bepaald (lid 4); - de persoon aan wie de rechten werden overgedragen of de licentienemer moet het werk overeenkomstig de eerlijke beroepsgebruiken exploiteren (lid 5); - de overdracht van de rechten of de verlening van een licentie betreffende nog onbekende exploitatievormen is nietig, niettegenstaande enige daarmee strijdige bepaling (lid 6). In artikel XI.167, § 3, WER worden de toepassing van een aantal van deze algemene regels beperkt wanneer het gaat om auteurswerken dit tot stand werden gebracht ter uitvoering van een arbeidsovereenkomst of een statuut (art. XI.167, § 3, eerste lid) of wanneer het gaat om auteurswerken die werden tot stand gebracht ter uitvoering van een bestelling (art. XI.167, § 3, tweede lid). Relevant voor dit dossier is deze laatste hypothese. Artikel XI.167, § 3, tweede lid, WER bepaalt dat wanneer een auteur werken tot stand brengt ter uitvoering van een bestelling, de vermogensrechten kunnen worden overgedragen of in licentie gegeven aan de degene die de bestelling heeft geplaatst voor zover deze laatste een activiteit uitoefent in de niet-culturele sector of in de reclamewereld, voor zover het werk bestemd is voor die activiteit en uitdrukkelijk in die overdracht of licentieverlening van rechten is voorzien. Wanneer aan deze voorwaarden is voldaan dan zijn de algemene regels bedoeld in paragraaf 1, vierde tot en met zesde lid, van artikel XI.167, §1, WER niet van toepassing (art. XI.167, § 3, derde lid, WER)
(4). Wanneer niet aan deze voorwaarden is voldaan dan gelden wel alle algemene regels
(5). Uit de vaststellingen in de eerste twee alinea’s onder randnummer (ii) op pagina 8 van het bestreden arrest blijkt dat de appelrechter van oordeel is dat eiseres een opdrachtgever is van een bestelling en geen activiteit uitoefent in de culturele sector of in de reclamewereld en er uitdrukkelijk in de overeenkomst tussen partijen in een overdracht van vermogensrechten of licentieverlening van het bestelde werk werd voorzien. De appelrechter is dan ook van oordeel dat de werken tot stand werden gebracht ter uitvoering van een bestelling en dit onder de voorwaarden van artikel XI.167, § 3, tweede lid, WER. De appelrechter oordeelt echter verder in de laatste alinea op pagina 8 en de eerste drie alinea’s op pagina 9 van het bestreden arrest dat de overeenkomst nietig is omdat de overeenkomst niet voldoet aan de vereisten van artikel XI.167, § 1, vierde lid, WER omdat er niets is bepaald in deze overeenkomst over de vergoeding van de verweerster als (mede)auteur en de duur van de overdracht zodat de eiseres geen aanspraak kan maken op de betaling van het conventioneel schadebeding, verweerster geen onrechtmatig handelen kan worden verweten door de samenwerking te beëindigen met de intrekking van haar toestemming tot het gebruik van de gemaakte foto’s en eiseres geen aanspraak kan maken op enige vergoeding voor de eventuele kosten daarvan. Met deze redenen verantwoordt de appelrechter deze beslissing niet naar recht aangezien wanneer er wordt vastgesteld dat de overeenkomst valt onder de toepassingsvoorwaarden van artikel XI.167, § 3, tweede lid, WER, de overeenkomst geen gegevens moet bevatten omtrent de vergoeding van de auteur en de duur van de overdracht gelet op hetgeen is bepaald in artikel XI.167, § 3, derde lid, WER. Het onderdeel is gegrond. De overige grieven kunnen niet tot een ruimere cassatie leiden. Conclusie: Cassatie met verwijzing. ___________________________________________________________________
(1)In werkelijkheid paste de appelrechter, zoals blijkt uit de verwijzing naar de diverse onderdelen van artikel XI.167 WER op pagina 8 van het bestreden arret, artikel XI.167 WER toe zoals gewijzigd door de Wet van 19 juni
  1. Gelet op de bepalingen van het overgangsrecht opgenomen in artikel 99 van de Wet van 19 juni 2022, en het feit dat artikel XI.167 WER van dwingend recht is, is het ook deze versie die moet worden toegepast en niet zoals de eiseres aanvoert de versie van artikel XI.167 WER van toepassing voor de wijziging ervan bij Wet van 19 juni
  2. Nu deze eerdere versie geen invloed kan hebben op de gegrondheid van het middel (zie over de wijzigingen VANHEES, “De vernieuwde regels voor contracten gesloten door auteurs en uitvoerende kunstenaars”, IRDI 2022/4, 368-369), is er geen reden om het middel onontvankelijk te verklaren (WYLLEMAN B. en DE POTTER DE TEN BROECK M., “De ontvankelijkheid van cassatiemiddelen in burgerlijke zaken”, in X, “Procederen voor het Hof van Cassatie/Procéder devant la Cour de Cassation – 2de editie”, Knopspublishing, 2023,
(321)331; vb. Cass. 14 november 2019, AR C.18.0600.N, AC 2019, nr. 598, ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191114.15, met concl. van eerste advocaat-generaal MORTIER, ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20191114.15).
(2)VANHEES H., “Commentaar bij art. XI.167 WER”, in STEENNOT R., STRAETMANS G., STUYCK J., VANHEES H., Economisch recht. Commentaar met overzicht van rechtspraak en rechtsleer, Wolters Kluwer Belgium, Mechelen, losbl., 2023,
(1)9.
(3)VOORHOOF D., LIEVENS E., VAN DER PERRE K., Handboek Auteursrecht, Academia Press 2018, 101.
(4)VOORHOOF,D., LIEVENS E., VAN DER PERRE K., Handboek Auteursrecht, Academia Press 2018, 111. BERENBOOM A., CARNEROLI S. en SCHMITZ I., Le nouveau droit d’auteur, Larcier 2022, 310 en 329; GOTZEN F., “Overzicht van rechtspraak. Auteurs- en modellenrecht 1990-2004”, TPR 2004/3, 1495-1496; VANDEZANDE S., “De uitdrukkelijke en schriftelijke overdracht van auteursrechten onder de loep” (noot onder Cass. 18 juni 2020), ICIP-Ing.Cons. 2020,
(703)704; VANHEES H., “Handboek intellectuele rechten”, Intersentia 2020, 106-108. VANHEES H., “Commentaar bij art. XI.167 WER” in STEENNOT R., STRAETMANS G., STUYCK J., VANHEES H., Economisch recht. Commentaar met overzicht van rechtspraak en rechtsleer, Kluwer 2024, 50-51 en 57-60; VANHEES H., De wettelijke regeling inzake auteurscontracten, Kluwer 2024, nrs. 301, 302, 303 en 310.
(5)VOORHOOF D., LIEVENS E., VAN DER PERRE K., Handboek Auteursrecht, Academia Press 2018, 111. PDF document ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260219.1N.9 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260219.1N.9 citeert: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191114.15 ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20191114.15 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.