← België

Het VLAAMS GEWEST contra V.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 12 maart 2026 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260312.1N.9 Rolnummer: F.24.0097.N Zaak: Het VLAAMS GEWEST contra V. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2026-05-15 Raadplegingen: 220 - laatst gezien 2026-06-18 16:18 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260312.1N.9 Fiche 1 Het begrip ‘woning' van artikel 2.9.4.2.11 VCF betreft overeenkomstig artikel 1.1.0.0.2, twaalfde lid, 6°, VCF een huis of het geheel of het gedeelte van een verdieping van een gebouw dat hetzij dadelijk, hetzij na normale herstellings- of onderhoudswerken hoofdzakelijk dient of zal dienen tot huisvesting van één gezin of een persoon, met in voorkomend geval de aanhorigheden die tegelijk met het huis, het geheel of het gedeelte van een verdieping worden verkregen; dit houdt in dat een gezin of een persoon het pand met een zekere bestendigheid aanwendt of zal aanwenden als huis of tehuis en zich daar het dagelijkse leven situeert

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: GEMEENSCHAPS- EN GEWESTBELASTINGEN Wettelijke bepalingen: Decreet 13 december 2013 houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit - 13-12-2013 - Art. 2.9.4.2.11 - 06 ELI link Pub nr 2013036154 Decreet 13 december 2013 houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit - 13-12-2013 - Art. 1.1.0.0.2, twaalfde lid, 6° - 06 ELI link Pub nr 2013036154 Fiche 2 De belastingplichtige die zich op de toepassing van het voormelde verlaagd tarief beroept, moet aantonen dat er geen huisvesting is in de voormelde zin. Thesaurus CAS: GEMEENSCHAPS- EN GEWESTBELASTINGEN Tekst van de conclusie F.24.0097.N Conclusie van advocaat-generaal S. RAVYSE: 1 Situering. 1. Uit de stukken waarop het Hof acht mag slaan blijkt dat de verweerders in 2010 elk voor de onverdeelde helft in volle eigendom een chalet aankopen gelegen in een recreatiepark, gekwalificeerd als “vakantieverblijf”. Tien jaar later, in 2020, kopen de verweerders een woning met toepassing van het verlaagd tarief voor de aankoop van de enige en eigen woning. In de notariële aankoopakte verklaren ze reeds samen volle eigenaar te zijn van de chalet. Volgens de verweerders vormt het bezit van de chalet, bovendien gelegen in een recreatiegebied
(1), geen ‘verhinderend bezit’ voor de toepassing van het verlaagd verkooptarief van 6% bij de aankoop van de enige, eigen woning zoals voorzien door artikel 2.9.4.2.11 VCF. De eiseres (hierna “Vlabel”) weigert de toepassing van het verlaagd tarief van 6% en vestigt een aanslag in de registratiebelasting met toepassing van het normale tarief van het verkooprecht van 10%. Vlabel verwijst naar het standpunt 18044
(2)dat vermeldt dat het bezit van een caravan of chalet een beletsel vormt voor de toepassing van het verlaagd tarief.
  1. Zowel het eerste vonnis als het bestreden arrest van het hof van beroep te Gent stellen de verweerders in het gelijk.
  2. In het cassatieberoep tegen dit arrest voert de eiseres één middel aan. 2 Bespreking.
  3. Het enig middel betreft de interpretatie van een voorwaarde voor de toepassing van het verlaagd tarief van het verkooprecht, namelijk het niet reeds “voor de geheelheid volle eigenaar van een andere woning” zijn, zoals voorzien in artikel 2.9.4.2.11, § 2, 1°, VCF. De vraag stelt zich of de chalet kwalificeert als “een woning” en dus al dan niet een niet verhinderend bezit vormt voor de toepassing van het verlaagd tarief. Het begrip “woning” wordt als volgt gedefinieerd in artikel 1.1.0.0.2, twaalfde lid, 6° VCF: "woning: het huis of het geheel of het gedeelte van een verdieping van een gebouw dat hetzij dadelijk, hetzij na normale herstellings- of onderhoudswerken hoofdzakelijk dient of zal dienen tot huisvesting van één gezin of een persoon, met in voorkomend geval de aanhorigheden die tegelijk met het huis, het geheel of het gedeelte van een verdieping worden verkregen". Het begrip “huisvesting” is niet nader gedefinieerd of omschreven.
  4. Vlabel komt op grond van de omschrijvingen van “huisvesting” en “huisvesten” in het woordenboek Van Dale tot de conclusie dat het verschillende vormen van onderkomens betekent waarin men tijdelijk of permanent onderdak heeft om er te leven en te slapen. Volgens Vlabel is het van belang dat men er kan wonen, zonder dat dit op permanente basis moet zijn (een ruime, functionele invulling). Vlabel betwist dan ook de visie van de appelrechter dat de vakantiewoning wel tot bewoning kan dienen en daarvoor is geschikt, maar niet kan worden beschouwd als hoofdzakelijk dienend voor huisvesting.
  5. De appelrechter interpreteert huisvesting als “een plaats waar een persoon zijn dagdagelijkse leefomgeving heeft en organiseert", hetgeen “een zekere bestendigheid, standvastigheid en duurzaamheid behelst" of enige mate van “permanentie", waarbij de term huisvesting in zijn gebruikelijke betekenis, verwijzend naar het vestigen van zijn huis of tehuis, kan worden afgezet tegen opvang of vormen van tijdelijk verblijf zonder enige standvastigheid (zoals een toeristisch verblijf), en waarbij ook de term "gezin" in artikel 1.1.0.0.2, twaalfde lid, 6° VCF wijst "op het bestaan van een duurzame vorm van (samen)wonen".
  6. Vlabel kwalificeert de chalet (en in het algemeen “vakantiehuisjes in recreatiegebied”) als een woning die zelf in aanmerking komt voor het verlaagd tarief, maar geeft in een standpunt ook te kennen dat indien niet aan de domiciliatievoorwaarde is voldaan omdat permanente huisvesting niet is toegelaten, aanvullende rechten en een belastingverhoging verschuldigd zijn
(3). 8. SPRUYT verwijst naar de doelstelling van de decreetgever
(4)over het verhinderend bezit, namelijk de uitsluiting van het verlaagd tarief voor investeerders, waaraan geen afbreuk wordt gedaan door de interpretatie van woning door de appelrechter. Hij merkt op dat ook in andere domeinen binnen het registratierecht bij het aflijnen van het begrip “woning” het criterium van permanente huisvesting als determinerend wordt beschouwd
(5). In de rechtsleer wordt het arrest bijgetreden en wordt geconcludeerd dat de vraag of een onroerend goed kwalificeert als een woning een feitenkwestie uitmaakt, die geval per geval moet worden beoordeeld, ongeacht de benaming die aan het onroerend goed wordt gegeven en ongeacht de visie die Vlabel hierover inneemt
(6). Ook Vlabel erkent naar aanleiding van de casus van een “tiny house” dat de kwalificatie van een woning geval per geval moet worden beoordeeld afhankelijk van de omstandigheden
(7).
  1. De in de decretale bepalingen voorziene woorden “huisvesting” in combinatie met “gezin”, verantwoorden m.i. de interpretatie van de appelrechter dat het begrip woning inhoudt dat er een zekere mate van standvastigheid, bestendigheid, permanentie en duurzaamheid moet kunnen zijn zodat een gezin of een persoon het als een woning aanwendt of mag/kan/zal aanwenden. In zoverre het eerste onderdeel uitgaat van het tegendeel, faalt het naar recht.
  2. In het tweede onderdeel voert de eiseres aan dat de appelrechter het criterium “hoofdzakelijk” in de zinsnede “hoofdzakelijk dient of zal dienen tot huisvesting” van artikel 1.1.0.0.2, twaalfde lid, 6°, VCF, verkeerd heeft toegepast.
  3. Het komt me in eerste instantie voor dat het onderdeel berust op een verkeerde lezing omdat de appelrechter bij het gebruik van de term hoofdzakelijk bedoelt dat de woonfunctie de hoofdfunctie moet zijn
(8)en niet, zoals de eiseres het voorstelt, verwijst naar een eventueel gemengd gebruik dat door de appelrechter verkeerd zou zijn afgewogen. Er is immers volgens de eiseres met betrekking tot deze vakantiewoning geen sprake van een gemengd gebruik. In zoverre het onderdeel ervan uitgaat dat de overweging in het arrest over het “hoofdzakelijk dienend voor huisvesting” betrekking heeft op een gemengd gebruik, berust het op een verkeerde lezing en mist het feitelijke grondslag. 12. Na te hebben geoordeeld dat de chalet geen woning is, was de overweging dat bewoning in het vakantieverblijf op zich materieel mogelijk zou zijn, maar niet kan doen besluiten dat het verblijf beschouwd kan worden als hoofdzakelijk dienend voor huisvesting, een overtollige overweging. Of, anders verwoord, de in het eerste onderdeel vergeefs bekritiseerde reden, draagt de beslissing. In zoverre is het tweede onderdeel niet ontvankelijk. Conclusie: verwerping. _________________________________________________
(1)Waar geen permanente bewoning is toegelaten zoals blijkt uit artikel 1 van het provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan (PRUP) dat toepasselijk is op het desbetreffend recreatiegebied Akkershoofd te Hamme, zoals vastgesteld door de appelrechter.
(2)Na de wijziging gepubliceerd op 14 april 2020. Voor de publicatie van het gewijzigde standpunt op 31 maart 2020 was Vlabel van oordeel dat het voorafgaand bezit van een caravan, vakantiehuisje of chalet de toepassing van het verlaagd tarief niet verhinderde, tenzij men bij aankoop ervan ook reeds het verlaagd tarief heeft genoten.
(3)Vlabel-Standpunt nr. 20052 van 16 juli 2024 (in zijn versie gepubliceerd op 30 juli 2024), met de titel “Toepassing verlaagd verkooprecht bij aankoop van een gebouwd onroerend goed – Begrip woning”; zie ook E. SPRUYT, “Chalet in recreatiegebied-verhinderend bezit-verlaagd verkooptarief enige, eigen woning-begrip ‘huisvesting’”, noot onder Gent, 28 mei 2024, T.Not. 2025, afl.1, 49.
(4)MvT, Vlaams Parlement 2021-2022, nr. 986/1, 36.
(5)E. SPRUYT, “Chalet in recreatiegebied-verhinderend bezit-verlaagd verkooptarief enige, eigen woning-begrip ‘huisvesting’”, noot onder Gent, 28 mei 2024, T.Not. 2025, afl.1, 52.
(6)E. SPRUYT, “Chalet in recreatiegebied-verhinderend bezit-verlaagd verkooptarief enige, eigen woning-begrip ‘huisvesting’”, noot onder Gent, 28 mei 2024, T.Not. 2025, afl.1, 42; A.-S. CEULEMANS en W. VERMEULEN, “Gent 28 mei 2024: een chalet vormt niet noodzakelijk een verhinderend bezit”, Nieuwsbrief Registratierechten 2025, afl.1, 40; S. VAN CROMBRUGGE, “Vlaams verkooprecht: niet elke chalet is een woning”, Fiscoloog 2024, afl.1852, 11; PETIT M., “Selon la Cour d'appel de Gand, un chalet situé dans un domaine récréatif ne constitue pas une habitation au sens de l'article 2.9.4.2.11, § 2, 1°, du C.F.F.”, Droits d'enregistrement 2025, afl. 3, 21.
(7)X., “Verlaagd verkooprecht 3 % enige woning – Is een "tiny house" een woning?”, Nieuwsbrief Registratierechten, 2024, afl. 4, 34; Antwoord Vlabel d.d. 29 februari 2024 op een interpretatieve vraag, onuitgeg.
(8)Met verwijzing naar de voorbereidende werken. PDF document ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260312.1N.9 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260312.1N.9 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.