← België

LVS CONSULTING BELGIE bv contra BS FINANCIEN

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 02 april 2026 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260402.1N.5 Rolnummer: F.24.0080.N Zaak: LVS CONSULTING BELGIE bv contra BS FINANCIEN Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht - Overige Invoerdatum: 2026-05-21 Raadplegingen: 218 - laatst gezien 2026-06-18 16:42 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260402.1N.5 Fiche 1 Enkel een realistische vooropgestelde einddatum kan in aanmerking worden genomen voor de toekenning van de vrijstelling van de doorstorting van de bedrijfsvoorheffing; een aanmelding die geen einddatum vermeldt of die geen realistische einddatum vermeldt, voldoet bijgevolg niet aan de wettelijke voorwaarde van artikel 275³, § 3, vierde lid, WIB92, zodat de schuldenaar van de bedrijfsvoorheffing in voorkomend geval geen rechtmatige aanspraak kan maken op de vrijstelling van de doorstortingsverplichting

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - VOORHEFFINGEN EN BELASTINGKREDIET - Bedrijfsvoorheffing Wettelijke bepalingen: Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Art. 275
(3), § 3, vierde lid Fiche 2 De algemene beginselen van behoorlijk bestuur sluiten het recht op rechtszekerheid in; deze beginselen gelden ook ten aanzien van het fiscaal bestuur; het recht op rechtszekerheid houdt in dat de burger moet kunnen vertrouwen op wat hij niet anders kan opvatten dan als een vaste gedrags- of beleidsregel van de overheid; daaruit volgt dat de verwachtingen die de overheid bij de burger creëert, in de regel moeten worden gehonoreerd. Thesaurus CAS: RECHTSBEGINSELEN (ALGEMENE) Tekst van de conclusie F.24.0080.N Conclusie van advocaat-generaal S. RAVYSE: 1 Situering. 1. Uit de stukken waarop het Hof acht mag, slaan blijkt dat de eiseres bij Belspo
(1)een aanmelding heeft gedaan van een softwaretool als een O&O-programma
(2)dat in aanmerking komt voor een gedeeltelijke vrijstelling van de doorstorting van de bedrijfsvoorheffing (artikel 2753 § 3° WIB
  1. De eiseres heeft bij de aanmelding als “vooropgestelde einddatum” van het project 1 januari 2099 opgegeven.
  2. In het besteden arrest van 26 maart 2024 oordeelt het hof van beroep te Antwerpen dat de vrijstelling niet kan worden toegekend omdat de opgegeven einddatum van 1 januari 2099 niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 275³ § 3 WIB 92 omdat deze einddatum als onrealistisch en niet ernstig dient beschouwd te worden”
(3). Ook de grief waarmee de eiseres verwijst naar voorgaande jaren en zich beroept op het vertrouwensbeginsel wordt bij gebrek aan bewijs afgewezen
(4).
  1. In het cassatieberoep tegen dit arrest voert de eiseres twee middelen aan. 2 Bespreking.
  2. In het eerste middel voert de eiseres aan dat de appelrechters een bijkomende inhoudelijke voorwaarde aan de wet toevoegen die louter is gebaseerd op een standpunt van de minister van Financiën. Volgens de eiseres blijkt uit niets dat het wettelijk niet is toegestaan een hypothetische einddatum aan te geven. De eiseres vraagt een strikte toepassing van de fiscale wet (cfr. art. 172 van de Grondwet). De beslissing is volgens de eiseres ook in strijd met de wet omdat er geen wettelijke basis bestaat om ook na te gaan vanaf wanneer en tot wanneer de personen gelinkt aan het project zich met dit project hebben beziggehouden of zullen bezighouden.
  3. De beoordeling dat de vooropgestelde einddatum een ernstige en realistische einddatum moet zijn, vindt niet enkel steun in het standpunt van de minister van Financiën
(5), maar was ook de bedoeling van de wetgever bij de totstandkoming van wet, meer bepaald om een betere controle in te voeren om mogelijke misbruiken uit te sluiten en om tegemoet te komen aan bepaalde opmerkingen van de Europese commissie
(6). In het licht van deze doelstellingen van de wetgever kan m.i. worden verdedigd dat de vooropgestelde einddatum ernstig en realistisch moet zijn. Het is door de opgave van de vooropgestelde einddatum dat een betere controle mogelijk is teneinde misbruik tegen te gaan. Hierbij moet worden opgemerkt dat hetzelfde hof van beroep erkent dat de opgave van de verwachte begindatum en vooropgestelde einddatum een inschatting is en dat de werkelijke data kunnen afwijken
(7). De vermelding van een concrete begin- en einddatum, namelijk een in tijd afgebakende periode volstaat volgens het hof om te voldoen aan de wettelijke bepalingen, ook al blijkt naderhand dat de ingeschatte data niet overeenstemmen met de werkelijkheid. De omstandigheid dat een project of programma nadien wordt verlengd houdt volgens het hof van beroep te Antwerpen niet in dat bij de aanmelding geen werkelijke of realistische einddatum werd opgegeven
(8). Hieruit blijkt dat het hof van beroep rekening houdt met een realiteit dat het niet steeds eenvoudig is om een inschatting te maken van de einddatum, weze het omdat bijvoorbeeld omdat geen einddatum is voorzien
(9). Dat de exacte einddatum niet gekend is, verhindert niet om die redelijk in te schatten en te actualiseren via een jaarlijkse update, maar echter niet om een volstrekt onrealistische einddatum zoals 1 januari 2099 op te geven
(10).
  1. Door te oordelen dat de aanmelding niet voldoet omdat geen ernstige verwachte einddatum werd opgegeven, hebben de appelrechters hun beslissing naar recht verantwoord en kan het eerste middel niet worden aangenomen.
  2. Het tweede middel bevat drie grieven, namelijk een motiveringsgebrek, een schending van het vertrouwensbeginsel en het nalaten van het opvragen van ontbrekende stukken. De eiseres voert als geschonden bepaling enkel aan: “het vertrouwenbeginsel (algemeen rechtsbeginsel)”. In zoverre het middel een motiveringsgebrek aanvoert zonder de geschonden wetsbepaling zoals vereist door artikel 1080 Ger.W., is het niet ontvankelijk. In zoverre het middel de schending aanvoert van het vertrouwensbeginsel, namelijk door de toepassing ervan af te wijzen zonder dat de appelrechters preciseren waarop ze zich baseren, kan het niet worden aangenomen. Met meerdere motieven verantwoorden de appelrechters naar recht de beslissing dat de schending van het vertrouwensbeginsel niet kan worden aangenomen
(11). Die motivering laat het Hof toe zijn wettigheidstoets uit te oefenen. In zoverre het middel aanvoert dat de appelrechters hebben nagelaten stukken op te vragen of het debat te heropenen, laat het middel na te duiden welke wetsbepaling werd geschonden en is het niet ontvankelijk. Bovendien komt het de eiseres, die voor de appelrechter de schending heeft ingeroepen van het vertrouwensbeginsel, toe om haar vordering te bewijzen en legt die vordering op zich niet aan de rechter de verplichting op om de debatten te heropenen alvorens een vordering af te wijzen wanneer die partij de stukken voor te leggen die haar vordering kunnen bewijzen. In zoverre het middel uitgaat van het tegendeel, faalt het naar recht. Conclusie: verwerping. ___________________________________________________________________
(1)Programmatorische Federale Overheidsdienst Wetenschapsbeleid of afgekort Belspo.
(2)Onderzoek en ontwikkeling.
(3)Arrest, pp. 9 en 10.
(4)Datzelfde hof van beroep oordeelde in dezelfde zin in het arrest van 3 december 2019 (2018/AR/1131), onuitg.
(5)Antwoord op de vraag nr. 62 van de heer Wouter Vermeersch van 9 november 202, Vr. en Antw., Kamer 2020-21, 55, nr. 035, 142-143: “Dit betreft dus de voorziene aanvangs- en einddatum van het project of programma en deze data kunnen mogelijks afwijken van de werkelijke aanvangs- en einddatum van het project of programma. Alleszins moeten deze voorziene data wel realistisch zijn. Een aanmelding die geen einddatum vermeldt of die geen realistische maar een puur hypothetische einddatum vermeldt, voldoet niet aan de wettelijke voorwaarde van artikel 2753, § 3, vierde lid, WIB 92, wat impliceert dat de schuldenaar van de bedrijfsvoorheffing geen rechtmatige aanspraak zal kunnen maken op de steunmaatregel vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing voor onderzoek en ontwikkeling”.
(6)Memorie van Toelichting, Parl.St. Kamer 2012-2013, DOC 53, 2756/001 en 2757/001, 4; 6 en 7.
(7)Zie ook D. BERQUIN en T. GOEMAERE, Form over substance? Gedeeltelijke vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing voor onderzoek en ontwikkeling - Stand van zaken en rechtspraakoverzicht anno 2022, Fiscaal Praktijkboek 2022-2023. Directe Belastingen, Kluwer Belgium, Mechelen 2023, 284.
(8)Antwerpen 18 juni 2024, drie arresten (2023/AR/272, 2023/AR/312 en 2023/AR/491), besproken door A. DE DONCKER en C. VAN DE WOUWER, Hof Antwerpen zet puntjes op de 'i' voor programma-aanmeldingen bij Belspo, Fiscoloog 2024, afl. 1846, 8.
(9)A. DE DONCKER en C. VAN DE WOUWER, Hof Antwerpen zet puntjes op de 'i' voor programma-aanmeldingen bij Belspo, Fiscoloog 2024, afl. 1846, 8.
(10)H. PUTMAN, K. HELLINCKX en J. GOOVAERTS, “BV-korting Onderzoek en Ontwikkeling: rechtspraak schept (eindelijk) meer duidelijkheid”, Fisc.Act. nr. 2022/30, 1; K. JANSSENS, “Wetenschappelijk onderzoek: zonder einddatum op aanmelding geen BV-korting”, Fisc.Act. nr. 2022/14, 9.
(11)Arrest, pp. 13 en 14. PDF document ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260402.1N.5 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260402.1N.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.