id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 30 april 2026 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260430.1N.11 Rolnummer: C.24.0501.N Zaak: TVM VERZEKERINGEN nv contra Baloise Insurance nv Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Handelsrecht Invoerdatum: 2026-06-08 Raadplegingen: 131 - laatst gezien 2026-06-18 11:06 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260430.1N.11 Fiche 1 Een motorrijtuig is betrokken bij een verkeersongeval wanneer het enige rol heeft gespeeld, dit is wanneer het zonder hiervoor een noodzakelijk element te zijn geweest, een invloed heeft gehad op het verkeersongeval. Hierbij is niet vereist dat er een oorzakelijk verband bestaat tussen de aanwezigheid van het motorrijtuig en het ontstaan van het ongeval. Thesaurus CAS: VERZEKERING - W.A.M.-VERZEKERING Wettelijke bepalingen: Wet 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen - 21-11-1989 - Art. 29bis, § 1 - 30 ELI link Pub nr 1989011371 Fiche 2 De last van het aandeel van de vergoeding waarvoor het slachtoffer naar gemeen recht aansprakelijk is, moet in gelijke delen worden gedragen door de WAM-verzekeraars van alle in het ongeval betrokken motorrijtuigen. Thesaurus CAS: VERZEKERING - W.A.M.-VERZEKERING Wettelijke bepalingen: Wet 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen - 21-11-1989 - Art. 29bis, §§ 1 en 4 - 30 ELI link Pub nr 1989011371 oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 1251, 3° - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Tekst van de conclusie C.24.0501.N-C.25.0132.N Conclusie van advocaat-generaal S. RAVYSE: 1 Situering.
- De heer B. ging bij Cleaning Thys nv om de door hem bestuurde tankwagen te laten reinigen. TVM is de WAM-verzekeraar van deze tankwagen. Terwijl B. vanuit de aanpalende wasstraat toekeek hoe zijn tankwagen werd gereinigd, werd hij aangereden door D., werknemer van Cleaning Thys nv, die achterwaarts een andere tankwagen in de wasstraat binnen reed. AXA is de verzekeraar BA-uitbating van Cleaning Thys nv. De tankwagen van Cleaning Thys nv is in WAM verzekerd bij Baloise.
- De appelrechter oordeelde dat B. een fout beging in causaal verband met zijn schade. Hij had moeten weten dat hij daar niet mocht staan en met zijn rug gekeerd naar de ingang. De beide motorrijtuigen worden als betrokken beschouwd in de zin van artikel 29bis, § 1, WAM. In hoofde van de bestuurder D. wordt geen fout weerhouden. De appelrechter oordeelt dat ook Cleaning Thys nv een fout beging in causaal verband met de schade omdat ze te laks omging met de veiligheid van de chauffeurs op haar bedrijfsterrein: geen info in het bureel waar men zich moest aanbieden; geen borden en/of markeringen op het terrein zelf, ten minste geen die voor zichzelf spraken, geen enkele controle. Beide fouten worden geacht in gelijke mate tot de schade te hebben bijgedragen.
- Baloise heeft B. op grond van artikel 29bis, § 1 WAM vergoed en wenst hetgeen zij heeft betaald en nog zal betalen op AXA en TVM te verhalen. Met betrekking tot de vordering tegen AXA oordeelt de appelrechter dat deze niet kan omdat dit in wezen een vordering van de verzekerde tegen zichzelf is. In het kader van de vordering tegen TVM oordeelt de appelrechter dat Baloise de helft van haar reeds gedane en toekomstige betalingen van TVM kan terug te vorderen.
- TVM diende een verzoekschrift in cassatie in die het rolnummer C.24.0501.N kreeg. Naderhand stelde ook Baloise cassatieberoep in. Deze zaak kreeg rolnummer C.25.0132.N. Omdat beide zaken gericht zijn tegen hetzelfde arrest, dienen de zaken te worden gevoegd. 2 C.24.0501.N. 2.1 Eerste middel. 2.1.1 Eerste onderdeel0
- In het eerste onderdeel komt de eiseres (TMV) op tegen het oordeel van de appelrechter dat zij 50 pct. van hetgeen de eerste verweerster (Baloise) aan het slachtoffer heeft betaald en nog zal betalen aan haar moet terugbetalen.
- De eiseres voert aan dat aangezien de appelrechter oordeelt dat de heer B. vanuit gemeenrechtelijk oogpunt de helft van zijn schade zelf dient te dragen, het regresrecht van de eerste verweerster ten aanzien van de eiseres beperkt is tot de helft van de schade (waarvoor geen derde aansprakelijke is), te verdelen tussen de verzekeraars van de betrokken motorrijtuigen, met name de eiseres en de eerste verweerster. De appelrechter vermocht dan ook niet wettelijk te oordelen dat de eiseres gehouden is tot betaling aan de eerste verweerster van de helft van de door deze laatste betaalde sommen en om eerste verweerster voor de helft van de nog te betalen sommen te vrijwaren. Eiseres kan, gelet op de door de appelrechter beoordeelde aansprakelijkheden, enkel gehouden zijn om 25 pct. van de door de eerste verweerster betaalde sommen terug te betalen, aangezien de heer B. zelf voor de helft van de schade aansprakelijk is gesteld.
- Bij arrest van 17 september 2021 oordeelde het Hof dat uit de parlementaire voorbereiding van artikel 29bis, § 1, eerste lid en § 4, eerste lid WAM blijkt dat de wetgever de last van de schade heeft willen doen dragen door degene die in gemeen recht aansprakelijk is voor het ongeval, behalve in zoverre het slachtoffer zelf aansprakelijk is voor het ongeval of de daaruit voortvloeiende schade
(1). Wanneer het slachtoffer een fout heeft begaan die in een oorzakelijk verband staat tot zijn schade, treedt de verzekeraar van een van de betrokken voertuigen die het slachtoffer vergoedt, slechts in zijn rechten ten aanzien van de aansprakelijke derde of diens verzekeraar tot beloop van het bedrag waarop dat slachtoffer in gemeen recht aanspraak had kunnen maken, gelet op de verdeling van de aansprakelijkheid tussen het slachtoffer en de derde-aansprakelijke
(2). Met verwijzing naar artikel 1251, 3° Oud BW stelde het Hof verder dat wanneer meerdere motorrijtuigen bij een verkeersongeval zijn betrokken, de respectieve verzekeraars het slachtoffer moeten vergoeden en zij, in de regel, elk voor een gelijk deel de last moeten dragen. De verzekeraar van een van de betrokken voertuigen die het slachtoffer vergoedt, heeft dus een regresvordering tegen de andere hoofdelijk gehouden verzekeraars, voor wat hij boven zijn deel heeft betaald. Uit de samenhang tussen die bepalingen volgt dat, wanneer de verzekeraar die het (zelf deels foutieve) slachtoffer vergoedt, tot beloop van het bedrag waarvoor dat slachtoffer naar gemeen recht zelf had moeten instaan, een bijdragevordering, elk volgens een gelijk deel, kan instellen tegen de verzekeraars van de andere bij het ongeval betrokken voertuigen
(3). 16. Bij arrest van 28 september 2017 oordeelde het Hof dat uit de samenhang tussen artikel 29bis, § 4 WAM en artikel 1251, 3° Oud BW volgt dat wanneer het slachtoffer alleen aansprakelijk is voor het ongeval, de verzekeraar van een betrokken motorrijtuig die dit slachtoffer heeft vergoed in het kader van artikel 29bis WAM, de vergoeding niet kan terugvorderen op grond van artikel 29bis, § 4 WAM. De verzekeraar heeft wel een regresvordering op grond van artikel 1251, 3° Burgerlijk Wetboek tegen de verzekeraars van de andere in het ongeval betrokken motorrijtuigen voor een gelijk deel van de aan het slachtoffer betaalde vergoeding.
(4)Het Hof oordeelde in dezelfde zin ten aanzien van een rechthebbende van het slachtoffer die als enige een fout beging
(5). Ook oordeelde het Hof dat “hieruit tevens volgt dat de verzekeraar het deel van de betaalde vergoeding dat overeenstemt met het bedrag waarvoor het slachtoffer naar gemeen recht zelf moet instaan, op grond van artikel 1251, 3°, Burgerlijk Wetboek kan terugvorderen van elke verzekeraar van een medebetrokken motorrijtuig, elk volgens een gelijk deel”
(6).
- Het eerste onderdeel dat opkomt tegen de beslissing die deze regel en rechtspraak van het Hof niet correct toepast, komt dan ook gegrond voor. 2.1.2 Tweede onderdeel.
- In het tweede onderdeel komt de eiseres op tegen het oordeel van de rechter dat de vrijwaring van de eiseres door de tweede verweerster (op grond van artikel 29bis, § 4 WAM) niet mogelijk is omdat dit opnieuw zou neerkomen op een vordering van de verzekerde tegen de verzekerde.
- Zoals hoger aangegeven en conform de rechtspraak van het Hof treedt de verzekeraar op grond van artikel 29bis, § 4 WAM in de rechten van het slachtoffer tegen de in gemeen recht aansprakelijke derde(n). Door te oordelen dat dit opnieuw zou neerkomen op een vordering van de verzekerde tegen de verzekerde, schendt de appelrechter deze bepaling. De vordering van de eiseres die op grond van artikel 29bis, § 4 WAM in de rechten treedt van het slachtoffer kan niet als een vordering van de verzekerde tegen de verzekerde worden beschouwd. Het onderdeel is gegrond. 2.1.3 Derde onderdeel.
- In het derde onderdeel komt de eiseres (TMV: WAM.Vz. van B.) op tegen het oordeel van de appelrechter dat de door haar in WAM verzekerde tankwagen als betrokken werd beschouwd in de zin van artikel 29bis, § 1 WAM. De eiseres meent dat de appelrechter uit zijn feitelijke vaststellingen niet kon afleiden dat het door haar verzekerde voertuig een betrokken voertuig was. Betrokkenheid mag volgens haar niet worden afgeleid uit het enkele feit dat de plaats van de zwakke weggebruiker wordt verklaard door de loutere aanwezigheid van het voertuig.
- Volgens vaste rechtspraak van het Hof is een motorrijtuig betrokken bij een verkeersongeval wanneer het enige rol heeft gespeeld, dit is wanneer het zonder hiervoor een noodzakelijk element te zijn geweest, een invloed heeft gehad op het verkeersongeval. Hierbij is niet vereist dat er een oorzakelijk verband bestaat tussen de aanwezigheid van het motorrijtuig en het ontstaan van het ongeval
(7). De rechter oordeelt onaantastbaar in feite of een motorrijtuig al dan niet betrokken is in het ongeval en het Hof gaat na of de rechter op grond van zijn vaststellingen tot zijn besluit kon komen
(8). Op basis van de vaststellingen dat de heer B. zijn tankwagen heeft verlaten omdat hij wilde zien hoe die werd gereinigd en hij daar dan ook zijn aandacht op had gefocust, verantwoordt mijns inziens de appelrechter de beslissing naar recht dat de tankwagen in die omstandigheden een rol heeft gespeeld in het verkeersongeval. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. Omdat het onderdeel niet kan worden aangenomen, moeten de door de verweersters opgeworpen gronden van niet-ontvankelijkheid, die overigens op het eerste gezicht evenmin kunnen worden aangenomen, niet worden beantwoord. 2.2 Tweede middel. 7. In het tweede middel verwijt de eiseres de appelrechter dat hij de afwezigheid van een fout van de heer D. heeft afgeleid uit de aanwezigheid van een fout bij het slachtoffer, de heer B. 8. Na de weergave van de (meerdere) redenen waarom B. een fout beging, overweegt de appelrechter dat “om dezelfde reden de rechtbank meteen ook aanneemt [dat] D. van zijn kant helemaal niet in de fout is gegaan”, om vervolgens nog andere redenen aan te geven waarop die beslissing steunt. Door die andere redenen niet te betrekken in de kritiek, berust het middel op een onvolledige lezing en kan het niet tot cassatie leiden, minstens berust het op een onjuiste lezing en mist het in die interpretatie feitelijke grondslag. 3 De zaak AR C.25.0132.N (Baloise t./ AXA). 3.1 Eerste onderdeel. 9. In het eerste onderdeel komt de eiseres (Baloise = de WAM-verzekeraar van de tankwagen van Cleaning Thys
- nv)op tegen het oordeel van de appelrechter dat ze geen subrogatoire vordering kan instellen tegen de verweerster (de BA-uitbating van Cleaning Thys
- nv)omdat dit in wezen een vordering is van de verzekerde tegen zichzelf. 10. De verweerster werpt een grond van niet-ontvankelijkheid van het onderdeel op wegens de miskenning van artikel 1080 Ger.W. In de laatste paragraaf van randnummer 3 geeft de eiseres m.i. slechts een opsomming van de eerder door haar als geschonden aangewezen bepalingen. De vorige paragrafen voldoen daarenboven op zich aan de voorwaarden van artikel 1080 Gerechtelijk Wetboek. Deze grond van niet-ontvankelijkheid kan mijns inziens niet worden aangenomen. 11. Krachtens artikel 29bis, § 4 WAM treedt de verzekeraar die het slachtoffer heeft vergoed in diens rechten tegen de in gemeen recht aansprakelijke derden. De eiseres treedt ingevolge de vergoeding van B. bijgevolg in diens rechten tegen de in gemeen recht aansprakelijke derde(n). Op deze grond alleen al kan de appelrechter mijns inziens niet oordelen dat de vordering van de eiseres, als verzekeraar in de rechten van het slachtoffer getreden, tegen de verweerster, BA-uitbating van Cleaning Thys nv, een vordering is van de verzekerde tegen zichzelf. De definitie van verzekerde in artikel 5, 17°,
- a)Verzekeringswet waarnaar de eiseres verwijst, geldt enkel voor de toepassing van de Verzekeringswet en haar uitvoeringsbesluiten. De WAM omvat in artikel 1 een eigen definitie van het begrip ‘verzekerde’, namelijk zij wiens aansprakelijkheid overeenkomstig de bepalingen van deze wet is gedekt. Door te oordelen dat de vordering van de eiseres in wezen een vordering is van de verzekerde op zichzelf, schendt de appelrechter artikel 29bis, § 4 WAM. Het onderdeel komt gegrond voor. 3.2 Tweede onderdeel. 12. Het tweede onderdeel voert een motiveringsgebrek aan (schending van art. 149 GW), namelijk omdat de appelrechter niet zou hebben geantwoord op de grief van de eiseres dat er nog een tweede subrogatiegrond is die haar toelaat de verweerster aan te spreken, namelijk artikel 1251, 3°, van het Oud Burgerlijk Wetboek, waarbij de vraag of de nv Cleaning Thys een verzekerde of een derde uitmaakt volstrekt irrelevant is en de enige vraag is of de verweerster ook gehouden was de schade van B. te vergoeden. 13. Dit onderdeel mist feitelijke grondslag. Het bestreden vonnis verwijst onder punt a van de rechtsgronden naar
(1)artikel 29bis, § 4 WAM, en
(2)artikel 1251, 3° Oud BW
(9). Bij de bespreking van de subrogatoire vordering die de eiseres tegen de verweerster laat gelden, verwijst de appelrechter eveneens onder punt a naar beide rechtsgronden
(10). Met de overwegingen dat de vordering van de eiseres niet kan omdat dit in wezen een vordering is van de verzekerde op zichzelf, ontmoet de appelrechter het verweer van de eiseres op beide rechtsgronden. 14. Zoals hoger aangegeven, komt het mij voor dat de appelrechter door te oordelen dat de subrogatoire vordering van de eiseres tegen de verweerster niet kan omdat dit in wezen een vordering is van de verzekerde tegen zichzelf, het causaal verband ontkent tussen de fouten van Cleaning Thys nv en de door Willem Breedveld geleden schade. In zoverre het onderdeel schending aanvoert van artikel 1382 Oud Burgerlijk Wetboek is het gegrond. Conclusie: (gedeeltelijke) cassatie. ____________________________________________________________________
(1)Cass. 17 september 2021, AR C.21.0029.F, ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210917.1F.1. “Uit de parlementaire voorbereiding blijkt dat het de bedoeling was van de wetgever dat de financiële last van de schade van de vergoedingsgerechtigde uiteindelijk moet gedragen worden door degene die naar gemeen recht aansprakelijk is voor het ongeval, behoudens in zoverre de vergoedingsgerechtigde zelf schuld heeft aan het ongeval”, zie ook Cass. 28 juni 2018, AR C.17.0631.N, AC 2018, nr. 442, ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180628.8; Cass. 22 juni 2017, AR C.15.0080.F, AC 2017, nr. 413, ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170622.6; Cass. 28 september 2017, AR C.17.0006.N, AC 2017, nr. 508, ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170928.9; Cass. 30 juni 2016, AR C.15.0447.N, AC 2016, nr. 433, ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160630.18; Cass. 15 september 2014, AR C.14.0116.N, AC 2014, nr. 521, ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20140915.2; Cass. 28 september 2012, AR C.11.0404.N, AC 2012, nr. 501, ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20120928.5.
(2)Cass. 30 juni 2016, AR C.15.0447.N, AC 2016, nr. 433, ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160630.18.
(3)Cass. AR C.21.0029.F, 17 september 2021, ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210917.1F.1.
(4)Cass. AR C.17.0006.N, 28 september 2017, AC 2017, nr. 508, ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170928.9.
(5)Cass. AR C.11.0404.N, 28 september 2012, AC 2012, nr. 501, ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20120928.5.
(6)Cass. 30 juni 2016, AR C.15.0447.N, AC 2016, nr. 433, ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160630.18; Cass. 31 mei 2012, AR C.11.0704.N, arrest niet gepubliceerd; Cass. 31 mei 2012, AR C.11.0669.N, arrest niet gepubliceerd; Cass. 26 januari 2012, AR C.11.03018.N, arrest niet gepubliceerd.
(7)Cass. 27 januari 2022, AR C.21.0212.N, ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220127.1N.5; Cass. 15 maart 2010, AR C.09.0472.N, AC 2010, nr. 183, ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100315.4.
(8)Cass. 30 september 2021, AR C.20.0564.N, arrest niet gepubliceerd.
(9)Zie pag. 7 bestreden vonnis.
(10)Zie pag. 10 bestreden vonnis. PDF document ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260430.1N.11 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260430.1N.11 citeert: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100315.4 ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20120928.5 ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20140915.2 ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160630.18 ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170622.6 ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170928.9 ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180628.8 ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210917.1F.1 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220127.1N.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div