id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Rechterlijke beslissing van 23 april 2026 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2026:DEC.20260423.COH.1 Rolnummer: COH A.R. 607.N Zaak: J. contra MINISTER VAN JUSTITIE Kamer: COH Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2026-05-08 Raadplegingen: 163 - laatst gezien 2026-06-18 06:47 Fiche Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - ONWETTIGE EN ONWERKZAME HECHTENIS - Schadeloosstelling Tekst van de beslissing In de zaak COH. A.R. 607.N van J, verzoeker, met als raadsman mr. Gino Houbrechts, advocaat bij de balie Limburg, met kantoor te 3720 Hasselt (Kortessem), Hasseltsesteenweg 61E, tegen MINISTER VAN JUSTITIE, met kabinet te 1000 Brussel, Waterloolaan
- I. Bestreden uitspraak
- De minister van Justitie heeft op 10 oktober 2025 de bestreden beslissing genomen. II. Feiten
- Op 23 november 2018 werd de verzoeker van zijn vrijheid beroofd en op 25 november 2018 heeft de onderzoeksrechter van de rechtsbank van eerste aanleg te Limburg, afdeling Tongeren, zijn aanhouding bevolen wegens opzettelijke brandstichting van een bewoond pand en van onroerende eigendommen bij nacht.
- De verzoeker kwam in beeld als mogelijke verdachte van verschillende opzettelijk aangestoken branden in de regio Alken. Zijn betrokkenheid was vooral gesteund op twee getuigenverklaringen, waarbij hij werd herkend als verdachte fietser in de buurt van enkele branden.
- Bij beschikking van de raadkamer van de rechtbank van eerste aanleg Limburg, afdeling Tongeren, van 22 februari 2019 werd beslist om de voorlopige hechtenis ten uitvoer te leggen onder de modaliteit van het elektronisch toezicht, wat effectief gebeurde vanaf 26 februari
- Bij beschikking van de raadkamer van de rechtbank van eerste aanleg Limburg, afdeling Tongeren, van 16 april 2019 werd de verzoeker vrijgelaten onder voorwaarden.
- Bij beschikking van de raadkamer van de rechtbank van eerste aanleg Limburg, afdeling Tongeren, van 1 juli 2022 werd de verzoeker verwezen naar de correctionele rechtbank voor de hem ten laste gelegde feiten.
- Bij vonnis van de rechtbank van eerste aanleg Limburg, afdeling Tongeren, van 2 november 2023 werd de verzoeker schuldig verklaard aan de hem ten laste gelegde feiten en werd hij veroordeeld tot een hoofdgevangenisstraf van acht jaar. De rechtbank heeft op die dag ook zijn onmiddellijke aanhouding bevolen.
- Bij arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 7 november 2023 werd beslist de voorlopige hechtenis te handhaven, maar wel onder de modaliteit van het elektronisch toezicht. Dit elektronisch toezicht ging effectief in op 10 november
- Bij arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 19 april 2024 werd de verzoeker vrijgesproken voor de hem ten laste gelegde feiten. Diezelfde dag werd de verzoeker vrijgelaten. Dit arrest heeft kracht van gewijsde.
- De hechtenis heeft 315 dagen geduurd. III. Rechtspleging A. Voor de minister van Justitie
- De verzoeker heeft een verzoek tot vergoeding ingediend, ontvangen op 14 april 2025, strekkende tot toekenning van een vergoeding voor: - morele schade wegens een onwerkzame hechtenis ondergaan gedurende 313 dagen, voor een totaalbedrag van 17.165,00 euro, waarvan: o 6.565,00 euro voor een onwerkzame hechtenis ondergaan in de gevangenis gedurende 101 dagen in de periodes van 23 november 2018 tot en met 26 februari 2019 en van 2 november 2023 tot en met 10 november 2023, zijnde 65,00 euro per dag onwerkzame hechtenis; o 10.600,00 euro voor een onwerkzame hechtenis ondergaan onder de modaliteit van het elektronisch toezicht gedurende 212 dagen in de periodes van 27 februari 2019 tot en met 16 april 2019 en van 11 november 2023 tot en met 19 april 2024, zijnde 50,00 euro per dag onwerkzame hechtenis. - materiële schade in de vorm van inkomstenverlies voor een bedrag van 20.594,54 euro.
- Op 10 oktober 2025 besliste de minister dat aan de verzoeker voor de door hem ondergane onwerkzame hechtenis gedurende 314 dagen een morele schadevergoeding kan worden toegekend van 11.520,00 euro: - 50,00 euro per dag onwerkzame hechtenis in de gevangenis voor de periodes van 23 november 2018 tot en met 26 februari 2019 en van 2 november 2023 tot en met 10 november 2023; - 30,00 euro per dag onwerkzame hechtenis onder de modaliteit van het elektronisch toezicht voor de periodes van 27 februari 2019 tot en met 16 april 2019 en van 11 november 2023 tot en met 19 april
- B. Voor de Commissie
- De verzoeker heeft op 8 december 2025 een verzoekschrift bij de Commissie ingediend, waarin hij zijn oorspronkelijke aanspraak heeft hernomen.
- De minister van Justitie heeft een memorie van antwoord ingediend die op het secretariaat van de Commissie ontvangen is op 5 januari
- Hierin verzoekt de minister om het ministerieel besluit van 10 oktober 2025 te bevestigen voor wat betreft de vergoeding van de morele schade en zich voor de vergoeding van de materiële schade te gedragen naar de wijsheid van de Commissie.
- De verzoeker heeft bij de Commissie een memorie van wederantwoord ingediend, ontvangen op 29 januari 2026, waarin hij zijn oorspronkelijke aanspraak heeft hernomen.
- Op de rechtszitting van 23 april 2026 heeft de voorzitter van het Hof van Cassatie verslag uitgebracht.
- Mr. Gino Houbrechts heeft namens de verzoeker gepleit.
- Philip Brughmans, attaché bij de federale overheidsdienst Justitie, is gehoord namens de minister van Justitie.
- Plaatsvervangend magistraat Alain Winants heeft advies uitgebracht.
- De raadsman van de verzoeker heeft het laatste woord gekregen. IV. Beslissing van de Commissie
- Het verzoekschrift, de memorie van antwoord en de memorie van wederantwoord werden ingediend binnen de bij de wet bepaalde termijnen en zijn ontvankelijk.
- Over de in aanmerking te nemen periode van onwerkzame hechtenis bestaat geen betwisting. De partijen zijn het erover eens dat de hechtenis in de volgende periodes onwerkzaam is: - van 23 november 2018 tot en met 26 februari 2019 en van 2 november 2023 tot en met 10 november 2023 in de gevangenis; - van 27 februari 2019 tot en met 16 april 2019 en van 11 november 2023 tot en met 19 april 2024 onder de modaliteit van het elektronisch toezicht. De betwisting betreft dus alleen het bedrag van de vergoeding.
- Overeenkomstig artikel 28, § 2, eerste en tweede lid, Wet Onwerkzame Hechtenis wordt het bedrag van de vergoeding vastgesteld naar billijkheid en met inachtneming van alle omstandigheden van openbaar en privaat belang. Evenwel, indien de persoon nog lopende vrijheidsstraffen heeft, worden de dagen van de voorlopige hechtenis die in aanmerking komen eerst toegerekend op de nog lopende vrijheidsstraffen.
- Het blijkt niet dat een dergelijke toerekening door de Minister wordt gevraagd of aan de orde is, zodat de vergoeding voor de door de verzoeker ondergane 315 dagen onwerkzame hechtenis hieronder als volgt wordt bepaald.
- Inkomstenverlies dat de verzoeker heeft geleden door de onwerkzame hechtenis komt als materiële schade voor vergoeding in aanmerking. Het inkomstenverlies moet worden bepaald rekening houdend met de repercussie van de onwerkzame hechtenis op de concrete beroepsactiviteit van de verzoeker en de inkomsten die hij hieruit normaal ontving in de periode voorafgaand aan de hechtenis.
- Uit de voorgelegde stukken blijkt dat de verzoeker voor zijn vrijheidsbeneming op 23 november 2018 door de gemeente Alken was tewerkgesteld als medewerker op de technische dienst (zie stuk 5, verklaring) door middel van aan arbeidsovereenkomst die op 6 maart 2017 was aangegaan (zie stuk 6, arbeidsovereenkomst en stuk 5) en hierdoor inkomsten genoot (zie stuk 5).
- Ook na zijn invrijheidsstellingen op 16 april 2019 en op 19 april 2024 blijkt dat de verzoeker in 2022 opnieuw inkomsten uit arbeid heeft ontvangen (zie stukken 7 en 8, met loonstroken uit die periode).
- Op grond van de voormelde elementen kan redelijkerwijs worden aangenomen dat de verzoeker ook tijdens de periode van de hechtenis inkomsten uit arbeid zou hebben ontvangen indien hem zijn vrijheid niet was ontnomen en dat hij bijgevolg ingevolge de hechtenis effectief inkomstenverlies heeft geleden. Het aangevoerde inkomstenverlies levert evenwel geen nettoverlies op aangezien in verzoekers onderhoud werd voorzien tijdens zijn verblijf in de gevangenis en hij aanspraak kon maken op een leefvergoeding tijdens de periode van hechtenis onder elektronisch toezicht.
- Rekening houdend met het voormelde, met de overgelegde stukken van de verzoeker betreffende zijn inkomsten, en in het bijzonder de verklaring van het gemeentebestuur te Alken inzake het effectief geleden netto-loonverlies ten gevolge van de voorlopige hechtenis (stuk 5), blijkt dat de verzoeker wegens inkomensverlies in de periodes van 23 november 2018 tot en met 26 februari 2019 en van 2 november 2023 tot en met 10 november 2023 in de gevangenis en in de periodes van 27 februari 2019 tot en met 16 april 2019 en van 11 november 2023 tot en met 19 april 2024 onder de modaliteit van het elektronisch toezicht, een vergoeding naar billijkheid kan worden toekend van 15.000,00 euro.
- Voor de door de verzoeker geleden morele schade kent de Commissie in billijkheid een vergoeding toe van 16.800,00 euro, hetzij 80,00 euro per dag voor 105 dagen hechtenis in de gevangenis en 40,00 euro per dag voor 210 dagen hechtenis onder elektronisch toezicht.
- Het verzoek is gedeeltelijk gegrond. DICTUM De Commissie, uitspraak doende in openbare zitting na behandeling met gesloten deuren, verklaart het verzoek ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond, hervormt de beslissing van de minister van Justitie van 10 oktober 2025 als volgt, bepaalt de vergoeding voor de door de verzoeker ondergane onwerkzame hechtenis in de periodes van 13 november 2018 tot en met 16 april 2019 en van 2 november 2023 tot en met 19 april 2024, hetzij gedurende 315 dagen, op 15.000,00 euro voor de materiële schade en op 16.800,00 voor de morele schade. Aldus door de Commissie van beroep inzake onwerkzame hechtenis uitgesproken in openbare rechtszitting 23 april 2026, waar aanwezig zijn de voorzitter van het Hof van Cassatie Filip Van Volsem, voorzitter, de eerste voorzitter van de Raad van State Wilfried Van Vaerenbergh, lid, de voorzitter van de Orde van Vlaamse Balies Peter Callens, lid, plaatsvervangend magistraat Alain Winants en de griffier Ayse Birant, secretaris. PDF document ECLI:BE:CASS:2026:DEC.20260423.COH.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div