id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidshof van Brussel Vonnis/arrest van 02 december 2004 ECLI nr: ECLI:BE:CTBRL:2004:ARR.20041202.2 Rolnummer: 45427W Rechtsgebied: Invoerdatum: 2005-03-10 Raadplegingen: 235 - laatst gezien 2026-07-04 04:18 Fiche De R.V.A. is als instelling van openbaar nut voor sociale zekerheid een rechtspersoon die via zijn orgaan in rechte optreedt. Artikel 10 van de wet van 25 april 1963 betreffende het beheer van de instellingen van openbaar nut voor sociale zekerheid en sociale voorzorg bepaalt dat de persoon die belast is met het dagelijks beheer de instelling in de gerechtelijke en buitengerechtelijke handelingen vertegenwoordigt en rechtsgeldig in haar naam en voor haar rekening optreedt zonder dat hij zulks door een beslissing van het beheerscomité moet staven. Volgens diezelfde bepaling worden de personen die belast zijn met het dagelijks beheer door de Koning aangewezen. Aldus wordt bij de wet de vertegenwoordigingsbevoegdheid om de instelling te vertegenwoordigen in gerechtelijke en buitengerechtelijke handelingen gevestigd in hoofde van de administrateur-generaal of zijn adjunct. Deze werden immers bij artikel 3 van het werkloosheidsbesluit (Koninklijk Besluit van 25 november 1991) aangewezen om het dagelijks beheer van de Rijksdienst uit te oefenen. Artikel 10 laatste lid bepaalt verder dat deze persoon, met instemming van het beheerscomité, zijn bevoegdheid om op te treden namens de instelling voor de administratieve rechtscolleges in de geschillen omtrent de rechten ontstaan uit een regeling van sociale zekerheid aan één of meer leden van het personeel mag overdragen. De arbeidsgerechten zijn echter geen administratieve rechtscolleges, zodat de administrateur niet de bevoegdheid heeft om zijn bevoegdheid om in rechte op te treden voor deze rechtscolleges te delegeren aan andere personeelsleden. Vrije woorden: RECHTSWETENSCHAP - RECHT - WETGEVING - PUBLIEK- EN ADMINISTRATIEF RECHT - Gerechtelijk Wetboek, art. 703 - R.V.A. - Vertegenwoordiging in rechte - Bevoegdheid van de Administrateur-Generaal niet overdraagbaar aan andere personeelsleden voor de arbeidsgerechten. Wettelijke bepalingen: Wet - 25-04-1963 - 10 - 01 ELI link Pub nr 1963042504 Tekst van de beslissing OPENBARE TERECHTZITTING VAN TWEE DECEMBER TWEEDUIZEND EN VIER. 7de KAMER Not. 580, 2° G.W. Werkloosheid Op tegenspraak Definitief In de zaak : RIJKSDIENST VOOR ARBEIDSVOORZIENING, openbare instelling, waarvan de burelen gevestigd zijn te 1000 Brussel, Keizerslaan 7, appellant, verschijnend bij Mr. G. Craenen, advocaat te 3070 Kortenberg, Tegen : L. S., geïntimeerde, in persoon verschenen, Na beraad, spreekt het Arbeidshof te Brussel het hiernavolgend arrest uit : Gelet op de stukken van rechtspleging, inzonderheid : - het voor eensluidend verklaard afschrift van het bestreden vonnis, bij verstek t.o.v. geïntimeerde gewezen door de Arbeidsrechtbank te Leuven op 17 mei 1999; - het verzoekschrift tot hoger beroep, ontvangen ter griffie van het Arbeidshof te Brussel op 16 juni 1999; Gehoord partijen in hun middelen en beweringen ter openbare terechtzitting van 28 oktober 2004, waarna de debatten gesloten werden. Ter openbare terechtzitting van 28 oktober 2004 gedraagt appellant zich naar de wijsheid van het Hof gelet op de ondertekening door de heer L., adviseur, van het verzoekschrift tot hoger beroep. Beoordeling door het Hof De door geïntimeerde ingeroepen exceptie van ontoelaatbaarheid van het hoger beroep heeft betrekking op de vertegenwoordigingsbevoegdheid van de heer W. L., adviseur om namens de R.V.A. een verzoekschrift tot hoger beroep te ondertekenen en dus met de door artikel 17 van het Gerechtelijk Wetboek vereiste hoedanigheid om een rechtsvordering toe te laten. Artikel 728 van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat partijen in persoon of bij advocaat dienen te verschijnen en artikel 703 van het Gerechtelijk Wetboek voorziet dat rechtspersonen in rechte optreden door tussenkomst van hun bevoegde orgaan. De partij die voor rekening van de materiële procespartij in rechte optreedt moet voor de procesvertegenwoordiging de nodige vertegenwoordigingsbevoegdheid of macht hebben gekregen om over de in artikel 17 van het Gerechtelijk Wetboek vereiste hoedanigheid te beschikken. De vertegenwoordiging in rechte dient te worden onderscheiden van het mandaat ad litem van de advocaat of de bijzondere gevolmachtigde. De hoedanigheid is de macht die door de titularis van een subjectief recht aan een persoon wordt toegekend om voor zijn rekening een bepaald vorderingsrecht uit te oefenen (zie Lemmens P., Gerechtelijk Privaatrecht IV/6 - Fettweis A. Manuel de Procédure civile, nr. 87). De R.V.A. is als instelling van openbaar nut voor sociale zekerheid een rechtspersoon die via zijn orgaan in rechte optreedt. Artikel 10 van de wet van 25 april 1963 betreffende het beheer van de instellingen van openbaar nut voor sociale zekerheid en sociale voorzorg bepaalt dat de persoon die belast is met het dagelijks beheer de instelling in de gerechtelijke en buitengerechtelijke handelingen vertegenwoordigt en rechtsgeldig in haar naam en voor haar rekening optreedt zonder dat hij zulks door een beslissing van het beheerscomité moet staven. Volgens diezelfde bepaling worden de personen die belast zijn met het dagelijks beheer door de Koning aangewezen. Aldus wordt bij de wet de vertegenwoordigingsbevoegdheid om de instelling te vertegenwoordigen in gerechtelijke en buitengerechtelijke handelingen gevestigd in hoofde van de administrateur-generaal of zijn adjunct. Deze werden immers bij artikel 3 van het werkloosheidsbesluit (Koninklijk Besluit van 25 november 1991) aangewezen om het dagelijks beheer van de Rijksdienst uit te oefenen. Artikel 10 laatste lid bepaalt verder dat deze persoon, met instemming van het beheerscomité, zijn bevoegdheid om op te treden namens de instelling voor de administratieve rechtscolleges in de geschillen omtrent de rechten ontstaan uit een regeling van sociale zekerheid aan één of meer leden van het personeel mag overdragen. De arbeidsgerechten zijn echter geen administratieve rechtscolleges, zodat de administrateur niet de bevoegdheid heeft om zijn bevoegdheid om in rechte op te treden voor deze rechtscolleges te delegeren aan andere personeelsleden (Cfr. Arbh. Brussel dd. 8 oktober 1999, A.R. nr. 37.762 bevestigd door het arrest van het Hof van Cassatie dd. 18 september 2000, J.T.T., 2000, 449 evenals Cass., 18 maart 2002, R.V.A. / L.S., S.01.0157.N ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020318.11). Het door de heer L. W., die niet over de vereiste vertegenwoordigingsbevoegdheid beschikt en de hoedanigheid niet heeft om voor rekening van de R.V.A. het vorderingsrecht uit te oefenen voor het Arbeidshof, ingediend verzoekschrift tot hoger beroep is ontoelaatbaar. OM DEZE REDENEN : De zevende kamer van het Arbeidshof te Brussel; Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van de talen in gerechtszaken, zoals tot op heden gewijzigd, inzonderheid op artikel 24; Recht doende op tegenspraak; Gehoord de heer André, Substituut-generaal, in zijn mondeling eensluidend advies, terstond uitgesproken op de openbare terechtzitting van 28 oktober 2004, waarop geen repliek van partijen ; Verklaart het verzoekschrift tot hoger beroep ontoelaatbaar. Verwijst overeenkomstig artikel 1017, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek, appellant tot de kosten van hoger beroep, kosten tot op heden niet begroot door partijen. Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van de zevende kamer van het Arbeidshof te Brussel op twee december tweeduizend en vier. Waar aanwezig waren : mevrouw B. VAN DE VELDE, Raadsheer de heer I. VAN DAMME, Raadsheer in Sociale Zaken als werkgever de heer K. GACOMS, Raadsheer in Sociale Zaken als werknemer arbeider mevrouw G. DE SAEDELEER PDF document ECLI:BE:CTBRL:2004:ARR.20041202.2 Gerelateerde publicatie(s) citeert: ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020318.11 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.