id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidshof van Brussel Vonnis/arrest van 20 december 2004 ECLI nr: ECLI:BE:CTBRL:2004:ARR.20041220.5 Rolnummer: 40239 Rechtsgebied: Invoerdatum: 2005-12-09 Raadplegingen: 113 - laatst gezien 2026-07-03 20:10 Fiche De plotse gebeurtenis is het bijzondere, duidelijk aanwijsbare, in de tijd en ruimte te situeren element dat voorvalt tijdens de uitvoering van de overeenkomst waarin eventueel de oorzaak te vinden is van het feit dat het letsel zich heeft voorgedaan. De plotselinge gebeurtenis mag niet verward worden met het plots optreden van het letsel, of het plots optreden van de pijn. De uitoefening van de gewone en normale dagtaak kan een plotse gebeurtenis opleveren, voor zover in die uitvoering een element aanwijsbaar is dat het letsel kan hebben veroorzaakt. Het is niet vereist dat dit aanwijsbaar element onderscheiden is van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst. De plotse gebeurtenis moet geen abnormaal karakter vertonen . Het is dus niet vereist bijzondere omstandigheden aan te tonen, of een bijzondere gebeurtenis of feit waardoor de getroffene verplicht was een beweging te maken of een daad te stellen die niet tot zijn normale dagtaak behoort. De vraag of het een dagelijkse of banale beweging betreft, is onbeduidend. Ook een banale handeling of gebeuren kan een plotse gebeurtenis uitmaken De plotse gebeurtenis is in casu het bukken om een deur onderaan slotvast te maken, en dit is het bijzondere, duidelijk aanwijsbare, in de tijd en ruimte te situeren element dat voorvalt tijdens de uitvoering van de overeenkomst. Het volstaat derhalve maar het is ook onontbeerlijk dat de getroffene het bewijs levert van het bestaan van een letsel en van een plotse gebeurtenis tijdens de uitvoering van de arbeidsovereenkomst waardoor het letsel kan zijn veroorzaakt, opdat het letsel vermoed wordt behoudens tegenbewijs door een ongeval te zijn veroorzaakt. In casu is het letsel (acuut dorsaal syndroom, blokkage van D1 D2 en D5 D6) bewezen evenals de plotse gebeurtenis (het bukken op 21 mei 1991 omstreeks 23 u om een deur onderaan slotvast te maken), dewelke het letsel dat onmiddellijk ontstond kan hebben veroorzaakt . De beide vermoedens hierboven vermeld treden in werking. Vrije woorden: BEROEPSRISICO'S - ARBEIDSONGEVALLEN IN DE PRIVE SEKTOR - Plotse gebeurtenis - Arbeider die bukt om een deur slotvast te maken - Gewone en banale beweging. - Abnormaal karakter van de gebeurtenis niet vereist; wel het mogelijk oorzakelijk verband tussen plotse gebeurtenis en letsel. - Wettelijke bepalingen: Wet - 10-04-1971 - 9 - 01 ELI link Pub nr 1971041001 Annotaties Publicaties: JOURNAL DES TRIBUNAUX DU TRAVAIL - - 2005(P.292-293) Tekst van de beslissing Rep.Nr_________ ARBEIDSHOF TE BRUSSEL &§9472;&§9472;&§9472;&§9472;&§9472;&§9472;&§9472;&§9472;&§9472; ARREST OPENBARE TERECHTZITTING VAN 20 DECEMBER
- 5de KAMER Arbeidsongeval Op tegenspraak Definitief INZAKE : D. F. M., Appellant, vertegenwoordigd door Mr G. VAN AKEN, advocaat te Aalst. TEGEN: ING INSURANCE, voorheen N.V. DE VADERLANDSCHE, met maatschappelijke zetel gevestigd te 1000 BRUSSEL, Marnixlaan 24en met exploitatiezetel gevestigd te 2018 ANTWERPEN, Desguinlei
- Geïntimeerde, vertegenwoordigd door Mr H. VAN DRIESSCHE, advocaat te Oudenaarde. x x x Na beraad, spreekt het Arbeidshof te Brussel het hiernavolgend arrest uit: Gelet op de stukken der rechtspleging, inzonderheid : - het voor eensluidend verklaard afschrift van het vonnis gewezen op tegenspraak door de Arbeidsrechtbank te Oudenaarde, afdeling Zottegem op 19 februari 1993; - het verzoekschrift in hoger beroep ontvangen ter griffie van het Arbeidshof te Gent op 24 juni 1993; - het arrest van het Arbeidshof te Gent d.d. 16 juni 1994; - het arrest van het Hof van Cassatie d.d. 8 mei 1995; Gelet op de dagvaarding na Cassatie betekend bij gerechtsdeurwaardersexploot d.d. 27 juni 2000; - de besluiten van de partijen; Gehoord de partijen in hun middelen en beweringen op de openbare terechtzitting van 22 november 2004, waarna de debatten gesloten werden. Gelet op de neergelegde stukken. x x x Feiten en procedurevoorgaanden De heer D. F. was tewerkgesteld bij de N.V. Pioneer, verzekerde van de rechtsvoorganger van geïntimeerde, te Erpe Mere, in de hoedanigheid van portier. Op 21 mei 1991 te 23u bukt de heer D. F. zich om de sloten onderaan de deur te bereiken om de cilindersloten onderaan de deuren dicht te draaien en te sluiten en krijgt hij plots acute pijn in de rug. De huisarts stelt op dezelfde dag rond 23 uur vast dat er een blokkage is van D1 D2 en D5 D6, zijnde een acuut dorsaal syndroom. Er is met name een zenuw gekneld tussen twee rugwervels. De oorspronkelijke vordering strekt ertoe veroordeling te bekomen tot het betalen van de wettelijke vergoedingen ingevolge het arbeidsongeval van 21 mei 1991, rekening houden met de periode van tijdelijke arbeidsongeschiktheid en met het basisloon ten bedrage van 22.198,62 EUR, te vermeerderen met de wettelijke intresten. Ondergeschikt een geneesheer deskundige aan te stellen teneinde de verschillende perioden zijn E van tijdelijke en blijvende arbeidsongeschiktheid vast te leggen evenals de consolidatiedatum en het percentage blijvende invaliditeit. De Arbeidsrechtbank Oudenaarde, afdeling Zottegem, verklaarde de vordering ontvankelijk doch ongegrond met tegensprekelijk vonnis dd. 9 februari
- De Arbeidsrechtbank meende dat het rugletsel optrad bij het maken van een gewone beweging tijdens het verrichten van een normale arbeidstaak die geen bijzondere inspanning vergde. Het Arbeidshof te Gent in haar arrest d.d. 16 juni 1994 verklaarde het hoger beroep ontvankelijk en gegrond en zegde voor recht dat de heer D. F. op 21 mei 1991 het slachtoffer was van een arbeidsongeval waardoor hij een tijdelijke volledige arbeidsongeschiktheid kende vanaf 22 mei 1991 tot en met 4 juni
- De heropening van de debatten werden bevolen teneinde partijen toe te laten de stukken nopens de samenstelling van het basisloon over te leggen. De beslissing nopens de kosten werd aangehouden. Het Arbeidshof ging ervan uit dat nu het gebeuren kennelijk een acute pijn veroorzaakte, moet worden vermoed dat het bukken niet op orthodoxe wijze geschiedde zodat een duidelijk aanwijsbare inspanning wordt aangetoond welke een letsel kon veroorzaken. Wel kan worden aangenomen dat een ongelukkige beweging bij het slotvast maken van een deur onderaan, minstens een voorafbestaande toestand aangewakkerd of verergerd heeft, zodat de arbeidsongeschiktheid als in haar geheel veroorzaakt moet worden beschouwd. Bij arrest van het Arbeidshof te Gent d.d. 16 juni 1994 wordt het basisloon berekend op 895.490 frank, beperkt door het wettelijk loonplafond, van toepassing in 1991 tot 840.090 frank lees 20.825,29 EUR. Bijgevolg is voor de periode van tijdelijke algehele arbeidsongeschiktheid lopende van 22 mei 1991 tot en met 4 juni 1991 en dagelijkse bruto vergoeding verschuldigd van 840.090 : 365 x 90 % = 2071 frank. N.V. ING Insurance stelde een voorziening in Cassatie . Bij arrest van het Hof van Cassatie te Brussel d.d. 8 mei 1995 wordt het bestreden arrest van 3 maart 1994 vernietigd behoudens in zoverre het uitspraak doet over de ontvankelijkheid van het hoger beroep. Wordt eveneens vernietigd het bestreden arrest van 16 juni 1994 en beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest van 3 maart 1994 en van het vernietigde arrest van 16 juni
- N.V. ING Insurance wordt veroordeeld in de kosten van het geding en de aldus beperkte zaak wordt verwezen naar het Arbeidshof te Brussel. Door te oordelen op grond van het feitenrelaas in de arbeidsongevallenaangifte dat hij plots een steek in de rug kreeg toen hij als portier zich bukte om een glazen deur onderaan te sluiten en niet meer recht kon dat moet worden vermoed dat het bukken niet op orthodoxe wijze geschiedde en dat een ongelukkige beweging de plotse gebeurtenis uitmaakt, het arrest van 3 maart 1994 de oorzaak van de vordering van de heer D. F. wijzigt en het recht van verdediging van N.V. ING Insurance miskent. x x x Ten gronde Opdat er sprake zou zijn van een arbeidsongeval in de zin van de arbeidsongevallenwet van 10.04.1971( A.O.W.), dient het bewijs geleverd van het bestaan van: . een plotse gebeurtenis, . die tijdens de uitvoering van de arbeidsovereenkomst plaatsvindt, . een letsel. Eens deze constitutieve elementen bewezen, wordt vermoed, behoudens tegenbewijs, . dat het letsel door het ongeval is veroorzaakt (art
- ) en . dat het ongeval dat zich voordoet tijdens de uitvoering van de arbeidsovereen-komst gebeurd is door de uitvoering van de arbeidsovereenkomst (art 7). Het slachtoffer dient dus niet te bewijzen dat de plotse gebeurtenis het letsel veroorzaakt heeft. Volgens de rechtspraak van het Hof van Cassatie dient de plotse gebeurtenis van die aard te zijn dat zij het letsel kan veroorzaken (zie Cass. 11.1.82, R.W.81 82.1872 ). De plotse gebeurtenis is het bijzondere, duidelijk aanwijsbare, in de tijd en ruimte te situeren element dat voorvalt tijdens de uitvoering van de overeenkomst waarin eventueel de oorzaak te vinden is van het feit dat het letsel zich heeft voorgedaan. De plotselinge gebeurtenis mag niet verward worden met het plots optreden van het letsel, of het plots optreden van de pijn. De uitoefening van de gewone en normale dagtaak kan een plotse gebeurtenis opleveren, voor zover in die uitvoering een element aanwijsbaar is dat het letsel kan hebben veroorzaakt. Het is niet vereist dat dit aanwijsbaar element onderscheiden is van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst (zie Cass. 03.04.2000 AC 2000,219 zie Cass. 14.02.200 nr JC 002 E5 2 rolnr S 980136 op www.cass.be; zie Cass. 18.05.1998;AC 1998, 261). De plotse gebeurtenis moet geen abnormaal karakter vertonen (zie Cass. 26.05.1967 Arr Cass,1967,1179, met conclusie van de Eerste Advocaat-generaal Ganshof van der Meersch in Pas 1967, I, 1138). Het is dus niet vereist bijzondere omstandigheden aan te tonen, of een bijzondere gebeurtenis of feit waardoor de getroffene verplicht was een beweging te maken of een daad te stellen die niet tot zijn normale dagtaak behoort. De vraag of het een dagelijkse of banale beweging betreft, is onbeduidend. Ook een banale handeling of gebeuren kan een plotse gebeurtenis uitmaken (zie Cass 20.10.1986 AC. 86 87,224). De plotse gebeurtenis is in casu het bukken op 21 mei omstreeks 23 u om een deur onderaan slotvast te maken, en dit is het bijzondere, duidelijk aanwijsbare, in de tijd en ruimte te situeren element dat voorvalt tijdens de uitvoering van de overeenkomst. Het volstaat derhalve maar het is ook onontbeerlijk dat de getroffene het bewijs levert van het bestaan van een letsel en van een plotse gebeurtenis tijdens de uitvoering van de arbeidsovereenkomst waardoor het letsel kan zijn veroorzaakt, opdat het letsel vermoed wordt behoudens tegenbewijs door een ongeval te zijn veroorzaakt. In casu is het letsel (acuut dorsaal syndroom, blokkage van D1 D2 en D5 D6) bewezen evenals de plotse gebeurtenis (het bukken op 21 mei 1991 omstreeks 23 u om een deur onderaan slotvast te maken), dewelke het letsel dat onmiddellijk ontstond kan hebben veroorzaakt . De beide vermoedens hierboven vermeld treden in werking. Het gegeven alleen dat het een gewone en banale beweging betreft, volstaat op zich niet om het tegenbewijs te leveren van het vermoeden ingesteld door artikel 9 AOW. Na het plaatshebben van het arbeidsongeval op 21 mei 1991 dat een tijdelijke algehele arbeidsongeschiktheid tot gevolg had van 22 mei tot 4 juni 1991, werd geen enkele definitieve arbeidsongeschiktheid medisch nog vastgesteld en is er dan ook geen aanleiding tot aanstelling van een geneesheer-deskundige. Het basisloon wordt terecht door partijen berekend op 895.490 frank, lees 22.198,62 EUR, beperkt door het wettelijk loonplafond, van toepassing in 1991 tot 840.090 frank, lees 20.825,29 EUR. Bijgevolg is voor de periode van tijdelijke algehele arbeidsongeschiktheid lopende van 22 mei 1991 tot en met 4 juni 1991 een dagelijkse bruto vergoeding verschuldigd van 840.090 : 365 x 90 % = 2071 frank, lees 51,34 EUR. x x x OM DEZE REDENEN : En al deze hierin impliciet vervat; Het Arbeidshof, Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, zoals tot op heden gewijzigd, inzonderheid op artikel 24; Rechtsprekend op tegenspraak, Alle andere middelen en conclusies verwerpende, Na verwijzing door het Hof van Cassatie en binnen haar grenzen; En opnieuw recht doende, Verklaart het hoger beroep gegrond ; Zegt dat de heer D. F. M. het slachtoffer werd van een arbeidsongeval op 21 mei 1991, Zegt voor recht dat hij tengevolge hiervan arbeidsongeschikt was tijdelijk en volledig van 22 mei 1991 tot en met 4 juni 1991; Bepaalt de consolidatiedatum op 5 juni 1991 zonder blijvende economische arbeidsongeschiktheid; Zegt dat geïntimeerde gehouden is tot betaling van de wettelijke vergoedingen voor voormelde weerhouden periode, op grond van een basisloon beperkt tot 20.825,29 EUR, meer de wettelijke en gerechtelijke intresten ; Veroordeelt geïntimeerde tot de kosten van onderhavig geding op grond van artikel 68 van de Arbeidsongevallenwet; Deze kosten werden tot op heden als volgt begroot : - voor appellante partij : _ 79 dagvaarding na Cassatie, _ 133,87 rechtsplegingsvergoeding hoger beroep Arbeidshof Brussel, - voor geïntimeerde partij : _ 139,81 rechtsplegingsvergoeding hoger beroep Arbeidshof Brussel, Aldus gewezen en uitgesproken op de openbare terechtzitting van de 5de Kamer van het Arbeidshof te Brussel op 20 december 2004, waar aanwezig waren : Mevr. B. CEULEMANS, Raadsheer, De Heren : I. VAN DAMME, Raadsheer in sociale zaken als werkgever, D. REGA, Raadsheer in sociale zaken als werknemer - arbeider, D. DE RAEDT, Griffier, I. VAN DAMME, D. REGA, D. DE RAEDT, B. CEULEMANS, PDF document ECLI:BE:CTBRL:2004:ARR.20041220.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div