id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidshof van Brussel Vonnis/arrest van 10 januari 2005 ECLI nr: ECLI:BE:CTBRL:2005:ARR.20050110.4 Rolnummer: 39482 Rechtsgebied: Invoerdatum: 2005-10-14 Raadplegingen: 99 - laatst gezien 2026-07-02 03:27 Fiche Het Hof van Cassatie heeft in haar arrest van 2 april 2001 duidelijk beklemtoond dat op de vordering van de werknemer met als voorwerp de uitvoering van contractuele verbintenissen, artikel 15 W.A.O. noodzakelijkerwijze van toepassing is, "zelfs al wordt de vordering mede gestoeld op het misdrijf bestaande in het niet naleven door de werkgever van een algemeen verbindend verklaarde CAO. Alleen de vordering tot schadevergoeding kan gestoeld worden op een misdrijf na de uitspraak van dit laatste cassatiearrest. Vrije woorden: DE ARBEIDSOVEREENKOMSTEN - ALGEMENE REGELINGEN - Eis in betaling van loon vastgesteld bij C.A.O. Vordering ex contractu. Eenjarige verjaring toepasselijk. Wettelijke bepalingen: Wet - 03-07-1978 - 15 - 01 ELI link Pub nr 1978070303 Tekst van de beslissing Rep.Nr_________ ARBEIDSHOF TE BRUSSEL &§9472;&§9472;&§9472;&§9472;&§9472;&§9472;&§9472;&§9472;&§9472; ARREST OPENBARE TERECHTZITTING VAN 10 JANUARI
- 5de KAMER Arbeidscontract Op tegenspraak Definitief INZAKE : B.V.B.A. DE WIJNGAERT, met maatschappelijke zetel gevestigd te 3200 AARSCHOT-GELRODE, Vorsenzang
- Appellante, vertegenwoordigd door Mr V. SWINNEN loco Mr B. WELKENHUYSEN, advocaat te Lubbeek. TEGEN: V. C. T., Geïntimeerde, vertegenwoordigd door Mevr. I. VEUGEN, syndikaal afgevaardigde en volmachtdraagster te Gent. x x x Na beraad, spreekt het Arbeidshof te Brussel het hiernavolgend arrest uit: Gelet op de stukken der rechtspleging, inzonderheid : - het voor eensluidend verklaard af schrift van het vonnis gewezen op tegenspraak op verzet door de Eerste Kamer van de Arbeidsrechtbank te Leuven d.d. 11 augustus 1999; - het verzoekschrift in hoger beroep neergelegd ter griffie van het Arbeidshof te Brussel op 30 december 1999; - de besluiten van de partijen; Gehoord de partijen in hun middelen en beweringen op de openbare terechtzitting van 13 december 2004, waarna de debatten gesloten werden. Gelet op de neergelegde stukken. x x x Feiten en procedurevoorgaanden De heer V. C. T. trad in dienst van B.V.B.A. De Wijngaert op 16 augustus 1994 in de hoedanigheid van arbeider . Op 31 augustus werd de arbeidsovereenkomst beëindigd. Bij deurwaardersexploot betekend door gerechtsdeurwaarder De Cort te Diest d.d. 5 september 1997 vordert de heer V. C. T. veroordeling tot betaling van : 161.750 frank, lees 4.009,68 EUR ten titel van achterstallig loon, 11.313 frank, lees 280,44 EUR ten titel van mobiliteitsvergoeding, 28.766 frank, lees 713,09 EUR ten titel van verplaatsingsvergoeding meer de wettelijke en gerechtelijke intresten en de kosten van het geding. Bij verstekvonnis opzichtens B.V.B.A. De Wijngaert wordt genoteerd dat de mobiliteitsvergoeding en verplaatsingsvergoeding inmiddels volledig werden betaald en wordt B.V.B.A. De Wijngaert veroordeeld tot de som van 161.750 frank, lees 4.009,68 EUR ten titel van achterstallig loon; meer de wettelijke en gerechtelijke intresten. Bij deurwaardersexploot d.d. 13 november 1997 wordt verzet aangetekend door B.V.B.A. De Wijngaert. De Arbeidsrechtbank te Leuven verklaarde het verzet ontvankelijk doch ongegrond. De heer V. C. had steeds een loon ontvangen van ongeschoolde arbeider terwijl hij recht had op het loon voor de categorie van de geschoolde arbeider eerste graad. De heer V. C. had namelijk een diploma van de vakschool zevende specialisatiejaar industriële meubelmakerij bekomen op 30 juni 1994 en zowel uit het afgeleverde identiteitsformulier als uit de loonfiches blijkt dat de heer V. C. functioneerde als schrijnwerker timmerman. Het verstekvonnis waarbij B.V.B.A. De Wijngaert werd veroordeeld tot betaling van het achterstallig loon werd bevestigd. x x x Beroepsgrieven Appellante roept voor het eerst in graad van hoger beroep in dat de vordering ex contractu meer dan een jaar na de beëindiging van de arbeidsrelatie werd ingesteld en aldus laattijdig is en bijgevolg niet ontvankelijk wegens verjaring. x x x Beoordeling
- Ontvankelijkheid van het hoger beroep Er wordt geen betekening van het bestreden vonnis overgelegd . Het verzoekschrift is regelmatig naar vorm en werd ingesteld binnen de daartoe wettelijk bepaalde termijn, wat overigens niet wordt betwist. Het is derhalve ontvankelijk. x x x
- Ten gronde Het Hof van Cassatie heeft reeds in haar arresten van 13 juni 1994 RW 94 95, 985 en 19 juni 2000, JTT 2000, 443, uitdrukkelijk gesteld dat het voorwerp van een buitencontractuele vordering tot schadeherstel duidelijk verschilt van die van een contractuele loonvordering . Het cassatiearrest van 2 april 2001 (RW 2001 2002, 1321) kan niet afzonderlijk worden gelezen en dient geïnterpreteerd in de lijn van de vorige cassatiearresten van 13 juni 1994 en 20 oktober 1997, waarbij een vordering tot betaling van achterstallig loon principieel wordt onderscheiden van een vordering tot betaling van schadevergoeding op grond van een misdrijf gepleegd bij de niet betaling van loon. Het vorderen van loon is noodzakelijkerwijs het contractueel vorderen van de uitvoering van een verbintenis van een arbeidsovereenkomst en beoogt een rechtsherstel, waarbij de tekortkoming zelf wordt opgeheven, doch de geleden schade wordt niet vergoed (zie M. De Vos, Loon naar Belgisch Arbeidsovereen-komstenrecht blz. 14145 e. v.). De buitencontractuele aansprakelijkheid beoogt een schadeherstel waarbij men de omvang van de schade herstelt hetzij in natura, hetzij in equivalent, hetgeen essentieel verschilt van een rechtsherstel, waarbij men de oorsprong van de schade ongedaan maakt. De vordering tot betaling van loon vastgesteld bij algemeen verbindend verklaarde CAO's is een vordering tot betaling van loon, hetgeen essentieel verschilt van een vordering tot schadeherstel of schadevergoeding, weze het dat deze vordering bij equivalent of tot herstel in natura werd ingesteld. Het Hof van Cassatie heeft in haar arrest van 2 april 2001 duidelijk beklemtoond dat op de vordering van de werknemer met als voorwerp de uitvoering van contractuele verbintenissen, artikel 15 W.A.O. noodzakelijkerwijze van toepassing is, " zelfs al wordt de vordering mede gestoeld op het misdrijf bestaande in het niet naleven door de werkgever van een algemeen verbindend verklaarde CAO " (RW 2001 2001, 1322 met noot van M. De Vos schadeherstel ex delicto versus rechtsherstel of loon ex contractu). Alleen de vordering tot schadevergoeding kan gestoeld worden op een misdrijf na de uitspraak van dit laatste cassatiearrest. Het voorwerp van een vordering tot betaling van loon en tot betaling van een schadevergoeding hebben een onderscheiden voorwerp zodat de rechter op grond van de beschikkingsmacht van de partijen geen schadevergoeding mag toekennen wanneer loon wordt gevorderd. Zo kan de vordering tot betaling van loon alleen nog ex contractu worden ingesteld en dan nog dient als rechtsgrond van deze loonvordering de arbeidsovereenkomst te worden aangehaald en niet een misdrijf (zie noot M. De Vos op cit). Bovendien is het begrip wettelijke intrest onverenigbaar met een op grond van een misdrijf geformuleerde eis (AH Gent, 07.02.2001, JTT 2001, 242). De oorspronkelijke vordering zoals ingesteld bij deurwaardersexploot d.d. 5 september 1997 vermeldt de indiensttreding bij appellante en beoogt een veroordeling van loon meer wettelijke intresten. Zij is bijgevolg een vordering ex contractu en verjaard op grond van art 15 W.A.O. aangezien ze werd ingesteld meer dan een jaar na het beëindigen van de arbeidsovereenkomst op 31 augustus
- Het hoger beroep is ontvankelijk en gegrond. x x x OM DEZE REDENEN : En al deze hierin impliciet vervat; Het Arbeidshof, Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, zoals tot op heden gewijzigd, inzonderheid op artikel 24; Rechtsprekend op tegenspraak, Verklaart het hoger beroep ontvankelijk en gegrond; Vernietigt het bestreden vonnis; En opnieuw recht sprekend; Verklaart het verzet ontvankelijk en gegrond; Doet bijgevolg het verstekvonnis van de Arbeidsrechtbank te Leuven d.d. 14 oktober 1997 teniet en opnieuw recht doende; Verklaart de oorspronkelijke vordering van de heer V. C. niet toelaatbaar wegens verjaring; Veroordeelt geïntimeerde tot alle kosten van het geding zowel van de eerste procedure als van de verzetsprocedure als van de beroepsprocedure; Deze kosten werden tot op heden als volgt begroot : - voor appellante : niet begroot, - voor geïntimeerde : _ 103,92 inleidende dagvaarding, _ 86,17 dagvaarding (akte van verzet); Aldus gewezen en uitgesproken op de openbare terechtzitting van de 5de Kamer van het Arbeidshof te Brussel op 10 januari 2005, waar aanwezig waren : Mevr. B. CEULEMANS, Raadsheer, De Heren : J. VAN HOLM, Raadsheer in sociale zaken als werkgever, P. MANS, Raadsheer in sociale zaken als werknemer - arbeider, D. DE RAEDT, Griffier, PDF document ECLI:BE:CTBRL:2005:ARR.20050110.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div