← België

ECLI:BE:CTBRL:2005:ARR.20050117.1

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidshof van Brussel Vonnis/arrest van 17 januari 2005 ECLI nr: ECLI:BE:CTBRL:2005:ARR.20050117.1 Rolnummer: 45302 Rechtsgebied: Invoerdatum: 2005-10-17 Raadplegingen: 124 - laatst gezien 2026-07-02 03:28 Fiche Het wettelijk vermoeden van oorzakelijk verband tussen het ongeval en het letsel, zoals bepaald in art. 9 Arbeidsongevallenwet, vereist niet dat het letsel plotseling optreedt of dat het optreden van de plotse gebeurtenis en het letsel samenvallen. Wanneer het slachtoffer een letsel inroept dat in oorzakelijk verband kan staan met het ongeval, moet de verzekeraar minstens met de hoogste graad van waarschijnlijkheid aantonen dat dit oorzakelijk verband afwezig is, zelfs als enige tijd verstreken is tussen het ingeroepen letsel en het ingeroepen ongeval (AH Brussel 19.04.1993 Soc Kron 94,308). In casu heeft appellant, bij het uitstappen, zich misstapt en is hij van de trapjes van de bus gevallen en op de grond terechtgekomen. Vrije woorden: BEROEPSRISICO'S - ARBEIDSONGEVALLEN IN DE PRIVE SEKTOR - Wet van 10.04.1971, art. 9 - Wettelijk vermoeden van oorzakelijk verband tussen letsel en plotse gebeurtenis - Blijft gelden ook als enige tijd verstreken is tussen de gebeurtenis en de vaststelling van het letsel. Wettelijke bepalingen: Wet - 10-04-1971 - 9 - 01 ELI link Pub nr 1971041001 Annotaties Publicaties: SOCIAALRECHTELIJKE KRONIEKEN - - 1994(P.308) Tekst van de beslissing Rep.Nr_________ ARBEIDSHOF TE BRUSSEL &§9472;&§9472;&§9472;&§9472;&§9472;&§9472;&§9472;&§9472;&§9472; ARREST OPENBARE TERECHTZITTING VAN 17 JANUARI

  1. 5de KAMER Arbeidsongeval Op tegenspraak Aanstelling deskundige INZAKE : P. J. , Appellant, vertegenwoordigd door Mr A. BERGMANS, advocaat te Leuven. TEGEN: N.V. ING INSURANCE, met maatschappelijke zetel gevestigd te 1140 BRUSSEL, H. Matisselaan 16 en uitbatingszetel te 2018 ANTWERPEN, Desguinlei
  2. Geïntimeerde, vertegenwoordigd door Mr K. GEERTS, advocaat te Leuven . x x x Na beraad, spreekt het Arbeidshof te Brussel het hiernavolgend arrest uit: Gelet op de stukken der rechtspleging, inzonderheid : - het voor eensluidend verklaard afschrift van het vonnis gewezen op tegenspraak door de Eerste Kamer van de Arbeidsrechtbank te Leuven d.d. 24 februari 2004; - het verzoekschrift in hoger beroep ontvangen ter griffie van het Arbeidshof te Brussel op 1 april 2004; - de besluiten van de partijen; Gehoord de partijen in hun middelen en beweringen op de openbare terechtzitting van 6 december 2004, waarna de debatten gesloten werden. x x x Feiten en procedurevoorgaanden De heer P. werd het slachtoffer van een arbeidsongeval op 26 februari 1999 tijdens zijn tewerkstelling bij NV Bronckaers te Genk, verzekerd in arbeidsongevallen bij N.V. ING Insurance. Bij het uitstappen van zijn bus is hij van de trapjes van de bus gevallen. De heer P. was volledig arbeidsongeschikt van 26 februari 1999 tot en met 5 juni
  3. De heer P. werd opnieuw arbeidsongeschikt vanaf 31 maart 2001 en diende op 10 mei 2001 en operatieve ingreep te ondergaan en een tweede operatieve ingreep op 31 januari
  4. N.V.ING Insurance liet weten bij schrijven van 24 oktober 2001 dat zij het geval vanaf 31 maart 2001 en de latere ingrepen niet ten laste namen aangezien ze niet in oorzakelijk verband stonden met het arbeidsongeval. Bij vonnis van 16 april 2002 wordt de vordering ontvankelijk verklaard en vooraleer verder recht te doen wordt een deskundige, Dr. L., aangeduid met de gebruikelijk opdracht. Dr. L. legt haar deskundig verslag neer ter griffie van Arbeidsrechtbank te Leuven op 16 oktober
  5. Met het bestreden vonnis bekrachtigt de Arbeidsrechtbank de besluiten van de deskundige. De operatie aan de rechtervoet van 10 mei 2001 staat in verband met het arbeidsongeval. De letsels aan de linkerknie zijn later ontstaan en niet in causaal verband met het arbeidsongeval. Dus ook de operatie aan de linkerknie van 31 januari 2002 staat niet in verband met het ongeval. Ook de psychiatrische behandeling bevat geen verwijzing naar het arbeidsongeval zelf. Het deskundig onderzoek is volledig en omstandig gemotiveerd. x x x Beroepsgrieven Appellant verwijt de eerste rechter dat deze de pathologie aan de linkerknie als zijnde niet in causaal verband met het arbeidsongeval beschouwt. Volgens Dr K. stemt het letsel aan de linkerknie wel overeen met een letsel dat men kan verwachten na een dergelijk ongeval. Bij een kraakbeenletsel is het normaal dat de pijn pas enige tijd later optreedt. De isotopenscan zoals door de deskundige geanaliseerd toont alleen het bestaan van een probleem in een bepaald lichaamsdeel, doch men kan hieruit niet de oorzaak van het letsel afleiden. De deskundige had zich moeten laten bijstaan door een arts in de nucleaire geneeskunde. Er kan met getuigenverhoor worden aangetoond dat appellant door de val op zijn linkerknie is terechtgekomen. De eerste rechter motiveert niet waarom hij niet ingaat op dit aanbod. Na het definitief verslag blijkt een tweede operatie noodzakelijk aan de rechtervoet evenals een psychiatrische behandeling. Het verslag van Dr D.K. bevat wel degelijk verwijzingen naar het arbeidsongeval. Een advies van een psychiater deskundige dient gevraagd. x x x Beoordeling
  6. Ontvankelijkheid van het hoger beroep Er wordt geen betekening van het bestreden vonnis overgelegd . Het verzoekschrift is regelmatig naar vorm en werd ingesteld binnen de daartoe wettelijk bepaalde termijn, wat overigens niet wordt betwist. Het is derhalve ontvankelijk. x x x
  7. Ten gronde Overwegende dat artikel 9 van de Arbeidsongevallenwet van 10 april 1971 bepaalt dat wanneer de getroffene of zijn rechthebbenden benevens het bestaan van een letsel, een plotselinge gebeurtenis aanwijzen, het letsel, behoudens tegenbewijs, vermoed wordt door een ongeval te zijn veroorzaakt. Als de werknemer het bestaan van een dergelijke plotselinge gebeurtenis en van een letsel aantoont, staat het de verzekeraar vrij het vermoeden om te keren door aan te tonen dat dit letsel niet door die gebeurtenis is veroorzaakt. Het wettelijk vermoeden van oorzakelijk verband tussen het ongeval en het letsel, zoals bepaald in art. 9 Arbeidsongevallenwet, vereist niet dat het letsel plotseling optreedt of dat het optreden van de plotse gebeurtenis en het letsel samenvallen. Wanneer het slachtoffer een letsel inroept dat in oorzakelijk verband kan staan met het ongeval, moet de verzekeraar minstens met de hoogste graad van waarschijnlijkheid aantonen dat dit oorzakelijk verband afwezig is, zelfs als enige tijd verstreken is tussen het ingeroepen letsel en het ingeroepen ongeval (AH Brussel 19.04.1993 Soc Kron 94,308). In casu heeft appellant, bij het uitstappen, zich misstapt en is hij van de trapjes van de bus gevallen en op de grond terechtgekomen. Er is geen aanleiding tot het bevelen van een getuigenverhoor reeds meer dan 4 jaar na de feiten . De verklaring van de heer A. d.d. 10.05.1999 waarin hij bevestigt "dat betrokkene gevallen is van de trapjes van de bus en op de grond terechtgekomen " is niet tegenstrijdig met zijn latere verklaring waarin hij bevestigt dat " appellant van zijn bus naar beneden kwam, uitgleed en met zijn volle gewicht op zijn voet en vervolgens met zijn linkerknie op de zware kasseien terechtkwam ", aangezien hij in de latere verklaring de val specifieert. Deze plotse gebeurtenis kan het letsel aan de linkerknie hebben veroorzaakt, zodat uit het door de wetgever ingestelde systeem van wettelijke vermoedens dient afgeleid dat het kraakbeenletsel vastgesteld 1 maand na het arbeidsongeval, nog vermoed wordt te zijn veroorzaakt door het arbeidsongeval behoudens tegenbewijs dat met hoogst mogelijke graad van waarschijnlijkheid dit letsel niet door de plotse gebeurtenis werd veroorzaakt . Dr K. weerhoudt een kraakbeenletsel op 25 maart 1999 ter hoogte van de linkerknie, bevestigd door de botscan dewelke een positieve spot vertoonde t.h.v. de condyl. De botscan kan niet de oorsprong van deze spot achterhalen doch hier speelt het vermoeden weer nl. wanneer niet met de hoogst mogelijke mate van wetenschappelijke zekerheid kan worden aangetoond dat deze spot of de aanwezige letsels vreemd zijn aan het arbeidsongeval, dan blijft het vermoeden van artikel 9 AOW van kracht. Op de consultatie van 21.4.1999 vermeldt appellant duidelijk pijnklachten. Tevens is hij formeel dat een kraakbeenletsel typisch na 1 of 2 maanden tot uiting kan komen en pijn kan veroorzaken. De deskundige antwoordt hierop dat elk acuut letsel ter hoogte van de knie acute klachten veroorzaakt. Tevens zou bij een traumatisch kraakbeenletsel het gebruikelijk zijn dat dit gepaard gaat met een bloeduitstorting hydrops van de knie hetgeen onmogelijk ongemerkt voorbij kon gaan. Doordat de deskundige op blz. 13 van haar verslag voornamelijk de nadruk legt op de laattijdig geformuleerde klachten, als afwezigheid van oorzakelijk verband, en doordat de deskundige tevens op blz. 16 stelt dat gebruikelijk een traumatisch kraakbeenletsel gepaard gaat met een bloeduitstorting hydrops hetgeen onmogelijk ongemerkt voorbij kan gaan, doch geen indicatie geeft of het kraakbeenletsel vastgesteld 1 maand na het trauma, met grote mate van medische waarschijnlijkheid hieraan vreemd is, geeft bijgevolg de deskundige geen duidelijk uitsluitsel over de toepassing van het vermoeden van artikel 9 AOW. Een nieuwe deskundige dient m.b.t. de problematiek van de linkerknie te worden aangesteld. Een ander probleem is dit van het depressief syndroom, vastgesteld in mei 2003 door Dr D. K.. Dr D. K. vermeldt het arbeidsongeval, de medische ingrepen en het conflict met de verzekeraar en overheid als oorzaak van het arbeidsongeval doch dit oorzakelijk verband wordt ten zeerste betwist door geïntimeerde. Tevens zouden er onderliggende dwangmatige persoonlijkheidstrekken zijn die maken dat hij geobsedeerd is met heel het dossier omtrent zijn werkonbekwaamheid. De deskundige heeft deze problematiek niet kunnen onderzoeken gezien deze nadien ontstond. Ook hier blijft de arbeidsongevallenverzekeraar, op grond van de artikelen 7, 9, 22 en 24 van de arbeidsongevallenwet ertoe gehouden de gevolgen van de letsels, die veroorzaakt werden door het arbeidsongeval, te vergoeden. Hij dient dus eveneens de evoluties van deze letsels ten laste te nemen. Worden andere factoren als oorzaak van de depressieve pathologie aangewezen, dan moet met grote mate van medische waarschijnlijkheid dit oorzakelijk verband worden aangetoond, of het oorzakelijk verband tussen de pathologie en het arbeidsongeval moet met grote mate van medische waarschijnlijkheid worden weerlegd. Daarbij komt de problematiek van de voorafbestaande toestand. Volgende principes gelden in de arbeidsongevallenwetgeving : x Wanneer blijkt dat de letsels veroorzaakt door het arbeidsongeval gestopt zijn met een werking te hebben op de voorafbestaande pathologische toestand, en de voorafbestaande toestand ontwikkelt en evolueert nadien uitsluitend voor zichzelf, dan dient op dat ogenblik de economische ongeschiktheid van het slachtoffer te worden geëvalueerd op grond van dat letsel, exclusief de voorafbestaande toestand. Er is nadien geen oorzakelijk verband meer tussen het arbeidsongeval en de verergering en deze verergering kan niet meer voor vergoeding in aanmerking komen (zie cass 19 december 1973 Pas 423). x Van zodra de arbeidsongeschiktheid zij het gedeeltelijk of zelfs in geringe mate mede veroorzaakt is door het arbeidsongeval dient deze volledig en in haar geheel door de arbeidsongevallenverzekeraar te worden vergoed (Cass 27.01.19971, Arr.Cass.71.513) ongeacht de voorafbestaande pathologische toestand . Van zodra het trauma ingevolge het arbeidsongeval de voorafbestaande toestand of haar evolutie ook maar in enige mate aanwakkert, of verergert, dienen de evoluties van de letsels en hun weerslag op de arbeidsongeschiktheid in hun geheel ten laste te worden genomen door de arbeidsongevallenverzekeraar, inclusief de voorafbestaande toestand. Dit vloeit voort uit het forfaitair schadevergoedingssysteem van de arbeidsongevallenwetgeving , waarin de voorafbestaande ongeschiktheid verondersteld wordt opgenomen te zijn in het basisloon. De deskundige zal bijgevolg zich dienen te laten bijstaan door een psychiater van zijn keuze teneinde over dit aspect meer inzicht te bekomen. x x x OM DEZE REDENEN : En al deze hierin impliciet vervat; Het Arbeidshof, Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, zoals tot op heden gewijzigd, inzonderheid op artikel 24; Rechtsprekend op tegenspraak, Verklaart het hoger beroep ontvankelijk en ten dele gegrond; Vernietigt het bestreden vonnis ; Zegt dat er aanleiding is tot aanstelling van een deskundige Prof Dr. P.P. C., A.Z.-V.U.B., Laarbeeklaan 101, 1090 BRUSSEL, met als opdracht : Rekening houdend met de motieven ten gronde zoals hierboven uiteengezet : Met inachtneming van de artikelen 962 en de volgende van het Gerechtelijk Wetboek; Kennis te nemen van de medische conclusies in verband met de rechtervoet gedaan in het deskundig verslag van Dr. L. (aangevuld met een vergetelheid van vaststelling van een tijdelijke volledige arbeidsongeschiktheid van 1 maart 1999 tot en met 4 juli 1999 ) en deze conclusies m.b.t. de rechtervoet ongewijzigd mede verwerken in de eigen medische conclusies, na onderzoek van appellant van de linkerknie en de depressie in verband met het arbeidsongeval van 26 februari 1999; Kennis te nemen van de bemerkingen van Dr K. in verband met de linkerknie en van het verslag van Dr D.K. i.v.m. de depressie, en van de stukken die door partijen ter beschikking dienen te worden te gesteld en deze te onderzoeken indien nodig met betrekking tot de gevolgen van het arbeidsongeval van 26 februari 1999; De fysische (knie) en psychische toestand van appellant te beschrijven op 25 februari 1999, d..w.z. voorafgaand aan de dag van het arbeidsongeval van 26 februari 1999; De letsels te beschrijven dewelke appellant ondervond tengevolge van het arbeidsongeval van 26 februari 1999 en te preciseren of en in welke mate de letsels een verergering of versnelling zijn van een voorafbestaande toestand; Eveneens advies uit te brengen over de volgende punten na zich wat het psychisch aspect betreft door een psychiater te hebben laten bijstaan ; - Of met een grote mate van waarschijnlijkheid de voorafbestaande pathologische toestand (aan knie of psyche) slechts tijdelijk werd beïnvloed door het arbeidsongeval, en vanaf welk ogenblik er geen verband meer bestaat met het arbeidsongeval omdat de voorafbestaande toestand zich verder zelfstandig ontwikkelde, reden om vanaf dat ogenblik geen rekening te houden met de arbeidsongeschiktheid ingevolge de voorafbestaande toestand; Of met een grote mate van waarschijnlijkheid de voorafbestaande pathologische toestand blijvend zal evolueren door toedoen van het arbeidsongeval, zelfs al is dit slechts zeer gedeeltelijk, reden waarom bij de bepaling van de arbeids-ongeschiktheid ook de ongeschiktheid ingevolge de voorafbestaande pathologische toestand dient meegerekend; In een gemotiveerd verslag advies uit te brengen over de periode en de graad van tijdelijke arbeidsongeschiktheid sedert 26 februari 1999, de datum van de consolidatie van de letsels en de graad van de blijvende arbeidsongeschiktheid in acht genomen de fysische ongeschiktheid en mogelijks psychische ongeschiktheid rekening houdend met de leeftijd de beroepsbekwaamheid, het aanpassingsvermogen, de omscholingsmogelijkheid en het concurrentievermogen van het slachtoffer op de algemene arbeidsmarkt; Zich te laten bijstaan door een specialist van zijn keuze; Bij het beëindigen van de verrichtingen aan de partijen en aan hun eventuele medische of andere adviseurs kennis te geven van de bevindingen in het verslag en de door deze eventuele uitgebrachte opmerkingen welke binnen de drie weken mochten toekomen, op te tekenen en te beantwoorden; De minuut van het met redenen en schriftelijk onder eed bevestigd bijkomend verslag met de eventuele opmerkingen van partijen ter griffie van het Arbeidshof in te dienen binnen de drie maanden van ontvangst van de gerechtsbrief waarbij een eensluidend verklaard afschrift van huidige arrest zal zijn overgemaakt; Diezelfde dag een eensluidend verklaard afschrift ervan dit bijkomend verslag toe te sturen aan de partijen, bij ter post aangetekende brief, evenals een niet getekende kopij van dezelfde documenten te zenden aan de raadsleden van partijen; Houdt de beslissing nopens de gerechtskosten aan; Aldus gewezen en uitgesproken op de openbare terechtzitting van de 5de Kamer van het Arbeidshof te Brussel op 17 januari 2005, waar aanwezig waren : Mevr. B. CEULEMANS, Raadsheer, De Heren : J. VAN HOLM, Raadsheer in sociale zaken als werkgever, P. MANS, Raadsheer in sociale zaken als werknemer - arbeider, D. DE RAEDT, Griffier, PDF document ECLI:BE:CTBRL:2005:ARR.20050117.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.