id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidshof van Brussel Vonnis/arrest van 28 januari 2005 ECLI nr: ECLI:BE:CTBRL:2005:ARR.20050128.3 Rolnummer: 43116 Rechtsgebied: Invoerdatum: 2005-04-15 Raadplegingen: 107 - laatst gezien 2026-07-02 03:29 Fiche Vrije woorden: ARBEIDSOVEREENKOMSTEN - ALGEMENE REGELINGEN - Vordering op grond van een volgens eiser afgesloten arbeidsovereenkomst - Verjaring - Roekeloos en tergende aard. Wettelijke bepalingen: Wet - 03-07-1978 - 15 - 01 ELI link Pub nr 1978070303 Tekst van de beslissing OPENBARE TERECHTZITTING VAN ACHTENTWINTIG JANUARI TWEEDUIZEND EN VIJF. DERDE KAMER Bediendecontract Tegensprekelijk Definitief In de zaak: S. J., Appellant, vertegenwoordigd door Mr. H. Melotte, advocaat te Heverlee; Tegen: BVBA GARAGE B. MOTORS, met zetel te 3290 DIEST, Leuvensesteenweg nr. 200; Geïntimeerde, vertegenwoordigd door Mr. A.M. Van Dingenen loco Mr. S. Thijs, advocaat te Hamont-Achel; ó ó ó Na beraadslaging, velt het Arbeidshof te Brussel het hiernavolgend arrest: Gelet op: - de stukken der rechtspleging en ondermeer het eensluidend verklaard afschrift van het vonnis uitgesproken op tegenspraak door de 1ste kamer B van de Arbeidsrechtbank te Leuven op 28 maart 2002 (AR nr. 1227/98), alsmede het verzoekschrift tot hoger beroep ontvangen op de griffie van het Arbeidshof op 21 juni 2002; - de besluiten van geïntimeerde, ontvangen ter griffie op 7 november 2003; Gehoord de partijen in hun middelen en verdediging ter openbare terechtzitting van 17 december
- Geïntimeerde partij legde haar bundel neer waarna de debatten gesloten werden en de zaak in beraad werd genomen. p p p I. DE FEITEN. Appellant was als handelsvertegenwoordiger tewerkgesteld bij een Renault-garage in het Leuvense. Op 20 februari neemt hij spontaan contact op met geïntimeerde, de nieuwe Saab-verdeler te Diest, met het oog op een betrekking als vertegenwoordiger. Partijen zijn het erover eens dat een eerste gesprek daaromtrent plaats vond alsook een tweede gesprek op 25 februari
- Over de inhoud van dit tweede gesprek zijn partijen het oneens. Appellant beweert dat partijen mondeling een arbeidsovereenkomst sloten met indiensttreding op 1 april 1997 tegen een maandloon van 73.000 BEF bruto en een commissie van 20% bij verkoop van wagens doch geïntimeerde betwist dit uitdrukkelijk. Op 28 februari beëindigt appellant zijn arbeidsovereenkomst met de Renault-garage met ingang van 31 maart 1997 met een minnelijke regeling ingevolge welke hij onmiddellijk vrijgesteld wordt van prestaties tot 31 maart
- Op 3 maart 1998 werd appellant door de heer B. voorgesteld aan de heer L., de regionale sales manager van de Saab-verdeling (NV Behermann European) en hadden deze drie heren een etentje in een restaurant te Diest. Op 9 maart 1998 was appellant samen met de heer L. aanwezig op een jaarlijkse vergadering van de verschillende Saab-verdelers te Bornem. Appellant beweert dat hij tijdens deze vergadering werd voorgesteld als de nieuwe verkoper van geïntimeerde. Op 17 maart 1998 bracht appellant een bezoek aan de heer Van de Velde, potentieel koper van een Saab. Appellant zegt dat hij dit bezoek verrichtte in opdracht van geïntimeerde, wat deze laatste uitdrukkelijk betwist. Geïntimeerde stelt dat partijen onderhandelden doch geen overeenkomst sloten en dat zij appellant half maart 1997 heeft meegedeeld dat zij beslist had hem niet aan te werven. Appellant daarentegen stelt dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen mondeling tot stand kwam op 25 februari 1997 en dat geïntimeerde hem op 17 april 1997 meedeelde dat de overeenkomst niet zou ondertekend worden. Appellant schrijft zich in als werkzoekende op 17 april
- Op 28 april 1997 verzoekt hij geïntimeerde schriftelijk hem schriftelijk te willen bevestigen dat zij beloofd had hem aan te nemen teneinde zijn sociale zekerheid en RVA te regulariseren. Geïntimeerde beantwoordde de brief niet. Op 4 juli 1997 wordt appellant door de RVA uitgesloten van het recht op werkloosheidsuitkeringen gedurende 26 weken vanaf 7 juli 1997 wegens vrijwillige werkverlating, beslissing door hem betwist voor de arbeidsrechtbank te Leuven op 22 juli
- Op 10 april 1998 maant appellant garage B. met een brief van zijn vakorganisatie aan tot betaling van een schadevergoeding op basis van artikel 1382 BW gelijk aan gederfd loon voor zes maanden wegens het onverwachts en plots afbreken van vergevorderde onderhandelingen m.b.t. zijn aanwerving. Geïntimeerde weigert op dit verzoek in te gaan (brief 15.4.1998) stellende dat enkel wat verkennende en vrijblijvende gesprekken gevoerd werden en dat haar geen fout treft. Op 15 april dagvaardt appellant geïntimeerde voor de eerste rechter en vordert haar veroordeling tot betaling van schadevergoeding op grond van artikel 1382 BW wegens culpa in contrahendo door plots afbreken van ver gevorderde onderhandelingen ten belope van: Het gederfde inkomen tijdens26 weken sanctie opgelegd door RVA of 188.874 BEF bruto, het gederfd loon van 1 april 1997 tot 16 april 1997 of 6 weken aan 73.000 BEF bruto/maand of 109.500 BEF meer intresten en kosten. Bij besluiten dd. 25 augustus 1999 wijzigt appellant deze vordering en vordert veroordeling van geïntimeerde tot betaling van een forfaitaire opzegvergoeding van 3 maanden of 219.000 BEF, in ondergeschikte orde tot een schadevergoeding van 26 weken vanaf 7 juli 1998 of 188.874 BEF en 2 weken of 36.500 BEF vanaf 1 april t.e.m. 16 april 1997, alsook het verschil tussen de werkloosheidsuitkeringen voor de periode 17 april t.e.m. 7 juli 1997 en het gederfde loon = 164.286 82.008 = 82.278 BEF. Bij conclusie stelde geïntimeerde een tegeneis in strekkende tot het bekomen van een vergoeding van 25.000 BEF wegens tergend en roekeloos geding lastens appellant. II. HET VONNIS A QUO. Met tussenvonnis dd. 12 oktober 2000 beveelt de eerste rechter getuigenverhoor m.b.t. volgende feiten: - het juiste ogenblik waarop geïntimeerde aan appellant definitief liet weten dat hun samenwerking niet doorging, dit op 17 april 1997 dan wel een week voordien; - de omstandigheden waarin het etentje in de Resto Diest (week van 3 maart 1997), de receptie te Bornem (9 maart 1997) en het klantenbezoek aan de heer V. d. V. ((week 17 maart 1997) plaatsvonden. Na het horen van de partijen en van de getuigen verklaart het vonnis a quo dd. 28 maart 2002 de vordering van appellant niet ontvankelijk. Er dient volgens de eerste rechter besloten te worden dat op grond van artikel 15 AOW de vordering gesteund op het al dan niet vermeende bestaan van een arbeidsovereenkomst en het afspringen ervan laattijdig werd ingesteld en verjaard is. III. DE BEROEPSGRIEVEN. Appellant verzoekt ons Hof het vonnis a quo te hervormen en opnieuw rechtdoende zijn oorspronkelijke eis ontvankelijk en gegrond te verklaren en de tegeneis van geïntimeerde af te wijzen als ongegrond. Appellant stelt dat de eerste rechter ten onrechte heeft besloten dat zijn vordering overeenkomstig artikel 15 AOW laattijdig werd ingesteld en aldus verjaard is. Zeer terecht oordeelde de Arbeidsrechtbank volgens appellant dat: "Na het horen van partijen en van de getuigen, na het lezen van de conclusies en de stukken van het dossier, vindt de rechtbank geen enkele concrete feitelijke aanwijzing om met voldoende zekerheid te kunnen uitmaken wanneer nu de beweerde beëindiging weI zou hebben plaatsgevonden". Appellant is het niet eens met de verrassende conclusie van het vonnis "dat in die omstandigheden besloten dient te worden dat op grond van art. 15 arbeidsovereenkomstenwet de vordering gesteund op het al dan niet vermeende bestaan van een arbeidsovereenkomst en het afspringen ervan laattijdig werd ingesteld en verjaard is". Volgens appellant kan enkel besloten worden dat het bevolen getuigenverhoor geen uitsluitsel heeft kunnen bieden en dat het gestelde in het tussenvonnis dient gehandhaafd te worden, zijnde: "Het enige wat controleerbaar is, is de effectieve inschrijving op 17.4.97 alsook de navolgende bevestigingen op 28.4 en 10.
- In die omstandigheden neemt de rechtbank aan dat het enige houvast dat in deze zaak voorhanden is, voorlopig de datum van 17.4.97 is". IV. BEOORDELING VAN HET HOF. Overwegende dat het hoger beroep naar vorm en tijd ontvankelijk voorkomt, wat overigens niet wordt betwist. Gezien: - het PV van getuigenverhoor dd. 11 december 2000 (stuk 24 rechtsplegingdossier arbeidsrechtbank Leuven) - het PV van persoonlijke verschijning der partijen dd. 5 april 2001 (stuk 37 rechtsplegingdossier arbeidsrechtbank Leuven) Gezien: - de verklaring van de heer L. aan de sociaal inspecteur te Mechelen dd. 10 juli 1998 (stuk 7 B.)) - de verklaring van de heer V. d. V. G.(stuk 3 appellant) Overwegende dat uit de overeenstemmende verklaringen van de getuigen in deze zaak bewezen is dat: - appellant niet officieel als de nieuwe verkoper van Garage B. werd voorgesteld op de vergadering dd. 9 maart 1997 te Bornem (verklaringen M. en L.) - dat de heer L. na de vergadering te Bornem (9 maart) aan de heer B. heeft meegedeeld dat hij appellant niet de geschikte kandidaat vond als Saab-vertegenwoordiger (verklaringen van L. en B.) - dat de heer van de Velde na het bezoek van appellant (17 maart 1997) aan mevrouw B. aan de telefoon gezegd heeft dat hij appellant niet bekwaam achtte als verkoper (verklaringen van V. d. V. en B.) - dat appellant de heer Van de velde op 17 maart 1997 onverwacht bezocht en hem op 17 maart 1997 niet meldde dat hij dit deed in opdracht van Garage B. (verklaringen van V. d. V.) en dat appellant in het bezit was van een folder en prijslijst, doch niet over prijzen onderhandelde en hij de prijzen enkel aflas van de lijst. Uit samenlezing van de verklaring van V. d. V. met de verklaring van L. B. is volgens het Hof bewezen dat appellant van de Garage B. niet de opdracht gekregen had om op 17 maart 1997 met de heer Van de Velde een koop van een Saab-auto te onderhandelen. Overwegende dat het Hof aan de hand van de samenlezing van de neergelegde stukken en verklaringen van partijen en getuigen vaststelt dat appellant niet bewijst dat de door partijen gevoerde onderhandelingen met het oog op de aanwerving van appellant als vertegenwoordiger leidden tot het sluiten van een arbeidsovereenkomst. Daartoe is immers een wilsovereenstemming van beide partijen vereist over de hoofdbestanddelen ervan, waaronder de bepaling van het loon (Cass. 6.3.2000, JTT 2000, 227) en van de te verrichten arbeid. Appellant levert geen bewijs dat partijen tot een wilsovereenstemming kwamen op 25 februari 1997 of op een later ogenblik. De bewering van appellant dat partijen tot een werkelijke wilsovereenstemming kwamen op 25 februari 1997 komt ongeloofwaardig over daar zij radicaal wordt tegengesproken door de verklaringen van de regionale Saab Salesmanager dhr. L.. Uit deze stukken en verklaringen blijkt volgens het Hof eveneens met voldoende zekerheid dat de door partijen gevoerde onderhandelingen en besprekingen met het oog op een eventuele aanwerving van appellant definitief werden afgebroken door geïntimeerde tussen 17 maart en eind maart 1997 m.n. kort nadat de heer L. van zijn negatief advies over de kandidatuur van appellant kennis gaf aan de heer B. en nadat deze via zijn echtgenote ook een negatief advies over appellant vernam van de heer V. d. V. (zie hoger). Het Hof acht bewezen dat geïntimeerde van zijn definitieve beslissing tot niet-aanwerving van appellant aan appellant kennis gaf in de periode tussen 17 maart en eind maart
- Appellant levert geen enkel bewijs dat partijen eind maart 1997 nog contacten zouden hebben gehad noch van het beweerde feit dat geïntimeerde hem pas op 17 april 1997 zijn beslissing tot niet-aanwerving zou hebben meegedeeld. Het Hof ziet overigens niet in waarom geïntimeerde nog tot 17 april 1997 zou hebben gewacht om appellant haar definitieve beslissing tot niet-aanwerving mee te delen, terwijl zij wist dat appellant een einde had gesteld aan zijn arbeidsovereenkomst met zijn vroegere werkgever vanaf 31 maart
- Overwegende dat de vordering van appellant gesteund is op het voortijdig beëindigen van de arbeidsovereenkomst, subsidiair op het plots en onverwacht afbreken van ver gevorderde onderhandelingen m.b.t. het sluiten van een arbeidsovereenkomst tussen partijen. De vordering van appellant is alleszins ontstaan uit het sluiten en onderhandelen van een arbeidsovereenkomst waarzonder zijn niet zou kunnen ontstaan zijn, zodat de vordering verjaart overeenkomstig de bepalingen van artikel 15 AOW, zoals de eerste rechter reeds oordeelde en wat appellant overigens met zijn verzoekschrift in hoger beroep niet betwist. Nu bewezen is dat geïntimeerde aan appellant van haar beslissing, om de arbeidsovereenkomst met appellant niet te sluiten, kennis gaf in de periode tussen 17 maart en eind maart, leidde appellant zijn vordering bij dagvaarding dd. 15 april 1997 in buiten de in artikel 15 AOW voorgeschreven termijn van één jaar na het einde van de definitieve beëindiging van de betrekkingen tussen partijen m.b.t. de overeenkomst (1 april 1997). De eerste rechter verklaarde zijn oorspronkelijke eis dan ook terecht uitgedoofd wegens verjaring. Overwegende dat de eerste rechter geen uitspraak deed over de oorspronkelijke tegeneis van Garage B.. Garage B. tekent dienaangaande geen incidenteel hoger beroep aan. Overwegende dat eenieder het recht heeft om een geschil aangaande zijn subjectieve rechten aan het oordeel te onderwerpen van een onafhankelijk rechter. Overwegende dat dit recht uiteraard niet mag worden misbruikt. Overwegende dat de woorden tergend en roekeloos betekenen: Roekeloos betekent: zeer onbezonnen, onberaden, vermetel. tergen betekent: kwellen, pijnigen, kwetsen en tergend betekent: uitdagen, sarrend, provocerend (Van Dale: groot Woordenboek der Nederlandse Taal). Overwegende dat BVBA Garage B. niet bewijst dat appellant haar lichtzinnig voor de eerste rechter dagvaardde met de uitsluitende bedoeling haar te tergen. Dat bewezen is dat appellant daadwerkelijk door de RVA van het recht op werkloosheiduitkering werd uitgesloten gedurende 26 weken omdat hij zonder wettige reden zijn werk verliet bij zijn vroegere werkgever. Dat het Hof oordeelt dat appellant onderhavig geding heeft gevoerd met de bedoeling het bewijs te leveren dat hij zijn vroeger werk verliet omdat hij met garage B. een tewerkstelling vanaf 1 april 1997 was overeengekomen. Dat bewezen is dat hij zijn oorspronkelijke eis niet stelde met de loutere bedoeling Garage B. te tergen. De oorspronkelijke tegeneis van Garage B. is ontvankelijk doch ongegrond. ó ó ó OM DEZE REDENEN, Het Arbeidshof, Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, zoals tot op heden gewijzigd, inzonderheid op artikel 24, Rechtsprekend op tegenspraak, Alle andere middelen en conclusies verwerpende, Verklaart het hoger beroep ontvankelijk en ongegrond wat de oorspronkelijke hoofdeis van appellant betreft. Bevestigt het vonnis a quo dienaangaande, inbegrepen de beslissing houdende de veroordeling van appellant tot de kosten van het geding. Verklaart het hoger beroep gegrond wat de oorspronkelijke tegeneis van de BVBA Garage B. betreft. Hervormt het vonnis a quo voor zover het geen uitspraak deed over deze tegeneis. Rechtdoende dienaangaande, Verklaart de oorspronkelijke tegeneis van BVBA Garage B. gesteund op het roekeloos en tergend karakter van de hoofdeis van de heer S. ontvankelijk en ongegrond. Veroordeelt appellant tot de kosten van het hoger beroep, tot op heden als volgt begroot: - voor appellant:-- - voor geïntimeerde: - rechtsplegingsvergoeding hoger beroep EUR 279,62 Aldus gewezen en uitgesproken op de openbare terechtzitting van de derde kamer van het Arbeidshof te Brussel op achtentwintig december tweeduizend en vijf. Waren aanwezig: M. VERMAELEN: Raadsheer. F. VANDEWIJNGAERDEN: Raadsheer in Sociale Zaken als werkgever, aangeduid bij bevelschrift van heden, ter vervanging van de heer P. GROENINCKX, Raadsheer in Sociale Zaken als werkgever, die de debatten heeft bijgewoond en heeft deelgenomen aan het beraad van onderhavig arrest, maar wettig verhinderd is om de uitspraak ervan bij te wonen (art. 779 van het Gerechtelijk Wetboek). M. WAMPERS: Raadsheer in Sociale Zaken als werknemer-bediende. L. COEN: Eerstaanwezend adjunct-grif-fier. PDF document ECLI:BE:CTBRL:2005:ARR.20050128.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div