← België

ECLI:BE:CTBRL:2005:ARR.20050913.34

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidshof van Brussel Vonnis/arrest van 13 september 2005 ECLI nr: ECLI:BE:CTBRL:2005:ARR.20050913.34 Rolnummer: 44652 Rechtsgebied: Invoerdatum: 2006-10-13 Raadplegingen: 122 - laatst gezien 2026-07-02 03:40 Fiche Art. 90 AOW, die de wijze van berekening van het commissieloon bepaalt op door de werknemer binnengebrachte bestellingen is ook toepasselijk op de bediende die er af en toe mee wordt belast samen met zijn arbeid binnen de onderneming stappen te doen bij de clientèle. Deze laatste uitdrukking dient te worden verstaan als het occasioneel uitvoeren van de specifieke taak van een handelsvertegenwoordiger, d.w.z. cliënteel op te sporen. Een Senior Account Manager die weliswaar het bestaande cliënteel regelmatig bezocht, om het te fideliseren, valt niet onder toepassing van art. 90 AOW. Vrije woorden: ARBEIDSOVEREENKOMSTEN - HANDELSVERTEGENWOORDIGERS - Occasioneel uitvoeren van de taak van handelsvertegenwoordiger. Wettelijke bepalingen: Wet - 03-07-1978 - 90 - 01 ELI link Pub nr 1978070303 Tekst van de beslissing Rep.Nr_________ ARBEIDSHOF TE BRUSSEL &§9472;&§9472;&§9472;&§9472;&§9472;&§9472;&§9472;&§9472;&§9472; ARREST OPENBARE TERECHTZITTING VAN 9 NOVEMBER

  1. 3e KAMER Bediendecontract Op tegenspraak Heropening van de debatten In de zaak : De N.V. LUCENT TECHNOLOGIES NETWORK SYSTEMS BELGIUM, met maatschappelijke zetel gevestigd te 1081 Brussel, Jules Besmestraat, 131, ingeschreven in het rechtspersonenregister onder het nummer 0.425.302.141, Appellante, vertegenwoordigd door Mter H. Craeninckx , advocaat te 1060 Brussel; Tegen : De Heer V. D. B. Y., Geïntimeerde, vertegenwoordigd door Mter J. Vercraye, advocaat te 2018 Antwerpen; In aanwezigheid van : De N.V. AVAYA BELGIUM, met maatschappelijke zetel gevestigd te 1410 Waterloo, Drève Richelle, 161, Tussenkomende partij, vertegenwoordigd door Mter H. Craeninckx, advocaat te 1060 Brussel; Na beraad, spreekt het Arbeidshof te Brussel volgend arrest uit : Gelet op de stukken van de rechtspleging en meer bepaald op : - het voor eensluidend verklaard afschrift van een vonnis van 15 juli 2003 door de 2de kamer van de Arbeidsrechtbank te Brussel gewezen tussen partijen op tegenspraak; - het verzoekschrift tot hoger beroep ontvangen ter griffie van dit Hof op 26 september 2003; - de besluiten, aanvullende besluiten en synthesebesluiten van geïntimeerde ontvangen ter griffie van dit Hof respectievelijk op 14 november 2003, 28 mei 2004 en 29 juli 2004; - de besluiten, aanvullende besluiten en synthesebesluiten van appellant ontvangen ter griffie van dit Hof respectievelijk op 19 april 2004, 30 juni 2004 en 27 augustus 2004; - gelet op de voorgelegde stukken; Gehoord partijen in hun middelen en beweringen op de openbare terechtzitting 12 oktober 2004; pp p RELEVANTE FEITEN EN RECHTSPLEGING De Heer V. D. B. is op 1-7-2000 als Sales Account Manager in dienst getreden van de NV LUCENT TECHNOLOGIES BELGIUM met een schriftelijke arbeidsovereenkomst ondertekend op 21-6-
  2. De contractvoorwaarden worden verder bepaald door de job-offerte van 15-6-2000, waarnaar de overeenkomst uitdrukkelijk verwijst, het bijvoegsel aan de overeenkomst, eveneens gedateerd op 21-6-2000 en het 2001 Worldwide Sales Compensation Plan dat op 1-10-2000 in werking trad. In de arbeidsovereenkomst werd het loon vastgesteld op een jaarlijks bruto vast salaris van 62.469,17 Euro, een dertiende maand en vakantiegeld berekend op het vast salaris en 1 41.646,11 Euro variabel loon. De arbeidsovereenkomst zelf bevatte geen nadere bepalingen m.b.t. de berekening van het variabel loon. Uit de jobofferte blijkt dat dit bedrag overeenstemt met het voor 100% bereiken van de Belgische quota en dat daarnaast nog andere aanmoedigingsvergoedingen worden toegekend wanneer de persoonlijke objectieven overschreden worden. Er wordt verder uitdrukkelijk bepaald dat de overeenkomst onderworpen is aan het Belgisch arbeidsrecht. Op 1-8-2000 heeft een overdracht van onderneming plaats gevonden tussen de NV LUCENT TECHNOLOGIES BELGIUM (gevestigd te Waterloo, thans AVAYA BELGIUM NV) en de NV LUCENT TECHNOLOGIES NETWORK SYSTEMS BELGIUM(NSB, gevestigd te Brussel), appelante; Op15-10-2001 heeft de vennootschap LUCENT TECHNOLOGIES NSB éénzijdig een einde gesteld aan de arbeidsovereenkomst mits betaling van een opzeggingsvergoeding gelijk aan 9 maanden loon berekend op 113.136,92 Euro Bruto (74.875,20 Euro netto). Via zijn raadsman protesteerde de Heer V. D. B. met een brief van 5-2-2002 tegen de omvang van de uitbetaalde vergoeding die hij ontoereikend achtte. Hij meende dat geen rekening werd gehouden met de commissie waarop hij recht had op basis van de in 2001 gerealiseerde omzet, die volgens hem 24.750.192 USD bedroeg, terwijl slechts een omzet van 8.744.000 USD in aanmerking werd gnomen. .Hij maakte eveneens aanspraak op een bijkomend bedrag van 291184,70 Euro en maakte uitdrukkelijk voorbehoud voor hem bijkomend verschuldigde bedragen, o.m. een bijkomende opzeggingsvergoeding, waarop hij nader zou ingaan zodra hij de berekening zou ontvangen van het netto uitbetaald bedrag. De vennootschap antwoordde per brief van 13-2-2002 in bijlage waarvan zij de sociale documenten voegde, dat zij alle objectieve gegevens en documenten verzamelde die zouden aantonen dat geen bijkomende betaling diende te gebeuren en beloofde op het eind van de maand opnieuw contact te zullen opnemen. Met dagvaarding van 9-4-2002 spande de Heer V. D. B. een geding aan voor de Arbeidsrechtbank. Hij vorderde de solidaire veroordeling van de Vennootschap LUCENT TECHNOLOGIES NSB en van de NV AVAYA BELGIUM tot betaling van volgende bedragen: -291.184,70 Euro als aanvulling van de hem verschuldigde bonus -125.000 Euro provisioneel als aanvullende verbrekingsvergoeding, te vermeerderen met de verwijlintresten op de hem netto-toekomende bedragen vanaf 15-10-2001 en de kosten van het geding en tot afgifte van de sociale bescheiden in overeenstemming met de gevorderde bedragen, op straffe van de verbeurte van een dwangsom van 100 Euro per dag vertraging in de afgifte binnen de 8 dagen na betekening van het tussen te komen vonnis. Met tussenvonnis van 3-2-2003 verklaarde de Arbeidsrechtbank de vordering ontvankelijk en zegde zij voor recht dat de arbeidsovereenkomst op 15-10-2001 werd beëindigd. Met het beroepen vonnis werd enkel de NV LUCENT TECHNOLOGIES NSB veroordeeld tot betaling van de gevorderde bedragen en van de gerechtskosten en tot afgifte van de gevorderde sociale en fiscale bescheiden op straffe van een dwangsom. Het vonnis werd op 1-9-2003 aan de vennootschap betekend VOORWERP VAN HET HOGER BEROEP De NV LUCENT TECHNOLOGIES NSB verzoekt het Hof In hoofdorde Het beroepen vonnis van 15-7-2003 teniet te doen, de initiële vordering van de Heer V. D. B. volledig ongegrond te verklaren en hem te veroordelen tot de kosten van beide aanleggen. In ondergeschikte orde Een deskundige aan te duiden met als opdracht.@De inhoud van de US GAAP boekhoudregels aangaande de erkenning van opbrengst te verduidelijken en aan te tonen dat deze regels in casu strict dienden te worden gevolgd en dat dit ook gebeurde@ In nog meer ondergeschikte orde Een aantal ex-collega=s van de Heer V. D. B. in het sales departement op te roepen om te getuigen dat niet de minste discussie bestond over de toepasselijkheid van de US GAAP Boekhoudregels en dat zowel de objectieven als de resultaten in Erkende Opbrengst werden uitgedrukt. In uiterst ondergeschikte orde Indien het Hof zou oordelen dat de gevorderde bedragen zouden verschuldigd zijn Te zeggen voor recht dat de intresten op de corresponderende netto-bedragen dienen te worden berekend de kosten als naar recht vast te stellen. De Heer V. D. B. verzoekt het Hof het ingestelde hoger beroep als ongegrond af te wijzen en het vonnis van de Arbeidsrechtbank te bevestigen in al zijn beschikkingen met veroordeling van appellante tot de kosten Ondergeschikt, alvorens verder recht te doen Indien het Hof zulks nuttig of relevant zou achten, aan appelante de verplichting op te leggen om in toepassing van art 877 Gerechtelijk Wetboek de stukken voor te leggen waaruit blijkt welke preciese inkomsten zij genereerde uit de Belgacom deal anno
  3. BEOORDELING Ontvankelijkheid Het hoger beroep, dat naar vorm regelmatig is, werd ingesteld binnen de door de wet bepaalde termijn en is derhalve ontvankelijk. Daarover is trouwens geen betwisting gerezen.
  4. Ten gronde De betwisting betreft het bedrag aan variabel loon dat de Heer V. D. B. toekomt op basis van de BELGACOM - voice billing -deal. De toekenningsvoorwaarden van het variabel loon worden nader bepaald in het AWorldwide Sales Compensation Plan@, vertaald als AWereldwijd verkoopsvergoedingsplan@. Partijen zijn het erover eens dat het deel uitmaakt van de aanwervingsvoorwaarden. Het variabel loon bedraagt een bepaald percentage op het vastgesteld jaarquotum, dat wordt verdrievoudigd op de bedragen die het jaarquotum overschreiden. Wanneer het jaarquotum niet is bereikt wordt het percentage toegekend op de prestatie, het percentage van het quotum dat behaald werd, uitgedrukt in Aerkende opbrengst@. De Aerkende opbrengst@ wordt in het wereldwijd verkoopsvergoedingsplan aangewezen als de belangrijkste maatstaf voor de berekening van de verkoopvergoeding (p 4 en 7), met daaraan gekoppeld een bepaling betreffende de contractondertekening. Partijen geven een verschillende invulling aan het begrip Aerkende opbrengst@. Derhalve dient nagegaan te worden welke interpretatie daaraan moet worden gegeven. Er dient rekening mee gehouden te worden dat de bepalingen met betrekking tot het overeengekomen loon bepaald of bepaalbaar dienen te zijn, opdat de overeenkomst geldig zou zijn. Partijen zijn het verder oneens over de vraag of op dit variabel loon de bepalingen van toepassing zijn met betrekking tot het commissieloon die voorkomen onder titel IV van de wet op de arbeidsovereenkomsten van 3-7->78 (WAO) met betrekking tot Ade arbeidsovereenkomst voor handelsvertegenwoordigers. Volgens de Heer V. D. B. is dit wel het geval. Hij beroept zich hiervoor op de Collectieve Arbeidsovereenkomst inzake collectief ontslag die op 10-10-2001 binnen het bedrijf werd afgesloten. De vennootschap meent van niet, daar het variabel loon een bonus is en geen commissieloon. Het variabel loon wordt nu eens omschreven als Averkoopvergoeding@, dan weer als Abonus@ of nog als Acommissieloon@ (in de werkaanbieding en in de administratieve richtlijnen bij het plan). Het is niet zozeer de naam die determinerend is doch de inhoud van die vergoeding. Volgens het sociaalrechtelijk woordenboek is het commissieloon een vorm van prestatieloon waarbij het verdiende loon wordt berekend i.v.m. de waarde of het aantal der omgezette of geadministreerde goederen of geldwaarden of der verrichte handelingen, bv. het innen van vorderingen. (Sociaalrechtelijk Woordenboek Benelux Economische Unie, 1977, 69). De Wet op de arbeidsovereenkomsten van 3-7->78 (WAO) geeft geen definitie van de term commissieloon, doch de bepalingen die er betrekking op hebben wijzen erop dat daarmee de toekenning van percentages op aanvaarde orders wordt bedoeld. Andere vormen van veranderlijke wedde worden niet geregeld in de AOW. (D.Rijckx, Het loon van de handelsvertegenwoordiger volgens de artikelen 89 t.e.m. 99 van de AOW, Actuele problemen Arbeidsrecht 1987, Ed. M.Rigaux, Kluwer p 259 e.v.

(269). Het gaat bv. om voordelen die aan de werknemer worden toegekend wanneer bepaalde voorwaarden, doelstellingen worden gerealiseerd Er wordt aangenomen dat een bonus een voordeel is dat wordt toegekend wanneer bepaalde voorwaarden of doelstellingen worden gerealiseerd en er van een commissieloon sprake is wanneer het individueel voor een werknemer wordt bedongen en verband houdt met de door hem gerealiseerde verkoop of opbrengst (AH Antw, 19-2-01, JTT 02,150; ATO T 203-252). In voorliggend geschil blijkt dat het toegekende percentage individueel werd bepaald en toegekend werd op de Aerkende opbrengst@ zonder drempel, ongeacht of het vooropgestelde quotum werd bereikt zodat de variabele verloning de kenmerken vertoont van een commissieloon. Er was wel een multiplicator voorzien wanneer het quotum werd overschreden. Het genieten van commissieloon brengt echter niet automatisch de toepassing van artikel 90 e.v. WAO met zich mee. Artikel 88 WAO bepaalt immers dat de bepalingen van titel IV, dat zijn o.m. de bepalingen die betrekking hebben op het commissieloon, slechts betrekking hebben op de handelsvertegenwoordigers. Volgens de rechtspraak van het Hof van Cassatie die het Hof bijtreedt houdt dit in dat de handelsvertegenwoordiging het voornaamste voorwerp van de overeenkomst dient te zijn( Cassatie, 28.6.1999, Arr. Cass., 1999, 403; Cassatie, 18 april 1988, T.S.R. 1988, 284). De Heer V. D. B. beweert niet dat hij de hoedanigheid had van handelsvertegenwoordiger. De titel van zijn functie wijst erop dat hij met de verkoopleiding was belast. Er worden geen verdere bijzonderheden verstrekt over de inhoud van zijn functie. De Heer V. D. B. beroept zich op de bepalingen van de CAO collectief ontslag. Dat zijn ontslag kadert in het collectief ontslag is niet betwist zodat die CAO in ieder geval toepassing vindt. Er wordt in bepaald waarop de werknemers die ontslagen worden aanspraak kunnen maken. De tekst van de bepaling van art 2, Vi van die CAO luidt AVoor de bedienden die Asales compensatie@ hebben: de sales compensaties waarop de bedienden desgevallend recht hebben conform de bepalingen van art 91-92-93,2de lid en 94 van de arbeidsovereenkomstenwet van 3-7-78. Deze vergoedingen zullen door de vennootschap uitbetaald worden conform art 99 van genoemde wet.@ dus niet Adat de bedienden die een Asales compensatie@ genieten daarvan uitbetaling zullen bekomen conform de bepalingen van de art 91, 92, 93, 2de lid en 94 AOW,en die vergoedingen zouden uitbetaald worden conform art 99WAO, zoals de heer V. D. B. leest. De bedienden die desgevallend recht hebben op sales compensatie conform de bepalingen van art 91-92-93 2de lid en 94 zijn de handelsvertegenwoordigers. De Heer V. D. B. beroept zich niet op die hoedanigheid. Volgens de bepaling van art 2, ii van de CAO hebben die bedienden die een Asales compensatie@ genieten recht op een uitwinningsvergoeding indien aan 4 voorwaarden is voldaan: Beëindiging van de overeenkomst door de werkgever zonder dringende reden, tewerkstelling van minstens 1 jaar, aanbreng van klanten en het bestaan van schade. De Heer V. D. B. die een Asales compensatie@ genoot ontving eveneens een uitwinningsvergoeding, zodat men kan aannemen dat aan alle voorwaarden daartoe voldaan was. Artikel 88 WAO bepaalt verder: ADat voordeel (toepassing van titel IV WAO) wordt, met uitzondering van het bij artikel 90 toegekende recht, niet verleend aan de bediende die er af en toe mede wordt belast samen met zijn arbeid binnen de onderneming stappen te doen bij de cliëntèle. Volgens artikel 90 is ook commissieloon verschuldigd voor ieder order dat door de werkgever wordt aanvaard, zelfs indien er geen uitvoering op volgt, tenzij door de schuld van de handelsvertegenwoordiger en dat ieder order wordt vermoed aanvaard te zijn. Vooraleer zich uit te spreken over de omvang van het aan de Heer V.D. B. verschuldigd variabel loon, en de interpretatie die aan de term Aerkende opbrengst A berekeningsgrondslag van dit variabel loon dient gegeven te worden, acht het Hof een heropening der debatten noodzakelijk om partijen de gelegenheid te geven standpunt in te nemen met betrekking tot de toepasselijkheid van artikel 90 WAO en in voorkomend geval over de vraag of de principes die in het compensatieplan worden gehanteerd ter bepaling van het variabel loon bestaanbaar zijn met die wettelijke bepaling. Ook acht het Hof het noodzakelijk dat het contract wordt voorgelegd dat met BELGACOM werd gesloten om de preciese draagwijdte daarvan te kunnen beoordelen met het oog op de bepaling van het variabel loon en dat in voorkomend geval de stapsgewijze uitvoering ervan zou worden toegelicht aan de hand van stukken Aangezien geen enkele vordering wordt ingesteld tegen de N.V. AVAYA BELGIUM, wordt deze partij buiten zake gesteld. OM DEZE REDENEN, HET ARBEIDSHOF, Rechtsprekend op tegenspraak, Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, inzonderheid op artikel 24, Verklaart het hoger beroep ontvankelijk, Stelt de N.V. AVAYA BELGIUM buiten zake, Vooraleer nader uitspraak te doen, Heropent de debatten -nodigt partijen uit standpunt in te nemen m.b.t. de toepassing van art 90 WAO en in voorkomend geval over de vraag of de principes die in het compensatieplan worden gehanteerd ter bepaling van het variabel loon bestaanbaar zijn met die wettelijke bepaling. Nodigt appellante uit het contract voor te leggen dat met BELGACOM werd gesloten (voice billing deal) en de stapsgewijze uitvoering ervan toe te lichten aan de hand van stukken. Stelt deze heropening der debatten vast op de openbare terechtzitting van de 3de kamer van het Arbeidshof te Brussel op 15 maart 2005 om 14 uur. Houdt de beslissing over de kosten aan Aldus gewezen en uitgesproken op de openbare terechtzitting van de 3de kamer van het Arbeidshof te Brussel op 9 november 2004, waar aanwezig waren : Mevrouw G. BALIS, Raadsheer, De Heer I. VAN DAMME, Raadsheer in sociale zaken als werkgever, De Heer P. BUYENS, Raadsheer in sociale zaken als werknemer-bediende, Mevrouw L. HERREGODTS, Griffier. PDF document ECLI:BE:CTBRL:2005:ARR.20050913.34 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.