← België

ECLI:BE:CTBRL:2005:ARR.20051208.5

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidshof van Brussel Vonnis/arrest van 08 december 2005 ECLI nr: ECLI:BE:CTBRL:2005:ARR.20051208.5 Rolnummer: 44982 Rechtsgebied: Invoerdatum: 2007-03-08 Raadplegingen: 105 - laatst gezien 2026-07-02 03:47 Fiche De omstandigheid dat een schijnzelfstandige en samen met hem de vennootschap waarin hij zaakvoerder is wordt veroordeeld door de arbeidsrechtbank tot betaling van sociale zekerheidsbijdragen als zelfstandige waarbij deze rechtbank geen kennis heeft van enige betwisting nopens het arbeidsrechtelijke statuut van deze persoon, kan niet verhinderen dat de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid ook de betaling vordert in het kader van het stelsel van de werknemers met betrekking tot dezelfde persoon, indien na het onderzoek ingesteld door de bevoegde inspectiediensten vastgesteld wordt dat de arbeidsprestaties in werkelijkheid werden geleverd in een band van ondergeschiktheid en niet als zelfstandige. Vrije woorden: SOCIALE ZEKERHEID DER WERKNEMERS - ALGEMENE REGELING - Kwalificatie als zelfstandige of als werknemer. Wettelijke bepalingen: Wet - 27-06-1969 - 1 - 04 ELI link Pub nr 1969062710 Tekst van de beslissing Rep.Nr. ARBEIDSHOF TE BRUSSEL ARREST OPENBARE TERECHTZITTING VAN ACHT DECEMBER TWEEDUIZEND EN VIJF ZEVENDE KAMER Sociale Zekerheid Bijdragen Tegensprekelijk Definitief In de zaak: B.V.B.A. C.S., met maatschappelijke zetel te 1930 Zaventem, Leuvensesteenweg 613, Appellante, vertegenwoordigd door Mr. B. Cloosen loco Mr. M. Stolk, advocaat te 2000 Antwerpen, Tegen: de RIJKSDIENST VOOR SOCIALE ZEKERHEID, openbare instelling, waarvan de zetel gevestigd is te 1060 Brussel, Victor Hortaplein 11, geïntimeerde, vertegenwoordigd door Mr. I. Van Den Bossche loco Mr. D. De Greef, advocaat te 1731 Zellik; Na beraad, spreekt het Arbeidshof te Brussel het hiernavolgend arrest uit: Gelet op de stukken van rechtspleging, inzonderheid: het voor eensluidend verklaard afschrift van het bestreden vonnis, op tegenspraak gewezen door de Arbeidsrechtbank te Brussel op 28 november 2003; het verzoekschrift tot hoger beroep, ontvangen ter griffie van het Arbeidshof te Brussel op 13 januari 2004; het voor eensluidend verklaard afschrift van het arrest van de zevende kamer van het Arbeidshof te Brussel dd.7 april 2005; de besluiten in hoger beroep na het tussenarrest dd. 7 april 2005 door geïntimeerde neergelegd; Gehoord partijen in hun middelen en beweringen ter openbare terechtzitting van 15 september 2005, waarna de debatten gesloten werden. X X X Bij arrest dd. 7 april 2005 van de zevende kamer van het Arbeidshof te Brussel wordt het hoger beroep ontvankelijk en principieel ongegrond verklaard, wordt voor recht gezegd dat appellante sociale zekerheidsbijdragen verschuldigd is en wordt, vooraleer recht te spreken omtrent de omvang en het bedrag van deze bijdragen, de heropening der debatten bevolen om partijen toe te laten de ontbrekende gegevens te bezorgen en geïntimeerde toe te laten de stappen te ondernemen die zich opdringen, gelet op de stukken die door appellante werden medegedeeld i.v.m. de solidaire veroordeling van appellante tot betaling van bijdragen als zelfstandige (de heren VE. en VI.) en om geïntimeerde toe te laten het Hof in te lichten nopens de regularisatie van de prestaties en lonen voor de periode van het derde, het vierde kwartaal 1999 tot en met het eerste kwartaal 2000 zoals werd medegedeeld aan appellante bij aangetekend schrijven dd. 25 juni 2001. In besluiten neergelegd ter openbare terechtzitting van 15 september 2005 van deze kamer stelt geïntimeerde dat het feit dat de heren VE. en VI. werden veroordeeld door de Arbeidsrechtbank tot betaling van hun bijdragen als zelfstandigen, geen afbreuk kan doen aan het bestaan van de gezagsverhouding die kenmerkend is voor een arbeidsovereenkomst; de aansluiting bij een sociale kas is niet determinerend, noch een vonnis waarbij de schijnzelfstandige wordt veroordeeld in betaling van de bijdragen. Geïntimeerde stelt verder dat de meegedeelde vonnissen betrekking hebben op andere kwartalen en dat de regularisatie van de bijdragen voor het derde en vierde kwartaal 1999 en het eerste kwartaal 2000 opgenomen werden in de rekeninguittreksels dd. 27 september 2001 en 8 oktober 2001 en het voorwerp uitmaken van andere procedures. Beoordeling door het Hof De omstandigheid dat de schijnzelfstandige en samen met hem de vennootschap waarin hij zaakvoerder is wordt veroordeeld door de Arbeidsrechtbank tot betaling van sociale zekerheidsbijdragen als zelfstandige en waarbij deze rechtbank geen kennis heeft van enige betwisting nopens het arbeidsrechtelijke statuut van deze persoon, kan niet verhinderen dat de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid ook de betaling van bijdragen vordert in het kader van het stelsel van de werknemers met betrekking tot dezelfde persoon, indien na het onderzoek ingesteld door de bevoegde inspectiediensten vastgesteld wordt dat de arbeidsprestaties in werkelijkheid werden geleverd in een band van ondergeschiktheid en niet als zelfstandige. Wat de gevorderde bijdragen betreft wordt na neerlegging van bijkomende stukken vastgesteld dat de kwartalen drie en vier van 1999 en één van 2000 opgenomen werden in de rekeninguittreksels afgesloten op 27 september 2001 en 8 oktober 2001 en niet het voorwerp uitmaken van deze procedure. In het rekeninguittreksel afgesloten op 25 april 2002 en gevoegd bij de gedinginleidende dagvaarding dd. 7 juni 2002 worden bijdragen voor het tweede kwartaal 2000 en de vakantiebijdrage berekend voor het jaar 2000 gevorderd. Appellant betwist het bedrag van de bijdragen zoals berekend door geïntimeerde niet. OM DEZE REDENEN : De zevende kamer van het Arbeidshof te Brussel, Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van de talen in gerechtszaken, zoals tot op heden gewijzigd, inzonderheid op artikel 24; Recht doende op tegenspraak, Gehoord de heer André, Substituut-generaal, in zijn schriftelijk eensluidend advies, voorgelezen en neergelegd op de openbare terechtzitting van 6 oktober 2005; Gelet op de termijn verleend tot 2 november 2005 aan partijen om te repliceren m.b.t. dit advies; Geen replieken worden neergelegd en de zaak wordt op 10 november 2005 in beraad genomen; Verder rechtsprekend omtrent de omvang en het bedrag der bijdragen, Bevestigt het vonnis a quo; Verwijst overeenkomstig artikel 1017 van het Gerechtelijk Wetboek, appellante tot de kosten van hoger beroep, kosten tot op heden begroot op : voor appellante 272,71 Euro rechtsplegingsvergoeding hoger beroep voor geïntimeerde 273,67 Euro rechtsplegingsvergoeding hoger beroep Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van de zevende kamer van het Arbeidshof te Brussel op acht december tweeduizend en vijf. Waar aanwezig waren : mevrouw B. VAN DE VELDE, Voorzitter de heer E. VAN LAER, Raadsheer in Sociale Zaken als werkgever de heer F. DE VLIEGHER,Raadsheer in Sociale Zaken als werknemer bediende mevrouw G. DE SAEDELEER, Griffier G. DE SAEDELEER B. VAN DE VELDE F. DE VLIEGHER E. VAN LAER PDF document ECLI:BE:CTBRL:2005:ARR.20051208.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.