id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidshof van Brussel Vonnis/arrest van 12 mei 2006 ECLI nr: ECLI:BE:CTBRL:2006:ARR.20060512.6 Rolnummer: 46426 Rechtsgebied: Invoerdatum: 2007-03-15 Raadplegingen: 103 - laatst gezien 2026-07-01 04:26 Fiche xxxVoor de kwalificatie van al dan niet handelsvertegenwoordiger is de vermelding "handelsvertegenwoordiger" in de arbeidsovereenkomst van geen nut en bindt de partijen niet, aangezien de bepalingen inzake kwalificatie van bedienden en handelsvertegenwoordiger dwingende bepalingen zijn, opgelegd door de wet op de arbeidsovereenkomsten. Vrije woorden: ARBEIDSOVEREENKOMSTEN - ALGEMENE REGELINGEN - Handelsvertegenwoordiger - Kwalificatie van de overeenkomst. Wettelijke bepalingen: Wet - 03-07-1978 - 4 - 01 ELI link Pub nr 1978070303 Nota: Gepubliceerd in RABG 2006, 1035 + noot Dirk Van Strijthem en Katrien De Lat. Annotaties Publicaties: RECHTSPRAAK ANTWERPEN BRUSSEL GENT - VAN STRIJTHEM,DIRK - 2006(P.1035-1042) RECHTSPRAAK ANTWERPEN BRUSSEL GENT - DE LAT,KATRIEN - 2006(P.1035-1042) Tekst van de beslissing Rep.Nr. ARBEIDSHOF TE BRUSSEL ARREST OPENBARE TERECHTZITTING VAN TWAALF MEI TWEEDUIZEND EN ZES. DERDE KAMER Bediendecontract Tegensprekelijk Definitief In de zaak: V.L. S., Appellant, geïntimeerde op incidenteel hoger beroep, vertegenwoordigd door Mr. D. Govaert, advocaat te Belsele; Tegen: N.V. DAIMLER CHRYSLER BELGIUM LUXEMBOURG, met zetel te 1200 BRUSSEL, Tollaan 68; Geïntimeerde, appellante op incidenteel hoger beroep, vertegenwoordigd door Mr. G. Deville, advocaat te Brussel; ó ó ó Na beraadslaging, velt het Arbeidshof te Brussel het hiernavolgend arrest: Gelet op de stukken van de rechtspleging en ondermeer op: - het eensluidend verklaard afschrift van het vonnis uitgesproken op tegenspraak door de 2e kamer van de Arbeidsrechtbank te Brussel op 6 oktober 2004 (AR nr 61.342/03); - het verzoekschrift tot hoger beroep ontvangen op de griffie van het Arbeidshof op 9 maart 2005; - de besluiten en synthesebesluiten van geïnti-meerde, ontvangen ter griffie op respectievelijk 14 oktober 2005 en 9 januari 2006; - de besluiten van appellant, ontvangen ter grif-fie op 9 december 2005; Gehoord de partijen in hun middelen en verdediging op de openbare terechtzitting van 7 april
- De partijen legden hun bundel neer waarna de debatten gesloten werden en de zaak in beraad werd genomen. p p p I. FEITEN EN PROCEDUREVOORGAANDEN. De heer V.L. was in dienst van N.V. Daimler Chrysler van 16 juni 2002 tot en met 15 maart 2003 in hoeda-nigheid van verkoper in de showroom van geïntimeerde (art. 3 lid 1 van de arbeidsovereenkomst). De heer V.L. verkocht gemiddeld meer dan 9 auto's per maand. De arbeidsovereenkomst, ondertekend door beide par-tijen, voorzag in haar artikel 6: "Voor de periode van 16.02.2003 tot 31.12.2003 is de bezoldiging van de handelsvertegenwoordiger samenge-steld uit een maandelijkse variabele bezoldiging als volgt berekend:
- Een maandelijkse bruto variabele bezoldiging als volgt berekend: de individuele prestatie van de handelsvertegenwoordiger NNCC gebaseerd op het aantal gefactureerde wagens van de voorbije maand. De oorsprong van deze facturaties zijn de respectievelijke bestelbons NNCC opgesteld door de handelsvertegenwoordiger en goedgekeurd door de werkgever. Iedere gefactureerde wagen geeft recht op een va-riabele brutoverloning van 223,10 EUR.
- Een maandelijkse brutbezoldiging van 2.131,69 EUR wordt aan de handelsvertegenwoordiger gewaarborgd gedurende de uitoefening van zijn arbeidsovereen-komst voor de periode van 16.02.2003 tot en met 31.12.
- Het minimum jaarlijks salaris wordt bekomen door deze maandelijkse brutowedde te vermenigvuldigen met 13,92." Bij dagvaarding van 18 augustus 2003 vordert de heer V.L. veroordeling van N.V. Daimler Chrysler tot be-taling van een bruto bezoldiging van EUR 17.868,3 meer de moratoire en gerechtelijke in-tresten op deze netto bezoldiging; afgifte van de aangepaste sociale en fiscale documenten en dit on-der verbeurte van een dwangsom van EUR 150,- per dag vertraging. Bij conclusies neergelegd ter griffie op 15 april 2004 stelt N.V. Daimler Chrysler een tegenvordering in en vordert zij een schadevergoeding van EUR 3000,- wegens tergend en roekeloos geding. Met het bestreden vonnis verklaart de Arbeidsrecht-bank de vordering ontvankelijk doch niet gegrond en de tegenvordering eveneens ontvankelijk doch niet gegrond. ó ó ó II. BEOORDELING.
- ONTVANKELIJKHEID VAN HET HOGER HOOFDBEROEP EN HET INCIDENTEEL HOGER BEROEP. Er wordt geen betekening van het bestreden vonnis overgelegd. Het verzoekschrift is regelmatig naar vorm en werd ingesteld binnen de daartoe wettelijk bepaalde ter-mijn, wat overigens niet wordt betwist. Het is der-halve ontvankelijk. Dit geldt tevens voor het inci-denteel beroep ingesteld bij beroepsbesluiten, neer-gelegd ter griffie van het Hof op 14 oktober
- TEN GRONDE. A. Het Hoofdberoep Het Arbeidshof stelt vast dat de arbeidsrechtbank de feitelijke en juridische argumenten van de partijen grondig heeft onderzocht vooraleer op uitvoerige wijze overtuigend en gemotiveerd te beslissen de vordering ongegrond te verklaren. Het Arbeidshof houdt deze overwegingen van de ar-beidsrechtbank hier uitdrukkelijk als herhaald. Ten overvloede wordt hieraan toegevoegd: - Het woord "samengesteld uit" betekent volgens het Van Dale Woordenboek eveneens "bestaande uit". In artikel 6 eerste zin van de arbeidsovereenkomst wordt bijgevolg bepaald dat de maandelijkse bezol-diging bestaat uit een volledige variabele bezol-diging. Dit is duidelijk. Nergens wordt een andere bezoldiging vermeld dan alleen een variabele. - Door de vermelding dat de maandelijkse variabele bezoldiging "als volgt wordt berekend" is het dui-delijk dat zowel punt 1 als punt 2 een onderdeel vormen van de variabele bezoldiging. - Door in punt 2 te spreken van een bedrag dat ge-waarborgd wordt, is het duidelijk dat dit vaste minimumbedrag betrekking heeft op de in punt 1 vermelde berekening. - Het werkwoord waarborgen betekent "een zekerheid geven voor iets" (zie Van Dale woordenboek). Een gewaarborgde bezoldiging is dus geen autonome of vaste bezoldiging. In casu wordt gewaarborgd dat de volledige variabele bezoldiging niet minder dan EUR 2131,69 bedraagt ook al zou de verkoper minder dan 10 wagens per maand verkopen. - Overeenkomstig artikel 1161 van het Burgerlijk Wetboek worden de bedingen van een overeenkomst uitgelegd het ene door het andere. - Artikel 6.2 laatste zin toont eveneens aan dat ar-tikel 6 op deze wijze dient te worden gelezen. In de tweede zin van artikel 6.2 vermelden partijen, door hen beiden voor akkoord ondertekend: "het mi-nimum jaarlijks salaris wordt bekomen door deze maandelijkse brutowedde te vermenigvuldigen met 13,92". - In de stelling zoals de heer V.L. voorhoudt, name-lijk dat hij maandelijks recht had op het volledi-ge commissieloon per verkocht voertuig bovenop het gewaarborgd loon, had deze bepaling van artikel 6.2 laatste zin geen enkele betekenis, tenzij in het ondenkbare geval dat de heer V.L. geen enkele wagen zou verkopen gedurende een heel jaar, het-geen niet denkbaar is, minstens niet de bedoeling kan zijn geweest in hoofde van de beide partijen wanneer de heer V.L. als verkoper van voertuigen aangeworven wil worden en ook aangenomen wordt door NV Daimler Chrysler. - De arbeidsovereenkomst wordt ook steeds uitgevoerd in de zin dat geen vast loon bovenop het commis-sieloon is verschuldigd.De betalingen van het com-missieloon aan V.L., na facturatie en betaling door de klant, met een incentive van EUR 152,42 to-nen aan dat het gewaarborgd variabel loon een on-derdeel vormde van de variabele bezoldiging per verkocht voertuig, en in mindering hiervan werd gebracht. - Appellant beweert wel, doch bewijst niet dat de clausule ten aanzien van de andere verkopers wel zou uitgevoerd zijn door geïntimeerde in de bete-kenis die appellant eraan geeft. - Artikel 6 dient beperkend te worden uitgelegd ten aanzien van geïntimeerde, die zich tot de betaling van de bezoldiging verbond.(artikel 1162 BW) - Hieruit volgt dat appellant geen recht kan doen gelden op een commissieloon per verkocht voertuig bovenop het gewaarborgd en betaalde loon. - Of appellant nu handelsvertegenwoordiger was of niet is een niet relevant gegeven. Artikel 89 van de arbeidsovereenkomstenwet bepaalt dat het loon van een handelsvertegenwoordiger kan bestaan uit een louter variabele bezoldiging. Artikel 6 van de arbeidsovereenkomst tussen partijen bepaalt dat de bezoldiging bestaat uit een maandelijkse variabele bezoldiging. Deze variabele bezoldiging wordt be-rekend als volgt, dit wil zeggen zowel punt 1 als punt 2 vormen onderdeel van de variabele bezoldi-ging. Het waarborgen van een minimumloon wijzigt aan het principe van de variabele verloning niets. Het minimumloon wordt dan als een voorschot op het commissieloon beschouwd. (zie Petit, De arbeids-overeenkomst voor handelsvertegenwoordiger in Blanpain Arbeidsrecht II, 884). - De eerste rechter heeft uit bezorgdheid van een volledige motivatie geantwoord op alle argumenten van appellant en de problematiek van de kwalifica-tie van al dan niet handelsvertegenwoordiger in die optiek onderzocht, doch dit was slechts een ondergeschikt argument. Het Hof kan overigens de motivatie van de eerste rechter steunen en overne-men om te stellen dat appellant geen handelsverte-genwoordiger was. De vermelding handelsvertegen-woordiger in de arbeidsovereenkomst is hier van geen nut en ze bindt partijen niet, aangezien de bepalingen inzake kwalificatie bedienden en han-delsvertegenwoordiger dwingende bepalingen zijn, opgelegd door de wet op de arbeidsovereenkomsten. Anders is het gesteld met de verloning waar wel bepaalde barema's en minimumlonen gelden doch waar de overeenkomst tussen partijen, voor zover ze geen inbreuk vormt op de dwingende bepalingen van de WAO die wel bindend zijn voor de partijen. - Hetzelfde argument geldt voor het al dan niet be-staan van mondelinge bezwaren tijdens de tewerk-stelling. Dit element is niet relevant. De draag-wijdte van de verbintenissen dient te worden be-paald door de overeenkomst tussen partijen en haar uitlegging. Zelfs al heeft appellant bezwaar ge-maakt dan doet dit niets af aan het feit dat hij, door het ondertekenen van de arbeidsovereenkomst, zich heeft akkoord verklaard met een variabele verloning waarvan een deel ervan minimaal hem maandelijks gewaarborgd wordt. - De codes vermeld op de loonfiches door het sociaal secretariaat zijn codes door het computersysteem van het sociaal secretariaat gebruikt en zijn niet dienend om de draagwijdte van de overeenkomst te interpreteren, nu de intrinsieke elementen van de overeenkomst zelf hiertoe voldoende zijn. - Uit het ondertekenen van een aanhangsel aan de ar-beidsovereenkomst door de overige werknemers met de interpretatie van geïntimeerde wat de verloning betreft kan niet a contrario worden afgeleid dat de interpretatie van appellant de juiste is. Ook hier bepalen de intrinsieke elementen zelf van de overeenkomst de juiste draagwijdte van de verbin-tenissen. - Het is normaal dat een werkgever die geconfron-teerd wordt met een vordering met betrekking tot de interpretatie van overeenkomsten die hij met zijn personeel gebruikt, elke twijfel wil uitslui-ten door het ondertekenen van een addendum en mo-gelijke spanningen met de andere werknemers wil vermijden. Het hoger beroep komt voor als ontvankelijk doch niet gegrond. B. HET INCIDENTEEL HOGER BEROEP. Het incidenteel hoger beroep strekt ertoe het be-streden vonnis te niet te doen in zoverre de Ar-beidsrechtbank de tegenvordering ongegrond verklaar-de. Volgens N.V. Daimler Chrysler blijkt de kwade trouw van de heer V.L. uit het feit dat hij zijn manifest ongegronde aanspraken toch nog blijft aanhouden in hoger beroep en dit middels een aaneenschakeling van leugens. N.V. Daimler Chrysler roept terecht in dat het von-nis van de eerste rechter zeer goed gemotiveerd is, juridisch goed onderbouwd, en alle mogelijke argu-menten heeft beantwoord. Nochtans is tot op datum van vandaag het nog steeds een wettelijke regel dat bij hoger beroep de zaak door het Arbeidshof opnieuw onderzocht wordt binnen de perken van het hoger beroep. (zie onder meer K.Broeckx: Het recht tot hoger beroep en het begin-sel van de dubbele aanleg in het civiele geding, Antwerpen 1995). De vraag naar de toekomst toe zal zijn of dit prin-cipe zal gehandhaafd blijven in functie van het pro-bleem van de gerechtelijke achterstand. In elk geval toont in casu N.V. Daimler Chrysler niet aan dat er een aaneenschakeling van leugens werd gedaan door de heer V.L. en evenmin dat de heer V.L. ter kwader trouw of lichtzinnig zijn vordering voor de rechtbank zou handhaven. Dat er een mogelijk probleem van uitlegging van de verbintenissen, was wordt door N.V. Daimler Chrysler zelf aangetoond nu zij voor de andere verkopers een addendum heeft toe-gevoegd aan haar bestaande overeenkomsten. De tegen-vordering is bijgevolg niet tergend en roekeloos, evenmin als het hoger beroep. ó ó ó OM DEZE REDENEN, Het Arbeidshof, Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, zoals tot op heden gewij-zigd, inzonderheid op artikel 24, Rechtsprekend op tegenspraak, Alle andere middelen en conclusies verwerpende, Verklaart het hoger hoofdberoep ontvankelijk doch niet gegrond. Verklaart het incidenteel hoger beroep ontvankelijk doch niet gegrond. Bevestigt het vonnis a quo in al zijn bestanddelen. Veroordeelt appellant tot de kosten van het hoger beroep, tot op heden als volgt begroot: Voor appellant:- rechtsplegingsvergoeding hoger beroep EUR 285,57 Voor geïntimeerde:- rechtsplegingsvergoeding hoger beroep EUR 273,65 Aldus gewezen en uitgesproken op de openbare te-rechtzitting van de vijfde kamer van het Arbeidshof te Brussel op 12 mei tweeduizend en zes. Waren aanwezig: B. CEULEMANS: Raadsheer. R. WAEYAERT: Raadsheer in Sociale Zaken als werkgever, aangeduid bij bevel-schrift van heden, ter vervanging van de heer F. VANDEWIJNGAERDEN, Raadsheer in Sociale Zaken als werkgever, die de debatten heeft bijgewoond en heeft deelgenomen aan het beraad van onderhavig arrest, maar wettig verhinderd is om de uitspraak ervan bij te wonen (art. 779 van het Gerechtelijk Wetboek). J. DE DECKER: Raadsheer in Sociale Zaken als werknemer-bediende. L. COEN: E.a. adjunct-griffier. L. COEN. B. CEULEMANS. J. DE DECKER. R. WAEYAERT. PDF document ECLI:BE:CTBRL:2006:ARR.20060512.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div