← België

ECLI:BE:CTBRL:2006:ARR.20060630.9

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidshof van Brussel Vonnis/arrest van 30 juni 2006 ECLI nr: ECLI:BE:CTBRL:2006:ARR.20060630.9 Rolnummer: 43869 Rechtsgebied: Arbeidsrecht Invoerdatum: 2007-03-14 Raadplegingen: 267 - laatst gezien 2026-07-03 22:35 Fiche De werkgever die een werknemer onrechtmatig ter beschikking beeft gesteld van een andere vennootschap heeft de vereiste hoedanigheid en belang. De vordering is ontvankelijk. De arbeidsovereenkomst van een onrechtmatig ter beschikking gestelde werknemer is nietig. De ex-werkgever kan zich bijgevolg niet beroepen op artikel 17 van de Arbeidsovereenkomstenwet, zodat de vordering op grond van het verwijt van oneerlijke concurrentie aan de gebruiker als ongegrond moet worden afgewezen. UTU-thesaurus: SOCIAAL RECHT - ARBEID - Arbeidsovereenkomst Vrije woorden: ARBEIDSOVEREENKOMSTEN - ALGEMENE REGELINGEN - Terbeschikkingstelling - Nietige arbeidsovereenkomst - Oneerlijke concurrentie. Wettelijke bepalingen: Wet - 03-07-1978 - 17,3° - 01 ELI link Pub nr 1978070303 Nota: ii AAN art 17,3° - Gepubliceerd in RABG 2007, p. 109 + noot Bruno Lietaert. Annotaties Publicaties: RECHTSPRAAK ANTWERPEN BRUSSEL GENT - + NOOT BRUNO LIETAERT - 2007,p. 109 Tekst van de beslissing Rep.Nr. ARBEIDSHOF TE BRUSSEL ARREST OPENBARE TERECHTZITTING VAN DERTIG JUNI TWEEDUIZEND EN ZES. DERDE KAMER Bediendecontract Tegensprekelijk Definitief In de zaak: N.V. ECTM EUROPEAN TOURISM CONSULTING & MANAGEMENT, met zetel te 3730 HOESELT, Lambrecht Lambrechtsstraat 19 en ingeschreven in het handelsregister te Tongeren onder nummer 81.908; Appellante, vertegenwoordigd door Mr. B. Delbrouck loco Mr. A. Romain, advocaat te Tongeren; Tegen: G. H. , Geïntimeerde, vertegenwoordigd door Mr. K. Appeltants loco Mr. K. Dehing, advocaat te Antwerpen; &§61683; &§61683; &§61683; Na beraadslaging, velt het Arbeidshof te Brussel het hiernavolgend arrest: Gelet op de stukken van de rechtspleging en ondermeer op: het eensluidend verklaard afschrift van het vonnis uitgesproken op tegenspraak door de 1e kamer B van de Arbeidsrechtbank te Leuven op 7 november 2002 (AR nr 2577/01) waarvan geen betekeningsakte wordt voorgelegd; het verzoekschrift tot hoger beroep ontvangen op de griffie van het Arbeidshof op 13 februari 2003; de besluiten en synthesebesluiten van geïntimeerde, ontvangen ter griffie op respectievelijk 2 september 2003 en 17 maart 2005; de besluiten en synthesebesluiten van appellante, ontvangen ter griffie op respectievelijk 9 januari 2004 en 31 januari 2006; de bundel met stukken van appellante, ontvangen ter griffie op 30 mei 2006; de bundel met stukken van geïntimeerde, ontvangen ter griffie op 30 mei 2006; Gehoord de partijen in hun middelen en verdediging op de openbare terechtzitting van 2 juni 2006 waarna de debatten werden gesloten en de zaak in beraad werd genomen. &§61552; &§61552; &§61552; I. RELEVANTE FEITEN EN RECHTSPLEGING. Op 17-3-98 sloten partijen een arbeidsovereenkomst af volgens dewelke mevrouw G. als bediende prestaties zou verrichten voor de CV AZURA. Die vennootschap was actief als touroperator. Mevrouw G. had reeds een belangrijke beroepservaring opgedaan in de toeristische sector en had tot taak de markt van groeps- en incentivereizen te exploreren en assistentie te verlenen in het dagelijks bestuur van de CV AZURA. De overeenkomst voorzag dat een exploitatiezetel van de CV AZURA zou worden gevestigd op het persoonlijk adres van mevrouw G. , hetgeen ook gebeurde. Mevrouw G. was geen aandeelhoudster van De CV AZURA en oefende er evenmin een vennootschapsrechtelijke bestuursfunctie uit. De arbeidsovereenkomst werd beëindigd op 15-9-2000 na opzegging door mevrouw G. . Na haar uitdiensttreding begon mevrouw G. met een eigen activiteit in de reissector onder de benaming A'TOP TRAVEL & INCENTIVES op haar eigen adres, hetzelfde als dat van de CV AZURA voordien. Met dagvaarding van 14-9-01 spande de vennootschap ETCM een geding aan tegen mevrouw G. voor de Arbeidsrechtbank. Zij vorderde teruggave van de dossiers Air Lingus en Austrian Airlines en de veroordeling van mevrouw G. tot betaling van een bedrag van 491.250 F als schadevergoeding wegens oneerlijke concurrentie. Zij steunde haar vordering op art 17 van de WAO. Met het bestreden vonnis verklaarde de Arbeidsrechtbank de vordering van ETCM niet toelaatbaar. Zij overwoog dat ETCM als eigenaar/aandeelhouder van de CV AZURA geen belang had bij het instellen van de vordering die enkel door de CV AZURA zelf zou kunnen worden ingesteld. II. VORDERING IN HOGER BEROEP. ETCM kan zich niet neerleggen bij de uitspraak van de Arbeidsrechtbank. Zij verzoekt het Hof deze teniet te doen en haar vordering t.b.v. 9.667,85 Euro toe te wijzen. Mevrouw G. verzoekt om de bevestiging van het bestreden vonnis. &§61683; &§61683; &§61683; III. BEOORDELING.

  1. ONTVANKELIJKHEID. Nu geen betekeningsakte van het beroepen vonnis wordt voorgelegd, kan worden aangenomen dat het hoger beroep dat naar vorm regelmatig is, werd ingesteld binnen de wettelijke termijn en derhalve ontvankelijk is.
  2. TEN GRONDE. ETCM stelt dat zij als eigenaar/aandeelhoudster van CV AZURA wel een belang heeft daar zij rechtstreeks in haar economisch resultaat werd getroffen door de schade toegebracht aan de CV AZURA en een economisch verlies heeft geleden. Zij beweert zelf het werkgeversgezag te hebben uitgeoefend zodat haar rol niet beperkt was tot deze van een arbeidsbemiddelaar en zij derhalve eveneens over de vereiste hoedanigheid beschikte om de vordering in te stellen. Wat de grond van de zaak betreft stelt zij dat mevrouw G. oneerlijke concurrentie heeft gepleegd door minstens drie boekingen op bedrieglijke wijze naar haar eigen firma over te hevelen en dat zij minstens twee dossiers heeft achter gehouden. Mevrouw G. houdt voor dat zij weliswaar door ETCM werd aangeworven doch onmiddellijk ter beschikking werd gesteld van de CV AZURA met inbreuk op art 31-32 van de wet van 24-7-
  3. Verder betwist zij ten stelligste zich te hebben schuldig gemaakt aan oneerlijke concurrentie en werpt zij op ETCM die een publiciteitsagentschap is overigens geen enkel bewijs levert van enige benadeling. Toelaatbaarheid van de oorspronkelijke vordering Art. 17 Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat de rechtsvordering enkel toelaatbaar is indien de eiser over een belang en een hoedanigheid beschikt. Het belang is ieder werkelijk materieel of moreel voordeel dat de eiser kan halen uit de vordering. (Verslag Van Reepinghen, deel I, 41) Het moet gaan om een reeds verkregen en dadelijk, persoonlijk en rechtstreeks belang dat rechtmatig is en beschermenswaardig. (J.Laenens, K.Broeckx, D.Scheers, Handboek Gerechtelijk Recht, Intersentia 2004, nr 131) Een rechtspersoon kan optreden ter vrijwaring van zijn eigen belangen, datgene wat zijn bestaan, materiële en morele rechten, inzonderheid zijn vermogen zijn eer en zijn goede naam raakt. (Cass. 19-9-96, AC 96, 775) Het belang is slechts wettelijk beschermd indien de eiser over een subjectief recht beschikt erkend door een objectieve norm. (J.Petit, sociaal procesrecht, Die Keure 99, nr 61) De hoedanigheid is de rechtsgrond die een persoon toelaat in rechte op te treden. Wanneer een titularis van een subjectief recht de vordering instelt dan valt de hoedanigheid samen met een rechtstreeks persoonlijk belang. Wanneer een procespartij voorhoudt titularis te zijn van een subjectief recht heeft zij de hoedanigheid en het belang om de vordering in te stellen, ook al wordt dit recht betwist. Het onderzoek naar het bestaan of de draagwijdte van het subjectief recht dat wordt ingeroepen betreft immers niet de ontvankelijkheid maar de gegrondheid van de vordering. (Cass. 2-4-2004; AR C020609N ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040402.4; Cass. 14-1-83, AC 82-83, nr 288; Cass. 5-11-90 AC 90-91 nr 124). De vennootschap ETCM beroept zich enerzijds op haar hoedanigheid van werkgever en anderzijds op de geleden schade als gevolg van de door mevrouw G. gepleegde daden van oneerlijke concurrentie. Zij beroept zich op een eigen subjectief recht. Bij de aldus ingestelde vordering geeft de vennootschap blijk van de bij art 17Ger.Wb. vereiste hoedanigheid en belang, zodat de vordering ontvankelijk is. Gegrondheid van de vordering De arbeidsovereenkomst werd door ETCM als werkgever ondertekend. Mevrouw G. oefende haar functie evenwel uit voor de CV AZURA. Binnen die vennootschap nam ETCM het dagelijks bestuur waar. De activiteit van ETCM betrof Consultancy en Management. De uitoefening van het dagelijks bestuur binnen de CV AZURA kadert binnen die doelstelling. In de mate dat mevrouw G. assistentie verleende in het dagelijks bestuur, kan worden aangenomen dat ETCM eveneens haar werkgever was. Haar andere taken werden duidelijk uitgeoefend in het kader van de bedrijfsactiviteit van de CV AZURA die in de toeristische sector werkzaam was. In de mate dat ETCM over mevrouw G. het werkgeversgezag uitoefende was dat dan ook als mandataris van de CV AZURA en niet in eigen naam. Het is niet omdat ETCM binnen AZURA over 1404 van de 1406 aandelen beschikte dat zij zich met die vennootschap kon vereenzelvigen. Beide blijven afzonderlijke rechtspersonen. Hieruit volgt dat mevrouw G. werd aangeworven om minstens gedeeltelijk ter beschikking te worden gesteld van de CV AZURA die minstens gedeeltelijk het werkgeversgezag over haar uitoefende. Deze ter beschikking stelling is in strijd met de bepalingen van de wet van 24-7-87, zodat de arbeidsovereenkomst met ETCM nietig is en een heuse arbeidsovereenkomst tot stand kwam met de CV AZURA. De vordering was gesteund op art 17 AOW. Deze bepaling behelst o.m het verbod voor de werknemer om daden van oneerlijke concurrentie t.a.v. zijn werkgever te stellen, zowel tijdens de arbeidsovereenkomst als erna. Aangezien de daden van oneerlijke concurrentie die aan mevrouw G. worden verweten duidelijk verband houden met de toeristische activiteit van de CV AZURA, kon ETCM niet in eigen naam een vordering tot schadevergoeding instellen die op dergelijke contractuele tekortkoming werd gesteund. Art. 1165 Burgerlijk Wetboek bepaalt dat overeenkomsten alleen gevolgen teweeg brengen tussen de contracterende partijen: dat zij aan derden geen nadeel toebrengen en hen slechts tot voordeel strekken indien zij zich kunnen beroepen op een beding ten behoeve van derden, hetgeen in casu niet het geval is. Volgens art. 1166 BW kan een schuldeiser wel alle rechten en vorderingen van zijn schuldenaar uitoefenen tenzij deze die uitsluitend aan de persoon verbonden zijn of hij kan krachtens art. 1167 BW in eigen naam opkomen tegen de handelingen die zijn schuldenaar verricht heeft met bedrieglijke benadeling van zijn rechten. ETCM toont echter niet aan dat zij schuldeiser zou zijn van de BVBA AZURA. Evenmin beweert zij dat zij de vordering ten bate van de BVBA AZURA zou instellen en de hoedanigheid daartoe zou bezitten. Haar vordering is derhalve ongegrond. &§61683; &§61683; &§61683; OM DEZE REDENEN, Het Arbeidshof, Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, zoals tot op heden gewijzigd, inzonderheid op artikel 24, Rechtsprekend op tegenspraak, Verklaart het hoger beroep ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond in de volgende mate. Hervormt het bestreden vonnis. Verklaart de oorspronkelijke vordering ontvankelijk doch ongegrond. Veroordeelt NV ECTM tot de kosten van het hoger beroep, tot op heden als volgt begroot: - voor appellante: - rechtsplegingsvergoeding hoger beroep EUR 273,65 - aanvullende rechtsplegingsvergoeding EUR 57,02 - voor geïntimeerde: - rechtsplegingsvergoeding hoger beroep EUR 279,60 Aldus gewezen en uitgesproken op de openbare terechtzitting van de derde kamer van het Arbeidshof te Brussel op dertig juni tweeduizend en zes. Waren aanwezig: G. BALIS: Kamervoorzitter. L. REYBROECK: Raadsheer in Sociale Zaken als werkgever. R. VANDENPUT: Raadsheer in Sociale Zaken als werknemer-bediende. L. COEN: Eerstaanwezend adjunct-griffier. L. COEN. G. BALIS. R. VANDENPUT. L. REYBROECK. PDF document ECLI:BE:CTBRL:2006:ARR.20060630.9 Gerelateerde publicatie(s) citeert: ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040402.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.