← België

ECLI:BE:CTBRL:2006:ARR.20060918.5

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidshof van Brussel Vonnis/arrest van 18 september 2006 ECLI nr: ECLI:BE:CTBRL:2006:ARR.20060918.5 Rolnummer: 48.180 Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2007-10-31 Raadplegingen: 112 - laatst gezien 2026-07-01 04:46 Fiche Indien er geen reden is om te twijfelen aan de objectiviteit en de gespecialiseerde kennis en ervaring van de deskundige, die op voldoende overtuigende en geloofwaardige wijze heeft aangetoond dat het arbeidsongeval geen psychische aandoening heeft veroorzaakt noch verergerd, is er geen reden tot aanstelling van een tegenexpert neuropsychiater. UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Bewijs (gerechtelijk recht) - Deskundigenonderzoek Vrije woorden: RECHTSWETENSCHAP - RECHT - WETGEVING - GERECHTELIJK RECHT - Arbeidsongeval - Deskundigenverslag - Causaal verband tussen het arbeidsongeval en psychische problemen. Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - 987 - 04 ELI link Pub nr 1967101055 Nota: Gerangschikt onder I A art. 987 om praktische redenen Annotaties Publicaties: Rechtspraak Antwerpen Brussel Gent - Dooms (Vincent) - 2007(877-884) Tekst van de beslissing Rep.Nr. ARBEIDSHOF TE BRUSSEL ARREST OPENBARE TERECHTZITTING VAN 18 SEPTEMBER

  1. 5DE KAMER Arbeidsongeval Op tegenspraak Definitief In de zaak: B.H., wonende te [---]. Appellant, vertegenwoordigd door Mr T. DEMASEURE, advocaat te Brussel. Tegen: A.A., die de rechten en plichten van de Gemeenschappelijke Verzekeringskas voor Bouwwerk, handel en Nijverheid A. heeft overgenomen, met maatschappelijke zetel gevestigd te [---]. Geïntimeerde, vertegenwoordigd door Mr. S. DE PROOST loco Mr F. DECLERCQ, advocaat te Brussel.    Na beraad, spreekt het Arbeidshof te Brussel het hiernavolgend arrest uit : Gelet op de stukken van rechtspleging, inzonderheid: - het voor eensluidend verklaard afschrift van het vonnis gewezen op tegenspraak door de 6de kamer van de Arbeidsrechtbank van Brussel dd. 9 december 2005; - het verzoekschrift in hoger beroep ontvangen ter griffie van het Arbeidshof te Brussel op 16 januari 2006; - de akte van gedinghervatting ontvangen ter griffie op 10 en 15 maart 2006; de besluiten van de partijen; Gehoord de partijen in hun middelen en verdediging ter openbare terechtzitting van 26 juni 2006, waarna de debatten gesloten werden. Gelet op de neergelegde stukken.    Feiten en procedurevoorgaanden De heer B.H. is van Marokkaanse oorsprong doch heeft zijn scholing in België beëindigd met name opleiding elektriciteit. Hij heeft als elektricien gewerkt van 1976 tot
  2. Sinds 1985 is hij taxichauffeur bij zijn huidige werkgever. De heer B.H. verklaart dat hij zijn beroepsbezigheden niet meer heeft hervat sinds het arbeidsongeval van 26 augustus
  3. Bij het ophef-fen van een valies van een cliënt, ervaart de heer B.H. een gekraak in zijn rug. De diagnose van discus hernia wordt vastgesteld, behandeling met kinesitherapie wordt gevolgd. Hij was ten laste van de wetsverzekeraar arbeidsongeval tot oktober
  4. Zijn raadgevend geneesheer neuropsychiatrisch Dr. Strul wordt door hem geraadpleegd een maand na de arbeidsongeval. Deze stelt een diagnose vast van paniekaanvallen met depressies en hij schrijft Depakine voor. Bij dagvaarding van 14 augustus 2002 vordert de heer B.H. de wettelijke vergoedingen ingevolge het arbeidsongeval. Bij vonnis gewezen op tegenspraak door de Arbeids-rechtbank te Brussel 6de kamer d.d. 3 oktober 2002, wordt de vordering ontvankelijk verklaard, N.V. A., ongevallenverzekeringsmaatschappij, wordt buiten zake gesteld, en er wordt akte verleend van de vrijwillige tussenkomst van de Gemeenschappelijke Verzekeringskas van Bouwwerk, Handel en Nijverheid; tevens wordt Dr. Gellert als deskundige aangesteld. Het deskundig verslag wordt neergelegd ter griffie op 31 december
  5. Met het bestreden vonnis d.d. 9 december 2005 bekrachtigt de Arbeidsrechtbank de besluiten van de deskundige. Er wordt voor recht gezegd dat het arbeidsongeval waarvan de heer B.H. het slachtoffer is geweest op 26 augustus 1999, toen hij in dienst was als taxichauffeur hiernavolgende gevolgen had : - Tijdelijke arbeidsongeschiktheid van 100% van 26 augustus 99 tot 11 oktober 1999, - Consolidatie van de letsels 12 oktober 1999 en een blijvende arbeidsongeschiktheid van 3% Het in aanmerking te nemen basisloon voor de periode van 26 augustus 1998 tot en met 25 augustus 1999 voor de berekening van de uit te keren vergoedingen wordt bepaald op 21.154,51 Euro.   Beroepsgrieven De deskundige heeft ten onrechte de huidige proble-matiek van de discus hernia aanzien als zijnde zonder oorzakelijk verband met het arbeidsongeval. Nochtans heeft Prof Mahieu in zijn verslag aan de deskundige een voorafbestaande toestand vastgesteld en een mogelijke volledige of gedeeltelijke post- traumatische etiologie van de postero mediane discusprotusie L5-S1 niet uitgesloten. Op grond van het vermoeden van art. 9 van de arbeidsongevallenwet dient deze dan ook in causaal verband te worden aanzien met het arbeidsongeval. Volgens appellant kunnen de lipothymische aanvallen volgens een verslag van Dr. Callebaut compatibel zijn met een aanval van hyperventilatie die optrad op het ogenblik van de blokkage van de rug. Op psychologisch gebied steunt de deskundige zich ten onrechte op het verslag van Dr. Waterplas om te stellen dat er geen psychiatrische invaliditeit is als gevolg van het ongeval van 26 augustus
  6. Dr. Bergmans en Callebaut leveren elementen op die wijzen op een psychische pathologie ten gevolge van het ongeval. Ook het onderzoek van mevrouw Vagane wijst op ernstige angst en depressieve klachten. Dr. Waterplas heeft tevens de nevenwerking van de medicatie Depakine vergeten dewelke als gevolg van het arbeidsongeval werd voorgeschreven. Volgens appellant heeft het arbeidsongeval van 26 augustus 1999 de borderline persoonlijkheids- structuur van de heer B.H. laten kantelen namelijk dat de angst veroorzaakt door de aantasting aan zijn fysieke integriteit bij een vrij onbetekend incident voor de fragiele persoonlijkheidsstructuur van de heer B.H. te groot is geweest. Voordien was overigens een agressie gepleegd op de heer B.H.. Zo zijn de factoren zoals echtelijke spanningen en financiële moeilijkheden in oorzakelijk verband met de stopzetting van de beroepsactiviteit van de heer B.H. en dus met het arbeidsongeval. Zo liep de heer B.H. wegens rugproblemen nog in mei en juni 2003 met krukken. Voordien had de heer B.H. nooit psychische problemen. Appellant verzoekt het Arbeidshof een tegenexpert neuropsychiater aan te stellen.   Beoordeling Ontvankelijkheid van het hoger beroep Er wordt geen betekening van het bestreden vonnis overgelegd . Het verzoekschrift is regelmatig naar vorm en werd ingesteld binnen de daartoe wettelijk bepaalde termijn, wat overigens niet wordt betwist. Het is derhalve ontvankelijk.   Ten gronde Het Arbeidshof stelt vast dat de Arbeidsrechtbank de feitelijke en juridische argumenten van de partijen grondig heeft onderzocht evenals het deskundig verslag grondig heeft geanalyseerd, vooraleer op uitvoerige wijze overtuigend en gemotiveerd over meer dan 8 blz. grondige motivatie te beslissen het deskundig verslag te bekrachtigen. Het Arbeidshof houdt deze overwegingen van de Arbeidsrechtbank hier uitdrukkelijk als herhaald en overgenomen. Ten overvloede wordt hieraan toegevoegd : - Professor Mahieu stelt een voorafbestaand degeneratief lijden vast van de discus L5-S
  7. Tevens stelt hij vast dat het weinig waarschijnlijk is dat er compressie is op de zenuwwortels. Dit aspect dient te worden geconfronteerd met een elektro-myografie. Dit advies dient inderdaad samen gelezen te worden met het elektromyografisch onderzoek van Professor Bergmans dewelke tot het besluit kwam dat alles normaal was en dat geen enkel letsel heeft uitgewezen dat met het arbeidsongeval in verband kan worden gebracht (blz 37 en 38 van het desk verslag). Er worden alleen paresthesiën en verminderde gevoe-ligheid in het gebied S 1 links weerhouden als sekwellaire letsels van de discus hernia. De deskundige heeft hiervoor terecht 3 % blijvende arbeidsongeschiktheid weerhouden. - de rugproblemen waarvoor appellant in mei 2003 met krukken liep, wordt door geen enkele arts aanzien als zijnde in oorzakelijk verband met het arbeids-ongeval. Ook de medische attesten voorgebracht door appellant tonen dit niet aan. - de deskundige adviseert na uitgebreide psychia-trische onderzoeken dat er geen psychiatrische pathologie bestaat in oorzakelijk verband met het arbeidsongeval. - de lichte afwijkingen in het EEG onderzoek zoals door Dr. Callebaut weerhouden worden door deze in zijn conclusie als volgt weergegeven : " het is in elk geval theoretisch onmogelijk om op een betrouwbare manier een correlatie te leggen tussen een EEG patroon en een psychische pathologie Er bestaat ook geen correlatie tussen afwijkingen op een EEG registratie en ruglijden. De afwijkingen van het gegeven tracé kunnen enkel kaderen hetzij als gevolg van een craniocerebraal trauma hetzij als gevolg van een functionele disfunctie zoals kan gezien worden bij o.a. migraine, interictaal tracé van een behandelden epilepsie, of soms zelfs bij totaal asymptomatische patiënten en zonder echte pathologische betekenis. Patiënt heeft nooit epilepsie gehad voordien. Het verhaal lijkt ons compatibel met een aanval van hyperventilatie (koud zweet, leven versnelde ademhaling , tachicardie subjectief en diffuse distale paresthesiën die optrad op het ogenblik van blokkage van de rug." Deze laatste zinsnede dient te worden gerelati-veerd. Het staat vast dat er geen craniocerebraal trauma noch een functionele disfunctie door het arbeidsongeval door de plotse gebeurtenis, met name het heffen van de koffer van de klant, werd veroorzaakt. Er werd voordien ook reeds een EEG opgesteld door Dr Monseu (blz 13 desk. verslag). Deze stelde voordien reeds vast dat er geen enkele neurologische sekwel vast te stellen was van het arbeidsongeval van 26 augustus
  8. Dr. Monseu stelt niet alleen vast dat het EEGonderzoek normaal is doch hij noteert dat op advies van Dr. Struhl " vert "die de diagnose van epilepsie zou hebben opgeworpen" appellant dagelijks Dekapine krijgt (blz 13). Ook het verslag van Professor Bergmans weerhoudt geen psychische pathologie als gevolg van het arbeidsongeval. Het discus radiculair conflict op S1 met parestesiën en tactiele gevoeligheid, een minimaal syndroom van de dorso lumbaire functie en het myo-fasciaal syndroom van de paraspinale lumbaire spieren (wegens slechte antalgische houding) wordt beschreven maar appellant heeft ook een BAO van 3%. De atrofie van de linkerdij is een inactiviteits-atrofie en wat afwezigheid van motorisch antwoord m.b.t. de nervus peroneus betreft wijt Prof. Bergmans aan een verstuiking (blz 38) hetgeen totaal geen verband heeft met het arbeidsongeval. Zo is de conclusie van mevr. Vagané na het persoon-lijkheidsonderzoek bij appellant dat zij een border-linestructuur en symptomenpatroon vaststelt, waaronder ernstige anxio-depressieve klachten. Deze klachten maken deel uit van de borderlinestructuur en tevens was appellant enkele jaren voordien het slachtoffer van een agressie, waarvan appellant zelf in beroepsbesluiten blz. 6 inroept dat deze agressie niet zo'n onbelangrijke rol in zo'n negatieve evolutie speelde. Geen enkel medische vaststelling wijst erop dat deze borderline bestaande structuur door het arbeids-ongeval is verergerd. De borderlinestructuur uit zich in de vroege volwassenheid en komt op latere leeftijd minder vaak voor (Merck Manuel medisch handboek Bohn Stafleu Van Loghum Diegem 2000 blz 429). In elk geval is er in het deskundig verslag geen enkel bewijs van oorzakelijk verband tussen het arbeidsongeval en het kantelen of verergeren van een borderlinestructuur bij appellant. Dr. Waterplas is zeer formeel in zijn besluiten. " Appellant heeft actueel geen psychiatrische pathologie die een weerslag heeft op zijn werk bekwaamheid. Er is geen psychiatrische invaliditeit als gevolg van het ongeval van 26 augustus 1999 te voorzien. Secundair ziektegewin lijkt ons een belangrijke factor in het ontstaan en persisteren van de klachten." Zo antwoordt Dr. Waterplas eveneens zeer uitvoerig op de opmerkingen gegeven door Dr. Struhl met name : - De vragenlijsten voor angst en depressie zijn geen objectieve testen de MMPI vragenlijst bevat wel validiteitsschalen en is dus objectief; op de F back schaal behaalde appellant een erg hoge score dewelke door mevr. Vagané werd uitgelegd als dat appellant zijn problemen in de loop van de vragenlijst meer en meer in de verf is gaan zetten. "De uitslagen op de inhoudsschalen en de supple-mentaire schalen zijn daardoor een overschatting van het reële niveau en kunnen dus niet meer als valide beschouwd worden." Daarenboven werd de MMPI vragenlijst in het Frans uitgevoerd, en is betrokkene reeds vanaf zijn zeven jaar in België alwaar hij school heeft gelopen. Ook dit kan geen problemen opleveren. Samen met de eerste rechter dient dan ook aangenomen te worden dat er geen reden is om te twijfelen aan de objectiviteit en de gespecialiseerde kennis en ervaring van Dr. Waterplas. Deze heeft op voldoende voor het Hof overtuigende en geloofwaardige wijze aangetoond dat het arbeidsongeval met name het opheffen van een koffer van een cliënt bij appellant geen psychische aandoening heeft veroorzaakt noch verergerd. Er is geen reden tot aanstelling van een tegen- expert neuropsychiater. Het hoger beroep komt voor als zijnde ontvankelijk doch niet gegrond.   OM DEZE REDENEN : En alle hierin impliciet vervat, Het Arbeidshof, Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, zoals tot op heden gewijzigd, inzonderheid op artikel 24; Recht sprekend op tegenspraak; Alle andere middelen en conclusies verwerpende, Verklaart het hoger beroep ontvankelijk en onge­grond; Bevestigt het vonnis a quo; Veroordeelt appellant tot de kosten van het hoger beroep; Deze kosten werden tot op heden als volgt begroot : - voor appellante partij : euro 142,79 rechtsplegingsvergoeding hoger beroep, - voor geïntimeerde partij : niet begroot; Aldus gewezen en uitgesproken op de openbare te­rechtzitting van de 5de kamer van het Arbeidshof te Brussel op 18 september 2006, waar aanwezig waren : Mevr. B. CEULEMANS: Raadsheer. De Heren : I. VAN DAMME, Raadsheer in Sociale Zaken als werkgever, aangeduid bij bevelschrift van heden ter vervanging van de heer R. WAEYAERT, Raadsheer in Sociale Zaken als werkgever, die de debatten heeft bijgewoond en heeft deelgenomen aan het beraad van onderhavig arrest, maar wettig verhinderd is om de uitspraak ervan bij te wonen (art. 779 Ger. Wb.). P. MANS : Raadsheer in sociale zaken als werknemer-arbeider, D. DE RAEDT : Griffier, I. VAN DAMME, P. MANS, D. DE RAEDT, B. CEULEMANS, PDF document ECLI:BE:CTBRL:2006:ARR.20060918.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.